Evaluatie coschap ouderengeneeskunde

Vanaf april 2017 wordt het coschap Ouderengeneeskunde gevolgd als onderdeel van het coschapcluster POSH (Psychiatrie, Ouderengeneeskunde, Sociale Geneeskunde en Huisartsgeneeskunde). Ongeveer de helft van de coassistenten volgt dit coschap, de andere helft volgt een coschap Sociale Geneeskunde gedurende een periode van 6 weken. Na één jaar waren we benieuwd naar de ervaringen van de coassistenten, tijd dus voor een evaluatie! Het doel van deze evaluatie is bekijken hoe coassistenten het coschap Ouderengeneeskunde ervaren hebben. Wat hebben ze geleerd? Is het coschap relevant voor een basisarts? En zijn er  verbeterpunten?

Na 1 jaar coschap hebben we van 32 coassistenten feedback ontvangen. Daaruit kan geconcludeerd worden dat het overgrote deel (81%) het coschap als leuk en leerzaam omschrijft. Dertig (96%)  coassistenten vinden het coschap zeer relevant voor het toekomstig dokter zijn. De belangrijkste argumenten hiervoor zijn: de omvang van de populatie ouderen in de algemene bevolking, het feit dat ouderengeneeskunde in bijna elk specialisme terug komt en meer kennis over keten van zorg na het ziekenhuis. De coassistenten fungeren in principe als semiarts op een afdeling, waarbij zij een aantal patiënten onder hun hoede hebben. Het geven en krijgen van zelfstandigheid is iets wat van de coassistenten verwacht mag worden in deze laatste fase van de reguliere coschappen. Zij ervaren de grote mate van zelfstandigheid als positief.

In het coschap cluster POSH wordt er, voor de coassistenten, een nieuw onderdeel geïntroduceerd: de terugkomdag. In totaal zijn er drie terugkomdagen tijdens het coschap Ouderengeneeskunde. Het doel van deze terugkomdagen is o.a. het delen van ervaringen tijdens een ervaringsronde en extra inhoudelijke verdieping. Deze terugkomdagen worden positief beoordeeld, waarbij de coassistenten vooral de ervaringsronde goed waarderen.

Coassistenten geven enkele verbeterpunten aan. Als de zelfstandigheid, zoals eerder beschreven, ontbreekt, geven de coassistenten het coschap een minder goede beoordeling.  Voor de opleiders is het van belang dat zij de mogelijkheid tot zelfstandigheid bieden en dit bij de coassistenten stimuleren.  Sommige coassistenten ervoeren te weinig uitdaging op medisch inhoudelijk vlak, zij omschrijven het coschap dan als “saai” of “rustig”. De coassistenten zouden graag meer onderwijs krijgen over wondzorg en de organisatie van zorg in het verpleeghuis.

Conclusie

Concluderend is het coschap Ouderengeneeskunde een coschap dat de coassistenten als positief ervaren. Met name de relevantie voor het toekomstig dokter zijn is daarbij veel genoemd. Na 1 jaar zijn er nog genoeg uitdagingen die zullen volgen, de belangrijkste op korte termijn is de toename van het aantal coassistenten per groep. Momenteel zijn we op zoek naar voldoende opleidingsplekken. Daarnaast start er dit jaar een pilot om de arts in opleiding tot specialist Ouderengeneeskunde te betrekken bij het opleiden van coassistenten.

Bent u geïnteresseerd in het lezen van de gehele evaluatie? Dat kan, stuur dan een e-mail naar: coschap-sog@lumc.nl 

Marieke Koet, AIOS Specialisme Ouderengeneeskunde