Longoperaties

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Thoraxchirurgie

In deze folder vindt u informatie over de algemene gang van zaken rondom uw longoperatie. Afhankelijk van uw situatie kan er afgeweken worden van de in de folder besproken procedures. Voor specifieke vragen over uw eigen situatie kunt u het beste contact opnemen met uw longarts of met de zaalarts op het moment dat u in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) wordt opgenomen. Algemene informatie over uw opname vindt u in de brochure ”Wegwijs in het LUMC”.

Algemeen

U bent verwezen om een longoperatie te ondergaan. Er zijn verschillende redenen om een longoperatie te ondergaan en in principe heeft de verwijzend arts u daarover ingelicht. Het type ingreep bepaalt mede op welke manier de operatie plaatsvindt. Hieronder volgt een algemene beschrijving van enkele operaties. Uiteraard is elke ingreep weer anders, en krijgt u op de preoperatieve polikliniek uitleg over uw specifieke ingreep.

Hoe vindt de operatie plaats? 

Een longoperatie vindt altijd plaats onder algehele narcose. Er zijn ingrepen die plaats kunnen vinden via een scopische procedure, in de volksmond een “kijkoperatie” genoemd. Deze benadering wordt afgekort als VATS (video-assisted thoracoscopic surgery). Hierbij worden drie kleine openingen in de borstkas gemaakt om met een videocamera en twee instrumenten te kunnen opereren aan de long. 

Andere ingrepen vinden plaats via een open procedure, dit heet een thoracotomie. Hierbij wordt de long bereikt via een snede aan de zijkant van de borstkas. Dit gaat tussen twee ribben door, de ribben worden gespreid. Om voldoende te kunnen spreiden wordt een lange snede gemaakt, van net naast de borst tot net om het schouderblad.

Bij een VATS procedure blijft het altijd mogelijk dat er tijdens de ingreep alsnog moet worden overgegaan naar een thoracotomie.

Welke longoperaties bestaan er

Operatie vanwege een (doorgemaakte) pneumothorax (“klaplong”)

Als u tweemaal een pneumothorax hebt gehad aan dezelfde kant, is er een grote kans dat dit nog een keer kan optreden. Om die kans veel kleiner te maken kan een operatie worden verricht. Daarbij wordt de gehele long bekeken. Als er een zwakke plek in de long wordt gevonden, wordt deze weggehaald. Dit gebeurt met een stapler, een chirurgisch nietapparaat. Ook wordt de binnenbekleding van de borstkas, het buitenste longvlies, grotendeels verwijderd of ruw gemaakt. Hierdoor verkleeft de long aan de borstkaswand en is de kans op een klaplong veel kleiner. Deze ingreep kan meestal via een VATS plaatsvinden.

Diagnostische ingreep aan de long

Als u een afwijking in de long hebt waarbij het belangrijk is om een diagnose te verkrijgen, en dat niet gelukt is op andere manieren, komt u in aanmerking voor een operatie. Daarbij worden 1 of meerdere biopten van longweefsel afgenomen met behulp van een stapler (chirurgisch nietapparaat). Deze ingreep kan meestal via een VATS plaatsvinden.

Operatie vanwege longuitzaaiingen (metastasectomie)

Kanker kan uitzaaien naar de long. In sommige gevallen is het nuttig om die uitzaaiingen weg te halen middels een operatie. De patiënten bij wie dit zinvol is worden zorgvuldig geselecteerd. Daarbij is het van belang dat alle afwijkingen verwijderd kunnen worden, en dat daarna voldoende functionerend longweefsel overblijft. 

Deze ingreep vindt altijd via een thoracotomie plaats, omdat alleen daarmee de gehele long kan worden gevoeld. Dit is van belang om eventuele afwijkingen die niet zichtbaar zijn op een CT-scan op te sporen en te verwijderen.

Operatie vanwege longkanker

Longkanker komt vaak voor in Nederland. In de meeste gevallen is de ziekte bij de ontdekking reeds uitgezaaid. Bij patiënten bij wie dit niet het geval is, is een longoperatie te overwegen onder bepaalde voorwaarden. De kanker mag voor zover te beoordelen niet uitgezaaid zijn. 

Ook moet de tumor in zijn geheel kunnen worden verwijderd bij de operatie. Dat laatste kan soms pas tijdens de ingreep met zekerheid worden bepaald. 

Bij een operatie voor longkanker wordt ten minste een longkwab verwijderd, en soms is het noodzakelijk meer te verwijderen. Van te voren is bepaald hoeveel u maximaal kunt missen aan longweefsel om na de operatie een normaal leven te kunnen leiden.

De operaties bij longkanker worden benoemd naar de hoeveelheid longweefsel die wordt verwijderd. Gaat het om één kwab, dan spreken we van een lobectomie. Bij twee kwabben hebben we het over een bilobectomie. En als een gehele long wordt verwijderd heet dat een pneumonectomie. 

Bij operaties voor longkanker worden ook zo veel mogelijk lymfklieren verwijderd die zich in de borstkas aan de te opereren kant bevinden. Deze worden samen met het longweefsel onderzocht door de patholoog. 

De uitslag daarvan bepaalt of er nog een aanvullende behandeling na de operatie wordt geadviseerd (dat kan bestraling of chemotherapie of een combinatie zijn).

De meeste operaties voor longkanker vinden plaats via een thoracotomie. Een lobectomie kan bij sommige patiënten ook via een VATS plaatsvinden. Dat hangt af van de ligging en grootte van de tumor, en van de aanwezigheid van vergrote klieren. Om de kwab uit de borstkas te kunnen verwijderen wordt bij een VATS ook een kleine extra snede van 5 tot 6 cm gemaakt.

Algemene aandachtspunten rond de ingreep   

Bij alle longoperaties worden er 1 of 2 drains achtergelaten. Dit zijn siliconen slangen die ervoor zorgen dat de long goed ontplooit en dat eventueel wondvocht niet achterblijft in de borstkas. Meestal kunnen de drains na enkele dagen op de verpleegafdeling worden verwijderd.

Complicaties

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden, dus ook bij longoperaties. De meest voorkomende worden hieronder genoemd:
  • een infectie van de operatiewond
  • een longontsteking: deze wordt in principe met antibiotica behandeld
  • langdurige luchtlekkage via de drains: de long is een sponsachtig orgaan met daaromheen een zeer dun vlies. Bij een operatie waarbij longweefsel wordt verwijderd wordt dit vlies altijd beschadigd, waardoor er luchtlekkage ontstaat. Deze kleine beschadigingen genezen meestal vlot. Een enkele keer duurt dat langer en dat betekent dat de drain langer blijft zitten

Pijnbestrijding

Na een longoperatie is goede pijnstilling van groot belang, met name om het mogelijk te maken dat u goed doorzucht en ophoest. Al u dat niet doet wordt de kans op een longontsteking groter. Uw anesthesist zal meer informatie over pijnbestrijding geven.

Het is van groot belang dat u zelf aangeeft of de pijnstilling die u krijgt voldoende is.

Het preoperatief spreekuur

Op het preoperatief spreekuur krijgt u uitleg over de voorgenomen ingreep. Ook wordt bekeken of er nog speciale aandachtspunten zijn rondom de ingreep. Het preoperatief spreekuur verloopt volgens een vast programma.

Uw actuele medicatie wordt ingevoerd in het elektronisch patiëntdossier van het LUMC door een medewerker van de apotheek. Daarom is het van groot belang dat u een afdruk van uw medicijnenlijst bij uw apotheek ophaalt en meeneemt naar het spreekuur.

De poli-verpleegkundige verricht een aantal controles bij u. Er wordt bloed geprikt en een ECG (‘hartfilmpje’) gemaakt. U krijgt een gesprek met een longchirurg, of een arts-assistent die in opleiding is tot longchirurg. Ook krijgt u krijgt een gesprek met een anesthesioloog (zie ook folder anesthesie).

Op het preoperatief spreekuur wordt bekeken of uw operatie gepland kan worden. Wij streven ernaar de operatie binnen 3 weken na het spreekuur in te plannen. Patiënten die een operatie vanwege een kwaadaardige ziekte moeten ondergaan hebben de hoogste prioriteit bij het maken van de definitieve planning. 

De operatiedatum hoort u ongeveer 1 week tevoren via het planningssecretariaat.

Vóór de operatie

Tot aan de opname in het LUMC blijft u onder behandeling van uw eigen longarts. Wanneer er veranderingen optreden in uw lichamelijke klachten, moet u met uw eigen longarts contact opnemen. Via het planningssecretariaat van het Hartcentrum LUMC wordt u geïnformeerd over de operatiedatum en tijdstip van opname.

Zaken die van belang zijn tot aan de dag van de opname in het LUMC;

  • Tot aan de opnamedag moet u zich houden aan een eventueel voorgeschreven dieet en medicijnen.
  • Zo nodig geeft de planningssecretaresse door welke medicatie u moet stoppen.
  • Vragen rondom werk kunt u met uw bedrijfsarts bespreken.
  • Heeft u behoefte aan nazorg of extra ondersteuning in de thuissituatie denk er dan aan dit bij de opname aan de verpleegkundige te vermelden (zie ook kopje 'ontslag').
  • Heeft u ringen die niet afgaan, laat deze dan door de juwelier verwijderen; piercings rondom hoofd, borst en schaamstreek dienen ook te worden verwijderd.

De opname

Meestal wordt u de dag vóór de operatie opgenomen in het LUMC.

Als u medicijnen gebruikt moet u die op de dag van de opname meenemen naar het LUMC in de originele verpakking. Op de dag van de opname meldt u zich op de afdeling Longziekten op de 8e etage (C8-P) of op de afdeling Thoraxchirurgie op de 9e etage (J9-P). 

Op de opnamedag vinden meestal (afhankelijk van uw situatie )de volgende gesprekken plaats;
  • Een verpleegkundige doet het voorlichting- en opnamegesprek.
  • De chirurg die u opereert maakt kennis met u en gaat na of u nog vragen hebt na het polikliniekbezoek. De chirurg markeert de te opereren kant met een watervaste stift.
  • De fysiotherapeut bespreekt de ademhalingstraining en revalidatie.
De volgende onderzoeken/handelingen vinden plaats;
  • Een lichamelijk onderzoek door een zaalarts of een physician assistant.
  • Bloedafname.
  • Röntgenfoto van hart en longen (x-thorax)
  • Meten van bloeddruk, temperatuur, hartslag, lengte en gewicht.
  • Scheren van het operatiegebied.

Mocht u op dat moment nog vragen hebben over de operatie of over de periode daarna, stel ze dan gerust. Schrijf zo nodig uw vragen al voor de opname op, zodat u ze niet vergeet. Gedurende de opname is er ook zorg en aandacht voor uw naasten. Zij kunnen altijd terecht bij de verpleegkundige of een zaalarts.

De operatiedag

  • Afhankelijk van het tijdstip van operatie mag u na een bepaalde tijd niets meer eten of drinken.
  • U krijgt om 6 uur ’s ochtends of later - afhankelijk van het tijdstip van operatie - operatiekleding aan, en medicatie om slaperig te worden.
  • Indien uw operatie niet om 8 uur ’s ochtends gepland staat, mag u bezoek ontvangen totdat u voor de operatie wordt opgeroepen.
  • U wordt naar de holding gebracht ter voorbereiding op de operatie.

Na de operatie

Vrijwel altijd wordt u direct na de operatie voldoende wakker gemaakt om zelf te kunnen ademen. Meestal gaat u na de operatie naar de PACU (post anesthesia care unit), een 24 uurs verkoeverafdeling met extra zorg (zie de folder “PACU”). In enkele gevallen gaat u naar de afdeling Intensive Care (zie folder “Intensive Care”), of komt u via de verkoeverafdeling terug op de verpleegafdeling  Longziekten of Thoraxchirurgie.

Na de operatie belt de thoraxchirurg uw eerste contactpersoon om hem/haar op de hoogte te stellen van het verloop van de operatie. Maximaal twee personen mogen u na de operatie bezoeken. De chirurg bespreekt het tijdstip van het eerste bezoek.

Op de afdeling PACU of Intensive Care komt u langzaam bij uit de narcose. De eerste keer dat u uw ogen opendoet, is alles om u heen vaag. Uw blik is niet helder en uw keel kan rauw aanvoelen doordat u tijdens de operatie een buisje voor de beademing in uw keel heeft gehad. U zult merken dat u langzaam praat en soms moeite heeft uit uw woorden te komen. Dit komt door de narcose.

Meestal gaat u de eerste dag na de operatie weer terug naar de verpleegafdeling. U heeft dan waarschijnlijk nog een infuus voor vocht- en medicijntoediening, zuurstof om het ademen te vergemakkelijken, een blaaskatheter om urine af te laten lopen en drains om wondvocht en eventuele lucht af te voeren. 


Na een thoracotomie hebben mensen meer last dan na een VATS. Doordat de ribben gespreid zijn, ervaart u vaak spierpijn en een gevoel dat lijkt op gekneusde ribben. Het wondgebied zal gezwollen zijn, soms duurt het 6 weken voordat dit helemaal geslonken is. Zoals eerder benoemd is het van belang dat de pijnstilling voldoende is. Wanneer u pijn ervaart, meld dit dan aan de verpleegkundige.


Zodra u weer op de afdeling bent, wordt zo snel mogelijk met een normaal leefritme begonnen. Er wordt gestart met ademhalings- en mobilisatieoefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut en een verpleegkundige. Verder helpt de fysiotherapeut met het ophoesten van slijm. Het is van belang om elk uur goede ademhalingsoefeningen te doen met het speciaal daarvoor ontwikkelde apparaatje dat u bij opname ontvangt. 

U dient zo snel mogelijk uit bed te komen, waarbij u uiteraard geholpen wordt. Hiermee wordt de kans op complicaties zoals een longontsteking belangrijk kleiner.

Na de operatie worden er regelmatig röntgenfoto’s van de longen gemaakt, o.a. om te beoordelen of de drains kunnen worden verwijderd. Na het verwijderen van de drains blijven er hechtingen achter die na acht dagen moeten worden verwijderd. Bent u inmiddels uit het ziekenhuis ontslagen dan kunt u de hechtingen door uw huisarts laten verwijderen. De operatiewond zelf is gehecht met zelfoplossend hechtmateriaal.

U zult merken dat u nog vrij snel vermoeid bent en dat u nog gemakkelijk geestelijk uit evenwicht raakt. Emotionaliteit en depressieve gevoelens zijn normaal na een dergelijke ingreep.

Ontslag

In de meeste gevallen kunt u na zo’n zeven tot tien dagen het LUMC verlaten. Voor de opname dient u al na te denken over de mogelijk benodigde zorg na ontslag. Voorziet u problemen regel dit dan vooraf. Heeft u hierbij advies en hulp nodig dan kunt u contact opnemen met uw huisarts. Wanneer u uw longarts in een ander ziekenhuis dan het LUMC heeft zult u na ongeveer vijf dagen worden overgeplaatst naar uw eigen ziekenhuis.

Na het ontslag uit het LUMC blijft u bij uw eigen longarts onder controle. Wanneer u vanuit het LUMC naar huis gaat, krijgt u een poliklinkiekafspraak mee. U krijgt een brief mee voor zowel uw huisarts als uw longarts. Hierin is een kort verslag opgenomen van de operatie. 

Is de uitslag van het pathologisch-anatomisch onderzoek al bekend tíjdens uw verblijf in het ziekenhuis, dan zal de u de uitslag nog tijdens uw verblijf in het LUMC vertellen. Anders krijgt u de uitslag te horen bij uw poli-afspraak. Heeft u tijdens uw opname nieuwe medicijnen gekregen, dan krijgt u de recepten hiervan mee.

Periode na ontslag

  • Eenmaal thuis, bent u in het begin nog niet fit. U bent waarschijnlijk snel moe en kortademig en u heeft weinig zin om iets te doen. Dit is normaal verschijnsel na dit soort operaties. De revalidatie duurt enige maanden en verloopt in een langzaam stijgende lijn, waarbij u goede en minder goede dagen zult hebben.
  • Als er een kwab van de long of de hele long verwijderd is, zult u in het begin snel kortademig zijn bij (geringe) inspanning. Dit komt omdat het resterende longgedeelte zich moet aanpassen aan de nieuwe situatie. U zult merken dat deze kortademigheid geleidelijk gaat afnemen bij het rustig uitbreiden van activiteiten.
  • Bij hoesten, niezen of diep inademen komt er spanning op de wond. Dit kan pijnlijk zijn. U hoeft niet bang te zijn dat de wond openspringt. Van de fysiotherapeut heeft u geleerd hoe u tegendruk op de wond kunt geven om de pijn te verminderen. U kunt ook gerust op uw zij gaan liggen zonder dat dit slecht is voor de wond.
  • Om een goede wondgenezing te bevorderen, is het verstandig om de eerste twee maanden geen zware voorwerpen, zoals koffers of tassen, te dragen.
  • Voor uw en andermans veiligheid is het belangrijk dat u de eerste zes weken na de operatie geen auto rijdt. Door de narcose kan uw reactievermogen zijn verminderd. Bovendien kan de wond uw bewegingsvrijheid beperken.
Mochten er vragen of problemen zijn na uw ontslag, dan zijn er drie mogelijkheden:
  • U bent ontslagen vanuit het LUMC en bent nog niet bij uw longarts op de polikliniek geweest. Neem dan contact op met de verpleegafdeling Longziekten of Thoraxchirurgie van het LUMC.
  • U bent overgeplaatst naar een ander ziekenhuis en bent nog niet bij uw longarts op de polikliniek geweest; dan neemt u contact op met uw eigen longarts.
  • U bent op controle geweest bij uw longarts; dan neemt u contact op met uw eigen longarts.
In de volgende gevallen dient u altijd contact op te nemen:
  • koorts hoger dan 38 graden 
  • veranderingen bij de wond zoals toenemende roodheid en/of pijnklachten en/of lekkage van vocht vanuit de wond
  • toenemende kortademigheid en/of pijnklachten

Verder herstel

  • Het is de bedoeling dat u zo snel mogelijk weer in uw oude ritme komt. Het is niet nodig om uw bed in de huiskamer neer te zetten. Ook ’s ochtends lang in bed liggen en ’s avonds vroeg naar bed gaan is niet nodig.
  • U begint met activiteiten die u gemakkelijk aankunt. De zwaarte en duur van de activiteiten kunt u geleidelijk aan opvoeren. U moet steeds uitproberen tot hoever u kunt gaan zonder overmatig moe te worden of kortademig. Dit geldt ook voor sociale activiteiten zoals bezoek ontvangen.
  • Vanuit het LUMC wordt voor de thuissituatie geen fysiotherapie of revalidatie voorgeschreven. Wel is er o.a. in het Rijnlands Revalidatiecentrum een revalidatieprogramma specifiek na longoperaties. U kunt bij uw eigen longarts informeren of dit voor u van toepassing is

Heeft u en/of uw naasten behoefte aan verdere begeleiding dan kunt u contact opnemen met maatschappelijk werk van het LUMC. Voor mensen met longkanker bestaat de patiëntenvereniging Longkanker (zie voor gegevens hieronder).

Contact

Postadres

Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)
Afdeling Thoraxchirurgie, J9-P
Afdeling Longziekten, C8-P
Postbus 9600
2300 RC Leiden

Bezoekadres

Albinusdreef 2
Leiden 

Belangrijke telefoonnummers

LUMC, algemeen nummer 071- 526 91 11
Thoraxchirurgie, verpleegafdeling 071-  526 5027 of 071-5262697 
Longziekten, verpleegafdeling 071 - 526 2212
Planningssecretariaat Hartcentrum 071 - 526 23 55

Patiëntenvereniging

Stichting Longkanker
p/a NFK
Postbus 8152
3503 RD Utrecht
Tel.: 0800-0226622 (gratis)
Website: www.kankerpatient.nl/longkanker/
Email: info@longkanker.nfkpv.nl


Augustus 2017