Valangst vergroot kans op vallen

Nederlands Dagblad 29-3-2016 interview Jan Visschedijk door Eduard Sloot

Ouderen die een heup breken, ontwikkelen vaak valangst. Daar is wat aan te doen, ontdekte ouderenarts Jan Visschedijk.

Hoe bent u bij dit onderwerp gekomen?
‘Ik ben specialist ouderengeneeskunde – vroeger heette dat verpleeghuisarts. Ik werk op een revalidatieafdeling van een verpleeghuis in Rotterdam. Hiervoor deed ik hetzelfde werk in Deventer. Daar zagen wij dat ouderen die herstelden van een heupfractuur, bang waren om de straat op te gaan. We zijn toen de literatuur ingedoken om te kijken wat daarover bekend is. Valangst bleek een groot probleem te zijn bij deze groep. Daardoor was ook de interesse gewekt van onze directeur. We zijn ermee naar de Universiteit Leiden gegaan, en daar is mijn onderzoek begonnen. Vallen en heupfracturen komen vaak voor: een op de drie ouderen valt elk jaar een keer.’

Welke vraag wilde u beantwoorden?
‘Allereerst hoe vaak valangst voorkomt bij ouderen die een heup gebroken hebben. Ik heb gekeken naar de 40 procent kwetsbare ouderen die revalideren in een verpleeghuis. Zij hebben vaak ook problemen met hun hart of longen, of ziektes als artrose en reuma. Daarnaast heb ik gekeken wat de gevolgen van valangst zijn en wat je eraan kunt doen.’

Waar hebt u uw onderzoek uitgevoerd?
‘Ik heb samen met een psycholoog circa honderd ouderen ondervraagd in tien verpleeghuizen in heel Nederland. Daar hebben we een klein halfjaar over gedaan. Verder hebben verpleegkundigen vragen ingevuld over bijvoorbeeld het geheugen en de medicatie van patiënten, en fysiotherapeuten hebben looptesten gedaan. We hebben de ouderen netjes gevraagd of ze wilden meedoen, en dat wilden ze bijna allemaal. Bij het Leids Universitair Medisch Centrum heb ik een deel van de analyse en het computerwerk gedaan.’

Wat was het mooiste moment tijdens de promotiestudie?
‘Het mooiste was dat je op een gegeven moment ziet dat er een probleem is, en ontdekt dat je daar wat aan kunt doen. We zijn nu bezig met een programma om valangst te verminderen, samen met een psycholoog en een fysiotherapeut. Bijzonder waren ook alle verhalen die je hoort van ouderen die gevallen zijn. Een van de heren was gevallen toen hij op de trouwjurk van zijn kleindochter ging staan. Hij deed daar heel luchtig over, maar het laat wel zien dat een ongeluk in een klein hoekje zit. De meeste heupfracturen ontstaan in huis, bijvoorbeeld bij in of uit bed stappen. De douche is ook een gevaarlijke plek.’

Wat is de belangrijkste conclusie?
‘Dat 60 tot 70 procent van de ouderen die na heupfractuur revalideert in een verpleeghuis, last heeft van valangst. Deze ouderen bewegen minder, verstijven, worden angstig en bewegen krampachtiger. Zij gaan daardoor juist meer vallen. De kwaliteit van leven van deze ouderen gaat ook achteruit: ze gaan minder vaak op bezoek en vinden hun leven minder aangenaam. Overigens hoeft niet iedereen gevallen te zijn om valangst te ontwikkelen. Hoe ouder, hoe groter de kans op valangst.’

Wat heeft de samenleving hieraan?
‘We kunnen iets doen aan valangst bij ouderen die revalideren na een heupfractuur. Programma’s met psychologen en fysiotherapeuten helpen. Psychologen leren ouderen praten over hun valangst en helpen hen om die angst te accepteren als een probleem. Fysiotherapeuten helpen ouderen om het lopen langzaam weer op te bouwen. Daardoor gaan ouderen beter functioneren en hebben ze minder mantelzorg nodig. Omdat ze minder snel weer worden opgenomen in het ziekenhuis, dalen waarschijnlijk ook de zorgkosten.’

Welke levensles hebt u opgegaan?
‘Dat het de moeite waard is om onderzoek te doen naar kwetsbare ouderen. De medische wereld heeft weinig aandacht voor deze groep. We moeten hen niet vergeten.’ 


Jan Visschedijk (55) uit Deventer
Donderdag 31 maart, 15.00 uur, Universiteit Leiden
Titel proefschrift: Fear of falling in older patients after hip fracture
Vakgebied Ouderengeneeskunde
Na de promotie ... ‘blijf ik specialist ouderengeneeskunde. Verder blijf ik in contact met de Universiteit Leiden, en blijf ik betrokken bij onderzoek naar het effect van de programma’s tegen valangst.’

Naar proefschrift