Trombose risico

Trombose risico voorspellende studie

Projectgroep 

Samenwerking (de TRiP studie is onderdeel van de LOAS studie)

  • Alrijne Ziekenhuis, Leiderdorp
  • Groene Hart Ziekenhuis, Gouda
  • Langeland Ziekenhuis, Zoetermeer
  • Reinier de Graaf Gasthuis, Delft
  • Albert Schweitzer Ziekenhuis, Dordrecht
  • OCON Ziekenhuis, Hengelo
  • Waterland Ziekenhuis, Purmerend

Startdatum

2018

Samenvatting

Mogelijke complicaties vormen een belangrijk aspect van gewricht vervangende chirurgie. Patiënten die totale heup- of knievervanging ondergaan hebben een hoog risico op het ontwikkelen van veneuze trombose, hetgeen geassocieerd is met toegenomen morbiditeit en mortaliteit. In het ontstaan van veneuze trombose spelen over het algemeen meerdere oorzaken een rol. Vele risicofactoren voor veneuze trombose zijn dan ook reeds geïdentificeerd.

Na totale heup- of knievervanging wordt door alle bestaande richtlijnen farmacologische tromboprofylaxe aanbevolen, voornamelijk low molecular weight heparin (LMWH). Het AAOS (American Academy of Orthopaedic Surgeons) raadt aan om individuele risicofactoren voor veneuze trombose te laten meewegen in de keuze voor type en duur van tromboprofylaxe. Echter, er is volgens het AAOS momenteel te weinig bewijs om te kunnen stellen om welke risicofactoren het gaat, behoudens doorgemaakte veneuze trombose in de voorgeschiedenis.

Ondanks het gebruik van LMWH ontwikkelt nog ongeveer 2% van de patiënten, die totale heup- of knievervanging ondergingen, veneuze trombose. Hieruit kan geconcludeerd worden dat hoog risico patiënten hoogstwaarschijnlijk onvoldoende behandeld worden met de huidige dosering LMWH, en dus alsnog veneuze trombose ontwikkelen. Daarnaast wil je behandeling met LMWH zoveel mogelijk minimaliseren, omdat het gepaard gaat met een bloedingsrisico (ongeveer 0.5% in de eerste 90 dagen na heup- of knievervanging).

Je wilt dus alleen de patiënten tromboprofylaxe geven die het daadwerkelijk nodig hebben op basis van hun risico op veneuze trombose, en zodoende dit beleid individualiseren. De eerste stap in dit proces is het inschatten van het individuele risico op veneuze trombose, gebaseerd op diverse risicofactoren. Hieronder worden klinische factoren (zoals leeftijd en comorbiditeiten), peri- en postoperatieve factoren (zoals opnameduur en tourniquetduur) en biomarkers verstaan.

Het doel van deze studie is het onderzoeken van risicofactoren voor het ontwikkelen van veneuze trombose na totale heup- en knievervanging. Vervolgens zal een risicopredictie-model worden ontwikkeld op basis van deze risicofactoren, dat patiënten in laag-, midden- en hoog-risicogroepen indeelt. Gegevens zullen verzameld worden in de LOAS (Longitudinal Leiden Orthopaedics Outcomes of Osteo-Arthritis) cohort, middels een preoperatieve vragenlijst en bloedafname.

Contactpersoon 

Naam:  Carolina Touw, PhD-student Klinische Epidemiologie en Orthopaedie
Adres:Leids Universitair Medisch Centrum
 Klinische Epidemiologie en Orthopaedie 
 Postbus 9600
 2300 RC Leiden 
Tel:071-526 2062
Fax: 071 526 6994 (t.a.v. C.E. Touw)
E-mail: C.E.Touw@lumc.nl