Meer is niet per se beter

De universiteit van Maastricht heeft in opdracht van het ministerie van VWS een rapport uitgebracht waarin antwoord wordt gegeven op de vraag of er wetenschappelijk bewijs is voor een relatie tussen de personele bezetting en kwaliteit van zorg in verpleeghuizen.


Samenvatting uit het rapport

Het inzetten van simpelweg meer verzorgend en verplegend personeel in verpleeghuizen leidt niet tot een verbetering van kwaliteit van zorg of kwaliteit van leven. Er moet worden gezocht naar een optimale mix van medewerkers met verschillende competenties. Dat is de conclusie na bestudering van meer dan 180 beschikbare wetenschappelijke publicaties op dit terrein. Een belangrijke kanttekening bij de onderzochte studies is wel dat deze tot op heden overwegend zijn gericht op klinische uitkomsten zoals het voorkomen van valincidenten en decubitus. Het is de vraag of deze uitkomsten nog wel een adequate operationalisering zijn van kwaliteit van zorg in verpleeghuizen. Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat er in Nederland momenteel te weinig HBO-opgeleide verpleegkundigen in verpleeghuizen werkzaam zijn om een mogelijk effect op kwaliteit van zorg objectief te kunnen vaststellen.

De verpleeghuiszorg verandert snel. De complexiteit van zorg neemt toe, vooral op het gebied van zorg voor mensen met vergevorderde dementie, de geriatrische revalidatie en palliatieve zorg. Technologie is straks niet meer weg te denken uit de dagelijkse zorg. Daarnaast veranderen de verwachtingen van bewoners en hun naasten over wat verpleeghuiszorg is; zo lang mogelijk de regie kunnen voeren over het eigen leven staat centraal. Het verpleeghuis moet een thuis worden waar wonen, welzijn en zorg hand in hand gaan. Deze veranderingen stellen andere eisen aan de medewerkers die in verpleeghuizen werkzaam zijn.

Deze ontwikkelingen vereisen een bestuurlijke visie op nieuwe verpleeghuiszorg waarin gekeken wordt naar een optimale mix van competenties, rollen en vakinhoudelijke inzet van medewerkers. Daarbij gaat het enerzijds om specifieke zorginhoudelijke en medische competenties en anderzijds om competenties op het terrein van sociale activiteiten en evidence-based werken. Om de gewenste veranderingen te entameren en vorm te geven zijn leiderschap en coaching onontbeerlijk met rolmodellen die als meewerkende voormannen en -vrouwen functioneren in de dagelijkse zorg. De huidige formatie, met een sterk accent op MBO-opgeleide medewerkers, is daarop onvoldoende toegerust. Daarom is versterking in de diepte nodig en moet de staf in de dagelijkse zorg worden versterkt met HBO en academische geschoolde medewerkers.

Kortom, om kwaliteit van verpleeghuiszorg te verbeteren moet gezocht worden naar een optimale mix van medewerkers die op de juiste wijze worden ingezet. Iedere medewerker neemt naast de spreekwoordelijke ’handen aan het bed’ ook zijn of haar ‘hoofd’ en ‘hart’ mee in het werk. Het samenspel tussen kennis, vaardigheden en attitudes maakt of medewerkers de kwaliteit van zorg beïnvloeden.


Bron: Hamers JPH, Backhaus R, Beerens HC, van Rossum E, Verbeek H. Meer is niet per se beter De relatie tussen personele inzet en kwaliteit van zorg in verpleeghuizen. Maastricht University, 2016.