Wonddrain, instructie

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en)

Keel- neus- oorheelkunde



Deze folder ontvangt u wanneer u, in overleg met de KNO arts, heeft besloten naar huis te gaan met een wonddrain. U  leest in deze folder hoe de drain verzorgd moet worden. Tijdens de opname in het ziekenhuis zal de verpleegkundige u hierover instrueren. 

Een wonddrain

Een wonddrain wordt geplaatst om bloed en wondvocht uit het wondgebied af te voeren. Het is een dun slangetje van zacht plastic, waarvan een deel voorzien is van kleine gaatjes. Het gedeelte met de gaatjes wordt tijdens de operatie in het wondgebied geplaatst. Het gedeelte zonder gaatjes loopt buiten  de wond en buiten het lichaam naar een opvangsysteem. Dit opvangsysteem  is een plastic pot die vacuüm is. Deze pot wordt ook wel redondrain of vacuümdrain genoemd. 

De verzorging van de wonddrain

Contoleer de drain twee keer per dag, op een vast tijdstip. Let daarbij op het volgende:

  • Plak het slangetje van de drain met een pleister, in een bochtje, op de huid vast, zodat er niet direct aan getrokken wordt.
  • Het witte schuifje boven  het opvang-systeem moet open staan, zodat het wondvocht daarin kan lopen.
  • De drain moet vacuüm zijn; dit is het geval wanneer het harmonicaatje op de pot is ingedeukt.

vacuum

  nieut vacuum

Vacuüm

  Niet vacuüm

  • Het is van belang dat wondvocht zonder problemen kan aflopen naar de pot, het slangetje mag niet geknikt zijn.
  • Kijk hoe de insteekopening eruit ziet, dit kan een beetje rood zijn.
  • De kleur van het wondvocht. De eerste dagen  is dit meestal helder rood, er loopt bloed en wondvocht af. Het bloed vormt soms kleine sliertjes. Later wordt het helderder van kleur er loopt alleen nog wondvocht af.

Drainproductie

In het ziekenhuis wordt door de verpleegkundige per dag bijgehouden hoeveel de drain produceert. Thuis moet u zelf de drainproductie bijhouden. Het aftekenen en uitrekenen van de hoeveelheid vloeistof dient u bij voorkeur ’s ochtends op een vast tijdstip te doen.

drainproductie

  1. Zet de drainfles op een gladde, rechte ondergrond
  2. Noteer de datum
  3. Noteer de totale hoeveelheid vloeistof die in de pot zit
  4. Bekijk nu wat de productie is in 24 uur 

Is de hoeveelheid per 24 uur 20 ml of minder, neem dan contact op met de verpleegafdeling. U kunt dan in de loop van de dag langs komen om de drain te laten verwijderen. 

Redenen om contact op te nemen met het ziekenhuis

Neem altijd contact op wanneer een van de volgende situaties zich voordoet:

  • De opvangpot is (bijna) vol.
  • De drain is niet meer vacuüm.
  • U heeft een temperatuur hoger dan 38ºC.
  • De insteekopening of het wondgebied is vuurrood, gezwollen en/of warm of pijnlijk.
  • De drainproductie  is 20 ml of minder per 24 uur. 

Nog enkele zaken

In principe is er geen bezwaar om met een drain te douchen, de wond moet echter wel droog blijven. 

U kunt het beste gemakkelijk zittende kleding dragen, zodat de drain niet afgekneld kan raken. 

Als u zit of ligt heeft het de voorkeur dat de drainpot  onder het niveau van de wond staat. Als u dus op bed ligt kunt de pot het beste op de grond neerzetten. 

Tot slot

Wanneer u vragen heeft over de verzorging van de drain zijn onderstaande nummers beschikbaar.
Belt u in eerste instantie de afdeling waar u heeft gelegen.

Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)
Verpleegafdeling Dagbehandeling: J8-R, telefoonnummer: 071-5264469
Gesloten:  ’s avonds na 20.00 uur en in het weekend
Verpleegafdeling Kortverblijf: J8-Q,, telefoonnummer: : 071-5264837
Gesloten: zaterdag na 14.00 tot maandag 07.00 uur
Verpleegafdeling Chirurgie: 1 J10-Q, telefoonnummer: 071-5264686
Albinusdreef 2
Postbus 9600
2300RC Leiden

Voor vragen na ontslag:
Telefoonnummer polikliniek KNO: 071-5268020 ( binnen kantooruren)
Voor contact buiten kantooruren en overleg met de KNO arts:
Als u op de dagbehandeling en kort verblijf afdeling heeft gelegen belt u de kortverblijfafdeling.
U wordt automatisch  doorverbonden met de telefoniste als de afdeling gesloten is. De telefoniste kan voor u de dienstdoende KNO arts bellen.

Maart 2015