Screening heupdysplasie (DDH)

In verband met COVID-19 gaat het inloopspreekuur voor de heupjescontrole van pasgeboren (tot 4 weken oud), iedere donderdagochtend, tot nader order niet door.

Samenvatting met de belangrijkste punten aangaande de screening voor heupdysplasie (DDH) in de regio Leiden:

  • Wat is DDH?
  • Waarom wordt er gescreend?
  • Wie worden er gescreend?
  • Wie doet dit onderzoek?
  • Screening in het LUMC
  • Vrije inloop, zonder verwijzing?
  • Kosten voor de patiënt (ouders)
  • Verwijzen
  • Centralisatie van zorg en wetenschappelijk onderzoek

Wat is DDH?

Developmental Dysplasia of the Hip (DDH) omvat het gehele spectrum aan ontwikkelingsstoornissen van de heup. Dat wil zeggen dat zowel de milde heupdysplasie (achterblijvende ontwikkeling van de heup kom en kop) als de congenitale heupluxatie, bijvoorbeeld heup uit de kom, de meest ernstige vorm van DDH, onder deze diagnose vallen.

Waarom wordt er gescreend?

Voor zowel een heupluxatie als voor heupdysplasie geldt dat er bij een vroege diagnose vrijwel alleen een conservatieve (niet-operatieve) behandeling noodzakelijk is (bij heupluxaties en start van de behandeling rond de lleeftijd van 6-10 weken is in 80-95% een succesvolle reductie mogelijk). Wanneer een heupluxatie later wordt gediagnosticeerd kan de kans op een (soms ingrijpende) operatie stijgen naar 50-90%. Kinderen die later worden gediagnosticeerd, moeten vaak langer worden behandeld of hebben meerdere operaties nodig. Als heupdysplasie niet wordt ontdekt en niet wordt behandeld, kan dit leiden tot pijnklachten, functiebeperking en vroegtijdige heupslijtage (artrose).

Wie worden er gescreend?

Baby's behoren in de eerste levensmaand een onderzoek van de heupen te krijgen, verricht door een ervaren onderzoeker. Dit onderzoek richt zich met name op de diagnostiek van een heupluxatie. Dit lichamelijk onderzoek richt zich met name op de diagnostiek van een heupluxatie.

Bij het lichamelijk onderzoek wordt gelet op de stabiliteit van de heupen (test van Ortolani en Barlow), de beenlengte (Galleazi) en de spreiding van de heupen. Milde vormen van heupdysplasie zijn met het lichamelijk onderzoek overigens vrijwel niet te diagnosticeren.

Wie doet dit onderzoek?

Voor sommige verloskundigenpraktijken in de regio is een afspraak gemaakt dat de eerste DDH screening plaatsvindt 1-2 weken na de geboorte door de huisarts.

Daarnaast is er het eerste contact met het consultatiebureau, aan het einde van de eerste levensmaand. Hier worden ook de heupen beoordeeld.

Screening in het LUMC:

Al meer dan 30 jaar bestaat er op de afdeling Orthopaedie van het LUMC op donderdagochtenden tussen 9.00 en 11.00 uur een inloopspreekuur voor de screening van DDH.

Op dit inloopspreekuur worden baby's tussen de 2 en 3 weken oud gescreend op DDH (heupdysplasie en congenitale heupluxatie ) middels een lichamelijk onderzoek.

Daarnaast omvat deze screening bevat ook een klein lichamelijk onderzoek naar de aanwezigheid van aanlegstoornissen van de wervelkolom en voet.


Indien er afwijkingen worden gevonden die kunnen passen bij een congenitale heupluxatie wordt er op de leeftijd van 6 weken een echo van de heupjes gemaakt.

  • Wanneer er op de echo een heupdislocatie wordt gezien wordt er vaak dezelfde dag gestart met behandelen middels een Pavlik spreidbroek. Na 3-4 en 6-8 weken wordt dan met echo onderzocht of de heupkop weer in de kom staat (repositie).
  • Wanneer er twijfel is bij het echo-onderzoek wordt de echo soms na enkele weken herhaald.
  • Indien er normale heupen worden gezien, is er geen DDH.

Risicofactoren voor DDH:

Er zijn verschillende risicofactoren voor DDH. De meest belangrijke zijn:

  • Familie met DDH en/of artrose van de heup onder de leeftijd van 50 jaar (1e lijn: vader-moeder, 2e lijn: broer-zus, 2e lijn: oom-tante, opa-oma).
  • Kinderen die in stuitligging hebben gelegen na de 32e week van de zwangerschap of in stuitligging zijn geboren.
  • Daarnaast kan er ook bij kinderen met klompvoeten of bij tweelingen een verhoogde kans zijn op DDH.

Als er risicofactoren aanwezig zijn, dan wordt er bij drie maanden een echo-onderzoek verricht waarbij de heupjes worden gecontroleerd op de aanwezigheid van DDH of een congenitale heupdislocatie:

  1. Worden hierbij geen afwijkingen gevonden worden de ouders gerustgesteld en volgt er geen verder onderzoek of controle.
  2. Worden hierbij afwijkingen gevonden die passen bij een milde heupdysplasie of heupluxatie wordt er mogelijk gestart met de behandeling middels een Pavlik abductiebandage.

Vrije inloop, zonder verwijzing?

Het inloopspreekuur op donderdagochtend kent een vrije inloop en behoeft geen verwijzing van de CB- of huisarts.

Voor kinderen met een verdenking of hoog risico op DDH is een verwijzing naar de polikliniek (kinder-)orthopaedie voldoende. Kinderen worden dan op korte termijn gezien op het speciale heupjesspreekuur. (Zie ook verwijzen)

Kosten voor de patiënt (ouders)

Voor het inloopspreekuur wordt door het LUMC geen kosten berekend.

Als er bij het inloopspreekuur afwijkingen of risicofactoren worden gevonden waarvoor vervolgonderzoek noodzakelijk is, wordt er een bijpassende DBC/DOT traject geopend. Aan dit traject zijn dus wel kosten verbonden. Deze zorg valt binnen het basispakket van de zorgverzekeraar en wordt dus volledig vergoed.

Het is dus belangrijk dat de kinderen zijn ingeschreven bij de zorgverzekeraar van één van de ouders. In dat geval valt de mogelijk noodzakelijke zorg binnen het standaard pakket van alle zorgverzekeraars en buiten het eigen risico.

De ouders behoren dus geen rekening van de zorgverzekeraars te krijgen. Indien ouders het kind nog niet hebben ingeschreven bij een zorgverzekeraar kan het voorkomen dat er wel een rekening wordt verstuurd. Dit kan via de zorgverzekeraar weer worden gecorrigeerd en verwerkt.

Verwijzen:

SPOED

Kinderen kunnen bij een verdenking op een heupluxatie naar het LUMC worden verwezen voor aanvullend onderzoek middels een echo heupjes bij de leeftijd van zes weken, in geval van:

  • Verdenking op een heupluxatie bij lichamelijk onderzoek, bijvoorbeeld bij een positieve test van Barlow-Ortolani, een beenlengteverschil (Galleazi) of een (forse) abductiebeperking. 
  • Overigens is er bij een beiderzijdse heupluxatie is er meestal geen beenlengte verschil, maar vaak wel een beperkte abductiebeperking of een versterkte lumbale lordose bij het lopend kind.

REGULIERE SCREENING Kinderen met risicofactoren voor DDH kunnen naar het LUMC worden verwezen voor aanvullend onderzoek middels een echo heupjes bij de leeftijd van drie maanden.

Belang van screening:

Het LUMC kent een lange traditie van screening en zorg voor deze kinderen. Toch hebben we ook een zeer grote groep kinderen behandeld met een laat gediagnosticeerde heupluxatie. Deze kinderen hebben een beduidend slechtere prognose en moeten vaak meerdere operaties op jonge leeftijd ondergaan. Met een vroege diagnose is dit meestal niet nodig, 80-95% van de kinderen die behandeld worden voor een heupdislocatie met een Pavlik spreidbandage geneest vaak restloos en zonder verder chirurgisch ingrijpen. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat screening met lichamelijk onderzoek alleen zinvol is als dat op tijd wordt verricht door een ervaring onderzoeker.

Centralisatie van zorg en wetenschappelijk onderzoek

Een succesvolle screening op de aanwezigheid van een heupluxatie of heupdysplasie is afhankelijk van kennis en inzet van het gehele systeem: Verloskundigen, gynaecologen, huisartsen, kraamzorg, consultatiebureau- en jeugdartsen en de orthopaedisch chirurg. Na meer dan 40.000 kinderen te hebben gescreend en meer dan 5000 kinderen te hebben behandeld voor DDH of een heupluxatie kunnen we met de opgedane kennis bouwen aan een door wetenschap en ervaring onderbouwd nieuw behandelprotocol.

In het LUMC lopen er op dit moment meerdere onderzoeken naar de conservatieve behandeling van een heupdislocatie, en of DDH, waaronder:

  • Landelijk gerandomiseerd onderzoek naar wel/geen spreidbroekbehandeling bij milde DDH
  • Onderzoek naar de motorische ontwikkeling van kinderen met spreidbroekbehandeling t.o.v. kinderen zonder spreidbroekbehandeling. 

Daarnaast wordt er gewerkt aan de opzet van enkele nieuwe studies naar DDH, in samenwerking met omliggende ziekenhuizen.

Om van de screening, behandeling en het wetenschappelijk onderzoek van DDH een succes te kunnen maken, behouden wij graag regionaal een centrale rol.