Bijschildklierkanker

Nazorg

U blijft ook na de behandeling bij ons onder controle. Door middel van regelmatig bloedonderzoek houden we goed in de gaten of de bijschildklierkanker niet terugkomt.

Regelmatige controles

Na uw behandeling blijft u bij ons terugkomen voor controles. Als er een nieuwe afwijking ontstaat moet deze weer operatief aangepakt worden. Door regelmatig controles kunnen we hier snel bij zijn. 

Genetisch onderzoek

U wordt ook doorverwezen naar een klinisch geneticus. Dit is een arts die met u uw familiegeschiedenis doorneemt en genetische testen doet om te kijken of uw vorm van kanker erfelijk is.  

Vinden we een DNA-verandering waardoor blijkt dat de bijschildklierkanker erfelijk is? Dan heeft dit gevolgen voor u en uw familieleden. Uw familieleden kunnen zich laten testen op de erfelijke aanleg. U krijgt hier apart informatie over mee vanuit de afdeling Klinische Genetica. Sommige erfelijke vormen van bijschildklierkanker, zoals degenen veroorzaakt door het CDC73 gen, gaan samen met andere tumoren in bijvoorbeeld de kaak of nieren. In dat geval worden tijdens de controles in het LUMC ook deze organen steeds goed onderzocht. 

Waar moet u op letten na uw behandeling?

De eerste weken na de operatie kunt u nog klachten hebben. U kunt last krijgen van een zwelling en/of pijnklachten in de hals. Dit zal na enkele weken spontaan verdwijnen. Als er tijdens de operatie een beschadiging is opgetreden van de stembandzenuw kunt u (tijdelijk) hees zijn. Na de operatie wordt het calciumgehalte regelmatig gecontroleerd. Het is goed contact op te nemen als er sprake is van tintelingen en of krampen, dit kan betekenen dat het calcium gehalte laag is.

Contact bij vragen en problemen

Loopt u tegen problemen aan of heeft u nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Endocrinologie: tel. 071 - 526 35 05 (op werkdagen tussen 9.00 en 12.00 uur) of via e-mail: bot@lumc.nl.