Inwendige bestraling van de baarmoederhals

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Radiotherapie

In deze folder vindt u informatie over de behandeling van baarmoederhalskanker door middel van inwendige bestraling.

Bij deze behandeling is er doorgaans sprake van een combinatie van uit- en inwendige bestralingen. De uitwendige bestralingen worden eerst gestart, gevolgd door de inwendige bestraling. Deze inwendige bestraling wordt doorgaans 3 keer toegepast, maar wordt in sommige gevallen 1,2 of 4 keer gegeven. De behandeling wordt uitgevoerd door uw radiotherapeut. Deze geeft u vooraf uitleg over de behandeling. U krijgt ook een afspraak met een van de brachylaboranten. Deze geeft u verdere uitleg over de inwendige bestraling en zal u de bijbehorende afspraken geven. Deze folder is bedoeld als aanvulling op de informatie die u reeds heeft gekregen, zodat u dit thuis nog eens rustig kunt na lezen. Mocht u hierna nog vragen hebben, aarzel dan niet deze te stellen aan uw radiotherapeut, de (brachy)laborant of de verpleegkundige.

Wat is inwendige bestraling?

Inwendige bestraling wordt ook wel brachytherapie genoemd. Brachy betekent ‘op korte afstand, dichtbij’. Bij u zal het baarmoederhalsgebied van dichtbij bestraald worden door middel van 3 applicatoren. Dit zijn in feite holle kunststof buisjes waarvan er 1 via de baarmoederhals in de baarmoeder wordt ingebracht. De andere 2 buisjes, die zijn omgeven door eivormige bolletjes (ovoïden genoemd), komen boven in de vagina tegen de baarmoedermond te liggen. Soms wordt er bij de 2e en/of de 3e fractie brachytherapie ook nog een aantal extra holle buisjes ingebracht vlak naast de baarmoederhals. Deze zijn dan nodig om de bestraling nog beter te richten op de tumor of juist om de gezonde organen nog beter te ontzien (zie afbeelding 1.)

bestralingstoestel

afbeelding 1

De applicatoren worden op de operatiekamer (OK) ingebracht terwijl uw onderlichaam verdoofd is door middel van een ruggenprik.

Bij de ruggenprik wordt er een slangetje ingebracht waardoor de verdoving nog een aantal uren langer blijft doorwerken. Na het inbrengen van de applicatoren kunt u toch een ongemakkelijk en/of licht pijnlijk (branderig) gevoel in de onderbuik en vagina voelen.

De bestraling wordt inwendig, dus via de applicatoren gegeven. Door middel van een speciaal bestralingsapparaat kan een hele kleine bestralingsbron in de applicatoren worden gebracht. Hiervoor worden dunne toevoerslangen aan het bestralingsapparaat en aan het uiteinde van de applicatoren gekoppeld. Via deze toevoerslangen komt de bestralingsbron gedurende een aantal minuten in de applicatoren te liggen, precies op de plek waar de bestraling gegeven moet worden. Na afloop van de bestraling komt de bron weer in het bestralingsapparaat terug, worden de toevoerslangen losgekoppeld en de applicatoren verwijderd.

Het bestralingsapparaat staat op de afdeling radiotherapie in een kamer die speciaal geschikt is voor de brachytherapie.

Waarom inwendige bestraling?

De inwendige bestraling heeft als voordeel dat er heel plaatselijk op het gebied waar de tumor in de baarmoederhals zit veel straling gegeven kan worden. Dit terwijl het omliggende (gezonde) weefsel veel minder straling krijgt.

Voorbereidingen

In de periode van de uitwendige bestraling krijgt u een afspraak met de brachylaborant.

Deze bespreekt de gang van zaken met u en regelt een afspraak voor u bij de polikliniek anesthesie. Deze polikliniek hanteert een inloopspreekuur waardoor het goed te combineren is met bijvoorbeeld een afspraak voor uitwendige bestraling. Houdt u hierbij wel rekening met wachttijd. U krijgt een informatiegesprek over de regionale anesthesie (ruggenprik). Bij uitzondering kan het zijn dat algehele narcose nodig is. Neem bij u bezoek aan de polikliniek anesthesie uw medicijnlijst mee.

U krijgt van de brachylaborant een klysma (microlax) mee die u zelf thuis, de avond voor de inwendige bestraling, moet gebruiken. Het klysma zorgt ervoor dat de endeldarm leeg is tijdens het inbrengen van de applicatoren.

De behandeling 

Op de dag van de behandeling meldt u zich op de verpleegafdeling Gynaecologie (J8). Hier houdt de verpleegkundige een kort intake gesprek met u. Vervolgens krijgt u een OK jasje aan en wordt u voorbereid om naar de OK te gaan. U wordt met bed en al naar de OK gereden. Hier zal de anesthesist eerst beginnen met het prikken van de ruggenprik. Wanneer de verdoving helemaal goed is ingewerkt, zal de radiotherapeut beginnen met inwendig onderzoek. Dit om te beoordelen wat het effect is van de tot dan toe gegeven bestralingen. Vervolgens wordt er een blaaskatheter ingebracht. Dan kan begonnen worden met het inbrengen van de applicatoren.

Baarmoederhalsbestraling

Afbeelding 2

Een van deze applicatoren komt in de baarmoeder te liggen, de andere twee tegen de baarmoedermond aan (zie afbeelding 2).

Eventueel worden er nu nog extra buisjes vlak naast de baarmoederhals geplaatst. Met een echo apparaat wordt (via de buik) gekeken of de applicator goed in de baarmoeder ligt. Als laatste wordt er nog een lang gaas in de vagina gebracht. Dit zorgt er voor dat de applicatoren zo min mogelijk kunnen bewegen. Toch blijft het belangrijk, wanneer u weer in uw bed ligt, zoveel mogelijk ontspant en de benen zo min mogelijk beweegt.

Nu is de ingreep klaar en wordt u naar de verkoever gebracht. Hier wordt u even geobserveerd. Daarna wordt u door de brachylaborant opgehaald. Deze begeleidt u naar de röntgenafdeling voor een MRI scan. Soms wordt in plaats hiervan een CT scan gemaakt op de bestralingsafdeling. Met behulp van deze scan wordt het gebied dat moet worden bestraald,  precies bepaald.

Na de scan wordt u terug gebracht naar uw kamer op de verpleegafdeling gynaecologie. Hier zult u ongeveer 2 uur liggen wachten tot de arts en brachylaborant het bestralingsplan klaar hebben. U mag gedurende die tijd bezoek ontvangen.

Wanneer het bestralingsplan klaar is, wordt u naar de bestralingafdeling gebracht. Hier wordt het bestralingsapparaat via toevoerslangen aan de applicatoren gekoppeld. De radiotherapeut en brachylaborant zullen daarna de kamer verlaten en vanuit de bedieningsruimte ernaast zal de bestraling gestart worden. Omdat u tijdens de bestraling alleen in de kamer ligt wordt u bewaakt door middel van een camera. Op een monitor in de ruimte ernaast kunnen we u zien. Het is mogelijk om gedurende de bestraling een boek te lezen of een dvd te kijken. Deze kunt u zelf van thuis meenemen maar er zijn ook een aantal dvd’s op de afdeling.

De bestraling duurt gemiddeld 10-20 minuten. De bestralingsbron wordt automatisch naar de applicator gestuurd. U hoort het apparaat dan zoemen, maar van de bestraling zelf voelt of ziet u niets. Het apparaat houdt exact bij hoeveel bestralingstijd er verstreken is. Na de bestraling gaat het bronnetje automatisch terug naar de kluis. De bestraling is klaar en de arts en brachylaborant zullen direct weer naar u toe komen.

Na afloop van de bestraling worden de applicatoren weer verwijderd. De verdoving is dan nog niet helemaal uitgewerkt. Hierna wordt u teruggebracht naar de afdeling Gynaecologie. Daar worden het slangetje van de ruggenprik en de blaaskatheter verwijderd. U blijft daarna nog 2 uur op de verpleegafdeling tot het gevoel en de kracht in de benen weer helemaal terug zijn en het plassen goed gaat. U krijgt dan ook een prik ter voorkoming van trombose. Daarna kunt u in principe naar huis. Meestal is dit aan het einde van de middag.

Na de bestraling

In de eerste dagen na de bestraling kan het plassen branderig zijn. Het is daarom belangrijk dat u deze dagen veel blijft drinken. Neem bij twijfel contact op met uw behandelend radiotherapeut.

De inwendige bestraling vindt doorgaans 3 keer plaats, met een week ertussen. De gehele procedure wordt dus na een week herhaald en duurt per keer in totaal ongeveer 6 uur. Enkele weken na afloop van de bestralingen krijgt u een controle afspraak op de polikliniek bij uw behandelend radiotherapeut. Deze afspraak is om te bespreken hoe het na de bestraling is gegaan en of u nog klachten heeft. Doorgaans wordt er dan ook een inwendig onderzoek gedaan.

Tot slot

Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben, of dit doet zich voor in de periode na ontslag uit het LUMC, dan kunt u daarmee altijd terecht bij uw behandelend radiotherapeut, via telefoonnummer: 071-526 3032, of bij de brachylaboranten van de afdeling radiotherapie, telefoonnummer:  071-526 1714.


Mei 2011 - 200/4