Elektroconvulsietherapie (ECT)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Psychiatrie

Deze folder geeft informatie over de behandeling met Elektro Convulsie Therapie (ECT), zoals die in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) wordt toegepast.

Wat is ECT?

ECT is een psychiatrische behandeling die kan worden toegepast bij verschillende ziekten. Deze behandeling werd in 1939 in Nederland geïntroduceerd. Sindsdien is deze behandeling uitgebreid toegepast en in de loop van de jaren verder verfijnd. Inmiddels is zowel binnen als buiten Nederland veel ervaring opgedaan met deze behandeling. Daaruit is gebleken dat ECT een veilige en zeer doeltreffende behandeling is.

De werking en toepassingen van ECT

ECT wordt vooral toegepast bij mensen die lijden aan een stemmingsstoornis, meestal een ernstige depressie. Bij depressies is onder andere het evenwicht verstoord geraakt van bepaalde chemische stoffen in de hersenen (zoals de neurotransmitter serotonine).

Deze stoffen zorgen ervoor dat boodschappen van de ene naar de andere hersencel worden doorgegeven. Gebleken is dat een korte stroomstoot, zoals gegeven wordt bij ECT, een algehele ontlading van de hersencellen geeft (een ‘epileptische aanval’ met spiertrekkingen). Door herhaaldelijke ontladingen kan het verstoorde evenwicht worden hersteld, ontstaan er nieuwe contacten tussen hersencellen en verdwijnen in de meeste gevallen de ziekteverschijnselen na verloop van tijd.

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie adviseert om tot ECT over te gaan wanneer gebleken is dat andere vormen van behandeling voor de depressie (zoals medicijnen of gesprekstherapie) niet voldoende hebben geholpen. Soms kan ECT in een eerder stadium geadviseerd worden, wanneer door de ernstige depressie een levensbedreigende situatie is ontstaan (bijvoorbeeld uitdroging doordat de patiënt niet meer kan drinken).

ECT wordt dan in een eerder stadium van de behandeling toegepast. De patiënt wordt door de behandelend arts en psychiater voorgelicht over de behandeling, het te verwachten effect en de kans op bijwerkingen. De patiënt of zijn wettelijk vertegenwoordiger (zoals een partner of eerstegraads familielid) wordt gevraagd schriftelijke toestemming voor behandeling te geven. Alleen dan kan tot behandeling worden overgegaan.

ECT in het LUMC

De patiënt wordt opgenomen op de kliniek Psychiatrie van het LUMC. Bij opname wordt de patiënt zowel lichamelijk als psychiatrisch onderzocht door de behandelend zaalarts (arts in opleiding tot psychiater). Ook de psychiater en anesthesioloog onderzoeken de patiënt voorafgaande aan de eerste ECT. De indicatie tot ECT wordt gesteld door de behandelend zaalarts en psychiater, meestal na een korte observatieperiode. Vaak is aanvullend onderzoek nodig voor aanvang van de ECT, bestaande uit bijvoorbeeld een longfoto, hartfilmpje en laboratoriumonderzoek.


De ECT vindt tweemaal per week plaats. De behandeling wordt uitgevoerd door een psychiater (en zaalarts), een anesthesioloog en een verpleegkundige. De patiënt moet nuchter zijn. Dat wil zeggen dat de patiënt de dag voorafgaande aan de behandeling vanaf 24.00 uur niets meer mag eten, drinken (behalve wat water) en niet meer mag roken. De behandeling vindt plaats onder een kortdurende algehele narcose.

De patiënt wordt voorbereid zoals gebruikelijk is voor een behandeling onder narcose. Op de kliniek wordt de temperatuur, de pols en de bloeddruk gemeten. De patiënt draagt een operatiehesje of pyjama/nachthemd met knoopjes en dient geen make-up, nagellak, huidcrème of haargel opgedaan te hebben. Daarnaast mogen de haren tijdens de behandeling niet geverfd of gepermanent worden.

Eventuele sieraden en prothesen (kunstgebit of plaatje) moeten worden af/uitgedaan. Een medewerker van het patiëntentransport van het ziekenhuis brengt de patiënt naar het operatiecomplex. De behandelkamer waar de ECT plaatsvindt, bevindt zich in het operatiecomplex van het LUMC.

Op de holding krijgt de patiënt een infuusnaald ingebracht in een bloedvat van de hand of arm. De patiënt wordt aangesloten op de (hart)bewakingsapparatuur en de psychiater plakt elektroden op het hoofd voor de registratie van de hersenactiviteit. De anesthesioloog dient vervolgens via het infuus een slaapmiddel toe, waarna de patiënt vrijwel direct in slaap valt. Hierna krijgt de patiënt wederom via hetzelfde infuus een spierverslappend medicijn toegediend, waardoor er geen schokkende spierbewegingen ontstaan zoals bij een echte ‘epileptische aanval’. Door de psychiater wordt, via twee elektroden op het hoofd een enkele seconden durende, zorgvuldig gecontroleerde elektrische stroom gegeven.

Hierdoor treedt een korte epileptische aanval op met nauwelijks zichtbare spiertrekkingen in het lichaam die vanzelf weer ophoudt. De patiënt merkt daar niets van. Binnen enkele minuten na de stroomtoediening komt de patiënt weer bij uit de narcose, in de tussentijd wordt de patiënt kortdurend beademd met behulp van een beademingsballon. De gehele procedure neemt in het algemeen minder dan 15 minuten in beslag.

De patiënt gaat eerst naar de uitslaapkamer. Hier controleren gespecialiseerde verpleegkundigen de patiënt regelmatig. Als de narcose is uitgewerkt en de patiënt zich goed voelt, wordt hij of zij weer teruggebracht naar de kliniek Psychiatrie. Na het bijkomen uit de narcose kunnen sommige patiënten kortdurend licht verward zijn. Dit is niet verontrustend.

Op de kliniek is er de mogelijkheid om een fotoboek over ECT in te zien (ook voor familie en direct betrokkenen van de patiënt), bij voorkeur samen met een verpleegkundige die uitleg kan geven en uw eventuele vragen kan beantwoorden. De patiënt dient voor zichzelf goed te overwegen of hij of zij, door beeldmateriaal te zien, niet angstig wordt. Dit is bij sommige patiënten wel eens het geval. Het fotoboek kan natuurlijk ook later ingekeken worden.

Risico’s en bijwerkingen

ECT is een veilige behandelvorm met in het algemeen weinig bijwerkingen. Als er al sprake is van bijwerkingen zijn deze meestal van voorbijgaande aard. Zo kunnen direct na de ECT kortdurend verwardheid, geheugenklachten en concentratieproblemen ontstaan. Op het voorkomen van en omgaan met geheugenklachten tijdens ECT wordt hieronder verder ingegaan. Uitgebreid en jarenlang wetenschappelijk onderzoek heeft niet aangetoond dat ECT permanente schade toebrengt aan de hersenen. Soms geeft de narcose enige bijwerkingen, zoals misselijkheid, hoofdpijn en/of spierpijn. In het algemeen leidt ECT tot minder ernstige bijwerkingen dan een behandeling met zogenaamde antidepressiva.

Zoals bij elke medische ingreep is er een kleine kans op complicaties. Sommige mensen reageren bijvoorbeeld allergisch op de medicijnen voor de narcose. Dit risico is zeer gering door zorgvuldig medisch onderzoek vooraf. Tijdens de gehele ECTprocedure wordt de patiënt continue bewaakt en indien nodig kan daardoor snel en adequaat worden gereageerd.

Tijdens een ECT traject wordt het gebruik van alcohol en drugs sterk afgeraden en mag de patiënt niet auto rijden. De narcose en de ECT zelf kunnen de rijvaardigheid nadelig beïnvloeden. Voor wat betreft het autorijden na beëindigen van de ECT wordt u geadviseerd met uw behandelend psychiater te overleggen en de richtlijnen van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te raadplegen.

Resultaten van ECT

Gemiddeld blijken 10 tot 20 behandelingen (in 5 tot 10 weken) voldoende te zijn. Veel patiënten knappen door ECT snel op, soms begint dat al na 3 of 4 behandelingen. Bij anderen zijn meer behandelingen nodig. Bij de meeste patiënten (50 – 90%) wordt een goed resultaat bereikt. Meestal wordt de patiënt na het ECT traject ingesteld op medicijnen om een terugkeer van de depressie te proberen te voorkomen. Ook moeten goede afspraken worden gemaakt over de verdere vervolgbehandeling. Opmerkelijk is dat in de beginfase van de ECT anderen (bijvoorbeeld familie of verpleegkundigen) de eerste verbeteringen eerder merken dan dat de patiënt die zelf opmerkt.

Na behandeling met ECT en het instellen op medicatie is het belangrijk dat de patiënt de kans krijgt aan het nieuwe evenwicht te wennen. Sommige patiënten zijn lang ziek geweest. Ook het lichaam moet vaak herstellen van de ernstige ziekte, wennen aan de opbouw van de antidepressieve medicatie, en heeft veel rust nodig. Gebruik van alcohol en drugs wordt in deze herstelperiode sterk ontraden. De psychiater zal in overleg met de patiënt, zijn familie of direct betrokkenen de uiteindelijke ontslagdatum bespreken. Soms kunnen patiënten direct terug naar huis, andere patiënten worden teruggeplaatst naar het ziekenhuis dat hen heeft verwezen.

Beeldvorming over ECT

Patiënten die ECT ondergaan, zijn vaak al lange tijd ziek en zien ECT als laatste redmiddel. Op de kliniek Psychiatrie wordt dit niet zo gezien. ECT is op een bepaald moment de juiste behandeling, maar wellicht dat medicatie en/of psychologische behandeling in de toekomst weer een meer geschikte behandeling is.

Het kan zijn dat de patiënt en de familie of andere betrokkenen met negatieve verhalen uit de media te maken krijgen. ECT is een behandeling waarover wel eens verkeerde veronderstellingen en negatieve associaties bestaan. Er rust bij sommigen mensen een stigma op ECT. Het kan zijn dat, gezamenlijk met een negatief zelfbeeld van de patiënt, het leidt tot meer angst voor de behandeling. Meldt dit bij de behandelend zaalarts en de verpleging, zij zullen proberen de patiënt zo veel mogelijk gerust te stellen door het geven van de juiste informatie en het bieden van steun. Het is niet altijd mogelijk om de angst volledig weg te nemen. Op het internet is veel onjuiste informatie te vinden. Goede websites zijn:

De praktische kanten van de ECT

In de aanloop naar de ECT komt het vaak voor dat de medicatie die de patiënt gebruikt, moet worden afgebouwd. Dit kan een moeilijke periode voor de patiënt zijn omdat de medicatie weliswaar niet goed genoeg werkte maar toch wel wat verlichting gaf. Familie en direct betrokkenen kunnen de patiënt steunen door samen iets ter afleiding te doen, zoals een wandeling maken, of een tijdschrift doorbladeren.

In het begin van de ECT houdt het effect van een enkele ECT sessie nog niet zo lang aan. Het kan frustrerend zijn voor de patiënt om zich na de ECT iets beter te voelen om daarna weer terug te vallen. Het effect zal steeds langer aanhouden totdat de patiënt hersteld is.  

Hulpverleners, familieleden en direct betrokkenen zien de patiënt doorgaans sneller opknappen dan de patiënt dit zelf ervaart. De symptomen van de sombere stemming knappen vaak pas als laatste op. Deze verbetering is vaak te merken aan een veranderende blik in de ogen, een meer levendige mimiek en een minder geremde motoriek (het bewegen). Het kan frustrerend voor de patiënt zijn om dit steeds te horen terwijl hij of zij nog niets ervaart. Voor familie en direct betrokkenen is het belangrijk niet steeds de nadruk op verbetering te leggen, maar er wordt wel geadviseerd de patiënt te vertellen dat er wel degelijk verbetering gezien wordt.  

Een klein aantal patiënten is na de ECT kortdurend gedesoriënteerd (weet dan bijvoorbeeld niet goed waar hij is, hoe laat het is of welke dag het is). Het kan helpen om even contact te hebben met een vertrouwd persoon. Familie of direct betrokkenen zijn welkom om de patiënt direct na de ECT op de kliniek te bezoeken of telefonisch contact te hebben. Uiteraard zal de patiënt extra ondersteuning krijgen van de verpleging. Deze desoriëntatie of verwardheid gaat vanzelf weer over.

Evaluatie van het ECT traject

De voortgang van de behandeling wordt continue in de gaten gehouden door het behandelteam van de kliniek Psychiatrie. In het wekelijkse voortgangsgesprek wordt er aandacht aan geschonken. Echter niet elke ECT wordt per keer geëvalueerd, vaak worden er afspraken gemaakt na hoeveel ECT’s er een evaluatie plaats vindt zodat er beslissingen over het vervolg gemaakt kunnen worden.

Aan het begin van de ECT wordt de ernst van de verschijnselen door middel van vragen en/of observatielijsten vastgelegd. Na de start van de ECT worden de vragen en/of observatielijsten bijna elke week afgenomen, zodat de vooruitgang kan worden gevolgd. De uitslag wordt naast de observaties van de psychiater, de verpleegkundigen, de familie, direct betrokkenen en natuurlijk de patiënt gebruikt om het effect van de behandeling te beoordelen/evalueren.

Een aantal patiënten herkent signalen van verbetering of terugval, maar omdat dit niet bij iedereen het geval is, is het belangrijk om de behandeling goed te evalueren. Daarbij is het soms lastig te herkennen of het beter gaat met de patiënt omdat het niet van de ene op de andere dag beter gaat; het is een geleidelijke stijgende lijn. Patiënten moeten soms worden gewezen op de signalen die verbetering aangeven. Familie of direct betrokkenen kunnen hierbij ook een rol spelen.

Bij het nemen van de beslissing wat betreft doorgaan of stoppen met de ECT wordt ook de indruk van de familie of direct betrokkenen gevraagd omdat zij de patiënt goed kennen en een goede indruk kunnen geven in welke mate de patiënt hersteld is.

Op een bepaald moment tijdens de behandeling gaat de patiënt op weekendverlof. Familie of direct betrokkenen kunnen helpen om de stap naar huis te maken en de patiënt te begeleiden bij het oppakken van het leven thuis. Het verlof zal worden voor- en nabesproken met een verpleegkundige.

Geheugenklachten als bijwerking van ECT

Patiënten die ECT ondergaan, kunnen last krijgen van (tijdelijke) geheugenklachten als bijwerking. Deze klachten komen bij ongeveer 70% van de patiënten in meer of mindere mate voor, zijn hinderlijk in het dagelijks leven en kunnen zorgen voor onzekerheid.

Bij ECT kan de patiënt zowel last hebben van klachten van het korte- als het
langetermijngeheugen. Bij klachten van het kortetermijngeheugen heeft de patiënt bijvoorbeeld moeite om nieuwe gegevens in te prenten en om zich gebeurtenissen te herinneren die kort tevoren gebeurd zijn.

Bij klachten van het langetermijngeheugen kan de patiënt moeite hebben met het zich herinneren van feiten, namen, woorden en gebeurtenissen van langer geleden, of bepaalde vaardigheden die wij eerder geleerd hebben zoals de televisie of het koffiezetapparaat bedienen.

Waarom geheugenklachten een bijwerking van ECT zijn, is niet goed bekend. Zoals eerder aangegeven veroorzaakt ECT geen schade aan te hersenen. Door de ECT ontstaan er juist meer contacten tussen de verschillende hersencellen en verbetert de functie. Veel mensen met een depressie, ook degenen die niet behandeld worden met ECT, hebben geheugenklachten. Deze geheugenklachten zijn dan als het ware een onderdeel van de depressie. Daarnaast blijkt er een verschil te zijn in wat patiënten met een depressie aan geheugenklachten ervaren en wat bij testen gemeten wordt.

De depressie maakt dat veel van de patiënten hun geheugenklachten door een extra donkere bril zien en ervaren. De leeftijd van de patiënt en de ernst van de depressie blijken geen risicofactoren te zijn voor het ontstaan van geheugenklachten als bijwerking van ECT. De aanwezigheid van cognitieve stoornissen tevoren, zoals (een beginnende) dementie, is wel een risicofactor.

Na staken van de ECT verbetert bij de meeste patiënten het geheugen vanzelf binnen enkele weken. Het herinneren van recente dingen en van wat vlak voor de ECT gebeurd is en het inprenten van nieuwe informatie keert weer terug tot het oude niveau of beter. Een klein deel van de patiënten (minder dan 5%) heeft een jaar na het stoppen van de ECT nog steeds wat geheugenklachten.

Het gaat dan met name om verlies van oude herinneringen. Bij mensen met een ernstige psychotische depressie is er vaak sprake van verlies van herinnering aan de episode dat zij heel ernstig ziek waren. Dit wordt ook wel gezien bij patiënten die een hele ernstige lichamelijke ziekte hebben doorgemaakt.

Vóór, tijdens en na de ECT zal de psychiatrische testverpleegkundige testen bij de patiënt afnemen om onder andere het geheugen van een patiënt in kaart te brengen en te kunnen vervolgen. Indien mogelijk worden die testen ook enige tijd na het stoppen van de ECT herhaald. Omdat zoals eerder aangegeven, er verschillende onderdelen van het geheugen onderscheiden kunnen worden, kunnen er verschillende testen worden afgenomen. Daarnaast wordt de patiënt gevraagd om, voor de eerste ECT en na de laatste ECT, speeksel af te geven. Dit speeksel wordt afgenomen via een watje waarop de patiënt kauwt en waarin speeksel wordt opgenomen.

In dit speeksel wordt het stress-hormoon cortisol gemeten. Er zijn aanwijzingen dat er een relatie zou kunnen zijn tussen de cortisolgehaltes en klachten van het geheugen en de stemming. De kliniek onderzoekt dit omdat het ook van belang kan zijn voor de behandeling en voorlichting aan toekomstige patiënten die ECT ondergaan.

Verpleegkundigen kunnen de patiënt helpen bij het omgaan met geheugenklachten door:

  • steeds uitleg te geven over de relatie tussen de ECT en de tijdelijke verstoring in het geheugen;
  • de gelegenheid te geven gevoelens van frustratie en onmacht, die samenhangen met de situatie, te uiten;
  • informatie zo vaak als nodig te herhalen en eventueel op papier te zetten;
  • te helpen bij het uitvoeren van complexe handelingen, ze in kleine stukjes op te delen en samen met de patiënt de handelingen uit te voeren;
  • te helpen bepalen of activiteiten realistisch en haalbaar zijn op dat moment;
  • duidelijke opdrachten te geven;
  • te herinneren aan zaken die de patiënt vergeten is.

Verder is het belangrijk om de tijdelijke verstoring van het geheugen als bijwerking van ECT te accepteren. De patiënt kan hier tijdens de ECT weinig aan doen. Het trainen van uw geheugen tijdens de ECT helpt niet. Hieronder volgt een aantal tips die de patiënt zou kunnen helpen:

  • adviseer de patiënt te kiezen voor routinematig bekende taken en (complexe) nieuwe taken vermijden;
  • adviseer de patiënt een vaste dagindeling te maken waarin er een logische volgorde bestaat;
  • adviseer de patiënt voorwerpen op een opvallende of vaste plaats te leggen (zo voorkomt patiënt spullen kwijt te raken);
  • voorkom tijdsdruk. Denken en doen kosten wat meer tijd;
  • adviseer de patiënt taken zoveel mogelijk één voor één uit te voeren en niet verschillende taken gelijktijdig;
  • adviseer de patiënt regelmatig (kortere) rustpauzes in te lassen, wissel denken en doen af;
  • adviseer de patiënt goed voor zichzelf te zorgen door gezond te eten en regelmatig te bewegen;
  • adviseer de patiënt belangrijke informatie op papier (te laten) zetten. Adviseer het gebruik van consequent een opschrijfboekje of een agenda;
  • adviseer de patiënt gebruik te maken van een klok, een kalender, een telefoon, een agenda, een dag/weekprogramma, naamkaartjes en boodschappenbriefjes.

Daarnaast is het voor de patiënt belangrijk om anderen om hulp te vragen. Adviseer de patiënt bijvoorbeeld om familie of direct betrokkenen uit te leggen dat patiënt zaken tijdelijk vergeet en dat dit geen kwade opzet is. De patiënt kan verpleegkundige begeleiding hierbij vragen. Ook kan de patiënt direct betrokkenen vragen om te helpen herinneren aan dingen die de patiënt mogelijk zal vergeten.

Informatie voor familie of direct betrokkenen 

Als familie of direct betrokkene bent u welkom om aanwezig te zijn bij de (voorlichtings) gesprekken met de behandelend zaalarts en de verpleegkundige. Het is belangrijk dat naast de patiënt ook de direct betrokkenen goed geïnformeerd zijn en daardoor vertrouwen in de behandeling hebben. Dit is nodig zodat u de zorg voor de patiënt kunt volhouden en de patiënt maximaal kunt steunen.

Uit onderzoek is gebleken dat patiënten zich vaak niet herinneren dat zij over ECT geïnformeerd zijn, laat staan zich de informatie zelf herinneren. Ook blijkt dat patiënten de verstrekte informatie vaak niet goed begrijpen. Dit komt meestal door de depressie. Daarom is het goed  een verpleegkundige maar ook familie of direct betrokkene van de patiënt bij het voorlichtingsgesprekte betrekken.

Specifieke tips voor familie en direct betrokkenen met betrekking tot geheugenklachten:

  • Probeer de patiënt  niet te veel te controleren en te corrigeren als hij iets verkeerd doet. De kans is groot dat de patiënt daarvan gespannen raakt. Probeer te accepteren dat uw naaste tijdelijk het geheugen minder goed kan gebruiken. Vraag waarmee u kunt helpen en probeer te steunen.
  • Realiseer u dat het een tijdelijke situatie is, probeer de klachten met een bepaalde mildheid tegemoet te treden. Wanneer u bezorgd bent over de mate van geheugenklachten van de patiënt, raadpleeg gerust de behandelend zaalarts of begeleidend verpleegkundige.

Tot slot

Mocht u naar aanleiding van deze informatie over ECT nog vragen hebben, dan kunt u daarmee terecht bij de behandelend zaalarts, de behandelend psychiater en/of de verpleegkundige.
Telefoonnummer kliniek Psychiatrie LUMC: 071-5263706, polikliniek Psychiatrie: 071-5263785.


Juni 2014