Schildklierkanker

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Endocrinologie

Wat is schildklierkanker? 

De schildklier is een belangrijke hormoon producerende klier die zich in de hals bevindt, voor de luchtpijp. Zoals in elk orgaan kan ook in de schildklier een gezwel ontstaan. Schildklierkanker is een kwaadaardig gezwel van de schildklier. Het is een zeldzame aandoening. Jaarlijks wordt bij 600-700 Nederlanders schildklierkanker vastgesteld. Er zijn 4 belangrijke vormen van schildklierkanker (papillair, folliculair, anaplastisch en medullair). Deze folder gaat over papillaire en folliculaire tumoren, omdat de meeste patiënten met schildklierkanker deze vormen hebben (ongeveer 85-90%). 

Wat zijn de oorzaken? 

De oorzaak van schildklierkanker is niet bekend. Er zijn wel risicofactoren bekend. Bestraling van de hals, met name bij jonge mensen, geeft een verhoogd risico op schildklierkanker. Een andere risicofactor is het hebben van familieleden die ook schildklierkanker hebben. 

Wat zijn de klachten? 

Het belangrijkste verschijnsel bij schildklierkanker is een knobbel (nodus) in de hals. Het kan zijn dat de patiënt die zelf heeft ontdekt. Soms wordt ook bij toeval – in het kader van een ander onderzoek – een knobbel in de schildklier ontdekt. In de meeste gevallen hebben de patiënten geen klachten van schildklierkanker (behalve soms enige hinder van de knobbel). Sommige klachten wijzen wel in de richting van schildklierkanker, bijvoorbeeld snelle groei van de knobbel, het hees worden van de stem, een hoorbare ademhaling, lymfkliervergroting in de hals, of het ontstaan van nieuwe knobbels in de schildklier. 

Hoe wordt schildklierkanker vastgesteld? 

Het belangrijkste onderzoek om vast te stellen of de knobbel wel of geen kanker is, is een punctie, waarbij met een dunne naald cellen uit de knobbel worden opgezogen, die vervolgens worden onderzocht door de patholoog. Het merendeel van de puncties wordt echo geleid verricht. Een knobbel in de schildklier is dus vrijwel altijd een reden voor doorverwijzing naar de specialist. 

De uitslag van de punctie kan zijn: 

  • vrijwel zeker een kwaadaardig gezwel 
  • vrijwel zeker geen kwaadaardig gezwel 
  • niet mogelijk onderscheid te maken tussen een goed- en kwaadaardig gezwel 
  • onvoldoende cellen om tot een beoordeling te komen 

Soms moet er meerdere malen een punctie gedaan worden om er achter te komen wat er in de schildklier speelt. 

Hoe wordt schildklierkanker behandeld? 

Gelukkig kunnen de meeste vormen van schildklierkanker vroegtijdig worden vastgesteld en volledig genezen. Wanneer bij punctie de diagnose schildklierkanker vrijwel zeker is, wordt de gehele schildklier operatief verwijderd. Wanneer het onderscheid tussen goed- en kwaadaardig niet gemaakt kon worden bij tenminste twee puncties, wordt meestal alleen de helft van de schildklier weggenomen waarin de knobbel zich bevindt. Wanneer de patholoog vervolgens vaststelt dat de knobbel toch een kwaadaardig gezwel betreft, is een tweede operatie nodig, waarbij alsnog de andere helft van de schildklier wordt verwijderd . 

Ongeveer 4 tot 6 weken na de operatie volgt in veruit de meeste gevallen een behandeling met radioactief jodium om resterende (kwaadaardige) schildkliercellen te vernietigen en op deze manier het risico dat de ziekte terugkomt te verminderen. Schildkliercellen zijn de enige cellen in het lichaam die jodium uit het bloed opnemen. Door het jodium radioactief te maken, ontstaat een heel gerichte methode van bestralen, namelijk alleen die cellen worden bestraald die jodium opnemen. Soms is deze behandeling niet nodig. U wordt daarover door uw arts ingelicht. 

Over deze behandeling met radioactief jodium wordt u apart en uitgebreid geïnformeerd. Als voorbereiding op de behandeling met radioactief jodium moeten de nog aanwezige schildklier(kanker)cellen gestimuleerd worden, zodat ze zoveel mogelijk radioactief jodium opnemen. Deze stimulatie vindt plaats door het eiwit TSH (thyroid stimulating hormone ofwel schildklier stimulerend hormoon). Dit eiwit wordt door de hersenen gemaakt bij een tekort aan schildklierhormoon, maar kan tegenwoordig ook kunstmatig gemaakt worden. Kunstmatig TSH heet Thyrogen. Een verhoogd TSH gehalte kan op 2 manieren bereikt worden: 

  • Na de operatie wordt geen schildklierhormoon voorgeschreven totdat het radioactieve jodium is gegeven (4-6 weken na de operatie). Dit leidt tot een verhoging van de TSH productie door de hersenen als reactie op de dalende spiegels schildklierhormoon. Door de lage schildklierhormoon spiegel in het bloed is het waarschijnlijk dat u zich vermoeid voelt. 
  • In plaats van het stoppen met schildklierhormoon kan een injectie met het middel Thyrogen gegeven worden. Het voordeel hiervan is dat u schildklierhormoon kunt doorgebruiken en dus geen klachten krijgt van een tekort aan schildklierhormoon. 

Verder krijgt u enkele dagen voorafgaand aan de radioactief jodium behandeling een jodium-beperkt dieet voorgeschreven. 

De behandeling betreft het inslikken van één kleine capsule. Na de behandeling met radioactief jodium wordt u een aantal dagen opgenomen om te voorkomen dat u andere mensen met straling kunt besmetten. U mag dan geen bezoek ontvangen. Over het algemeen duurt deze opname hooguit 4-5 dagen. 

Na afloop van de behandeling met radioactief jodium krijgt u leefregels opgelegd, meestal voor 2 weken ten aanzien van volwassenen en een week langer voor kinderen en zwangeren in uw omgeving. Deze zijn er om de mensen om u heen te beschermen tegen het beetje straling dat u nog altijd uitstraalt bij ontslag. Daarnaast krijgt u schildklierhormoontabletten voorgeschreven. Het kan wel enkele weken tot maanden duren voordat de klachten van het gebrek aan schildklierhormoon verdwijnen. 

Controle van het resultaat van de eerste behandeling 

Om vast te stellen of de behandelingen succesvol zijn geweest, worden 6-9 maanden na de behandeling (operatie, gevolgd door radioactief jodium) de volgende onderzoeken gedaan: 

  • Er wordt een echo van de hals gemaakt. Als de radioloog daar een afwijking ziet wordt er geprobeerd door middel van een punctie cellen te verkrijgen die door de patholoog onderzocht worden. 
  • In het bloed wordt de spiegel van een eiwit, thyreoglobuline, gemeten dat alleen door schildklier(kanker)cellen wordt gemaakt. De volgende situaties kunnen zich voordoen: 
    • Wanneer de concentratie van thyreoglobuline in het bloed boven een bepaald niveau is moet een tweede behandeling met radioactief jodium volgen. 
    • Wanneer de thyreoglobuline concentratie niet verhoogd is, wordt een zogenaamd gestimuleerd thyreoglobulinegehalte bepaald. Deze stimulatie kan op 2 manieren: 
      • U stopt gedurende 4 weken met schildklierhormoontabletten of 
      • Er wordt gekozen voor een injectie met Thyrogen. 

De keuze tussen deze twee benaderingen wordt o.a. bepaald door de waarschijnlijkheid dat u opnieuw met radioactief jodium behandeld moet worden. Wanneer er gekozen wordt 4 weken te stoppen met schildklierhormoontabletten wordt het onderzoek vrijwel altijd gecominbeerd met een scan met een speurdosis radioactief jodium. 

Ten aanzien van de meting van het gestimuleerde thyreoglobuline zijn er 2 mogelijke uitkomsten: 

  • Het thyreoglobuline in het bloed is nu wel verhoogd OF de speurdosis scan laat afwijkingen zien. In dat geval volgt er een behandeling met radioactief jodium. 
  • Het thyreoglobuline in het bloed is niet verhoogd EN de speurdosis scan laat geen schildklierweefsel meer zien. Er is dan er geen aanvullende behandeling meer nodig. 

Verdere controles 

Wanneer bij de controle van de eerste behandeling gebleken is dat er geen aanwijzingen meer zijn voor kanker, dan wordt u gecontroleerd door middel van op den duur jaarlijkse metingen van het thyreoglobuline in het bloed. Wanneer het thyreoglobuline in het bloed stijgt, wordt verder onderzoek gedaan. Dit valt buiten het bestek van deze folder. 

Wanneer u een tweede behandeling met radioactief jodium heeft ondergaan wordt het effect van deze behandeling 6-9 maanden later op dezelfde manier onderzocht als hierboven beschreven. 

Afhankelijk van het stadium van de ziekte wordt u 5-15 jaar gecontroleerd, na het moment waarop er geen kanker meer aantoonbaar is. Deze periode is gekozen omdat de kans dat de schildklierkanker nog terug komt te verwaarlozen is. 

Schildklierhormoontabletten 

Na de operatie wordt u met een iets hogere hoeveelheid schildklierhormoon behandeld, dan die u oorspronkelijk zelf maakte. De reden is dat dit minder kans geeft op uitgroei van eventueel achtergebleven schildklierkankercellen. 

TSH heeft een groeibevorderend effect op de schildklier en daarom is het zinvol om de concentratie bij patiënten die schildklierkanker hebben gehad zo laag mogelijk te houden. We streven hierbij aanvankelijk naar waarden van kleiner dan 0,1 mU/liter. Deze overmatige dosering van schildklierhormoon heeft over het algemeen geen effecten op uw gezondheid of op uw welbevinden. Het is belangrijk dat u bij andere artsen meldt, dat u iets meer schildklierhormoontabletten dan gebruikelijk moet slikken, omdat zij anders denken dat u teveel krijgt en op onterechte gronden de dosis schildklierhormoon zullen verlagen. 

Hoe lang u deze hogere dosering schildklierhormoon moet gebruiken hangt onder anderen af van de uitgebreidheid van de tumor en de resultaten van de nacontroles. Wanneer dit verantwoord is zal uw arts de dosering schildklierhormoon verlagen naar een normaal niveau. 

Prognose 

De meeste patiënten met schildklierkanker genezen. Ongeveer 95% van de patiënten is na 15 jaar nog in leven. Er zijn patiënten met een verhoogd risico op terugkeer van de tumor. De belangrijkste factor is daarbij de grootte van de tumor maar ook of er al uitzaaiingen waren in lymfeklieren van de hals of elders in het lichaam. De eerste behandelingen, maar ook de controles zijn erop gericht om een eventueel terugkerende tumor zo snel mogelijk op te sporen zodat deze adequaat behandeld kan worden. 

Kwaliteit van leven 

Veel mensen met schildklierkanker voelen zich, zeker in het begin, niet optimaal. Daarin spelen mee de emotionele belasting van de diagnose, de operatie en de periode zonder schildklierhormoon. Ook wanneer de behandeling met schildkliertabletten is gestart kan het soms enige tijd duren voordat het lichaam daaraan gewend is. De meeste mensen die schildklierkanker hebben gehad functioneren weken tot maanden na de behandeling weer volledig normaal. 

Contactinformatie 

Leids Universitair Medisch Centrum
Polikliniek Endocrinologie 


Oktober 2017