Achtergrond bij de onderzoeken

Achtergrond bij de onderzoeken

Meer dan de helft van alle hypofysetumoren produceert prolactine en is dus een prolactinoom. De productie van prolactine resulteert in hyperprolactinemie, waardoor symptomen zoals galactorroe, amenorroe, subfertiliteit en seksuele dysfunctie kunnen ontstaan. Maar ook aspecifieke klachten zoals vermoeidheid en emotionele problemen kunnen optreden. [1] Prolactinomen worden vaker gezien bij vrouwen, met een piekincidentie in de leeftijdscategorie van 25 tot 35 jaar. De ruime meerderheid (80%) van de prolactinoom patiënten heeft een microprolactinoom (een prolactinoom <1 cm). [6, 7] 

Behandeling is geïndiceerd vanwege de symptomen van hyperprolactinemie; om de fertiliteit en gonadale status te herstellen; en soms om massa-werking te voorkomen. Het doel van de behandeling is een normaal prolactine-gehalte en verminderen van de symptomen, wat bereikt kan worden door medicamenteuze behandeling met dopamine agonisten of chirurgische resectie.[8] Maar zowel behandelde als niet-behandelde patiënten ervaren een afgenomen kwaliteit van leven. [2-5] En behandeling met dopamineagonisten is geassocieerd met psychiatrische bijwerkingen zoals een gestoorde impulscontrole. 10% van de patiënten ervaart ernstige bijwerkingen.

Door de US Endocrine Society worden dopamineagonisten aanbevolen als eerstelijns therapie, waarvan Cabergoline het meest effectief wordt geacht. [8, 9] Dus terwijl transsfenoïdale resectie voor de meeste andere hypofysetumoren eerstelijns therapie is, is het voor prolactinomen voorbehouden aan patiënten met een intolerantie voor de medicatie of bij wie medicatie niet effectief is. [8] Dopamineagonisten hebben laten zien bij ongeveer 90% van de patiënten effectief te zijn. Indien effectief, wordt vaak na tenminste 2 jaar medicamenteuze therapie een stoppoging gedaan. Bij 60-80% van de patiënten moet vanwege recidiveren van de hyperprolactinemie en symptomen echter de dopamineagonist weer worden herstart.[10-21] Een aanzienlijk deel van de patiënten moet dus langdurig behandeld worden met de medicatie. Recent onderzoek heeft laten zien dat ongeveer 40% van de patiënten hinderlijke bijwerkingen ervaart.[9, 20, 22-28] 

Operatieve therapie vindt in Nederland plaats in een van de 12 academische en niet-academische neurochirurgische centra. Patiënten blijven postoperatief 2-5 dagen opgenomen in het ziekenhuis. Hierna worden ze 2 weken intensief gecontroleerd en kunnen vaak na 6 maanden weer terugverwezen worden naar hun eigen endocrinoloog. Ook endoscopische resectie heeft laten zien effectief te zijn bij een grote meerderheid van de patiënten (80-90%).[21, 29-36] Bij ongeveer 15% van de patiënten wordt een recidief waargenomen. Hoewel chirurgische resectie natuurlijk een meer invasieve behandeling is dan het innemen van een tablet, heeft de endoscopische transsfenoïdale hypofyse chirurgie een risico op lange termijn bijwerkingen van 2-3%.[34, 37] 

Daarom moeten de risico's van chirurgie afgewogen worden tegen de chronische bijwerkingen van langdurige therapie met dopamineagonisten. Daarnaast hebben recente simulaties laten zien dat chirurgische behandeling meer kosteneffectief zou kunnen zijn dan medicamenteuze behandeling en zijn meer groepen van mening dat chirurgische resectie een prominentere plaats bij de behandeling van prolactinomen moet krijgen.[21, 38, 39] Tot op heden zijn medicamenteuze en chirurgische behandeling voor patiënten met een prolactinoom echter nooit met elkaar vergeleken. Daarnaast is er nog veel onbekend met betrekking tot patiënt-gerelateerde uitkomsten van beide behandelmodaliteiten.[40] Daardoor is niet bekend welke vorm van behandeling superieur is op het gebied van kwaliteit van leven, bijwerkingen/complicaties, het aantal remissies en kosteneffectiviteit.[8] 

Derhalve is het doel van onze onderzoeken om enerzijds in kaart te brengen hoe medicamenteuze en chirurgische therapie voor prolactinoom presteren op het gebied van kwaliteit van leven, bijwerkingen/complicaties, ziekteremissie en kosteneffectiviteit. Anderzijds willen we de behandelmodaliteiten op deze punten met elkaar vergelijken op verschillende momenten in het behandeltraject van patiënten met een prolactinoom om te onderzoeken welke vorm van behandeling op welk moment in het traject superieur is.

Referenties

  1. Molitch, M.E., Diagnosis and Treatment of Pituitary Adenomas: A Review. Jama, 2017. 317(5): p. 516-524.
  2. Gruppetta, M., C. Mercieca, and J. Vassallo, Prevalence and incidence of pituitary adenomas: a population based study in Malta. Pituitary, 2013. 16(4): p. 545-53.
  3. Kars, M., et al., Estimated age- and sex-specific incidence and prevalence of dopamine agonist-treated hyperprolactinemia. J Clin Endocrinol Metab, 2009. 94(8): p. 2729-34.
  4. Melmed, S., et al., Diagnosis and treatment of hyperprolactinemia: an Endocrine Society clinical practice guideline. J Clin Endocrinol Metab, 2011. 96(2): p. 273-88.
  5. Cesar de Oliveira Naliato, E., et al., Quality of life in women with microprolactinoma treated with dopamine agonists. Pituitary, 2008. 11(3): p. 247-54.
  6. Johnson, M.D., C.J. Woodburn, and M.L. Vance, Quality of life in patients with a pituitary adenoma. Pituitary, 2003. 6(2): p. 81-7.
  7. Kars, M., et al., Quality of life is decreased in female patients treated for microprolactinoma. Eur J Endocrinol, 2007. 157(2): p. 133-9.
  8. Ritvonen, E., et al., Normal long-term health-related quality of life can be achieved in patients with functional pituitary adenomas having surgery as primary treatment. Clin Endocrinol (Oxf), 2015. 82(3): p. 412-21.
  9. Webster, J., et al., A comparison of cabergoline and bromocriptine in the treatment of hyperprolactinemic amenorrhea. Cabergoline Comparative Study Group. N Engl J Med, 1994. 331(14): p. 904-9.
  10. Biswas, M., et al., Long-term remission following withdrawal of dopamine agonist therapy in subjects with microprolactinomas. Clin Endocrinol (Oxf), 2005. 63(1): p. 26-31.
  11. Cannavo, S., et al., Cabergoline: a first-choice treatment in patients with previously untreated prolactin-secreting pituitary adenoma. J Endocrinol Invest, 1999. 22(5): p. 354-9.
  12. Colao, A., et al., Withdrawal of long-term cabergoline therapy for tumoral and nontumoral hyperprolactinemia. N Engl J Med, 2003. 349(21): p. 2023-33.
  13. Colao, A., et al., Predictors of remission of hyperprolactinaemia after long-term withdrawal of cabergoline therapy. Clin Endocrinol (Oxf), 2007. 67(3): p. 426-33.
  14. Colao, A., et al., Outcome of cabergoline treatment in men with prolactinoma: effects of a 24-month treatment on prolactin levels, tumor mass, recovery of pituitary function, and semen analysis. J Clin Endocrinol Metab, 2004. 89(4): p. 1704-11.
  15. De Rosa, M., et al., The treatment with cabergoline for 24 month normalizes the quality of seminal fluid in hyperprolactinaemic males. Clin Endocrinol (Oxf), 2006. 64(3): p. 307-13.
  16. Dekkers, O.M., et al., Recurrence of hyperprolactinemia after withdrawal of dopamine agonists: systematic review and meta-analysis. J Clin Endocrinol Metab, 2010. 95(1): p. 43-51.
  17. Di Sarno, A., et al., Resistance to cabergoline as compared with bromocriptine in hyperprolactinemia: prevalence, clinical definition, and therapeutic strategy. J Clin Endocrinol Metab, 2001. 86(11): p. 5256-61.
  18. Dogansen, S.C., et al., Withdrawal of dopamine agonist therapy in prolactinomas: In which patients and when? Pituitary, 2016. 19(3): p. 303-10.
  19. Huda, M.S., et al., Factors determining the remission of microprolactinomas after dopamine agonist withdrawal. Clin Endocrinol (Oxf), 2010. 72(4): p. 507-11.
  20. Sala, E., et al., Recurrence of hyperprolactinemia following dopamine agonist withdrawal and possible predictive factors of recurrence in prolactinomas. J Endocrinol Invest, 2016. 39(12): p. 1377-1382.
  21. Tampourlou, M., et al., THERAPY OF ENDOCRINE DISEASE: Surgery in microprolactinomas: effectiveness and risks based on contemporary literature. Eur J Endocrinol, 2016. 175(3): p. R89-96.
  22. Andela, C.D., et al., Towards a better quality of life (QoL) for patients with pituitary diseases: results from a focus group study exploring QoL. Pituitary, 2015. 18(1): p. 86-100.
  23. De Sousa, S.M., et al., Dopa-testotoxicosis: disruptive hypersexuality in hypogonadal men with prolactinomas treated with dopamine agonists. Endocrine, 2017. 55(2): p. 618-624.
  24. Elenkova, A., et al., Increased prevalence of subclinical cardiac valve fibrosis in patients with prolactinomas on long-term bromocriptine and cabergoline treatment. Eur J Endocrinol, 2012. 167(1): p. 17-25.
  25. Ferrari, C., et al., Cabergoline in the long-term therapy of hyperprolactinemic disorders. Acta Endocrinol (Copenh), 1992. 126(6): p. 489-94.
  26. Merola, B., et al., CV 205-502 in the treatment of tumoral and non-tumoral hyperprolactinemic states. Biomed Pharmacother, 1994. 48(3-4): p. 167-74.
  27. Vallette, S., et al., Long-term cabergoline therapy is not associated with valvular heart disease in patients with prolactinomas. Pituitary, 2009. 12(3): p. 153-7.
  28. Webster, J., et al., The efficacy and tolerability of long-term cabergoline therapy in hyperprolactinaemic disorders: an open, uncontrolled, multicentre study. European Multicentre Cabergoline Study Group. Clin Endocrinol (Oxf), 1993. 39(3): p. 323-9.
  29. Dehdashti, A.R., et al., Pure endoscopic endonasal approach for pituitary adenomas: early surgical results in 200 patients and comparison with previous microsurgical series. Neurosurgery, 2008. 62(5): p. 1006-15; discussion 1015-7.
  30. D'Haens, J., et al., Fully endoscopic transsphenoidal surgery for functioning pituitary adenomas: a retrospective comparison with traditional transsphenoidal microsurgery in the same institution. Surg Neurol, 2009. 72(4): p. 336-40.
  31. Frank, G., et al., The endoscopic versus the traditional approach in pituitary surgery. Neuroendocrinology, 2006. 83(3-4): p. 240-8.
  32. Gondim, J.A., et al., Endoscopic endonasal transsphenoidal surgery: surgical results of 228 pituitary adenomas treated in a pituitary center. Pituitary, 2010. 13(1): p. 68-77.
  33. Hofstetter, C.P., et al., Endoscopic endonasal transsphenoidal surgery for functional pituitary adenomas. Neurosurg Focus, 2011. 30(4): p. E10.
  34. Maric, A., et al., Endocrinological outcomes of pure endoscopic transsphenoidal surgery: a Croatian Referral Pituitary Center experience. Croat Med J, 2012. 53(3): p. 224-33.
  35. Paluzzi, A., et al., Endoscopic endonasal approach for pituitary adenomas: a series of 555 patients. Pituitary, 2014. 17(4): p. 307-19.
  36. Wang, F., et al., Endoscopic endonasal transsphenoidal surgery of 1,166 pituitary adenomas. Surg Endosc, 2015. 29(6): p. 1270-80.
  37. Tabaee, A., et al., Predictors of short-term outcomes following endoscopic pituitary surgery. Clin Neurol Neurosurg, 2009. 111(2): p. 119-22.
  38. Jethwa, P.R., et al., Cost-Effectiveness Analysis of Microscopic and Endoscopic Transsphenoidal Surgery Versus Medical Therapy in the Management of Microprolactinoma in the United States. World Neurosurg, 2016. 87: p. 65-76.
  39. Zygourakis, C.C., et al., Cost-Effectiveness Analysis of Surgical versus Medical Treatment of Prolactinomas. J Neurol Surg B Skull Base, 2017. 78(2): p. 125-131.
  40. Andela, C.D., et al., Quality of life (QoL) impairments in patients with a pituitary adenoma: a systematic review of QoL studies. Pituitary, 2015. 18(5): p. 752-76.