Blog: Terug naar de praktijk

'Nu weet ik hoe dat voelt. Het is fijn om nu weer tussen deze prachtige bikkels te mogen werken.'

In februari ontving ik een telefoontje dat er op de GRZ-locatie van mijn andere werkgever, Topaz, door corona een acuut probleem was ontstaan in de artsenbezetting. Al vanaf het begin van de pandemie zat ik als het ware op de reservebank en zoals ook bij het voetballen hoef je dat geen twee keer tegen een reserve te zeggen. Invallen is leuker dan bankzitten. En inderdaad heb ik de afgelopen weken weer ontzettend genoten van het contact met verpleging, patiënten, familie, secretaresses. Ik genoot en geniet van de kopjes koffie die ik krijg, van de hectiek van de zorg, van de regelmaat van visites en MDO’s, van de complexe klinische problemen en van het overleg met de therapeuten.

De afgelopen twee jaar deed ik veel onderzoek naar ouderen met COVID-19. Bijvoorbeeld de studie met meer dan 700 patiënten in tien Europese landen die na een corona-besmetting revalideren. Ook werkte ik mee aan richtlijnen, Nederlands en Europees, over hoe je revalideert na COVID-19 en heb ik namens ZONmw beoordeelt welke onderzoeken gefinancierd zouden moeten worden als het gaat om aanhoudende klachten na COVID-19. Maar ik deed dat alleen maar met ‘boeken-kennis’ en met luisteren naar mensen in het veld. Nu stond ik daar, in pak, op onze corona-unit. Ik moet toegeven dat ik eigenlijk niet eens goed wist hoe en in welke volgorde ik schort, handschoenen, FFP2l, scherm aan en weer uit moest doen. Pas toen ik op dat cohort stond zag ik ook pas goed, en met echte emoties, hoe eenzaam en verlaten het is om daar patiënt te zijn.  

Ook had ik door ons COVID-onderzoek gehoord en gelezen hoe veel zwaarder de zorg geworden was, sinds maart 2020, en  hoe ingewikkeld het was de roosters rond te krijgen. Ook kende ik natuurlijk de verhalen over hoe vermoeiend en soms benauwd de beschermende kleding kan zijn en hoe ingewikkeld het is om tussen patiënten te switchen van kleding. Nu weet ik hoe dat voelt. Het is fijn om nu weer tussen deze prachtige bikkels te mogen werken.

En ik geniet van de ontroering, zoals bij de man waarbij we besloten niet meer te gaan dialyseren en waarbij we samen met patiënt, familie en zorg, in alle rustige haast die nodig was, een goed sterfbed ensceneerden. “Waar ben je nog bang voor, wat zou je missen?” vroeg ik. Patiënt antwoordde: “Ik weet nu dat ik Feyenoord nooit meer in de Champions League zal zien spelen.”  Ik werkte de dag van het overlijden weer ‘gewoon’ thuis, maar hield via het elektronische zorgdossier wel bij hoe het met hem ging. Toen hij overleden was heb ik zijn zoon nog even gebeld en hebben we gesproken over het proces en over zijn gevoelens. Hij was ontroerd en ik moet zeggen dat ook bij mij de tranen in de ogen stonden. We hadden hier samen iets moois gedaan en dat is wat de zorg zo mooi maakt, dat is waarom ik 40 jaar geleden besloten had dokter te worden. En als Feyenoord ooit weer in de Champions League speelt, weet ik (ook al ben ik fervent Utrecht-supporter) voor wie ik mee support.