PRolaCT - de RCT

PRolaCT – de prolactinoom RCT

De gerandomiseerde studie heeft als doel de verschillende behandelingen, operatie en medicatie, met elkaar te vergelijken en te bepalen welke behandeling de hoogste kans op remissie heeft en een betere kwaliteit van leven oplevert. In de studie "PRolaCT – three Multicenter Prolactinoma Randomized Clinical Trials" worden geselecteerde patiënten met een prolactinoom gerandomiseerd tussen de huidige standaard zorg of verwijzing naar een neurochirurgisch centrum om geopereerd te worden.

Onderzoekspopulatie

De proefpersonen zullen in 3 groepen worden verdeeld op basis van de duur van voorbehandeling met een dopamineagonist ten tijde van inclusie: 
  1. PRolaCT-1: nieuw gediagnosticeerde prolactinoompatiënten die nog geen behandeling hebben gehad.
  2. PRolaCT-2: prolactinoompatiënten die korte (4-6 maanden) voorbehandeling hebben gehad.
  3. PRolaCT-3: patiënten met een persisterend prolactinoom na langdurige behandeling (> 2 jaar).
De overige inclusiecriteria zijn:
  • Diagnose prolactinoom: 
    • Symptomen
    • Prolactine ≥ 2 keer de bovengrens van normaal, bij presentatie (PRolaCT-1 en -2) of bij stoppoging in de afgelopen 12 maanden (PRolaCT-3). 
    • Op MRI een duidelijk zichtbaar hypofyseadenoom met een maximale diameter ≤ 25 mm en zonder invasie van de sinus cavernosus; deze MRI is bij inclusie ≤ 2 maanden (PRolaCT-1 en -2) of ≤ 12 maanden (PRolaCT-3) geleden gemaakt.
  • Er is géén contra-indicatie of duidelijke indicatie voor een van beide behandelingen.
  • De patiënt is niet zwanger ten tijde van inclusie.
  • Er is géén acromegalie (klinische diagnose).
  • Er zijn géén eerdere operatie of radiotherapie in het gebied van de hypofyse geweest.
  • Er is géén ernstige nierinsufficiëntie (eGRF < 30 ml/min). 
  • De patiënt is tenminste 18 jaar oud. 
  • Er is voldoende begrip van Nederlandse en/of Engelse taal.
  • De patiënt is in staat om vragenlijsten in te vullen.

Wat de RCT inhoudt    

Op basis van randomisatie zal worden bepaald of een deelnemende proefpersoon standaard zorg zal krijgen of verwezen zal worden voor operatie. De randomisatie zal plaatsvinden in de 3 inclusiegroepen, PRolaCT-1, PRolaCT-2 of PRolaCT-3, zodat er 6 behandelarmen ontstaan.

Proefpersonen die randomiseren voor de interventiegroep zullen worden verwezen naar een deelnemend neurochirurgisch expertisecentrum. Hier zullen proefpersonen door een neurochirurg en een endocrinoloog uitgebreid gecounseld worden in het maken van een keuze voor operatie of niet. Daarnaast zal van elke proefpersoon, bij voorkeur in een multidisciplinair overleg, door de betrokken neurochirurg en endocrinoloog beoordeeld worden of hij/zij geschikt is voor operatie van zijn/haar prolactinoom. Pas als arts én patiënt akkoord gaan met de operatie, dan wordt deze ingepland. Indien ervoor gekozen wordt de operatie door te laten gaan, dan zal deze plaatsvinden zoals dat nu al standaard is voor patiënten met een intolerantie voor dopamineagonisten of een dopamineagonist resistent prolactinoom. De operatie en alle pre- en postoperatieve controles vallen onder de reguliere patiëntenzorg.Indien patiënt of behandelaren niet achter de operatie staan, dan zal de proefpersoon terugverwezen worden naar zijn/haar eigen ziekenhuis, waar alsnog gestart of gecontinueerd wordt met behandeling volgens de huidige standaard, met een dopamineagonist. De patiënt blijft dan in principe proefpersoon in het onderzoek. Analyses vinden plaats op basis van intention-to-treat.

Proefpersonen in de controlegroep, zullen onder behandeling van hun eigen endocrinoloog of gynaecoloog blijven en starten of doorgaan met de behandeling zoals deze nu standaard is voor patiënten met een prolactinoom, met een dopamineagonist.

Follow-up

Follow-up voor de studie is zo gepland dat studievisites het patroon van reguliere medische controles volgt zoals dit door de huidige richtlijnen wordt geadviseerd. Alle medische follow-up, waaronder de poliklinische controles, prolactine-bepalingen en MRI’s, valt dus onder reguliere patiëntenzorg, maar vindt ten behoeve studie op een gestandaardiseerde manier plaats. Zoals ook weergegeven in de figuur hieronder, vinden studievisites plaats 12, 27, 36 en 60 maanden na randomisatie. Wij vragen de gegevens die voor de reguliere medische follow-up genoteerd worden, bij de studievisites op een gestandaardiseerde wijze te registreren en laboratoriumonderzoek en beeldvormende onderzoeken op gestandaardiseerde momenten te verrichten. 

Figuur 1 - Tijdlijn follow-up PRolaCT.

Tijdlijn RCT

Daarnaast zal op deze meetmomenten een of meerdere vragenlijsten worden afgenomen bij de proefpersonen, zoals dat ook in het  cohortonderzoek gebeurt. In aanvulling hierop zal ten behoeve van een kosten-effectiviteitmeting eens per 3-6 maanden een korte vragenlijst afgenomen worden. Alle vragenlijsten zullen direct naar de proefpersonen worden verstuurd.