GARP studie

In samenwerking met verschillende ziekenhuizen in de regio is een cohort van “sib” paren (zus/zus of zus/broer paren) met familiaire artrose in meerdere gewrichten opgestart, de zogenaamde GARP (Genetica ARtrose en Progressie) studie.  Het doel is om genetische risico factoren te vinden, in samenwerking met Prof. Dr. P.E. Slagboom, afdeling Moleculaire Epidemiologie, en de waarde van knie MRI te onderzoeken in het voorspellen en monitoren van ziekte verslechtering, in samenwerking met Prof. Dr. J.L. Bloem, afdeling Radiologie. Ook wordt het subtype handartrose uitgebreid onderzocht.

Het GARP (Genetica, Artrose en Progressie) onderzoek is een studie naar mogelijke risicofactoren voor het ontstaan en de verslechtering van artrose die in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) tussen 2000 en 2005 werd uitgevoerd. Tussen 2007 en 2008 is een vervolgstudie uitgevoerd. In deze studie zijn 192 zus-zus of broer-zus paren met familiaire artrose in meerdere gewrichtsgroepen betrokken. Middels vragenlijsten, gewrichtsonderzoek, röntgenfoto’s, bloedonderzoek, urineonderzoek en MRI onderzoek wordt het ontstaan en het beloop van artrose bestudeerd.  

Resultaten tot op heden


On how obesity links with osteoarthritis.

Artrose en obesitas
On how obesity links with osteoarthritis.
E Yusuf, promotiedatum 16 januari 2013

Het is al lang bekend dat overgewicht samenhangt met het ontstaan van knieartrose. Echter uit een literatuur studie waarin vele onderzoeken zijn samengebracht blijkt overgewicht ook samen te hangen met handartrose. Hoe dit precies komt is nog onduidelijk. Nader onderzoek in patienten uit de GARP studie hebben laten zien dat een mogelijk rol is weggelegd voor mediatoren die worden gemaakt door vetweefsel. Zo’n mediator is adiponectine en dit lijkt te beschermen tegen verergering van handartrose op de röntgenfoto. In patiënten uit de GARP studie met knieartrose bleek dat ook verergering van knieartrose op de röntgenfoto samengaat met overgewicht.

Tot slot is er gekeken welke factoren samengaan met pijn bij knieartrose. Een overzicht van vele MRI studies die hiernaar hebben gekeken liet zien dat er vooral een rol is weggelegd voor ontsteking van de gewrichtbekleding (synovitis) en afwijkingen in het subchondrale bot (beenmerglesies).


Hand Osteoarthritis: Natural course and determinants of outcomeRisicofactoren voor de progressie van artrose
Hand Osteoarthritis: Natural course and determinants of outcome
J. Bijsterbosch, promotie 8 januari 2013

 In dit vervolgonderzoek zijn de GARP deelnemers na gemiddeld 6 jaar opnieuw uitgenodigd voor een vervolgbezoek om de risicofactoren voor de progressie (=achteruitgang) van artrose te onderzoeken. Daarbij is vooral onderzoek verricht naar handartrose.
Er bestaan verschillende typen handartrose, een type dat voornamelijk de vingergewrichten aan doet, een type dat voornamelijk de duimbasis aan doet en een type dat uitgebreide beschadigingen geeft van het gewricht, zogenaamde erosieve handartrose. Nader onderzoek heeft laten zien dat erosieve handartrose erfelijk bepaald lijkt en vooral ontstaat in gewrichten met ernstige gewrichtsspleet versmalling. Vooral duimbasisartrose en erosieve artrose gaan gepaard met klachten bij de patiënt.

Bij 40% van de deelnemers werd na 6 jaar verergering van handklachten gezien, terwijl 26% verbeterde. Progressie van de afwijkingen op röntgenfoto’s van de handen werd in 52% van de deelnemers gevonden, was familiair bepaald en ging vaak gepaard met progressie van knieartrose. Nader onderzoek liet zien dat een variatie in een bepaald gen samenhing met de radiologische achteruitgang. Ook bepalen gedachten en ideeën die patiënten over hun ziekte hebben klachten en  het beloop van de klachten.

Meetinstrumenten die gebruikt zijn om pijnlijke gewrichten te scoren en om gewrichtsspleetversmalling geautomatiseerd in mm te meten blijken betrouwbaar te kunnen meten.

Assessment and determinants of disease progression in osteoarthritis at multiple sites.Assessment and determinants of disease progression in osteoarthritis at multiple sites.
S. Botha-Scheepers, promotie 7 maart 2007:

In dit vervolgonderzoek zijn 208 van de 382 deelnemers gedurende 2 jaar vervolgd om de risicofactoren voor de progressie (=achteruitgang) van artrose te onderzoeken.
Bij een deel van de deelnemers werd na twee jaar verergering van klachten en progressie van de afwijkingen op röntgenfoto’s gezien. Progressie van de afwijkingen op röntgenfoto’s van de handen werd in 20% van de deelnemers gevonden. Voor de knie was het 29% en voor de heup 4%.
Progressie van artrose kwam in bepaalde families vaker voor.
Er was geen verband tussen de verergering van klachten en de afwijkingen op röntgenfoto’s na 2 jaar. Dit bevestigt dat er bij artrose een groot verschil bestaat tussen klachten en afwijkingen op röntgenfoto’s.
Ontsteking lijkt een rol te spelen bij de progressie van knieartrose. Bij patiënten met progressie werden grotere hoeveelheden van stoffen die een rol spelen bij ontsteking gevonden. Erfelijke factoren spelen hier een rol bij.
Meetinstrumenten die gebruikt zijn om veranderingen op röntgenfoto’s vast te stellen, waren gevoelig genoeg om verschillen te meten over de periode van twee jaar. Vragenlijsten konden veel moeilijker verandering van klachten bij artrose vaststellen. Verder onderzoek naar de gevoeligheid van meetinstrumenten is nodig.

Genes and mediators of inflammation and development in osteoarthritis.Resultaten van genetisch onderzoek
Genes and mediators of inflammation and development in osteoarthritis.
S.D. Bos, promotie 15 september 2010:

Verder genetische studies hebben laten zien dat genen die een relatie hebben met ontsteking, zoals genen die betrokken zijn bij interleukine-1, en varianten in het gen voor c-reactive protein, belangrijk zijn in artrose. Hoe ontsteking een rol speelt bij artrose is nog niet duidelijk. Tot slot is aangetoond dat een variant van het DIO2 gen, dat een rol speelt bij het schildklier functioneren, van belang is bij artrose.

Generalised osteoarthritis: from Mendelian disorder to complex diseaseGeneralised osteoarthritis: from Mendelian disorder to complex disease.
J. Min, promotie 17 januari 2007:

In het erfelijk materiaal zijn er twee genen (=plekken op het erfelijk materiaal) aanwijsbaar die samenhangen met verschillende typen artrose binnen de GARP studie. De genen liggen op chromosoom 2. Het eerste gen, genaamd frizzled-related protein gen, speelt een rol bij de opbouw van het skelet. Het tweede gen, genaamd matriline-3 gen, codeert voor een kraakbeeneiwit. De precieze betekenis van deze genen moet verder worden onderzocht.

Familial osteoarthritis, risk factors and determinants of outcomeRisicofactoren voor het ontstaan van familiaire artrose
Familial osteoarthritis, risk factors and determinants of outcome.
N. Riyazi, promotie 22 november 2006:

In dit basisonderzoek zijn de risicofactoren voor het ontstaan van artrose onderzocht.
Van alle 382 deelnemers was 85% vrouw en de gemiddelde leeftijd was 60 jaar. Er werd bij 72% van de deelnemers artrose van de handen gevonden. Voor de wervelkolom was dit percentage 80%, voor de knieën 24% en voor de heupen 34%.
Broers en zussen van patiënten met artrose hebben een hogere kans op het krijgen van artrose in bepaalde gewrichten of combinaties van gewrichten. Dit geldt voor artrose van de handen, heupen en wervelkolom, maar niet voor artrose van de knieën.
Ontsteking lijkt een rol te spelen bij het ontstaan van artrose. Bepaalde stoffen die iets zeggen over de erfelijke aanleg voor ontsteking worden namelijk vaker gevonden bij mensen met artrose. Welke genen (erfelijke informatie) precies een rol spelen bij het ontstaan van artrose is nog niet helemaal duidelijk.
Voor familiaire artrose geldt dat er meerdere factoren een rol spelen bij het ontstaan ervan. Dit zijn zowel erfelijke factoren als omgevingsfactoren, zoals bijvoorbeeld zwaar lichamelijk werk en overgewicht.
De manier waarop mensen hun artrose beleven is van belang voor de mate waarin zij zich lichamelijk beperkt voelen. Hetzelfde geldt voor de geestelijke gezondheid. Het is dus belangrijk om ook met deze factoren rekening te houden.

Osteoarthritis in the knee, cartilage MR ImagingDe waarde van MRI bij knie-artrose
Osteoarthritis in the knee, cartilage MR Imaging.
P.R. Kornaat, promotie 15 november 2006:

Afwijkingen in de knie die passen bij artrose, kunnen goed worden gezien op een MRI-scan.
Afwijkingen in verschillende delen van de knie treden vaak samen op in de binnenkant van de knie of juist in de buitenkant van de knie.
De relatie tussen MRI afwijkingen en pijn is onderzocht. Er werd gevonden dat pijn in de knie vooral samenhangt met de aanwezigheid van veel gewrichtsvocht in de knie of met een osteofyt (=botuitsteeksel ontstaan ten gevolge van artrose) aan de knieschijf. Andere afwijkingen die op MRI gezien werden hingen niet samen met pijnklachten.