Leverkanker (secundair)

Behandeling

Als er bij u uitzaaiingen in de lever zijn gevonden, krijgt u een behandeling op maat. Alle vormen van behandeling zijn beschikbaar in het LUMC en binnen ons samenwerkingsverband Universitair Kankercentrum (UKC) Leiden | Den Haag.

Welke behandelingen zijn er mogelijk?

Het multidisciplinaire team van specialisten maakt voor u een passend behandelplan. Het is voor uzelf en voor ons belangrijk dat u zelf ook achter dit plan staat. Daarom neemt uw arts dit plan uitgebreid met u door. Zo maakt u samen een keuze waar u zich het meest prettig bij voelt.

Een operatie

Als er niet te veel uitzaaiingen zijn en deze niet te groot zijn, kan de chirurg het deel van de lever met daarin de uitzaaiingen verwijderen. Daarbij is het belangrijk dat er genoeg gezond leverweefsel overblijft. Ongeveer 20-30% van de mensen met secundaire leverkanker komt in aanmerking voor deze operatie. Is een operatie niet mogelijk, dan kijken we verder naar alternatieven. Het kan ook voorkomen dat u eerste een andere behandeling (bijvoorbeeld chemotherapie) krijgt om de uitzaaiingen kleiner te maken, waarna we u alsnog kunnen opereren.

Hoe de operatie wordt uitgevoerd, bespreekt de chirurg vooraf met u. Soms is het bijvoorbeeld mogelijk om de operatie laparoscopisch uit te voeren. De chirurgen maken dan een of meerdere kleine sneetjes in de buik en werken via die sneetjes. Zo blijft u grote littekens en een langere herstelperiode bespaard.  

Het LUMC is daarnaast een van de weinige ziekenhuizen in de wereld die tijdens de operatie standaard fluorescentiebeeldvorming gebruikt om tumoren in de lever beter in beeld te krijgen. Hiervoor krijgt u de dag voorafgaand aan de operatie een contrastmiddel via het infuus. Dit middel hecht zich aan de uitzaaiingen en licht op tijdens de operatie, zodat de chirurgen heel nauwkeurig kunnen zien waar de uitzaaiingen zitten.  

Houdt u er rekening mee dat alle operaties een risico meebrengen op een bloeding, gallekkage, infectie of verstoorde wondgenezing. Mocht u hier vragen over hebben, dan kunt u deze aan uw behandelend chirurg stellen.

Chemotherapie

Als het niet mogelijk is om de tumor direct te opereren, is een behandeling met chemotherapie mogelijk. U ziet hiervoor de medisch oncoloog. De behandeling kan een combinatie zijn van verschillende soorten chemotherapie. Als de tumor voldoende reageert op de chemotherapie, is het soms mogelijk hierna alsnog de tumor te verwijderen via een operatie en/of radiofrequente ablatie. 

Als de tumor niet of onvoldoende op de chemotherapie reageert, bespreekt de medisch oncoloog met u hoe de behandeling verder gaat. De behandeling kan ook in een ziekenhuis dichter bij huis plaatsvinden. Voor vragen kunt u terecht bij uw behandelend internist-oncoloog.

Radiofrequente ablatie (RFA) en microwave ablatie (MWA)

Een tumor of delen van een tumor zijn ook met radiogolven - radiofrequente ablatie (RFA)- of met microgolven - microgolf ablatie (MWA)- te bestrijden. Soms vindt RFA of MWA plaats in combinatie met een operatie. RFA of MWA kan ook een geschikte behandeling zijn als een operatie niet mogelijk of te riskant is. Bijvoorbeeld omdat de tumoren diep in de lever liggen.

Het soort radiogolf van RFA en MWA is verschillend, maar de behandelingen gebeuren volgens hetzelfde principe en onder narcose. De interventieradioloog prikt (delen van) de tumor aan met een dikke naald die aan het uiteinde radiogolven uitzendt. Hierdoor raakt de tumor verhit en sterven de kankercellen. 

Zoals bij elke operatie kan ook na RFA en MWA op de plek van de verwijderde (delen van de) tumor een bloeding, orgaanbeschadiging, ontsteking (abces) of verstoorde wondgenezing optreden. Daarom blijft u na de ingreep vaak nog enkele uren of een nacht in het LUMC. 

Mocht u hier vragen over hebben, dan kunt u deze aan uw behandelend arts stellen.

Stereotactische radiotherapie

Stereotactische radiotherapie is een vorm van bestraling waarbij de tumor heel nauwkeurig wordt bestraald. Zo wordt het gezonde leverweefsel zo veel mogelijk gespaard. Voor deze behandeling krijgt u een afspraak bij een radiotherapeut-oncoloog.

Deze behandelvorm vindt plaats in het Universitair Kankercentrum Leiden | Den Haag (UKC), op de locatie Haaglanden Medisch Centrum (HMC) Antoniushove te Leidschendam-Voorburg. Na een intakegesprek bij de radiotherapeut start de behandeling. 

Radioembolisatie

Radioembolisatie is een vorm van inwendige radiotherapie die uitgevoerd wordt door de interventieradioloog. Via het slagaderlijke stelsel worden kleine bolletjes met radioactief materiaal in een levergezwel gespoten. Deze vorm van behandeling wordt uitgevoerd bij patiënten bij wie de tumor niet operatief verwijderd kan worden, of waar chemotherapie niet het gewenste effect heeft. 

Hoe kunt u zich voorbereiden?

  • Voor iedere behandeling in het ziekenhuis is het belangrijk dat uw conditie zo goed mogelijk is. Zorg daarom dat u uitgerust aan uw behandeling begint. 
  • Voorafgaand aan de behandeling bespreekt de arts met u de mogelijke risico’s en uw eigen wensen. Denkt u hier van tevoren vast over na en schrijf alle vragen op die u hebt, zodat u deze aan uw arts kunt stellen. Zo kunt u samen met uw arts een weloverwogen beslissing maken.
  • Het is belangrijk dat uw behandelend arts op de hoogte is van uw medische voorgeschiedenis en eventuele allergieën. Zorg dat deze bekend zijn bij uw behandelend arts als dit nog niet op uw eerste poliafspraak besproken is. 

Wat is de prognose? 

Het is van belang om te beseffen dat cijfers over een prognose alleen een gemiddelde geven. Uw behandelend arts kan u meer vertellen over uw persoonlijke situatie. De prognose hangt sterk af van het soort tumor van waaruit de uitzaaiingen in de lever gekomen zijn en de uitgebreidheid van de uitzaaiingen. De prognose is de afgelopen jaren in zijn algemeenheid verbeterd en binnen het LUMC doen we veel wetenschappelijk onderzoek om de prognose steeds verder te verbeteren. 

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek 

In het LUMC doen we verschillende onderzoeken om de behandelingsmogelijkheden en vooruitzichten bij uitzaaiingen in de lever te verbeteren. Het kan daardoor zijn dat het voor u mogelijk is om aan een wetenschappelijk onderzoek mee te doen, bijvoorbeeld naar een nieuwe behandeling. Uw arts of de arts-onderzoeker bespreekt de risico’s en voorwaarden van zo’n behandeling als u daarvoor in aanmerking komt. Sommige behandelvormen worden alleen nog maar in studieverband uitgevoerd, omdat de effectiviteit ervan nog niet (volledig) bewezen is. Uiteraard is de keuze altijd volledig aan u of u aan een onderzoek mee wilt doen.