Keizersnede

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Verloskunde

Uw behandelend arts heeft u verteld dat uw baby via een keizersnede geboren gaat worden. In deze folder vindt u informatie over een geplande keizersnede.
Heeft u een spoedkeizersnede gehad,  dan is de gang van zaken vrijwel hetzelfde als bij een geplande keizersnede. De aspecten die bij de spoedkeizersnede anders zijn, treft u door de tekst van de folder heen aan.

Opname op de kraamafdeling

Bij een geplande keizersnede wordt u, op de dag van de operatie, opgenomen op de afdeling Verloskunde. Telefonisch zult u twee dagen van te voren te horen krijgen op welk tijdstip u verwacht wordt. Hieronder worden de voorbereidingen voor de operatie beschreven.

Het voorbereidingsgesprek

Het voorbereidingsgesprek zal op de polikliniek plaatsvinden. Wanneer u van uw behandelend arts te horen krijgt dat er een keizersnede gepland gaat worden maakt de doktersassistente een afspraak voor het voorbereidingsgesprek. De verpleegkundige/doktersassistente vertelt u wat de gang van zaken is bij een keizersnede en wat u tijdens uw opname op de afdeling kunt verwachten.

Bijzonderheden en wensen die van belang zijn voor de verzorging van u en uw baby in het ziekenhuis komen ter sprake. De afdelingssecretaresse belt twee dagen voorafgaand aan de operatie over het tijdstip waarop u verwacht wordt op de dag van de operatie.

Controles en bloedafname

Uw bloeddruk, temperatuur en polsslag worden opgenomen. Ook wordt er nog even naar de hartslag van de baby geluisterd. Daarnaast neemt de verpleegkundige bloed bij u af voor kruisbloed en Hb (hemoglobine) bepaling.

Anesthesist

In de meeste gevallen heeft u de anesthesist al op de polikliniek gezien. In sommige gevallen moet u nog bij de anesthesist langs of komt de anesthesist nog bij u langs. Aan de hand van uw medische gegevens wordt bekeken welke vorm van anesthesie voor u de juiste is. Lees meer hierover in de folder Anesthesie van de afdeling Anesthesie.

De dag van de keizersnede

Indien de operatie in de middag plaatsvindt mag u om 6:00 uur nog een licht ontbijt nuttigen. Tot twee uur voor de operatie is helder drinken toegestaan. U mag geen nagellak of make-up op hebben en geen sieraden dragen. Mocht u contactlenzen of een gebitprothese hebben, dan moeten die voor de operatie uit worden gedaan.

U krijgt een operatiejasje aan. Op de operatiekamer wordt er een urinekatheter ingebracht en u krijgt een infuus. Ongeveer 24 uur na de operatie worden de urinekatheter en het infuus weer verwijderd.

Ter voorbereiding op de operatie krijgt u medicijnen: een drankje om het maagzuur te neutraliseren en een tablet tegen de misselijkheid. Bij de spoedkeizersnede krijgt u in plaats van dit tabletje een injectie.

Uw partner

U wordt per bed naar de operatieafdeling gebracht. Wanneer u een ruggenprik krijgt, mag uw partner bij de ingreep aanwezig zijn. Uw partner krijgt een operatiepak bij de ingang van de operatiekamer. Op de operatiekamer worden met uw toestel foto's gemaakt door een medewerker van de operatiekamer.

De baby

Zodra de baby geboren is, overhandigt de gynaecoloog uw baby aan de kinderarts. Na de eerste controle krijgt u de baby te zien. Hierna wordt uw baby in de couveuse naar de afdeling gebracht door de kinderarts. Uw partner mag bij u blijven of met de baby mee naar de afdeling gaan.

Op de afdeling wordt uw baby gewogen, de temperatuur gemeten en krijgt uw baby vitamine K. Uw baby krijgt een mutsje op een luier aan en wordt in doeken gewikkeld. De baby mag, indien gewenst bloot bij de vader op de borst liggen en wordt dan zorgvuldig toegedekt.

Wanneer u op de uitslaapkamer bent aangekomen, wordt uw baby samen met uw partner naar u toegebracht. Uw baby wordt bloot bij u neergelegd onder de dekens. Dit huid op huidcontact is belangrijk voor de hechting tussen moeder en kind. Het starten met borstvoeding gebeurt wanneer u en uw baby daar aan toe zijn. Indien u voor kunstvoeding gekozen heeft geeft uw partner het eerste flesje. Wanneer u snel terug mag naar de afdeling, zal het huid op huidcontact op de afdeling plaatsvinden.

Mocht uw baby meer intensieve zorg of observatie nodig hebben, dan gaat uw baby naar de afdeling Neonatologie. Zodra u naar de afdeling mag, gaat u eerst naar de afdeling Neonatologie, zodat u uw baby kunt zien, aanraken en wellicht zelf voeden. Dit alles hangt uiteraard af van de conditie van de baby.

Na de operatie

Op de uitslaapkamer wordt uw pols, bloeddruk, de wond en het bloedverlies goed in de gaten gehouden. Wanneer de controles stabiel zijn, wordt u door de verpleegkundige van de afdeling opgehaald. Het duurt meestal 1 tot 2 uur voordat u weer op de afdeling terug bent.

Verzorging van de baby

De verpleegkundige betrekt u en uw partner in de verzorging van de baby. U zult merken dat u langzamerhand in staat bent de zorg (gedeeltelijk) over te nemen. De kraamverzorgende geeft u thuis verdere instructies ten aanzien van de verzorging van de baby.

Op de afdeling zijn speciale clip-on-crib bedjes: deze bedjes worden aan uw bed vastgemaakt, zodat de baby zo dicht mogelijk bij u is.

Wanneer u borstvoeding wilt geven, helpt de verpleegkundige u met het aanleggen van uw baby. De eerste dagen zal de houding waarin u borstvoeding geeft niet de meest ideale zijn i.v.m. uw buikwond. Dit wordt echter met de dag beter. De verpleegkundigen en de lactatiekundige geven u adviezen ter ondersteuning. Wanneer uw baby op de afdeling Neonatologie ligt en om wat voor reden dan ook niet aan de borst kan, helpt de verpleegkundige u met het afkolven van de moedermelk. U ontvangt de folder Borstvoeding na een keizersnede en/of de folder  Afkolven van moedermelk. 

Pijnstilling

Na de operatie krijgt u pijnstilling. Er zijn verschillende soorten pijnstilling;

  • Na de operatie krijgt u via het infuus morfine ter pijnstilling, u kunt dit zelf regelen door middel van een knop die u regelmatig indrukt om pijn te bestrijden of te voorkomen.
  • Soms zit het slangetje van de verdoving nog in uw rug en zal een continue pijnstilling geven. Tevens kunt u de pijnstilling zelf regelen door middel van een knop die u regelmatig indrukt om pijn te bestrijden of te voorkomen.

Na ongeveer 24 uur wordt deze pijnstilling gestopt.

Na de operatie wordt er ook al direct gestart met het gebruik van pijnstillende tabletten. Zo wordt het lichaam voorbereid op goede pijnstilling, ook nadat de pomp of de injecties gestopt zijn. Het is belangrijk dat u goed aangeeft hoeveel pijn u hebt en of de pijnstilling voldoende helpt. We maken daarvoor gebruik van een pijnscore. Lees meer over deze pijnscore en pijnbestrijding in de folder Anesthesie van de afdeling Anesthesie.

Mobiliteit

De eerste dag na de ingreep helpt de verpleegkundige u met de verzorging. De dag van de keizersnede brengt u in bed door. De volgende dag komt u met behulp van de verpleegkundige uit bed, om even op een stoel te zitten of onder de douche te gaan. De dagen hierna wordt uw mobiliteit uitgebreid. Als u nog verdoving via een ruggenprik heeft, moet u in bed blijven totdat deze is verwijderd en u uw gevoel in uw benen helemaal terug heeft.

Na de operatie krijgt u dagelijks een injectie tegen trombose totdat u met ontslag gaat.

Eten/drinken

De keizersnede is een grote buikoperatie, daarom  moet u na de keizersnede rustig aan doen met eten en drinken. Na de operatie mag u eerst af en toe een slokje drinken. Het benodigde vocht krijgt u via het infuus. Als alles goed gaat, u heeft trek in eten en drinken en u wordt niet misselijk, dan mag u rustig aan meer eten en drinken. De derde dag krijgt u, indien u nog geen ontlasting heeft gehad, een tablet Dulcolax om de darmen te activeren.

Hechtingen

Na 24 uur wordt het wondverband verwijderd. De hechtingen zijn zelf-oplosbaar.

Ontslag

Kraamzorg

U blijft 48 uur in het ziekenhuis na een keizersnede. De kraamzorg komt naar het ziekenhuis op de tweede dag om de zorg over te nemen, zodat de zorg door de verpleegkundige overgedragen kan worden aan de kraamzorg. 

Wanneer uw baby is opgenomen op de afdeling Neonatologie dan gaat u de vierde dag na de operatie naar huis. Wanneer de datum van ontslag duidelijk is, kunt u contact opnemen met uw kraamzorgorganisatie zodat de kraamverzorgende bij u thuis komt op de dag van ontslag.

Ontslaggesprek

De dag na de operatie heeft u een ontslaggesprek met uw arts. Het is wellicht handig om uw eventuele vragen op te schrijven. De nacontrole op de polikliniek vindt na zes weken plaats.

De verpleegkundige draagt de zorg over aan de kraamzorg, de verloskundige en de huisarts. Wanneer uw partner u komt halen, mag de auto voor korte tijd bij de Spoedeisende Hulp worden neergezet. De kraamverzorgende, de verpleegkundige of een gastvrouw begeleidt u naar de auto.

Weer thuis

Eenmaal thuis zult u zich niet meteen de oude voelen. Vermoeidheid en wondpijn spelen hierbij een grote rol. U moet geleidelijk thuis verder herstellen. Luister naar uw lichaam en geef toe aan de pijn en vermoeidheid door voldoende te rusten en door te gaan met de voorgeschreven pijnstilling.

Wanneer u weer thuis bent, komt u ongetwijfeld voor een aantal situaties te staan waarbij u zich afvraagt welke werkzaamheden u mag verrichten.

Hier volgen enkele adviezen:

  1. Rekkende bewegingen bijv. bij het ophangen van de was, ramen zemen en iets ophangen boven uw macht (jas aan de kapstok) is de eerste weken af te raden.
  2. Bukken en zware dingen optillen is niet verstandig, bijv. de wasmand, de vuilniszak legen en dweilen. De baby mag u wel tillen.
  3. Stofzuigen is een van de meest belastende huishoudelijke taken. Dit raden wij de eerste weken af.
  4. Ga de eerste weken niet fietsen, dit is een grote belasting voor de buik en wond.
  5. Autorijden en het dragen van een strak zittende gordel geeft grote druk op de wond. U zit met autorijden in elkaar waardoor u meer last kunt krijgen van de wond en het litteken.
  6. Wanneer uw litteken rood, gezwollen en pijnlijk is, kan dit een teken zijn dat u teveel lichamelijke arbeid heeft verricht.
  7. Zolang u nog vloeit (ongeveer 6 weken) raden wij u af gemeenschap te hebben, te zwemmen of uitgebreid in bad te gaan. Ook kunt u beter nog geen tampons gebruiken.
  8. De gynaecoloog bespreekt met u het gebruik van anticonceptie en wanneer het mogelijk is om weer geslachtsgemeenschap te hebben. Het geven van volledige borstvoeding is geen garantie voor anticonceptie.

U zult merken wanneer u meer gaat bewegen (bijv. buikspieroefeningen), u de eerste tijd een trekkend gevoel aan de zijkant van het litteken heeft. Dit komt van de inwendige hechtingen en kan geen kwaad.

Emotionele aspecten

Het komt voor dat vrouwen na een keizersnede teleurgesteld zijn, dat de bevalling niet via de normale weg kon plaatsvinden. Het is belangrijk deze gevoelens bespreekbaar te maken met uw partner en eventuele familie/vrienden. Wanneer u na zes weken op de polikliniek komt voor de nacontrole, wordt de bevalling geëvalueerd en kunt u deze gevoelens bij de gynaecoloog bespreekbaar maken.

Volgende keer weer een keizersnede?

Veel vrouwen denken dat bij een volgende zwangerschap een vaginale bevalling problemen zou kunnen geven. Dit is afhankelijk van de reden van deze keizersnede. Dit kunt u met uw gynaecoloog bespreken. Wel houdt het in dat u bij een eventuele volgende zwangerschap in het ziekenhuis zult moeten bevallen.

Tot slot

Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben, dan kunt u daarmee altijd terecht bij de verpleegkundige via telefoonnumer 071-5262856

Een goed herstel toegewenst!


September 2016