Omgaan met lage bloeddruk/orthostatische hypotensie

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en)

Psychiatrie;



'Hypotensie' betekent een lage bloeddruk, en 'orthostatisch' betekent zoveel als een 'rechtop-houding'. Samen geven de woorden dan ook aan dat de bloeddruk daalt in staande houding. De liggende bloeddruk kan dan geheel normaal of zelfs hoog zijn, maar staand gaat het mis: de bloeddruk daalt. Een lichte daling is geen probleem, maar als de daling systolisch 20 mm kwikdruk of meer of diastolisch 10 mm kwikdruk of meer bedraagt, spreken artsen van 'orthostatische hypotensie'. Als de bloeddruk in liggende houding bijvoorbeeld 140/90 mm kwikdruk (ook wel “140 over 90” genoemd) bedraagt, en tijdens staan 100/70 mm kwikdruk, dan is de daling met 40 mm kwikdruk groot (het gaat om de daling van het eerste van de twee getallen, van de 'systolische' bloeddruk. Deze systolische bloeddruk wordt ook wel de ‘bovendruk’ genoemd.  De diastolische bloeddruk wordt ook wel onderdruk genoemd).

Wat voor last heeft u er van?

Klachten ontstaan meestal pas als de bloeddruk flink daalt, tot bijvoorbeeld 80/60 mm kwikdruk. De klachten hebben vooral te maken met een tekort aan bloed in de hersenen. Het eerste wat u merkt is een merkwaardig gevoel in het hoofd: sommigen noemen het “licht in het hoofd”, anderen noemen het juist “een zwaar gevoel”, en weer anderen “duizelig”. Wie wel eens bij snel opstaan even last gehad heeft van zo'n licht gevoel weet hoe het voelt, want dat is hetzelfde verschijnsel. Als het langer bestaat kan er een pijnlijk gevoel in schouders en nek in staande houding aanwezig zijn; als u gaat liggen verdwijnt die pijn snel. Ook kunt u hartkloppingen ervaren. Als de bloeddrukdaling doorzet kan het u zwart voor de ogen worden en lijken geluiden van een afstand te komen; oorsuizen komt ook voor. Uiteindelijk kunt u het bewustzijn verliezen en vallen. Zo'n bewustzijnsverlies door een bloedtekort in de hersenen heet 'syncope', in gewoon Nederlands 'flauwvallen'. Er zijn overigens nog veel meer oorzaken van syncope/flauwvallen dan alleen bloeddrukdaling.

Belangrijk is dat de klachten van orthostatische hypotensie optreden in staande houding. Soms is dat vrijwel direct bij houdingsverandering zoals overeind komen vanuit liggen of zitten, en soms treedt het pas op na een lange tijd staan. In ernstiger gevallen kan het zelfs in zittende houding al optreden. Voorbeelden van situaties waarin men lang staat zijn: in de rij staan bijvoorbeeld in de supermarkt of elders, in de kerk staan, wachten bijvoorbeeld op een perron, maar ook bij koken, scheren en douchen.

Bijkomende invloeden  

De klachten treden makkelijker op onder sommige omstandigheden. Het eerste is dat lichamelijke inspanning een verergering kan veroorzaken. Dat kan tijdens de inspanning zelf zijn, zoals traplopen of fietsen, maar vooral ook direct na stoppen van de inspanning: dan voelt u zich onwel worden als u bijvoorbeeld bovenaan de trap even stilstaat, of als u op de fiets bent en moet stilstaan voor een stoplicht.

De klachten worden erger als er wat minder vocht in het lichaam is. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vroege ochtend na het opstaan als u nog niet ontbeten heeft, maar ook als u weinig gedronken heeft of vocht verloren heeft in een warme omgeving, door sterk transpireren bij warm weer, of door bijvoorbeeld braken en diarree. Gebruik van alcohol heeft ook een bloeddrukverlagend effect. Vaak zijn er meerdere effecten tegelijk aanwezig, zoals tijdens een feestje: warmte, staan, alcoholgebruik.  

Oorzaken van orthostatische hypotensie 

De bloeddruk wordt normaal geregeld door het zogenaamde 'autonome zenuwstelsel'. Dat is een deel van het zenuwstelsel dat voortdurend actief is, maar waar we zelf nauwelijks tot geen erg in hebben. Het heet ook wel het 'onwillekeurige' of 'vegetatieve' zenuwstelsel. Dit zenuwstelsel zorgt ervoor dat ons hart slaat en continu bloed door het lichaam pompt, en dat we regelmatig ademhalen. Ook de bloeddruk wordt door dit zenuwstelsel voortdurend bijgesteld aan de omstandigheden. Staan is zo'n omstandigheid die zo’n aanpassing vereist. Als dit deel van het zenuwstelsel zijn werk niet goed doet, lukt het niet om de bloeddruk staand hoog genoeg te houden.

Er zijn vele redenen waarom deze bloeddrukregeling kan falen. Een veelvoorkomende oorzaak is gebruik van bepaalde medicijnen. Voorbeelden van medicijnen die orthostatische hypotensie kunnen geven zijn: middelen tegen depressie en angststoornissen (zogenaamde ‘antidepressiva’, waaronder tricyclische antidepressiva en MAO-remmers), middelen tegen psychoses (zogenaamde ‘antipsychotica’), middelen tegen hoge bloeddruk, plaspillen, hartmedicatie, middelen voor neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson, en vele andere medicijnen. Diverse ziekten, zoals suikerziekte, nierziekten en neurologische ziekten (ook de ziekte van Parkinson) kunnen het effect op de bloeddruk ook nog eens versterken.

Het aantonen van orthostatische hypotensie 

Orthostatische hypotensie wordt vermoed op basis van de klachten die u vertelt. In veel gevallen kan orthostatische hypotensie aangetoond worden door de bloeddruk eerst liggend te meten, als u een tijdje rustig gelegen heeft, en daarna een aantal keren in staande houding. Dat moet in ieder geval na drie minuten, maar soms duurt het langer.

Soms is orthostatische hypotensie moeilijk aan te tonen, en dan kan een 'kantelproef' (ook wel ‘kieptest’ of 'tilt table test' geheten) nuttig zijn. De bloeddruk wordt dan per hartslag gemeten gedurende 20-40 minuten. Zo’n aanvullende test zal in de praktijk zelden nodig zijn. Meestal is het goed luisteren naar de klachten van de patiënt en het meten van de bloeddruk in rust en vervolgens in staande houding voldoende om te bepalen of er wel of niet sprake is van orthostatische hypotensie. De klacht duizeligheid op zich is niet voldoende want er zijn vele mogelijke oorzaken van duizeligheid.

De behandeling van orthostatische hypotensie 

De behandeling richt zich er op om bloeddrukdalingen te voorkomen, of de ernst ervan te beperken.

Wat kunt u zelf doen:

1. 'Bloeddrukverhogende manoeuvres'

Als u de lichtheid in het hoofd voelt opkomen (waarvan u inmiddels weet dat die wijst op een lage bloeddruk), moet u oppassen, want dan bent u dichtbij bewusteloosheid en dan zou u kunnen vallen. U kunt het volgende doen:

  • Gaan zitten of hurken. Thuis kunt u zorgen dat er her en der (bijvoorbeeld bovenaan de trap) een stoel of een kruk staat. Sommige mensen nemen bij wandelen een opklapbaar krukje mee om overal te kunnen zitten. Een krukje onder de douche kan ook handig zijn.
  • Uw benen kruisen en tegen elkaar duwen. Dit verhoogt de bloeddruk, en kan zowel staand als zittend gedaan worden. Als u al evenwichtsproblemen hebt kunt u dit beter niet staand doen.
  • Stevige vuisten maken; ook dit verhoogt de bloeddruk.
  • Uw billen aanspannen; ook dit verhoogt de bloeddruk.
  • Probeer te gaan zitten, want u kunt uw klachten niet onderdrukken, en als u blijft staan kunt u bewusteloos raken of omvallen.
  • Uw dokter of verpleegkundige kan deze manoeuvres voordoen en met u oefenen. Niet al deze 'trucjes' werken bij iedereen even goed. Welke manoeuvre bij wie werkt, kan uitgeprobeerd worden door de bloeddruk te meten terwijl u de manoeuvre doet. Dat gaat het beste met een speciale 'continue bloeddrukmeter', waarbij je per hartslag de bloeddruk kunt zien.

2. Algemene maatregelen

  • Voldoende vocht drinken en zout eten. Uw zenuwstelsel kan de bloeddruk beter op peil houden als er voldoende bloed is. De kleur van de urine is een simpele methode om te zien of het lichaam genoeg water bevat: hoe donkerder, des te minder water.
  • Voor mannen: zittend plassen, vooral 's nachts
  • Zet het hoofdeinde van uw bed op klossen: zorg erover dat de poten onder het hoofdeinde zo'n 20 cm hoger komen te staan. Dit ligt misschien niet lekker, maar is erg goed voor de bloeddrukregulatie, zodat u overdag minder klachten heeft.
  • Vermijd lang staan. Zit er niet mee te gaan zitten, ook al vinden anderen dat vreemd.
  • Niet plotseling stoppen met inspanning, maar even 'afbouwen' van de beweging. Als u aan sport doet is een duursport zoals wandelen en zwemmen waarschijnlijk beter dan een sport met een piekbelasting (zoals sprinten).

Wat kan uw behandelend arts doen:

3. Medicijnen

Soms is aanpassing van medicatie nodig als die de oorzaak van uw klachten zijn, bijvoorbeeld verandering van de dosering of een ander medicijn kiezen. Belangrijk is dat u nooit zelf zonder overleg met uw behandelend arts uw medicijnen verandert. Als het veranderen van de dosering of overgaan op een ander medicijn niet gewenst is, en alle eerder genoemde trucs onvoldoende helpen om uw klachten te verminderen, dan kan er een medicijn bijgegeven worden om de bloeddruk te verhogen. Er moet dan geregeld een controle plaatsvinden van de bloeddruk en bloedonderzoek plaatsvinden.

Belangrijk is het medicijn niet vóór de nacht in te nemen, want liggend is de bloeddruk meestal al goed. Sommige mensen hebben er baat bij om de eerste dosis van dat bloeddrukverhogende medicijn ‘s morgens in bed in te nemen en pas een half uur later op te staan. Het meest voorgeschreven medicijn om de bloeddruk te verhogen heet fludrocortison. Zo’n bloeddrukverhogend medicijn is geen wondermiddel; bij de meeste mensen zijn de bloeddrukverhogende manoeuvres en de algemene maatregelen belangrijker en voldoende!

LUMC - januari 2017