Weer Zien

29 januari t/m 8 maart 2015

Met Sjoerd Buisman, Machiel Botman, Marcel van Eeden, Joris Geurts, Rosemin Hendriks, Juul Kraijer, Pjotr Müller en Reinoud van Vught

Op donderdag 29 januari opent in Galerie LUMC een nieuwe tentoonstelling: 'Weer Zien' met oude coryfeeën uit de LUMC-collectie. De tentoonstelling brengt de allereerste kunstenaars uit de collectie opnieuw samen. Nu met recent werk. De tentoonstelling laat zien hoe het werk zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Laten de kunstenaars zich nog inspireren door dezelfde thema’s? Waar zoeken ze nu naar, wat willen ze nog in beeld brengen? De tentoonstelling 'Weer Zien' wordt op donderdag 29 januari om 16.30 uur geopend door dr. Anno Lampe, arts en kunstverzamelaar.

Rosemin Hendriks, zonder titel, nero potlood en pastel, 42 x 29,7 cm., 2014 courtesy art consultancy Tanya Rumpff

Het LUMC begon in 1988 met het verzamelen van hedendaagse kunst. Vooral tekeningen, foto’s en beelden vormden de prille basis van de collectie. Later kwam hier schilder- en videokunst bij. De collectie bestaat momenteel uit zo’n 2500 werken die verspreid over de drie gebouwen van het LUMC te zien zijn. De tentoonstelling 'Weer Zien' brengt ons opnieuw in contact met oude bekenden uit de LUMC collectie. Opvallend is de consistente thematiek in het werk. De meeste kunstenaars putten nog steeds uit onderwerpen die hen destijds fascineerden.

Natuur, de wetmatigheden van groei en bladstanden is ook in het recente werk van Sjoerd Buisman (1948) het onderwerp. In Galerie LUMC is goed te zien hoe zijn werk geleidelijk abstracter wordt. In tegenstelling tot zijn eerdere beelden waarbij hij de grillige loop van de natuur gedetailleerd weergeeft, is de boomtak in zijn laatste werk verbeeld als een minimalistische, glad geschuurde constructie. De zwart-wit foto’s van Machiel Botman (1955) hebben in de loop der jaren dezelfde mysterieuze, melancholische lading behouden. Marcel van Eeden (1965) werd bekend met zijn ‘dagboekfragmenten’; tekeningen in houtskool op A4 formaat. In deze tekeningen legde hij de wereld vast zoals die was vóór zijn geboorte. De laatste jaren is hij op steeds groter formaat gaan tekenen. Ook integreert hij steeds vaker teksten in zijn tekeningen die refereren aan reclame en propaganda. 

De laatste zelfportretten van Rosemin Hendriks (1968) vullen zich steeds meer met leven en kleur. Rosemin Hendriks is ouder geworden en dat laat ze in haar tekeningen zien. Joris Geurts (1958) toont aquarellen uit zijn laatste periode. Het zijn waterachtige voorstellingen op smalle, horizontale repen papier die associaties met landschappen oproepen. Tekeningen blijven de basis voor Juul Kraijer (1970), maar sinds enkele jaren fotografeert ze ook. Zowel in haar tekeningen als foto’s wordt een onderdeel van het lichaam van een vrouw of androgyn personage samengevoegd met dat van een dier of met landschappelijke elementen. 

De belangstelling van Pjotr Müller (1947) voor architectuur heeft zich in zijn laatste werk verlegd naar stedenbouwkundige planning. In het LUMC toont hij modellen van steden die hij met de 3-D printer maakte. Het gaat hem met name om de pleinen of restruimtes, openingen tussen de gebouwen waar je je doorheen kunt bewegen. Reinoud van Vught (1960) laat zich voor zijn tekeningen en schilderijen inspireren door de natuur; waterplanten, bos of de grillige contouren van een boom. De laatste jaren tekent hij op steeds groter formaat. Het gaat hem niet om de concrete weergave van zijn onderwerp maar om wat de inkt zelf doet. “Ik schilder de dingen tussen de dingen in. Het ontstaan der dingen, het uiteenvallen van dingen, maar nooit de dingen precies zoals we ze waarnemen”, aldus Reinoud van Vught.