Chondrosarcoom

Een chondrosarcoom is een kwaadaardige bottumor, een vorm van botkanker. De tumor ontstaat in het bot, maar de tumorcellen maken kraakbeen aan in plaats van gezond bot. Hieraan ontleent de tumor zijn naam.

Het chondrosarcoom is zeldzaam en groeit meestal heel langzaam. De leeftijdspiek ligt tussen de 50 en 70 jaar, maar een chondrosarcoom kan ook op jongere leeftijd voorkomen. Een chondrosarcoom kan in het hele lichaam voorkomen, met een voorkeur voor het bovenbeen, de bovenarm en de ribben.

Er bestaan twee typen chondrosarcoom. Een primair chondrosarcoom ontstaat als nieuwe afwijking en direct uit het bot. Een secundair chondrosarcoom ontstaat vanuit een langer bestaande kraakbeenafwijking, ofwel vanuit de mergholte van een bot (centraal chondrosarcoom, vanuit een goedaardig enchondroom), ofwel vanuit de oppervlakte van een bot (perifeer chondrosarcoom, vanuit een goedaardig osteochondroom). De eerste symptomen kunnen pijn en zwelling zijn, maar het komt regelmatig voor dat er helemaal geen klachten zijn. Vaak wordt een chondrosarcoom bij toeval ontdekt tijdens diagnostiek van andere klachten. Dit geldt voornamelijk voor locaties waar de zwelling niet goed te controleren is, zoals het bekken en het schouderblad.

Bij patiënten die bekend zijn met een goedaardige kraakbeenafwijking, zoals Multipele Osteochondromen (goedaardige beenuitwas) of Enchondromatosis (goedaardige kraakbeentumoren), is nieuwe groeiactiviteit met symptomen als pijn en zwelling verdacht voor kwaadaardige ontaarding van de bestaande kraakbeenafwijking.

De behandeling bestaat uit chirurgie en het type operatie hangt af van de graad (mate van agressiviteit) van het chondrosarcoom. Chondrosarcomen zijn niet gevoelig voor chemotherapie of radiotherapie (bestraling).

De genezingskans van patiënten met een graad 2 chondrosarcoom ligt rond de 80%. De overlevingskans van patiënten met een hogere graad chondrosarcoom is slechter en hangt af van de plaats van de tumor (hoe goed deze te opereren is), de mate van agressiviteit en het al dan niet aanwezig zijn van uitzaaiingen.

Zie voor meer informatie ook onze patiëntenfolder “Chondrosarcoom".