Hoe gaat bloedafname?

De bloedafname

U meldt zich aan bij de aanmeldzuil naast de ingang van de Centrale Bloedafname (locatie C2). Zodra u aan de beurt bent loopt u naar bij de juiste afnamecabine.

  • Om verwisselingen uit te sluiten vraagt de medewerker bloedafname u 2 keer naar uw naam en geboortedatum. De eerste keer voor het uitprinten van de etiketten en de tweede keer om de etiketten te controleren.
  • De medewerker bloedafname doet een elastische band om uw arm. Dat maakt het makkelijker een geschikte ader te vinden om bloed af te nemen.
  • De medewerker bloedafname prikt vervolgens de ader aan.
  • Afhankelijk van de aangevraagde onderzoeken worden er één of meerdere buisjes afgenomen. Deze buisjes lopen automatisch vol en we kunnen ze wisselen zonder dat we u opnieuw hoeven te prikken. Als het laatste buisje vol is, wordt de naald uit uw arm gehaald.
  • U krijgt een pleister op het wondje en de medewerker bloedafname zal u vragen dit 1 minuut stevig aan te drukken. Zo wordt een blauwe plek voorkomen. Indien u bloedverdunners gebruikt kan er zo nodig een drukverbandje aangelegd worden.
  • De etiketten worden op de buisjes geplakt en deze gaan naar het laboratorium voor onderzoek. 

Manieren van bloedafname

Bloed kan op verschillende plekken bij u worden afgenomen, te weten:

  • Bloedafname in de elleboogholte, het liefst in uw niet-dominante arm.
  • Bloedafname op de bovenkant van de hand. Deze wijze van afname wordt alleen gebruikt wanneer de afname in de elleboogholte onmogelijk is.
  • Indien bloedafname niet lukt op de bovengenoemde manieren kan in enkele gevallen  bloed  door middel van een vingerprik worden afgenomen.
  • In enkele gevallen wordt er een infuusnaald geplaatst als er op meerder tijdstippen bloed moet worden afgenomen.

Na de bloedafname kunt u uw normale werkzaamheden weer verrichten.

Wie verricht de bloedafname?

De bloedafname in het LUMC wordt alleen uitgevoerd door gediplomeerd personeel dat theoretisch en praktisch getraind is voor het afnemen van bloed. Zo werken er doktersassistenten, medisch analisten en verpleegkundigen op de Centrale Bloedafname.

Meerdere buizen bloed

De medewerkers bloedafname letten er altijd op dat bij ieder aangevraagd onderzoek de juiste buis wordt gebruikt, zodat alle onderzoeken zo goed mogelijk kunnen worden uitgevoerd. Er wordt nooit onnodig veel bloed afgenomen. De verschillende types afnamebuizen hebben een andere kleur dop zodat er makkelijk een onderscheid te maken is.

Angst voor prikken

Ziet u altijd erg op tegen bloedprikken? Kunt u er niet goed tegen of bent u bang dat u flauw valt? Geef aan dat u angst voor prikken hebt wanneer u zich meldt bij de Centrale Bloedafname.

Wij nemen u serieus en doen ons best om u zo goed mogelijk te begeleiden. Hiervoor trekken wij extra tijd uit. U kunt bijvoorbeeld op verzoek liggend geprikt worden.
Zo nodig kunnen we een verdovende crème gebruiken. Deze crème moet minstens 30 minuten inwerken. U kunt ook via uw huisarts om de crème vragen en deze thuis al aanbrengen. 

Uitslag bloedonderzoek

De uitslagen van het bloedonderzoek en/of het onderzoek van de urine gaan naar de aanvragend arts. Bij hem/haar kunt u naar de uitslag informeren.

Veiligheid

Bij bepaalde bloedafnames kunnen handschoenen nodig zijn om de patiënt of medewerker te beschermen.

De bloedbuisjes die gebruikt worden, zijn van onbreekbaar, milieuvriendelijk, wegwerpmateriaal. Alle buizen en naalden worden slechts 1 keer gebruikt.

Voor de veiligheid van patiënt en medewerker wordt er bij de bloedafname in het LUMC gebruik gemaakt van veiligheidsnaalden met een volledig geïntegreerd naald-veiligheidssysteem.

Overgebleven materiaal

Soms is het nodig extra analyses uit te voeren om bepaalde bevindingen te controleren. Na de analyse wordt het materiaal in het algemeen vernietigd. Soms gebruikt het laboratorium restanten als testmateriaal om bijvoorbeeld een onderzoeksmethode te verbeteren. In een dergelijk geval zijn de monsters volledig anoniem. Het is ontdaan van persoonsgegevens en niet meer tot uw persoon herleidbaar.

Als u niet wilt dat uw materiaal na afloop van het onderzoek nog nader gebruikt wordt, dan kunt u dat bij uw arts aangeven die het onderzoek afspreekt.