Niertransplantatie

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Transplantatiecentrum

Deze brochure is bedoeld om u te informeren over de gebeurtenissen voor en na de niertransplantatie. Naast de gesprekken die wij met u zullen hebben, is deze brochure wellicht een 'geheugensteuntje'. Wij raden u aan de brochure goed te lezen, eventueel samen met uw familie. Wanneer er iets niet duidelijk mocht zijn, dan kunt u natuurlijk altijd uitleg vragen aan iemand van het medische of verpleegkundig team van de afdeling.

Organisatie

Binnen de afdeling Niertransplantatie werkt een team van artsen en verpleegkundigen. Aan het hoofd staat een chef de clinique, geassisteerd door de afdelingsarts, de verpleegkundig specialist en een co-assistent. De verpleegkundige staf bestaat uit een verpleegkundig hoofd, teamleiders en teamleden. Ook zijn er student-verpleegkundigen en stagiaires aanwezig.

Wie werken er nog meer op de afdeling

De afdelingssecretaresse regelt de administratie van opname tot ontslag  Andere disciplines zijn het maatschappelijk werk, diëtetiek, fysiotherapie en de geestelijke verzorging. Verder kunt u gebruik maken van de kapsalon en zijn er winkeltjes op het Leidse Plein. Mobiel bellen is toegestaan. De televisie en het gebruik van internet is gratis.

Meer informatie hierover vindt u in de brochure 'Wegwijs in het LUMC’ of op de internetsite van het ziekenhuis.

Vormen van niertransplantatie

De nier die getransplanteerd wordt komt van een overleden donor of van een levende donor. Deze laatste kan een familielid, partner, goede vriend of anonieme donor zijn.

Mocht een levende donor een nier aan u willen afstaan maar is een rechtstreekse transplantatie niet mogelijk, dan bestaat er de mogelijkheid tot een cross-over niertransplantatie. Indien donatie niet mogelijk is omdat de bloedgroepen niet bij elkaar passen, bestaat er eventueel de mogelijkheid om tegen de bloedgroep in te transplanteren ( ABO-i).

Op voorlichtingsbijeenkomsten wordt uitvoerig aandacht besteed aan deze vormen van transplanteren. Mocht één van uw familieleden of vrienden behoefte hebben aan meer informatie over dit onderwerp, dan kunt u hiervoor een afspraak maken bij de transplantatie-coördinator van het programma "donatie bij leven". Vanzelfsprekend is zo'n gesprek geheel vrijblijvend. 

Tevens is een aparte informatiefolder Nierdonatie bij leven  ook verkrijgbaar bij de polikliniek Nierziekten.

Niertransplantatie/anatomie

De nieren bevinden zich in het menselijk lichaam links en rechts van de wervelkolom, hoog in de flanken. Een nier heeft meestal één slagader, één ader en een urineleider. Bij de transplantatie worden de bloedvaten van de donornier weer verbonden met het vaatstelsel van de patiënt die de nier ontvangt. De urineleider wordt op de blaas aangesloten.

Om de operatie te vergemakkelijken, wordt de transplantatienier niet op de oorspronkelijke plaats van de nier ingebracht, maar links of rechts onderin de buik.

Wat mag u van een transplantatie verwachten?

Vergelijk uw eigen situatie nooit met die van een medepatiënt. Niet elke transplantatie verloopt hetzelfde. Vragen kunt u te allen tijde stellen aan de afdelingsarts en de verpleegkundigen; zij zijn op de hoogte van uw toestand. De gemiddelde opnameduur voor een niertransplantatie is een week, bij complicaties zal de opnameduur langer zijn.

Kruisproef en nierinspectie en wat er vanaf hangt

Voordat u bij ons komt, is er al bloed van u en de eventuele donor 'gekruist' om te zien of u antistoffen in het bloed hebt, die gericht zijn tegen het weefsel van de donor.

De uitslag van deze kruisproef is, indien er sprake is van een overleden donor, echter nog niet altijd bekend als u in het ziekenhuis arriveert. Dit kan soms nog een aantal uren duren. Een positieve kruisproef heeft tot gevolg dat de transplantatie niet door kan gaan.

Het kan dus gebeuren, dat ondanks de voorbereidingen de transplantatie op het laatste moment niet doorgaat. Als de nier in het LUMC is aangekomen, wordt deze nog door de transplantatiechirurg geïnspecteerd. Blijkt dat er onverhoopt afwijkingen gevonden worden, dan kan ook dit een reden zijn de transplantatie niet door te laten gaan.

Ook om andere redenen (bijvoorbeeld bij griep of een infectie) kan het zijn dat de operatie niet doorgaat. Kortom: onzekerheid blijft bestaan, totdat u op de operatiekamer bent aangekomen.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis

U dient uw eigen medicatie, toiletartikelen, gemakkelijk zittende kleding en nachtkleding mee te nemen. Indien u dialyseert wordt u verzocht de dialysestatus en in het geval u aan peritoneaaldialyse doet, CAPD-vloeistof en toebehoren voor 1 spoeling mee te nemen.

Voorbereiding op de operatie

Bij opname krijgt u een patiënteninformatiemap (PIM) waarin u de gang van zaken rond de transplantatie kunt lezen. Indien de laatste dialyse enkele dagen geleden heeft plaatsgevonden of als het kaliumgehalte in het bloed te hoog is, kan een extra dialyse vóór de operatie noodzakelijk zijn. Afhankelijk van de situatie zal de dialyse in uw eigen centrum of in het LUMC plaatsvinden.

In het geval u CAPD doet, laat u op de afdeling van het LUMC uw buik voor het lichamelijk onderzoek leeglopen. U mag niet meer eten of drinken tenzij de arts anders afspreekt.

Voorbereidingen voor de operatie:
  • Het opnemen van de temperatuur: koorts kan immers infectie betekenen en in dat geval gaat de operatie niet door. 
  • Afname van bloed en urine en eventueel onderzoek van de CAPD uitloop.
  • Het maken van een hartfilmpje (ECG) en een foto van hart en longen (thorax foto).
  • Lichamelijk onderzoek door de arts.
  • Mogelijk wordt u gevraagd om aan een studie-onderzoek mee te doen. 
  • Kort voor de transplantatie krijgt u al medicijnen die het afweersysteem onderdrukken.
Na de operatie blijft u 1 nacht op de PACU (Post Anaesthesia Care Unit) of de Intensive Care.

De situatie na de transplantatie


Als u na de operatie bijkomt, heeft u:
  • Een maagsonde. Dit is een slang door de neus naar de maag om uw maagsappen tijdens en vlak na de operatie af te voeren.
  • Een zuurstofslang in de neus.
  • Een infuus in uw arm en een infuus in uw hals om de vochtbalans te regelen en voor het toedienen van medicijnen.
  • Een katheter in de blaas om urine direct af te voeren.
  • Mogelijk wonddrains, die in het wondgebied worden achtergelaten, waardoor het wondvocht kan wegvloeien.
  • Hechtingen: als niet-oplosbare hechtingen zijn gebruikt, worden deze na 21 dagen verwijderd
De verschillende slangen zullen zo snel mogelijk verwijderd worden. De maagsonde zal meestal de eerste dag na de operatie verwijderd worden en het infuus wordt meestal de vierde dag na de operatie verwijderd. De wonddrain wordt afhankelijk van de drainproductie verwijderd.  

Het moment waarop de blaaskatheter verwijderd kan worden is afhankelijk van verschillende factoren. Als u tijdens de dialyse-periode nog een normale urineproductie had is de blaas nog in een goede conditie.

Plaste u weinig of niet meer, dan zal uw blaas geschrompeld zijn en kan het noodzakelijk zijn de blaaskatheter wat langer te laten zitten. Hiermee wordt voorkomen dat er teveel spanning ontstaat op de blaaswand, waardoor urinelekkage kan ontstaan op de plaats waar de urineleider van de donornier op de blaas is gehecht.

Om dezelfde reden is het van belang dat u na het verwijderen van de katheter ieder uur uitplast. Iedere dag zult u een vochtlijst ontvangen, waarop u alles wat u drinkt noteert. De hoeveelheid die u mag drinken is afhankelijk van de nierfunctie en wordt tijdens de dagelijkse visite met u besproken.

Tijdens de operatie is in de urineweg tussen de transplantaatnier en de blaas een katheter geplaatst ter versteviging (dubbel J-katheter). Deze wordt na ongeveer 2 à 3 weken in uw eigen centrum op de polikliniek urologie met behulp van een cystoscoop verwijderd. Dit gebeurt onder antibiotica bescherming, ter voorkoming van een urineweginfectie.

Dagelijkse gang van zaken op de afdeling

Driemaal per dag worden de temperatuur, bloeddruk en pols gemeten en de pijnscore wordt gevraagd. Wij verzoeken u om op deze tijden op uw kamer aanwezig te zijn. Dit geldt ook voor de doktersvisite, die tussen 09.30 en 10.30 uur plaatsvindt.

Gedurende de opname wordt er dagelijks urine ingestuurd en bloed afgenomen om onder andere de nierfunctie te controleren. U mag douchen met drains en hechtingen. Zesmaal per dag worden de medicijnen uitgedeeld: om 6 , 8.30 , 12 , 17, 20.30 en 22 uur. Tijdens de opname leert u zelf hoe u met de medicijnen om moet gaan en wordt de werking ervan uitgelegd.

Urine verzamelen gebeurt iedere dag van 00.00 tot 24.00 uur, dit wordt ingestuurd voor laboratorium onderzoek.

Verzorging van bloemen en planten

Bloemenwater kan, evenals aarde van planten, schimmelinfecties veroorzaken. Als u uw eigen bloemen verzorgt kunt u dit het beste doen met plastic handschoenen aan. Hierna moet u de handen wassen of de handen reinigen met handalcohol. Op de afdeling zijn planten  niet toegestaan.

Bezoekregeling

De bezoektijden zijn van 14.30 tot 20.00 uur. Per patiënt zijn twee bezoekers toegestaan.Indien u geïsoleerd verpleegd moet worden (in geval van een besmettelijke infectie of een verminderd aantal witte bloedcellen) moeten de bezoekers ook bepaalde regels in acht nemen. Het bezoek zal hierover inlichtingen krijgen van de verpleging.

Bewegen na niertransplantatie

Regelmatig bewegen is een middel om uw conditie na de operatie te verbeteren en de nadelige gevolgen van medicatie (o.a. prednison) tegen te gaan.

Na de operatie mag u vrij snel uit bed. Het draaien op de zij en het via zijligging overeind komen met gebruik van de arm(-en) voorkomt extra spanning op de wond en kan het uit bed gaan vergemakkelijken. Indien u merkt dat u moet hoesten, kunt u dat het beste doen met steun van een opgevouwen handdoek op de wond.

Het regelmatig diep doorademen (overdag elk uur 5-l0x)  voorkomt ophoping van slijm onder in de longen en daarmee een longinfectie.

In de beginfase heeft u nog wonddrains en een urinekatheter. Deze zijn geen belemmering voor het uit bed gaan of lopen.

Medicijnen

We kunnen de medicijnen die u moet gaan slikken in verschillende groepen verdelen:
  1. Afweeronderdrukkende middelen, die u blijvend moet slikken (immuunsuppressiva).
  2. Medicijnen ter voorkoming van infecties.
  3. Overige medicijnen.

Afweeronderdrukkende medicijnen

Het immuunsysteem (afweersysteem) beschermt uw lichaam tegen infecties: het spoort bacteriën en ander lichaamsvreemd weefsel op en tracht dat te vernietigen.

Het immuunsysteem reageert dus ook op een getransplanteerd orgaan: het valt het orgaan aan, waardoor het wordt afgestoten. Met geneesmiddelen wordt het immuunsysteem onderdrukt en wordt afstoting voorkomen. Het is dus van groot belang om deze medicijnen op de voorgeschreven tijden in te nemen.

Bij het vergeten (of eventueel uitbraken) van medicijnen dient u contact op te nemen met uw behandelend arts.

Als u getransplanteerd bent krijgt u meestal drie afweer-onderdrukkende middelen, dit zal een combinatie zijn van Prednison, Prograft, Neoral, Everolimus of Cellcept. De combinatie en dosering zijn afhankelijk van uw persoonlijke situatie.

Omdat de kans op afstoting kort na transplantatie de eerste maanden groter is zullen de afweeronderdrukkende medicijnen in het begin hoger gedoseerd worden. Doordat deze medicijnen het immuunsysteem onderdrukken, hebben ze als bijwerking dat ze een grotere kans op infecties geven.

Informatie over de afweeronderdrukkende medicijnen vindt u in de folder “richtlijnen na de transplantatie”.

Pijnstillers

Als u een pijnstiller nodig heeft gebruik dan paracetamol. Werkt paracetamol te weinig, neem dan contact op met uw arts.

Adviezen ten aanzien van het medicatiegebruik na transplantatie:

  • Verminder of stop nooit met de inname van medicijnen tegen afstoting.
  • Gebruik de medicijndosering zoals u is voorgeschreven.
  • Indien u uw medicatie vergeten bent en het is langer dan 3 uur na de gebruikelijke innametijd, neem dan contact op met het ziekenhuis. Neem nooit een dubbele dosering in. 
  • Als u binnen een kwartier na medicijninname moet braken, dan kunt u  nogmaals dezelfde dosering innemen. Bij langdurig braken, altijd contact opnemen met het ziekenhuis.
  • Bij aanhoudende diarree contact opnemen met het ziekenhuis.
  • Neem nooit andere medicijnen zonder overleg met de arts. Bepaalde medicijnen in combinatie met de medicijnen tegen een  afstoting kunnen ongewenste bijwerkingen geven.
  • Neem Neoral of Prograft nooit in met grapefruit of grapefruitsap.
  • Bewaar de medicijnen in de originele verpakking.
  • Zorg dat u voldoende voorraad van de medicijnen in huis heeft en een voldoende voorraad bij u heeft als u op vakantie gaat.
  • Zorg dat u uw medicatieoverzicht altijd bij u heeft.

Medicijnen die de medicijnen tegen afstoting negatief kunnen beïnvloeden

Laxeermiddelen; Kruidengeneesmiddelen zoals bijv. Sint-Janskruid (een middel tegen depressie); Maagzuurbindende middelen zoals bijv. Antagel, Rennies.

Afstotingsreacties en bijbehorende behandeling

Hoewel u medicijnen krijgt om afstoting van de getransplanteerde nier (rejectie) te voorkomen, bestaat er toch een kans dat er afstoting optreedt .

Afstoting is een natuurlijke reactie van het lichaam op vreemd weefsel. Het lichaam probeert het vreemde weefsel, in dit geval het transplantaat, af te stoten. Dit kan zich direct, maar ook enkele weken, maanden of zelfs in veel later stadium na de transplantatie voordoen.

Een afstotingsreactie is meestal goed te behandelen met SoluMedrol (een hoge dosering prednison), maar soms is een krachtiger middel nodig.

Voeding na niertransplantatie

Na de transplantatie heeft u voor ontslag een gesprek met de diëtiste. Zij geeft u informatie over gezonde voeding en goede hygiëne bij het bereiden van de voeding.

Deze zaken blijven thuis belangrijk voor u, evenals het letten op de uiterste verkoopdatum van voedingsmiddelen. Een folder met richtlijnen vindt u in de PIM (patiënteninformatieklapper). Het gebruik van Prednison kan een hongergevoel geven waardoor uw eetlust sterk toe kan nemen. Het is belangrijk dat u niet te veel eet en géén overgewicht krijgt. Dit geeft een extra belasting voor uw botten en nieren.

Ontslagprocedure/Polikliniekbezoek

Aan het eind van de opname vindt er een voorlichtingsgesprek plaats waarin alle door u thuis te verrichten met u worden besproken. Tevens krijgt u recepten mee.

Uw eigen apotheek zal regelmatig medicijnen verstrekken die er anders uitzien dan die u gewend was in het ziekenhuis te slikken. Dit komt doordat sommige medicijnen door verschillende farmaceuten worden gefabriceerd.

Bij twijfel kunt u natuurlijk altijd contact met ons opnemen. Er wordt een afspraak voor u gemaakt bij de polikliniek niertransplantatie. De polikliniekbezoeken zullen in het begin zeer regelmatig plaatsvinden. Bij ieder polikliniekbezoek dient u de afweeronderdrukkende medicatie mee te nemen naar het ziekenhuis en pas nadat er bloed is afgenomen mag u deze innemen.

Afhankelijk van hoe het met u gaat, zullen deze polikliniekbezoeken geleidelijk worden verminderd. In principe zult u na ongeveer een jaar weer in uw eigen centrum gecontroleerd worden. Mochten er bijzonderheden zijn, bijvoorbeeld met de bloeduitslagen, dan wordt u hierover gebeld.

Belangrijk te weten is dat vooral gedurende de eerste maanden na de transplantatie afstotingsreacties op kunnen treden. U moet er daarom rekening mee houden dat, hoe teleurstellend dit ook is, heropname noodzakelijk kan zijn.

In het geval dat u peritoneaal dialyse deed voor transplantatie, blijft de PD katheter in principe behouden tot drie maanden na de transplantatie. Wanneer u een nier van een levende donor ontvangt zal de PD katheter tijdens de transplantatie al worden verwijderd. Het blijft altijd van belang dat u bij twijfel omtrent koorts, infectie of andere zaken, direct contact met ons opneemt.

Seksualiteit en zwangerschap

Al voor de niertransplantatie kunnen seksuele problemen bestaan ten gevolge van de nierziekte of door bijvoorbeeld medicijnen. Voor mannen betreft dit o.a. een verminderde libido (geslachtsdrift) en erectiestoornissen. Vrouwen kunnen een ontregelde menstruatie hebben.

Ook bepaalde medicijnen tegen bijvoorbeeld hoge bloeddruk kunnen verantwoordelijk zijn voor seksuele problemen. Na een niertransplantatie kan de seksuele beleving verbeteren. Vrouwen kunnen weer een regelmatige menstruatie krijgen.

Het is dus belangrijk om adequate anticonceptie te gebruiken. Indien er na een jaar een zwangerschapswens is, dient dit besproken te worden met de nefroloog. Een voorwaarde is dat de nierfunctie stabiel is. Bepaalde medicijnen kunnen een negatief effect hebben op de ongeboren vrucht. Verder hangt de kans op een ongecompliceerde zwangerschap voor moeder en kind onder andere af van nierfunctie, eiwitverlies en bloeddruk van de moeder.  

Het is ook mogelijk dat de seksualiteit niet verbetert na transplantatie. De oorzaak kan liggen aan vaatafwijkingen die al voor de transplantatie bestonden.

Bij erectiestoornissen kan de nefroloog u doorverwijzen naar de uroloog die een behandeling met medicatie of hulpmiddelen kan voorschrijven. Het is begrijpelijk dat u na een transplantatie bang bent voor beschadiging van de getransplanteerde nier. Dit is niet nodig omdat de nier op een beschermde plaats geïmplanteerd is.

Vrouwen die afweeronderdrukkende medicijnen gebruiken hebben een grotere kans om door geslachtsgemeenschap een urineweginfectie te krijgen. U kunt dit voorkomen door voor en na geslachtsgemeenschap te urineren. Mocht u geen vaste relatie hebben dan is het raadzaam om bij seksueel contact condooms te gebruiken (zowel mannen als vrouwen) om seksueel overdraagbare ziektes te voorkomen.

Maatschappelijk werk

Tijdens de opname in het ziekenhuis krijgt u te maken met veel nieuwe informatie, regelmatig onderzoeken, contacten met verschillende disciplines en veranderingen in privé omstandigheden. Voor de opname heeft u zich misschien niet gerealiseerd wat deze ingreep voor veranderingen teweeg zou kunnen brengen bij uzelf of bij de mensen in uw omgeving.

U zult merken dat het team op de afdeling aandacht heeft voor deze voor u belangrijke gebeurtenissen. Toch kan het zijn dat uw omstandigheden specifieke begeleiding vragen; u kunt dan denken aan:
  • Hulp in de thuissituatie na ontslag.
  • Begeleiding van u en uw familie bij emotionele problemen als gevolg van de opname.
  • Vragen over de werksituatie of opleiding.
  • Financiële gevolgen.
Mocht u tijdens de opnameperiode in contact willen komen met het maatschappelijk werk dan kunt u dit op de afdeling kenbaar maken. De afdeling zal indien nodig samen met u inventariseren welke zorg er voor u nodig is na de opnameperiode. Voor het regelen van eventuele thuiszorg wordt door de verpleegkundige het ontslagbureau van het LUMC ingeschakeld.

Geestelijke verzorging

Indien gewenst biedt de geestelijke verzorger aandacht, ondersteuning en begeleiding. Uw persoonlijke levensbeschouwing of geloof kan hierbij ook ter sprake komen.

De geestelijk verzorgers van het LUMC komen uit de katholieke, protestantse en humanistische traditie. U kunt op hen een beroep doen of hen vragen u in contact te brengen met de geestelijk verzorger van uw keuze, van binnen of buiten het ziekenhuis.

Werkhervatting

Over dit onderwerp is moeilijk een  uitspraak te doen. Sommige patiënten voelen zich snel in staat om te werken. Andere hebben hiervoor meer tijd nodig. Natuurlijk hangt het ook af van de aard van uw werkzaamheden. Wanneer u zich goed voelt en de behoefte heeft weer aan het werk te gaan, bestaat hiertegen meestal geen bezwaar. Wel is het raadzaam dit met uw arts te spreken.

Sport
Sport na transplantatie kan heel goed. Het spreekt vanzelf dat sporten met een verhoogd risico op letsel (bijvoorbeeld rugby, motorcross, verdedigingssporten) niet de voorkeur verdienen. Bij twijfel is het verstandig hierover uw arts te raadplegen.

Sauna
In verband met uw verminderde weerstand wordt u afgeraden het eerste half jaar na transplantatie een sauna te bezoeken.

Zwemmen
Gedurende het eerse half jaar na transplantatie wordt zwemmen in een zwembad afgeraden i.v.m. verminderde weerstand.

Autorijden
De eerste 2 weken na de operatie wordt afgeraden auto te rijden in verband met eventuele concentratiestoornissen na de narcose.

Fietsen
Om de operatiewond beter te laten genezen wordt geadviseerd om de eerste 6 weken na transplantatie niet te fietsen.

Roken
Er is wetenschappelijk aangetoond dat roken slecht is voor de nierfunctie en een verhoogde kans geeft op hart- en vaatziekten. U wordt dringend verzocht te stoppen met roken.

Vakantie
In verband met de veelvuldige controles van de nierfunctie, is het raadzaam om gedurende het eerste jaar na de transplantatie niet naar het buitenland op vakantie te gaan. Wilt u hiervan afwijken dan kunt u dit overleggen met de arts op de polikliniek.

Zonvoorschriften
De medicijnen die u gebruikt om een afstotingsreactie te voorkomen, veroorzaken dat de huid het zonlicht niet goed verdraagt. Hierdoor heeft u meer kans op huidziekten of huidkanker.

Er kunnen verschillende soorten huidafwijkingen ontstaan, die gelukkig niet ernstig hoeven te zijn. Hieronder een paar tips:
  
  • Niet zonnen tussen 12.00-15.00 uur.
  • Bij zonnig weer zorgen voor een goede bescherming van de huid door middel van kleding en zonnebrandcrèmes met hoge beschermingsfactor. Deze crèmes dienen bij zonnig weer ook in de schaduw te worden gebruikt, omdat er ook in schaduwgebied nog veel ultraviolette stralen komen. 
  • Maak weinig of geen gebruik van een zonnebank.
  • Bij twijfel of groei, verandering in aspect, bloeden en/of jeuken van huidafwijkingen, dient u zo snel mogelijk een huidarts te raadplegen.

Anonimiteit van de overleden donor

De anonimiteit van de donor wordt ten allen tijde gewaarborgd. Wel is het mogelijk de nabestaanden van de donor te bedanken door middel van  een brief of kaart. Dit moet volledig anoniem. De transplantatiecoördinator van ons ziekenhuis draagt er zorg voor dat uw brief of kaart de nabestaanden bereikt. 

Mocht u vragen hebben dan kunt u deze aan uw behandelend arts stellen.

Contact met het ziekenhuis


Inzage in uw patiëntendossier via Patiëntportaal:

U kunt vanuit huis via een beveiligde verbinding van DigiD gegevens inzien over:
  • afspraken
  • medicijngebruik
  • allergieën
  • uitslagen van het laboratorium
  • brieven aan de huisarts
  • opnames
Werkwijze: www.lumc.nl/patientportaal  en klik op ‘inloggen met DigiD’.

U kunt ook gebruik maken van de email-service van de polikliniek Nierziekten/Niercentrum polinierziekten@lumc.nl voor:
  • Het maken, afzeggen of wijzigen van de polikliniek afspraak.
  • Aanvraag van een machtiging.
  • Aanvragen van informatie over voorbereiding/nazorg onderzoeken en patiëntenfolders.
Medisch inhoudelijke vragen worden niet beantwoord en u kunt geen (herhaal-)recepten aanvragen. Aanvraag van herhalingsrecepten dient u via uw huisarts te regelen of tijdens uw polikliniekbezoek.

Website Nierziekten

Via Nierziekten vindt u allerlei patiëntgerelateerde informatie.

Afspraken/vragen

De polikliniek Nierziekten is telefonisch bereikbaar op werkdagen van:
9.00-12.00 uur
071-526 3796

Medisch spoedeisende vragen op werkdagen tijdens kantooruren
De polikliniek Nierziekten is bereikbaar via de centrale op werkdagen:
071- 5269111

Voor medische spoedeisende vragen buiten kantooruren
De verpleegafdeling Transplantatie J-10-P is bereikbaar onder nummer 071-5264714

Oktober 2017