Vaattoegangsproblemen bij hemodialyse

Nieren zijn belangrijke organen. Ze halen afvalstoffen en vocht uit uw bloed. Als uw nieren niet of nauwelijks werken, moet uw bloed op een andere manier worden schoongemaakt. Dat kan tijdelijk met behulp van hemodialyse. Uw bloed wordt dan gezuiverd door een kunstnier buiten het lichaam, die is aangesloten op uw bloedbaan. Het is belangrijk dat deze verbinding altijd zo goed mogelijk functioneert. In het LUMC werkt een hooggespecialiseerd team dat jarenlange ervaring en technologische innovaties inzet om voor u een behandeling op maat te maken met de grootste kans van slagen.
Onze zorg

Wat is Vaattoegangsproblemen bij hemodialyse?

Tijdens een dialyse stroomt tussen de 40 en 60 liter bloed door een kunstnier buiten het lichaam. Een gewoon bloedvat is te kwetsbaar voor zoveel bloed. Daarom leggen artsen via een operatie een zogeheten shunt aan in de arm. Zij verbinden dan direct – of met behulp van een kunststof buisje - een slagader aan een ader. Door deze verbinding – de shunt - wordt de ader dikker, waardoor het makkelijker is om deze aan te prikken en vervolgens het bloed te zuiveren. Het nadeel van een shunt is dat er soms problemen ontstaan, zoals een vernauwing waardoor er niet genoeg bloed naar het dialyseapparaat kan stromen. Onze medisch specialisten hebben uitgebreide ervaring met het plaatsen van verschillende soorten shunts en met het oplossen van eventuele problemen die gepaard kunnen gaan met deze kunstmatige bloedvatverbinding.

Verschijnselen

Eventuele klachten hangen af van het type shunt dat u heeft. Er zijn twee opties voor het maken van een shunt: de verbinding tussen een ader en slagader is gemaakt met behulp van de eigen bloedvaten of het is tot stand gekomen door een kunststof buisje. 

Bij een shunt die is gemaakt van de eigen bloedvaten kan een vernauwing (stenose) ontstaan, waardoor er niet voldoende bloed naar de kunstnier loopt. Hierdoor duurt het langer voordat een dialyse klaar is, kan uw arm dikker worden of voelt u de shunt niet trillen, maar kloppen. 

Als uw ader en slagader aan elkaar zijn verbonden met een kunststof buisje, dan kan er eveneens een vernauwing ontstaan. Ook is het risico op infecties groter, waardoor u last kunt krijgen van koorts, een rode huid en pijn in uw shuntarm.

Oorzaak

Het is nog niet goed bekend waarom er een vernauwing optreedt in een shunt. Waarschijnlijk spelen verschillende factoren een rol, zoals hoe de shunt wordt aangeprikt en hoe hard het bloed stroomt. Wat ook meespeelt is of er sprake is van aderverkalking en of de bloedvatwand ontstoken is.

Waarom u bij ons in goede handen bent

Multidisciplinair team

Als u een shunt laat zetten in het LUMC, bent u in handen van een nefroloog. Dat is een arts die zich heeft gespecialiseerd in de zorg bij nieraandoeningen. Dit is uw regievoerend arts. De nefroloog werkt nauw samen met een multidisciplinair team, bestaande uit specialisten van verschillende afdelingen zoals een vaatchirurg en een radioloog.

In het LUMC werken deze specialisten samen om u zorgvuldig te begeleiden en te behandelen. Zij zoeken met u naar de best mogelijke oplossing om eventuele bloedvatproblemen tijdens het dialyseren te voorkomen. Er zijn verschillende opties voor het aanbrengen van een shunt, zoals het maken van de bloedvatverbinding met uw eigen bloedvaten of een kunststof buisje. De keuze voor een behandeling hangt af van uw persoonlijke situatie, waarbij verschillende zaken – zoals de conditie van uw hart en bloedvaten – worden meegewogen.

Wetenschappelijk onderzoek naar vaattoegangsproblemen

In het LUMC vindt veel onderzoek plaats naar hoe we vaatproblemen bij dialysepatiënten kunnen voorkomen. Daarbij staat altijd de patiënt centraal. Zo onderzoeken wij het succespercentage van verschillende behandelingen, hoe we een shunt verder kunnen verbeteren en doen we baanbrekend onderzoek naar het vinden van alternatieve manieren om shunts te maken. Aan sommige onderzoeken kunt u zelf meedoen. Uw behandelaar zal u daarover informeren.

Diagnose

Als uw nieren nauwelijks werken, is het belangrijk om zo snel mogelijk te beginnen met de hemodialyse. Onze betrokken experts kijken welke shunt het beste bij uw situatie past, zodat u de best mogelijke behandeling krijgt.

Wie komt u tegen en wat kunt u verwachten?

Als u in aanmerking komt voor hemodialyse, kan de nefroloog u doorverwijzen naar het pre-dialysespreekuur van het LUMC. Ook als u in een ander ziekenhuis onder behandeling bent, kunt u naar het LUMC worden doorverwezen.

Op het pre-dialysespreekuur krijgt u van de vaattoegangscoördinator te horen welke mogelijkheden er zijn om een shunt maken. Tijdens deze afspraak krijgt u voorlichting over de shunt en de bijbehorende leefregels. Daarnaast verricht de vaattoegangscoördinator een vingerdrukmeting. Tijdens deze meting wordt de bloeddruk in uw vingers gemeten. Het onderzoek geeft ons informatie over de doorbloeding van uw vingers en handen. Een vingerdrukmeting is pijnloos en duurt zo’n 10 minuten.

Vervolgonderzoeken

Om te kijken welke behandeling het beste bij u past, is het nodig om aanvullend lichamelijk onderzoek te doen. U krijgt hiervoor een afspraak bij de vaatlaborant. De vaatlaborant maakt dan een echo – een zogeheten duplexonderzoek – waarbij hij zoekt naar eventuele afwijkingen en/of verstoppingen in de aders. Zo bepaalt hij welke bloedvaten het beste gebruikt kunnen worden voor een shunt. Ook wordt gekeken of het hart en de bloedvaten bestand zijn tegen een shunt. Dit onderzoek is pijnloos en duurt zo’n 30 minuten.

Uitslag van het onderzoek

Zodra de uitslagen van de onderzoeken bekend zijn, gaan de betrokken medisch specialisten met elkaar in gesprek over de best mogelijke behandeling. Zij kijken ook of er geen verdere onderzoeken nodig zijn om een diagnose te stellen. Is dat niet het geval, dan wordt voor u binnen 2 weken een afspraak bij de vaatchirurg gemaakt.

De vaatchirurg bespreekt uitvoerig de uitslag met u en u krijgt alle informatie over het behandelplan. U krijgt op een later tijdstip te horen wanneer de ingreep plaatsvindt. We streven er altijd naar de operatie binnen 2 tot 3 weken plaats te laten vinden. U krijgt van de polikliniek Heelkunde de exacte datum door.

Behandeling

Welke behandelingen zijn er mogelijk?

In overleg met u kijken we welke behandeling het beste bij uw situatie past. Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van uw bloedvaten. Ook houden wij rekening met uw leeftijd, lichamelijke conditie en uiteraard uw eigen wensen. Zo stellen we een behandelplan op maat op.

Operatie

Voor het plaatsen van een shunt is een operatie nodig. Voordat die ingreep plaatsvindt, gaat u in gesprek met de chirurg. Samen bepaalt u in welke arm u de shunt krijgt. Dat is vaak de arm waar u niet mee schrijft. Ook komt aan bod welke behandeling het beste past bij uw situatie.

Voor de operatie is verdoving noodzakelijk, hierbij kan er worden gekozen voor een plaatselijke verdoving van uw arm of algehele narcose. De chirurg en anesthesist zullen met u bespreken welke vorm van verdoving het beste bij uw situatie past.

Welke behandelingen zijn er mogelijk?

Shunt van eigen bloedvaten: Arterioveneuze Fistel (AVF of AV-shunt)

In de meeste gevallen wordt een shunt gemaakt van uw eigen bloedvaten. Dan vindt een operatie onder plaatselijke verdoving plaats, waarbij de vaatchirurg een slagader in uw arm verbindt met een ader. Door deze nieuwe verbinding stroomt meer bloed, waardoor de ader opzwelt. Dit duurt 6 tot 8 weken. Vervolgens kan de shunt aangeprikt worden, zodat uw bloed via de ene naald naar het dialyseapparaat – en dus de kunstnier – wordt geleid. Via een andere naald komt het schone bloed terug in uw lichaam.

Kunststof bloedvat (ePTFE-graft)

Is het niet mogelijk om van uw eigen bloedvaten een shunt te maken? Dan kunt u met de vaatchirurg kiezen voor een kunststof bloedvat. Dit type shunt heet een graft. Daarbij plaatst de vaatchirurg tijdens de operatie een kunststof buisje in uw onderarm, dat uw slagader met uw ader verbindt. De eerste dagen na uw operatie kan uw arm opgezwollen en gevoelig zijn. Na 2 weken is de shunt klaar voor gebruik en kan deze worden aangeprikt. Door middel van het aanprikken van de graft is het mogelijk bloed vanuit de bloedbaan naar de kunstnier te brengen. Op deze wijze wordt het bloed gezuiverd. Werken uw nieren dermate slecht dat u niet 2 weken kunt wachten op een shunt? Dan is het mogelijk om een speciale graft te gebruiken, die wij eerder kunnen aanprikken.

Centraal veneuze katheter

Werken uw nieren steeds slechter en moet er snel worden gestart met de hemodialyse? Dan is er geen tijd om te wachten tot een shunt klaar is voor gebruik. Uw behandelaar kan in dat geval samen met u besluiten om een groot infuus –een katheter – te plaatsen. De katheter wordt door de nefroloog of radioloog rechtstreeks ingebracht in uw halsader. De ingreep duurt ongeveer 30 minuten en vindt plaats onder lokale verdoving.

Behandelingen bij problemen met een shunt

In het LUMC bieden we meerdere oplossingen bij problemen met een shunt.

Dotteren

Als er bij u een shunt is geplaatst, controleren we regelmatig uw bloedvaten. De vaattoegangscoördinator zal u hierover informeren. De controle bestaat uit een duplexonderzoek, waarbij de vaatlaborant zoekt naar eventuele afwijkingen en/of verstoppingen in uw aders. Mocht hij een verstopping in een bloedvat tegenkomen, dan is dotteren een oplossing. Dotteren is het oprekken van uw bloedvat op de plek van vernauwing. Een radioloog of vaatchirurg brengt met een slangetje een ballonnetje uw bloedvat binnen. Dat ballonnetje wordt ter hoogte van de vernauwing opgeblazen om de vernauwing te verhelpen. Het opblazen van het ballonnetje kan pijnlijk zijn. De duur en het aantal keer van het opblazen van het ballonnetje is afhankelijk van de mate van de vernauwing.

Shunt herstellen met een operatie

Werkt uw shunt niet meer goed door een vernauwing of infectie? Dan is een operatie mogelijk. Het doel van deze operatie is de shunt te behouden en zo goed mogelijk bruikbaar te maken voor de dialyse. U wordt hiervoor opgenomen in het ziekenhuis. Als uw situatie zich niet leent voor deze operatie, is het mogelijk om een nieuwe shunt te maken en te plaatsen. Dit neemt meestal enkele weken in beslag. In de tussentijd krijgt u een dialysekatheter, een groot infuus dat rechtstreeks is ingebracht in uw halsader. Zo kan uw bloed alsnog worden gezuiverd door een kunstnier.

Vervangen van dialysekatheter

Het is mogelijk dat uw dialysekatheter verstopt of geïnfecteerd raakt. Dan is het nodig om het katheter te vervangen. Het verwijderen van de dialysekatheter wordt gedaan door de nefroloog of radioloog. Dit gebeurt onder lokale verdoving en duurt ongeveer 30 minuten. Afhankelijk van uw situatie kan er gekozen worden direct of na enkele dagen een nieuwe katheter te plaatsen. Het plaatsen van een nieuwe katheter gebeurt onder lokale verdoving en duurt ongeveer 30 minuten. Als er sprake is van een infectie, is een opname in het ziekenhuis nodig om u te behandelen met antibiotica.

Hoe kunt u zich op de behandeling voorbereiden?

  • Het plaatsen van een shunt gebeurt met behulp van een operatie. Neem tijdens de dag dat u wordt opgenomen uw medicijnen en/of medicijnkaart mee. Met uw verpleegkundige overlegt u welke medicijnen u op de dag van de operatie kunt innemen.
  • Als u bloedverdunners gebruikt, is het mogelijk dat u tijdelijk met deze medicatie moet stoppen. Daarover licht uw vaatchirurg u in. In plaats van bloedverdunners kunt u tijdelijk injecties met een bloedverdunnende werking krijgen. Deze injecties geven, ten opzichte van het gebruik van orale bloedverdunners, minder  risico op een bloeding tijdens de operatie.  
  • Voor het plaatsen van een shunt is een operatie nodig. Voor die operatie moet u altijd nuchter zijn. Dat houdt in dat u vanaf de nacht voor de ingreep niet meer mag eten of drinken.
  • Meld van tevoren allergieën bij de verpleegkundige en uw arts.
  • Schrijf vragen over uw behandeling voor een ziekenhuisbezoek op. Zo voorkomt u dat u belangrijke vragen vergeet te stellen.

Wat is de prognose?

Over het algemeen kan de shunt meerdere jaren gebruikt worden. Er is echter een aantal factoren die de levensduur nadelig kunnen beïnvloeden. Bijvoorbeeld een infectie of het langdurig gebruiken van dezelfde aanprikplaatsen. Dit is afhankelijk van het type shunt dat is aangelegd. Een belangrijke oorzaak voor het vroegtijdig falen van shunt zijn stolsels, ook wel trombose genoemd. Het kan voorkomen dat de shunt door een vernauwing onvoldoende opzwelt, waardoor de shunt niet bruikbaar is voor dialyse. Anderzijds kan de shunt soms teveel opzwellen, waardoor er teveel bloed door de shunt gaat. Hierdoor krijgt de hand te weinig bloed. Dit wordt handischemie genoemd. Al deze factoren worden door de behandelend specialisten nauwlettend in de gaten gehouden.

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek

Het LUMC doet veel onderzoek naar het verhelpen van bloedvatproblemen bij hemodialyse. Zo vergroten we onze kennis over het gebruik van shunts en zoeken we naar mogelijke alternatieven. Momenteel vindt er bijvoorbeeld onderzoek plaats naar een nieuw geneesmiddel om shunts sneller klaar te maken voor gebruik. Ook loopt er een studie naar het uitvoeren van knijpoefeningen met de hand, zodat bloedvaten dikker worden en gebruikt kunnen worden voor shunts. Het is mogelijk dat uw behandelaar u vraagt om mee te doen aan een onderzoek. Die keuze ligt altijd bij u.

Nazorg

Na uw behandeling in het LUMC blijven wij uw gezondheid volgen. Afhankelijk van uw situatie komt u regelmatig op controle, waarbij we kijken of de shunt in uw arm nog goed werkt.

Welke specifieke nazorg kunnen we bieden bij deze aandoening?

Welke nazorg u krijgt, hangt af van uw situatie. Als uw arm na de operatie nog verdoofd is, krijgt u een mitella om. Is de verdoving uitgewerkt? Dan moet u de mitella afdoen, omdat de shunt enkele weken de tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen. Het dragen van een mitella knelt de bloedvaten in uw arm af en dit werkt de ontwikkeling van de shunt tegen.

U krijgt na de operatie een knijpballetje mee naar huis. Die kunt u thuis gebruiken om de ontwikkeling van de shunt te bevorderen. Wij adviseren om dit balletje 3 maal daags zo’n 10 minuten te gebruiken. Uw vaattoegangscoördinator legt u de oefening precies uit.

Na ongeveer 2 weken krijgt u weer een afspraak. Dan bekijken we de operatiewond en verwijdert de verpleegkundige of de chirurg eventuele hechtingen. Als u al dialyseert, controleren we de shunt op de dialyseafdeling. Als u geen dialysepatiënt bent, krijgt u een afspraak op de polikliniek.

Ongeveer 4 weken later zien we u weer in het ziekenhuis. Dan vindt een duplexonderzoek plaats, waarbij de vaatlaborant kijkt hoe de shunt in uw arm zich ontwikkelt. Hij kijkt onder meer naar de diepte en doorsnede van de shunt en de hoeveelheid bloed die erdoorheen kan stromen. We proberen op diezelfde dag een afspraak voor u te maken bij de vaattoegangscoördinator. Zij zal beoordelen op welke plaatsen de shunt het beste aangeprikt kan worden. Daarnaast zal zij samen met u nogmaals de leefregels doornemen die een shunt met zich meebrengt.

Waar moet u op letten na uw behandeling?

Door u aan enkele leefregels te houden, kunt u zelf ook het risico op problemen met de shunt verkleinen:

  • Controleer dagelijks uw shunt door te letten op het trillen en geruis van de kunstmatige bloedvatverbinding. Voelt en hoort u dit niet, neem dan contact op met de dialyseafdeling. 
  • Probeer wondjes op uw shuntarm te voorkomen en krab op deze arm niet aan korstjes. Een open wondje kan namelijk leiden tot een infectie.
  • Als u een pijnlijke, rode of gezwollen shuntarm hebt, vragen we u om uw temperatuur op te nemen. Als uw lichaamstemperatuur boven de 38 graden is, moet u altijd contact opnemen met de dialyseafdeling. Hetzelfde geldt als u last hebt van koude rillingen. 
  • Vermijd afknelling van uw shuntarm. Draag geen strak zittende kleding, sieraden of horloges. Ga niet op uw shuntarm liggen en draag om deze arm geen (zware) tassen.
  • Laat geen bloeddrukmeting uitvoeren aan uw shuntarm. 
  • Als u bloed moet laten prikken of een infuus laat aanbrengen, vraag dan of dit kan op de handrug van beide handen. 
  • Om u te dialyseren is het nodig om de shunt aan te prikken. Zodra de dialyse klaar is, kan het voorkomen dat het prikgaatje nabloedt. Drukt u deze plek dan zo’n 20 minuten licht af. Blijft het bloeden? Herhaal dan deze handeling. Neem contact op met de dialyseafdeling als het bloeden niet stopt. 
  • Door de shunt stroomt er minder bloed naar uw hand, waardoor u last kunt krijgen van pijn, prikkelingen en/of een doof gevoel in uw hand. Ook kan deze er bleek uitzien en koud aanvoelen. Het is mogelijk om de doorbloeding te verbeteren door uw hand lager te leggen of te verwarmen. Ook kan knijpen in een zachte spons of bal helpen. Als u last hebt van uw hand, meld dat dan vooral tijdens een dialyse aan uw arts of verpleegkundige. U kunt ook contact opnemen met het dialysecentrum.
  • Er kan een bloeduitstorting ontstaan direct na de operatie. Ook is dit mogelijk tijdens of na een dialyse waarbij de shunt wordt gebruikt. Meestal verdwijnt een bloeduitstorting binnen enkele weken. Neem contact op met de dialyseafdeling als de bloeduitstorting groter wordt of wanneer deze erg pijnlijk is.

Contact bij problemen na uw behandeling

Loopt u na uw behandeling tegen problemen aan of hebt u nog vragen? Geef dit aan tijdens een dialyse of eerder als uw klachten of zorgen urgent zijn. U kunt tijdens kantooruren bellen met het dialysecentrum, tel. 071 - 526 19 60. Buiten kantooruren zijn we bereikbaar op 071 – 526 91 11.

Bent u behandeld bij de polikliniek Vaatchirurgie? Belt u dan tijdens kantooruren naar tel. 071 – 526 23 77 of buiten kantooruren naar tel. 071 – 526 91 11.

Behandelteam

Behandelteam

Bij vaattoegangsproblemen bij hemodialyse zijn in het LUMC een aantal gespecialiseerde medewerkers betrokken. De nefroloog is uw regievoerend arts. De vaattoegangscoördinator is uw centrale aanspreekpunt en coördineert uw zorg. Verder komt u de vaatchirurg, de interventie-radioloog, de vaatlaborant en de verpleegkundig specialist tegen.

Dr. J.I. Rotmans

Internist-nefroloog

Dr. K.E.A. van der Bogt

Chirurg

Mw. G.L.E. Allers

Vaattoegangscoördinator

Prof. dr. J.F. Hamming

Chirurg

Drs. J. van Schaik

Chirurg

Dr. A. Schepers

Chirurg

Dr. C.S.P. van Rijswijk

Interventieradioloog

Dr. A.R. van Erkel

Interventieradioloog

Dr. M.C. Burgmans

Interventieradioloog

Dr. R.W. van der Meer

Interventieradioloog

Dhr. J. Lutjeboer

Physician assistent

Dhr. R.C. van Wissen

Vaatlaborant

Drs. B.M. Voorzaat

Klinisch onderzoeker

W.J. Moses - van Leeuwen

Verpleegkundig specialist

N.C. Berkhout - Byrne

Verpleegkundig Specialist

Dr. M.R. de Vries

Onderzoeker

T. Bezhaeva

Onderzoeker i.o

Wie kunt u nog meer tegenkomen:

  • Nefroloog: Drs. A. Ray, drs. A. Gaasbeek
  • Klinisch onderzoeker: Drs. E.D. Wilschut
  • Onderzoeker i.o.: W.J. Geelhoed MSc
Ons onderzoek

Aan welke studies kan je meedoen?

(micro)Circulatie bij patiënten met een shunt

Het LUMC en Haaglanden MC doen gezamenlijk onderzoek naar de invloed van het hebben en aanleggen van een shunt op de microcirculatie. Dit is de doorbloeding in de kleinere bloedvaten van het lichaam. We weten uit eerder onderzoek dat patiënten die een shunt hebben op langere termijn risico hebben op problemen met het hart, en uiteindelijk hartfalen. Verder weten we dat bijvoorbeeld patiënten met suikerziekte die wonden hebben en een shunt krijgen, hierna soms grotere problemen met de wondgenezing krijgen. Dit komt doordat er gedurende de hele dag een grote hoeveelheid bloed door de shunt stroomt, wat een belasting is voor het lichaam. Na het aanleggen van een shunt voor dialyse door de vaatchirurg moet de shunt eerst rijpen om gebruikt te kunnen worden. Dit duurt gemiddeld 6 weken tot 3 maanden. Helaas zien we bij ongeveer 30% van de patiënten problemen in dit rijpingsproces, waardoor soms een nieuwe operatie of een andere vorm van dialyse nodig is.

Wat de bloedstroom door de shunt precies voor invloed heeft op de doorbloeding van de rest van het lichaam is onvoldoende bekend.  Met een speciaal apparaat, de Laser Speckle Contrast Imager (LSCI) kunnen we de microcirculatie in de onderarmen meten bij patiënten met een shunt, om zo iets te zeggen over de doorbloeding in de rest van het lichaam. 

We zijn recent begonnen met microcirculatiemetingen bij patiënten die al dialyseren over een shunt. In de toekomst willen we deze metingen ook voor en na de shuntoperatie gaan verrichten. We hopen met dit onderzoek meer inzicht te krijgen in de invloed van een shunt  op de doorbloeding van de rest van het lichaam, om  zo in de toekomst potentiële  problemen door de shunt in een vroeger stadium te kunnen vaststellen en hierop te anticiperen. Daarnaast hopen we deze meettechniek te kunnen gaan gebruiken om te voorspellen bij welke patiënten een shunt goed zal rijpen en bruikbaar wordt voor dialyse. 

PINCH-studie

Een ander onderzoek is de PINCH-studie. Daarbij kijken we of het doen van armoefeningen kan zorgen voor het dikker worden van bepaalde aderen die nodig zijn voor een shuntoperatie. Soms zijn bloedvaten namelijk net te klein om er een goede shunt van te maken in de pols.

Kweken van bloedvaten

Ook kweken we in het LUMC bloedvaten. Deze worden momenteel verder ontwikkeld, zodat we in de toekomst onderzoek kunnen doen naar het plaatsen van deze bloedvaten.

LIPMAT-studie

Met de LIPMAT-studie kijken we hoe we het zogeheten rijpen kunnen verbeteren. Soms wordt een ader namelijk niet dikker. Dan zijn er extra operaties nodig of moet er een nieuwe shunt worden gemaakt. In de LIPMAT studie, die in 11 Nederlandse ziekenhuizen wordt uitgevoerd, onderzoeken we of de shuntrijping kan worden verbeterd met liposomaal prednisolon. Dit is een langwerkende ontstekingsremmer die we via een infuus toedienen. Recent is deze studie afgesloten. De resultaten worden in de eerste helft van 2019 verwacht.

Meer informatie

Contact

Wilt u meer weten of hebt u nog vragen? Neem dan contact met ons op of volg de links voor aanvullende informatie.

Patiëntportaal mijnLUMC

In het patiëntportaal mijnLUMC vindt u een duidelijk overzicht van uw behandelingen en hebt u inzicht in uw medische gegevens. Snel en veilig. Thuis, onderweg en in het ziekenhuis.

Patiënt verwijzen

Informatie voor artsen en instellingen die patiënten naar het LUMC willen verwijzen.

Medisch specialisten die een patiënt willen verwijzen naar het LUMC, kunnen contact opnemen met:

Contactgegevens voor patiënten

  • Dialysecentrum: 071-526 19 60. Buiten kantooruren: 071-526 91 11. 
  • Polikliniek Vaatchirurgie: 071-526 23 77. Buiten kantooruren: 071-526 91 11

Links