Behandelen van valangst bij ouderen na een heupfractuur


Revalidanten die het ‘wel makkelijk’ vinden om de rolstoel ‘nog eventjes’ te gebruiken, terwijl ze eigenlijk prima zonder kunnen? Die ‘voorzichtig’ zijn geworden om te mobiliseren? Is dit voor u een herkenbare praktijksituatie? Deze bezorgdheid om te vallen, valangst, blijkt na een heupfractuur bij ruim 60% van de patiënten voor te komen. Valangst is een belangrijke risicofactor voor een verminderd functioneel herstel na een heupfractuur, met name doordat men als gevolg hiervan activiteiten gaat vermijden. Daarnaast bestaat er een verhoogd valrisico en kan valangst ook leiden tot een verminderde sociale participatie en kwaliteit van leven. Bovenstaande was aanleiding om te onderzoeken welke aanpak voor valangst geschikt is. 

Anders leren doen en denken voor de patiënt

In 2016 hebben 10 organisaties vanuit het UNC-ZH meegedaan aan de FIT-HIP studie. Dit onderzoek  toetst of gerichte behandeling van valangst bij heupfractuurpatiënten leidt tot een vermindering van valangst en als gevolg hiervan tot een beter herstel. De FIT-HIP behandeling is gebaseerd op principes vanuit de ‘cognitieve gedragstherapie’. Patiënten worden gecoacht om anders te leren doen (doorbreken van vermijdingsgedrag, stapsgewijs weer in beweging te komen) en anders te leren denken (een meer realistisch denkbeeld over vallen en gevolgen hiervan). De behandeling werd geïntegreerd in de reguliere behandeling voor geriatrische revalidatie. Fysiotherapeuten kregen training en waar nodig ondersteuning van ‘buddy’ psychologen uit hun eigen behandelteam. Behandeling startte direct  vanaf het begin van de revalidatie. Wij volgden deelnemers van aanvang tot zes maanden na ontslag uit de revalidatie. 

Het moment van behandeling is van belang

Anders dan verwacht bleek de FIT-HIP behandeling voor valangst – dat direct bij aanvang van de revalidatie werd opgestart - in vergelijking met reguliere zorg binnen de geriatrische revalidatie niet effectief om de valangst te verminderen. Ook waren er geen verschillen tussen de behandelde en controlegroep met betrekking tot de loopfunctie. Het moment van de behandeling is waarschijnlijk een van de belangrijkste redenen van deze onverwachte bevindingen. Uit recent onderzoek blijkt namelijk dat valangst kort na de heupfractuur (tot 6 weken) niet lijkt bij te dragen aan een verminderd herstel, in tegenstelling tot valangst dat later in het traject aanwezig is. Mogelijk dat valangst in de vroege fase na een fractuur ten dele een ‘normale’ (of functionele) reactie is op de nieuwe, veranderde fysieke situatie van de patiënt.

Algemene angsten en het beloop

Het is uiteraard wel belangrijk om oog te houden voor valangst die aanhoudt na de 6 weken of juist in een vroeg stadium al buitenproportioneel is, en leidt tot stagnatie in de revalidatie. Onze aanbeveling is daarom, op basis van ons onderzoek, om al bij aanvang van de revalidatie te screenen op valangst en het beloop van de valangst te volgen gedurende de geriatrische revalidatie. Ook kan het nuttig zijn om voor algemene angst te screenen, aangezien angst een belangrijke factor zou kunnen zijn dat eraan bijdraagt dat de valangst tot problemen leidt. Behandeling met cognitieve gedragsmatige principes is in andere doelgroepen effectief gebleken om valangst te verminderen en kan daarom worden ingezet wanneer behandeling is aangewezen binnen de geriatrische revalidatie. Voor de ambulante setting en thuiswonende ouderen kunnen bestaande behandelprogramma’s (Zicht op Evenwicht) worden ingezet.

Valangst op de langere termijn

Naast de overige geplande analyses van de FIT-HIP data is een volgende stap in het onderzoek om het natuurlijk beloop van de valangst op de langere termijn in kaart te brengen, wanneer dit niet is behandeld. Hiermee willen we beter zicht krijgen hoe groot de groep is die behandeling nodig zou hebben in de verschillende fasen van herstel en zo specifieker de aanpak van valangst te kunnen bepalen. Zo zie je dat kennisontwikkeling niet ophoudt bij een negatieve uitkomst van de eerste onderzoeksopzet. Nu weten we dat het niet zinvol is om alle patiënten met valangst al in de eerste revalidatiefase hiervoor te behandelen, maar dat per individu bekeken moet worden wat het beloop van de valangst is en of behandeling nodig is.


Verder lezen:

Het artikel over het onderzoek is gepubliceerd. Lees hier het artikel over het FIT HIP-onderzoek.

Er is een e-learning gemaakt over de multidisciplinaire aanpak bij valangst met CME Online. De e-learning 'De casus: valangst na heupfractuur' is op deze pagina terug te vinden.