Radiologische beeldvorming heupdysplasie

Voor de screening van heupdysplasie (DDH) wordt er in het LUMC voornamelijk gebruikt gemaakt van echo en röntgenonderzoek.
 
Voor kinderen jonger dan 6 maanden wordt voornamelijk gebruikt gemaakt van echo-onderzoek.
Omdat de heupkop bij ongeveer 5 maanden begint met haar ossificatie wordt bij kinderen ouder dan 5 maanden vaak een röntgenonderzoek geadviseerd.
 
Echo: Het echo-onderzoek bestaat uit een statische beoordeling van de ontwikkeling van de heup. Hiervoor wordt de classificatie volgens Graf gebruikt. 

Type volgens Graf Alpha / Beta hoek  Leeftijd  Classificatie 
Ia ≥60 / ≤55 Elke leeftijd  Normaal 
Ib ≤60 / >50   0-3 maanden  Normaal 
IIa 50-60 / 55-70  ≤ 3 maanden  Fysiologisch onrijp 
IIb 50-60 / 55-70   > 3 maanden  Stabiele dysplasie 
IIc 43-50 / 70-77  Elke leeftijd  Ernstige dysplasie 
D 43-50 / >77 Elke leeftijd  Gedecentreerd 
III <43 / >77  Elke leeftijd  Subluxatie 
IV Niet te meten / >77  Elke leeftijd  Dislocatie 
Alpha (ά) is de hoek in graden uitgedrukt, die de raaklijn van het benige deel van het acetabulum maakt met een referentie lijn die evenwijdig aan het laterale aspect van het os ilium verloopt. Bèta (β) is de hoek die het kraakbenige deel van het acetabulum maakt met het punt waar de concaviteit van het bot overgaat in de convexiteit. 

 

Echo normaal 

Echo normaal

Echo normaal met hoeken

Echo normaal met hoeken

Echo heupdysplasie graf 2b

Echo heupdysplasie Graf 2b (3 maanden)  

 Echo heup luxatie

Echo heupluxatie

Daarnaast kan er dynamisch worden gekeken naar de daadwerkelijke stabiliteit van de heup. Wanneer bij de manoeuvre van Ortolani of Barlow de heup kan worden geluxeerd of gesubluxeerd kan dit met echo-onderzoek goed in beeld worden gebracht.

Röntgen:

Voor-achterwaardse bekken opname:

Röntgenonderzoek van heup wordt al zeer lang toegepast en werd al in de jaren 40 door Prof Tonnis uitgebreid onderzocht (Dr. D. Tönnis (1927 – †2010). Bij dit onderzoek wordt er voornamelijk gekeken naar de overkapping van de heupkom (acetabulum) over de heupkop. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van de acetabular index (AI) of Tonnis hoek: Deze hoek geeft inzicht in hoeverre het acetabulum de heupkop overdekt en verschillend voor jongens en meisjes en elke leeftijdsgroep (gemiddelden zijn weergegeven in onderstaande tabel).

Leeftijd Gemiddelde normaal  Graad 1 normaal  Graad 2 Milde pathologie  Graad 3 ernstige pathologie  Graad 4 Extreme pathologie 
3-4 maanden 25  <30  30-34  35-39  ≥40 
5-24 maanden 20  <25  25-29  30-34  ≥35
2-3 jaar 18  <23  23-27  28-32  ≥33 
3-7 jaar 15  <20  20-24  25-29  ≥30 
7-14 jaar 10  <15  15-19  20-24  ≥25 
De AC-hoek is de hoek die het acetabulum maakt met de horizontaal van het bekken gemeten op een voor- achterwaartse röntgenfoto.

De ossificatie van de heupkoppen (deze bestaan de eerste 4-6 maanden volledig uit kraakbeen en zijn daarom niet goed te zien op een röntgenfoto) kunnen ook een aanwijzing geven over de ontwikkeling van de heup. Een heupkop die niet goed in de kom zit of niet voldoende is overkapt wordt door het acetabulum kan achterblijven in de ontwikkeling en later aanleiding geven tot klachten.

Bekken AP DDh met subluxatie

Bekken opname DDH met subluxatie links

Heupluxatie links AP bekken_klein

Bekken opname DDH met luxatie links

Bekken AP luxatie groot

Bekken opname DDH met luxatie beiderzijds

Lauenstein opname:

Ten slotte wordt er gekeken naar centralisatie van de heupkop in het acetabulum wanneer de heup wordt geabduceerd en geflecteerd (frog-leg opname).

Wanneer er sprake is van een (sub)luxatie van de heup projecteerd de heupkop niet meer in het centrum van het kommetje (zie figuur: acetabulum groen,  tri-radiate cartilage rood, lijn door collum blauw.)

 heupluxatie lauenstein tekening

Bekken Lauenstein luxatie beiderzijds

Bekken Lauenstein luxatie beiderzijds

heuprepositie links AP bekken gips_klein

Status na gsloten heuprepositie links in gips

Soms is het nodig om de operatiekamer onder narcose beter naar de heup te kijken (bijvoorbeeld bij een heupluxatie). Hiervoor wordt dan een arthrogram van de heupgemaakt. Er wordt met een injectie contrastmiddel in de heup gebracht. Nu wordt de heup in de kom gebracht (gelsoten repositie) en kan met rontgen worden gecontroleerd of de heup na het aanleggen van een gipsbroek nog in de kom zit. 

 Artrogram bij luxatie bdz

Arthrogram bij luxatie beiderzijds

 Arthrogram na repositie

Arthrogram na gesloten repositie onder narcose

gipsbroek na open repositie_klein

Gipsbroek na open repositie

 

Voorbeeld gemiste heupluxatie

4 gemiste heupluxatie bdz bij 18 maanden oud meisje_klein

Gemiste heupluxatie beiderzijds bij een 18 maanden oud meisje

4 heupluxatie bdz repositie links bij abductie op Lauenstein opname 

Repositie rechts bij abductie op Lauenstein opname

 Doorlichting na open repositie bdz + Salter rechts_klein

Doorlichting na open repositie beiderzijds + Salter rechts

 4 zes maanden na open repositie bdz en Salter osteotomie links 

 Zes maanden na open repositie beiderzijds en Salter osteotomie links: goede centralisatie van beide heupen, overkapping na Salter bekkenosteotomie duidelijk verbetert.