Screening heupdysplasie (DDH)

Samenvatting met de belangrijkste punten aangaande de screening voor heupdysplasie (DDH) in de regio Leiden:

Wat is DDH?

Developmental Dysplasia of the Hip (DDH) omvat de gehele ontwikkelingsstoornis van de heup. Dat wil zeggen dat zowel de congenitale heupluxatie, de meest ernstige vorm van DDH, als milde heupdysplasie (achterblijvende ontwikkeling van de heup kom en kop) onder deze diagnose vallen.

Waarom wordt er gescreend?

Voor zowel een heupluxatie als voor heupdysplasie geldt dat er bij een vroege diagnose vrijwel alleen een conservatieve behandeling noodzakelijk is (Bij start behandeling van een heupdislocatie rond de 6-10 weken is in 80-95% een succesvolle reductie mogelijk). Wanneer een heupdislocatie later wordt gediagnosticeerd is de kans op een (soms ingrijpende) operatie gestegen naar 50% (90% voor een ernstige heupdislocatie). Ook moeten kinderen die later worden gediagnosticeerd vaak langer worden behandeld of hebben meerdere operaties nodig.

Wie worden er gescreend?

Alle kinderen van 2 tot 3 drie weken oud behoren een onderzoek van de heupen te krijgen, verricht door een ervaren onderzoeker. Dit onderzoek richt zich met name op de diagnostiek van een heupluxatie .

Hier moet worden gelet op de stabiliteit van de heupen (test van Ortolani en Barlow), de beenlengte (Galleazi) en de abductie van de heupen.

Na de leeftijd van 3-4 weken wordt het stabiliteitsonderzoek van de kinderheup in toenemende mate onbetrouwbaar, onderzoek van de heupfunctie (abductie) blijft langer betrouwbaar met name voor de diagnostiek naar milde heupdysplasie.

naar boven

Wie doet dit onderzoek?

Voor sommige verloskundigenpraktijken in de regio is een afspraak gemaakt dat de eerste DDH screening plaatsvindt 1-2 weken na de geboorte door de huisarts.

Helaas vindt dit onderzoek niet altijd op tijd plaats. Het eerste contact met het consultatiebureau is dan pas na 4 weken en dus in principe te laat voor een betrouwbaar onderzoek naar congenitale heupdislocatie.

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat dit lichamelijk onderzoek alleen betrouwbaar is wanneer het op tijd  (<4 weken) wordt verricht door een ervaren onderzoeker.(The Lancet, Volume 369, Issue 9572, 5-11 May 2007, Pages 1541-1552)

Screening in het LUMC:

Al meer dan 30 jaar bestaat er op de afdeling Orthopaedie van het LUMC op donderdag ochtend tussen 9.00 en 11.00 uur een inloopspreekuur voor de screening van DDH.

Op dit inloopspreekuur worden kinderen tussen de 2 en 3 weken oud gescreend op DDH (heupdysplasie en congenitale heupluxatie ) middels een lichamelijk onderzoek.

Deze screening bevat ook een klein lichamelijk onderzoek naar de aanwezigheid van aanlegstoornissen van de wervelkolom en voet.

naar boven


Indien er afwijkingen worden gevonden die kunnen passen bij een congenitale heupluxatie wordt er op de leeftijd van 6 weken een echo van de heupjes gemaakt.

  • Wanneer er op de echo een heupdislocatie wordt gezien wordt er vaak binnen 1 week gestart met behandelen middels een Pavlik bandage. (gedurende 6-12 weken)
  • Wanneer er twijfel is bij het echo-onderzoek wordt na 6 weken de echo herhaald.
  • Indien er normale heupen worden gezien voor geslacht en leeftijd wordt alleen bij de aanwezigheid van risicofactoren na 6 weken een echo herhaald

Indien er risicofactoren bestaan voor DDH:

  • Bij ouders met nieuwgeboren kinderen die familie hebben met DDH (1e lijn: vader-moeder, 2e lijn broer-zus).
  • Bij kinderen die in stuit hebben gelegen of zo zijn bevallen.
  • Bij kinderen met klompvoeten.
  • Bij tweelingen.

Dan wordt er bij drie maanden een echo onderzoek verricht waarbij de heupjes worden gecontroleerd op de aanwezigheid van DDH of een congenitale heupdislocatie:

  1. Worden hierbij geen afwijkingen gevonden worden de ouders gerustgesteld en volgt er geen verder onderzoek of controle.
  2. Worden hierbij afwijkingen gevonden die passen bij een milde heupdysplasie wordt er mogelijk gestart met de behandeling middels een Pavlik abductiebandage (gedurende 12 weken).
  3. Indien er twijfel bestaat over de aanwezigheid of ernst van de DDH wordt er bij 5 maanden een röntgenfoto gemaakt.
naar boven

Vrije inloop, zonder verwijzing?

Het inloopspreekuur op Donderdag ochtend kent een vrije inloop en behoeft geen verwijzing van de CB- of huisarts.

Voor kinderen met een verdenking of hoog risico op DDH is een verwijzing naar de polikliniek (kinder-)orthopaedie voldoende. Kinderen worden dan binnen twee weken gezien op het speciale heupjesspreekuur. (Zie ook verwijzen)

Kosten voor de patiënt (ouders)

Voor het inloopspreekuur (de screening middels lichamelijk onderzoek bij twee/drie weken) wordt door het LUMC geen kosten berekend.

Worden er bij dit screeningsonderzoek afwijkingen of risicofactoren gevonden waarvoor vervolgonderzoek noodzakelijk is wordt er een bijpassende DBC/DOT traject geopend. Aan dit traject zijn dus wel kosten verbonden. Deze zorg valt binnen het basispakket van de zorgverzekeraar en wordt dus volledig vergoed.

Het is dus belangrijk dat de kinderen zijn ingeschreven bij de zorgverzekeraar van een van de ouders. In dat geval valt de mogelijk noodzakelijke zorg binnen het standaard pakket van alle zorgverzekeraars en buiten het eigen risico.

De ouders behoren dus geen rekening van de zorgverzekeraars te krijgen. Indien ouders het kind nog niet hebben ingeschreven bij een zorgverzekeraar kan het voorkomen dat er wel een rekening wordt verstuurd. Dit kan via de zorgverzekeraar weer worden teruggedraaid.

naar boven

Verwijzen:

SPOED

Kinderen kunnen bij een verdenking op een heupluxatie naar het LUMC worden verwezen voor aanvullend onderzoek middels een echo heupjes bij de leeftijd van zes weken:

Er bestaat een verdenking op een heupluxatie bij lichamelijk onderzoek bij een: positieve test van Barlow-Ortolani, een beenlengteverschil (Galleazi) of een (forse) abductiebeperking.
Bij een beiderzijdse heupluxatie is er meestal geen beenlengte verschil, maar vaak wel een beperkte abductiebeperking of een versterkte lumbale lordose bij het lopend kind.

REGULIERE SCREENING
Kinderen met risicofactoren voor DDH kunnen naar het LUMC worden verwezen voor aanvullend onderzoek middels een echo heupjes bij de leeftijd van drie maanden:

  • Bij ouders met nieuwgeboren kinderen die familie hebben met DDH (1e lijn: vader-moeder, 2e lijn broer-zus)
  • Bij kinderen die in stuit hebben gelegen of zo zijn bevallen
  • Bij kinderen met klompvoeten
  • Bij tweelingen
  • Wanneer de huisarts het screenringonderzoek niet uitvoert.

Belang van screenen:

Het LUMC kent een lange traditie van screening en zorg voor deze kinderen. Toch hebben we ook een zeer grote groep kinderen behandeld met een laat gediagnosticeerde heupluxatie. Deze kinderen hebben een beduidend slechtere prognose en moeten vaak meerdere operaties voor het 2e levensjaar ondergaan. Met een vroege diagnose is dit meestal niet nodig, 80-95% van de kinderen die behandeld worden voor een heupdislocatie met een Pavlik spreidbandage geneest vaak restloos zonder, verder chirurgisch ingrijpen. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat screening met lichamelijk onderzoek alleen zinvol is als dat op tijd (<4 weken) wordt verricht door een ervaring onderzoeker.

naar boven

Centralisatie van zorg en wetenschappelijk onderzoek

Een succesvolle screening op de aanwezigheid van een heupluxatie of heupdysplasie is afhankelijk van kennis en inzet van het gehele systeem: Verloskundigen, gynaecologen, huisartsen, kraamzorg, consultatiebureau- en jeugdartsen en de orthopaedisch chirurg. Na meer dan 40.000 kinderen te hebben gescreend, meer dan 5000 kinderen te hebben behandeld voor DDH of een heupluxatie kunnen we met de opgedane kennis bouwen aan een door wetenschap en ervaring onderbouwd nieuw behandelprotocol.

In het LUMC lopen er op dit moment meerdere onderzoeken naar de conservatieve behandeling van een heupdislocatie, en of DDH.

Om de van screening, behandeling en het wetenschappelijk onderzoek van DDH een succes te kunnen maken behouden wij graag de centrale rol in de behandeling van heupdysplasie en congenitale heupluxatie.

Indien er bij locale screening een verdenking bestaat op een congenitale heupluxatie en deze kinderen naar het LUMC worden verwezen, kunnen zij binnen een week op onze speciale DDH polikliniek worden gezien.

Indien er bij screening door de huisarts, consultatiebureauarts of verloskundige risicofactoren worden opgemerkt verzoeken wij u deze patiënten dan ook naar te verwijzen voor aanvullend echo onderzoek drie maanden.

naar boven

Gerandomiseerd multicenter onderzoek

In alle grote kinderorthopaedische centra loopt er op dit moment een prospectief gerandomiseerde studie naar de noodzaak voor conservatieve behandeling van milde DDH op jonge leeftijd (3-6 mnd).

Ook het LUMC participeert aan dit onderzoek waarbij de ouders worden verzocht deel te nemen.

Dit onderzoek vergelijkt twee groepen kinderen: alle met de zelfde vorm en ernst van DDH (Graf 2b-2c) waarbij er een deel niet en een deel wel wordt behandeld met een Pavlik bandage.

Alle kinderen worden op de zelfde manier met echo gecontroleerd en mocht er toch geen verbetering zijn van de DDH in de groep kinderen die niet behandeld worden, wordt de Pavlik bandage alsnog gestart.

Indien ouders niet willen deelnemen wordt er gewoon volgens het standaard protocol gestart met een Pavlik bandage.

naar boven