Behandeling van Benzodiazepineverslaving

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Psychiatrie

In overleg met uw behandelend arts kunt u kiezen voor de behandeling van uw benzodiazepineverslaving. Door middel van een gespecialiseerde behandeling is het mogelijk om met minimale klachten de medicatie af te bouwen.
In deze folder vindt u informatie over de aanmeldingsprocedure en een beschrijving van de behandeling. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, dan kunt u telefonisch contact opnemen met de polikliniek Psychiatrie van het LUMC.

Inleiding

Benzodiazepinen zijn medicijnen die veel gebruikt worden door mensen die last hebben van angstklachten, slapeloosheid of overspannenheid. In eerste instantie hebben benzodiazepinen een dempend en rustgevend effect. Als benzodiazepinen langdurig gebruikt worden (meer dan drie maanden), werken ze verslavend. U heeft dan steeds meer benzodiazepinen nodig om rustig te blijven. Als u probeert te stoppen, levert dit klachten op. Deze klachten worden ontwenningsklachten genoemd. Door deze klachten beginnen de meeste mensen weer met het gebruik.

Naast de verslavende werking zijn er aan het gebruik van benzodiazepinen nog andere nadelen verbonden:

  1. Het opslaan van gegevens in het geheugen gaat minder goed, dat wil zeggen, u herinnert zich niet meer alles wat er gebeurt als u de medicatie heeft ingenomen.
  2. Uw bewegingen verlopen minder gecoördineerd en worden onzeker.
  3. Uw reactiesnelheid neemt af. Dit kan bijvoorbeeld in het verkeer of in bepaalde werksituaties levensgevaarlijk zijn.
  4. U heeft meer kans om te vallen omdat u duizelig bent en mogelijk evenwichts­stoornissen heeft. Hierdoor is uw risico op botbreuken groter.
  5. U wordt onder invloed van de medicatie onverschilliger, u heeft het gevoel dat dingen langs u heen gaan.
  6. U durft de deur niet meer uit zonder medicatie. U wordt angstig en onzeker als u geen voorraad meer heeft. 

Als u met uw medicatie gestopt bent, voelt u zich helderder en kunt u zich beter concentreren. U bent beter in staat om met problemen om te gaan en u zult het gevoel hebben dat u meer controle heeft over wat er in uw omgeving gebeurt. 

Aanmelding

U kunt voor de behandeling aangemeld worden door een psychiatrische instelling, een vrijgevestigde psychiater of de huisarts. Er vindt dan een intakegesprek plaats op de polikliniek. In dit intakegesprek worden uw problemen geïnventariseerd en wordt er met u gesproken over uw motivatie voor de afbouw van uw medicatie. In overleg met de arts wordt dan bepaald of uw behandeling het beste poliklinisch of klinisch, dat wil zeggen tijdens een opname, plaats kan vinden.

Afbouwschema

Alle verschillende benzodiazepinen hebben dezelfde werking op uw lichaam en geest. De werkingsduur verschilt per middel. Sommige werken lang en andere vrij kort (slaapmedicatie). Om de klachten die u zou kunnen krijgen bij het afbouwen en het stoppen van benzodiazepinen te minimaliseren, krijgt u medicatie, namelijk diazepam (valium). De benzodiazepine die u gebruikt wordt omgerekend naar een vergelijkbare dosis diazepam. Diazepam werkt lang en bij afbouw verdwijnt het langzaam uit uw lichaam, zodat de kans dat u ontwenningsklachten zult krijgen veel kleiner wordt. Uw eigen lichaam en hersenen merken geen verschil, want diazepam werkt net zo als iedere andere benzodiazepine.  

Er zijn twee afbouwschema’s: 

Schema 1 Bij gebruik tot 40 mg diazepam per dag (of een vergelijkbare dosis van een ander benzodiazepine) ziet het er als volgt uit: 

week 1Uw medicatie wordt omgezet in een even sterke dosis diazepam (Valium). U zult in deze eerste week geen verschil merken omdat u nog net zo veel medicatie gebruikt als voor het afbouwen.
week 2U gebruikt nog 75% van de begindosis diazepam (3/4)
week 3U gebruikt nog 50% van de begindosis diazepam (1/2)
week 4U gebruikt nog 25% van de begindosis diazepam 1/4)
week 5U gebruikt nog 12½ % van de begindosis diazepam (1/8)
week 6U gebruikt geen diazepam meer.

Schema 2 Bij gebruik van 40 mg of meer diazepam per dag (of een vergelijkbare dosis van een ander benzodiazepine) wordt de dosis gedurende 30 dagen met 1/30 deel verlaagd. 

Ontwenningsklachten

Ontwenningsverschijnselen kent u wellicht als u zelf wel eens met de medicatie gestopt bent. Deze klachten kunnen, maar hoeven niet op te treden. Ontwenningsklachten komen nauwelijks voor als u volgens het afbouwschema de medicatie afbouwt. Hieronder treft u de verschijnselen aan die op kunnen treden:

  1. angst- en slaapklachten (angst, alertheid, prikkelbaarheid, onrust, slapeloosheid, trillingen, spiertrekkingen)
  2. sensorische stoornissen (overgevoeligheid voor licht, geluid en/of aanraking, verandering van gezichtsvermogen, smaak en/of reuk, evenwichtsstoornissen en prikkelende gevoelens)
  3. lichamelijke klachten (hartkloppingen, zweten, diarree, buikpijn)
  4. zeer zelden voorkomende klachten (epileptische aanvallen, verwardheid, paranoïde wanen, hallucinaties). 

De aanwezigheid van ontwenningsklachten wordt elke week door middel van een klachtenlijst (de Tyrerlijst) bij u geïnventariseerd, zodat wij u er zo goed mogelijk bij kunnen helpen. Onze ervaring is dat onze patiënten slechts lichte klachten hebben. Als u ontwenningsklachten krijgt, zijn deze binnen één à twee weken nadat u gestopt bent verdwenen

Poliklinische behandeling

Bij poliklinische behandeling wordt meestal het eerste afbouwschema gevolgd. U komt wekelijks op onze polikliniek. Met de arts bespreekt u hoe het gaat met de afbouw van de medicatie en de mogelijke klachten die dit oplevert. Wekelijks krijgt u een vragenlijst over de mogelijke ontstane klachten. In de eerste week van uw behandeling wordt u een aantal vragen gesteld. Dit gebeurt aan de hand van enkele vragenlijsten. Dit wordt direct na de afbouw en drie maanden nadat u gestopt bent herhaald om te kijken of verbeteringen zijn opgetreden en welke dat zijn.

In de gesprekken met de arts wordt u ook geholpen om met uw klachten om te gaan, bijvoorbeeld door middel van ontspanningsoefeningen, een slaapcursus en tips en adviezen. De poliklinische behandeling duurt ongeveer zes weken. Daarna wordt samen met u bekeken of er nog andere psychiatrische klachten of stoornissen zijn die verder behandeld moeten worden. Na geslaagde afbouw krijgt u gedurende 3 maanden elke maand een vervolggesprek op de polikliniek, waarna terugverwijzing naar uw verwijzer volgt. 

Klinische behandeling (opname)

Een belangrijke reden om de dosisvermindering in de kliniek Psychiatrie van het LUMC te laten plaatsvinden is een dosis van 40 mg diazepam (of een vergelijkbare dosis van een ander benzodiazepine) of meer. De opname duurt ongeveer zes weken. U volgt het eerdergenoemde afbouwschema. In de eerste week van uw behandeling wordt u een aantal vragen gesteld. Dit gebeurt aan de hand van enkele vragenlijsten. Dit wordt direct na de afbouw en drie maanden nadat u gestopt bent herhaald.

Op de kliniek heeft u wekelijks een gesprek met de arts over de mogelijke klachten die ontstaan bij de afbouw en het stoppen van de medicatie. Wekelijks krijgt u een vragenlijst over de mogelijk ontstane klachten. Dagelijks heeft u contact met de verpleegkundigen van de kliniek. Zij kunnen u helpen met uw klachten om te gaan door middel van onder andere ontspanningsoefeningenen slaaptips en adviezen.

Verder bent u ver­plicht mee te doen aan een therapieprogramma. Dit therapieprogramma is erop gericht u zo veel mogelijk te helpen met de mogelijke ontwenningsklachten en u te steunen bij de afbouw en het stoppen van uw medicatie. Het therapieprogramma bestaat uit oefentherapie en creatieve therapie.

Tenzij u met uw behandelaar anders afspreekt heeft u in principe tijdens uw opname alle vrijheden. Dit betekent dat u, als uw programma dat toelaat, na overleg met de verpleging van de afdeling weg kunt. In het weekend kunt u met verlof. U volgt dan het afgesproken afbouwschema en mag natuurlijk geen andere benzo­diazepinen, alcohol of drugs gebruiken. Als u gestopt bent met de medicatie, maar nog andere psychiatrische problemen heeft, is er een mogelijkheid ook daarvoor verdere behandeling te krijgen. Samen met uw arts kijkt u naar de plaats waar dit het beste kan gebeuren.

Na geslaagde afbouw krijgt u gedurende 3 maanden elke maand een vervolggesprek op de polikliniek, waarna terugverwijzing naar uw verwijzer volgt.

Wat wordt er van u verwacht?

Belangrijkste voorwaarde is dat u goed gemotiveerd bent. Dat betekent dat u zelf graag met de benzodiazepinen wilt stoppen.

Tijdens de behandeling mag u geen alcohol drinken, drugs nemen of extra benzodiazepinen gebruiken. Uw huisarts krijgt, als u aan de behandeling gaat meedoen, een brief waarin hij gevraagd wordt u geen benzodiazepinen meer voor te schrijven.

Als u klinisch wordt opgenomen voor de afbouw van de benzodiazepinen, dan gelden bovendien de algemene regels die gelden voor iedereen die is opgenomen in het LUMC in het algemeen en op de kliniek Psychiatrie in het bijzonder.

Tot slot

Als u vragen heeft over onze behandeling van benzodiazepineverslaving, kunt u contact opnemen met onze polikliniek:

Postadres

Leids Universitair Medisch Centrum
Polikliniek Psychiatrie
Postbus 9600
2300 RC Leiden

Telefoon:

071 – 5263785


December 2015