geMstoan studie

GeMstoan is een studie waarin vroege en late (patiënten die gewrichtsvervangende operaties krijgen) artrose patiënten geïncludeerd worden met het doel om de ziekte beter te begrijpen en nieuwe therapieën te ontwikkelen waardoor patiënten in een vroeger stadium behandeld kunnen worden. Deze studie is een samenwerking tussen meerdere centra, onder anderen de Orthopedie afdelingen van het LUMC en Diaconessen Huis te Leiden, TNO en Erasmus Medisch Center Rotterdam en Centocor USA. Klinisch en experimenteel onderzoek wordt gecombineerd om een zo compleet mogelijk beeld te verkrijgen van de ziekte. Patiënten met artrose worden gerekruteerd via de Reumatologie of Orthopedie afdeling en krijgen behalve de standaard klinische onderzoek ook een MRI- en röntgenfoto om ontsteking en gewrichtsschade vast te stellen. Daarnaast worden knieweefsels die vrijkomen tijdens een knievervangende operatie, naar het Reumatologie afdeling gebracht en op het lab onderzocht. Immuuncellen en uitgescheiden moleculen door alle weefsels aanwezig in de knie worden onderzocht evenals de interactie tussen verschillende weefsels, om een indruk te krijgen over de mogelijke ziekteprocessen in artrose. Van vroege artrose patiënten worden synoviale biopten verkregen om de aanwezigheid van immuuncellen en ontsteking vast te stellen. De experimentele gegevens worden gekoppeld aan klinische gegevens om bijvoorbeeld de mogelijke oorzaak van pijn te vinden.

Resultaten tot op heden

De betekenis van synoviale ontsteking bij knieartrose
Synovial inflammation in knee osteoarthritis: histological and imaging studies
B. de Lange-Brokaar, promotie: oktober 2015

Lange tijd werd gedacht dat artrose een degeneratieve ziekte was. Sinds kort weten we echter dat ontsteking van de gewrichtsbekleding (synovitis) bij artrose vaak voorkomt en een belangrijke voorspeller is van kraakbeenschade en pijn. Veel over synovitis bij knieartrose is echter nog onopgehelderd.

Uit de literatuur weten we dat de synovitis bij artrose er onder de microscoop hetzelfde uit ziet als bij reumatoïde artritis, maar dat het weefsel over het algemeen minder hevig ontstoken is. Om de ontsteking bij knieartrose verder te typeren, werd door ons in het laboratorium onderzocht welke celtypen het meest voorkomen in gewrichtsbekleding (synovium) bij knieartrose. Hieruit bleek dat met name macrofagen, T-cellen en mestcellen aanwezig waren. We zagen dat deze immuuncellen in een geactiveerde staat waren. Daarnaast vonden wij dat een subtype van de gevonden cellen (CD4+ T-cellen) geassocieerd zijn met pijn, wat de eerder door anderen gevonden relatie tussen synovitis en pijn bij knieartrose deels zou kunnen verklaren. Vervolgens hebben we ontsteking in het synovium van mensen met knieartrose vergeleken met dat van mensen met reumatoïde artritis. We zagen dat er bij mensen met knieartrose andere immuuncellen betrokken zijn (namelijk meer mestcellen, maar geen B-cellen), en we vonden een associatie tussen het aantal aanwezige mestcellen en de hoeveelheid structurele schade in knieartrose.

Het tweede deel van dit proefschrift onderzocht de relatie tussen synovitis en klinische kenmerken bij mensen met knieartrose. Synovitis werd gemeten door gebruik te maken van MRI scans van de knie van patiënten met knieartrose. Hierop zagen we dat er verschillende patronen van synovitis te onderscheiden zijn. Ook lieten we zien dat synovitis samenhangt met pijn en structurele schade op de lange termijn. In sommige patiënten hebben we meerdere keren achter elkaar een MRI scan gemaakt en we zagen dat synovitis alleen in sommige patiënten verandert over de tijd. Een toename in synovitis bleek gepaard te gaan met toegenomen kraakbeenschade. Opvallend genoeg leek toename in synovitis echter niet gepaard te gaan met meer pijn, maar ging toegenomen kraakbeenschade juist wel gepaard met meer pijn. Mogelijk is kraakbeenschade de link in de eerder gevonden relatie tussen synovitis en pijn.