Klinisch onderzoek

Goed Gebruik van Antibiotica

Antibioticaresistentie (AMR) is ook in Nederland een belangrijk en toenemend probleem. Steeds vaker zijn bacteriën niet meer gevoelig voor gewone antibiotica. In de medische praktijk blijkt steeds vaker dat patiënten daarom behandeld moeten worden met zogenaamde ‘reserve-antibiotica’. Dat betekent dat er steeds minder mogelijkheden zijn voor een optimale behandeling met antibiotica, en uiteindelijk misschien zelfs geen enkele mogelijkheid meer. Dit probleem wordt mede veroorzaakt doordat het gebruik van antibiotica steeds samengaat met het uitselecteren van resistente(re) bacteriën.

Om deze negatieve ontwikkeling tegen te gaan is het noodzakelijk om heel zorgvuldig om te gaan met de antibiotica die we nu hebben, zodat we ook in de toekomst van met deze groep geneesmiddelen infecties kunnen blijven behandelen. Dit houdt onder andere in dat de indicatie (de reden) voor het voorschrijven van een kuur zorgvuldig moet worden gesteld, dat er wordt gekozen voor een antibioticum dat zo gericht mogelijk de veroorzakende bacterie aanpakt, en dat de behandeling niet onnodig lang duurt. Er is nog echter nog veel verbetering en nieuw inzicht nodig als het gaat om het juist- en optimaal gebruik van antibiotica.

Klinisch Onderzoek

Vanuit de afdeling Infectieziekten wordt onderzoek verricht naar de optimaal gebruik van antibiotica. Het onderzoek gaat voornamelijk over hoe therapiekeuze het best tot stand kan komen bij aanvang van een infectie op het moment dat kweken en resistentie gegevens (nog) niet bekend zijn (Empirische therapiekeuzes). Tevens wordt onderzocht welke factoren het antibioticabeleid nu en in de toekomst – en op welke wijze - beïnvloeden.

Lopende Studies & Projecten 

  • “Time to positivity (TTP) of blood cultures in bloodstream infections: a potential tool for early de-escalation of antimicrobial therapy?”  In deze studie wordt gekeken of het mogelijk is om op grond van voorlopige bloedkweekuitslagen de antibiotica eerder aan te passen aan de situatie van de patiënt.
  • “Antimicrobial resistance rates in sepsis and proposed influence on institutional empirical antimicrobial policies” In dit project wordt onderzocht wanneer in het ziekenhuis gevonden resistentiepercentages aanleiding zouden moeten zijn tot het verbreden van de empirische behandeling.
  • “Determinants of in-hospital antibiotic prescription behaviour: a systematic review and exploration of a theoretical framework” . Dit is een studie die wordt uitgevoerd in samenwerking met de faculteit sociale wetenschappen, en waarin wordt nagegaan welke factoren het voorschrijfgedrag van artsen beïnvloeden en hoe zij zich onderling verhouden.
  • “Balancing the needs of clinical practice and ethical dilemmas in the development of guidelines on empiric antibiotic therapy” In dit project wordt samen met ethici en andere specialisten nagedacht over hoe de voor- en nadelen van antibioticagebruik nu, zich verhouden tot het belang van het behoud van deze middelen voor de toekomst.
  • “Clinical estimators of mortality in bacteraemia and what to expect of appropriate empirical antibiotic therapy”. Vaak wordt gedacht dat als er een bacterie de bloedstroom heeft bereikt, en men niet direct met het goede antibioticum behandeld, het niet goed afloopt met de patiënt. Zowel bewijs voor als tegen deze veronderstelling kan in verschillende onderzoeken worden teruggevonden. In een heel grote verzameling van gegevens van patiënten wordt onderzocht hoe dit zit.
  • “Effects of ICT-based long term trend watching plus a daily alert system monitoring the prescription of reserved antimicrobial agents”  In deze studie wordt onderzocht of een bepaalde wijze van het via ICT online volgen van voorschrijfgedrag van artsen, en het handelen hierop, de kwaliteit van het gebruik van antibiotica echt doet verbeteren.

Dit is een selectie en er zijn meerdere onderzoeksprojecten op dit gebied lopende, vaak met een interdisciplinair karakter en verbonden met andere projecten (Prothese Infecties, Leiden Fungal Infections Study Group)

Onderzoek naar alternatieven voor antibiotica

Er is een grote behoefte aan nieuwe antibiotic, of behandelingen die antibiotic vervangen. In de NASAMP-study wordt onderzocht of antimicrobiële peptiden (dat zijn kleine, eiwitachtige moleculen met een bacteriedodende werking) in de medische praktijk kunnen worden gebruikt voor de behandeling van infectieziekten. Hieraan wordt basaal wetenschappelijk onderzoek verricht, maar ook zal binnenkort een gerandomiseerde studie van start gaan waarbij wordt gekeken of een van deze peptiden zo goed werkt dat daarmee dragerschap van Stafylokokken kan worden behandeld. Vanuit dit dragerschap kunnen zich bij de mens soms ernstige infecties voordoen.

Resistente Micro-Organismen Polikliniek

De resistente micro-organismen polikliniek (RMO-poli) is onderdeel van de polikliniek Infectieziekten.  De behandelingen richten zich op personen die niet ziek zijn, maar wel gekoloniseerd met een resistente ziekenhuisbacterie, hoofdzakelijk de MRSA bacterie (MRSA = methicilline resistente Staphylococcus aureus). In de toekomst, indien hiervoor betrouwbare behandelingen beschikbaar komen, kunnen ook patiënten die gekoloniseerd zijn met andere BRMO (BRMO = bijzonder resistente micro-organismen) hier behandeld worden. Patiënten kunnen via de huisarts, via andere specialisten, of via de bedrijfsarts verwezen worden.

Antibioticabeleid

Binnen het Leids Universitair Medisch Centrum heeft de Antibioticacommissie tot taak een optimaal antibioticabeleid te bevorderen en te handhaven. De antibioticacommissie geeft advies, bewaakt het gebruik van reserve-antibiotica, en stelt de antibiotica-richtlijnen binnen het ziekenhuis vast.  Deze richtlijnen worden op vaste tijden herzien en zijn voor alle artsen te vinden in het ziekenhuis ICT-systeem. De afdeling Infectieziekten zit deze commissie voor en levert in samenwerking met ondermeer medisch microbiologen, apothekers, kinderartsen, IC-artsen en chirurgen hieraan een belangrijke bijdrage. Een zorgvuldig samengesteld antibioticabeleid is een voorwaarde voor het veilig en goed verlopen van de complexe zorg die in het LUMC wordt aangeboden.

In de afgelopen jaren bezochten o.m. delegaties van de WHO (World Health Organization) en de Europese Unie het LUMC om te kijken hoe hier aangestuurd werd op optimaal gebruik van antibiotica. Op dit gebied is het LUMC een voorloper. De specialisten van de afdeling Infectieziekten leveren ook op landelijk niveau een belangrijke bijdrage aan richtlijnen en initiatieven met als doel het antibioticabeleid verbeteren (SWAB).

Klinische consultatie

Bij opgenomen patiënten kan in geval van een (verdenking op-) een infectie, kan de behandelende arts 24/7 een advies (consult) aanvragen bij het specialistenteam van de afdeling infectieziekten. Het gegeven advies gaat dan over het stellen van de juiste diagnose, de onderzoeken die hier er nodig zijn, de meest optimale behandeling met antibiotica, en de uitleg aan de patiënt.  Ook vragen over de juiste profylaxe (antibiotica die er voor dienen een infectie te voorkomen) en over antibiotica-allergie kunnen door de afdeling infectieziekten worden beantwoord.

Recente Publicaties

H. Scheper, D Hoovens, M.A.J. van de Sande, M.T. van der Beek, Visser, L.G., M.G.J de Boer, Nelissen, R.G.H.H. Outcome of acute staphylococcal prosthetic joint infection treated with debridement, implant retention and antimicrobial treatment with short duration of rifampicin. Journal of Infection feb 2018 in press

Lambregts MMC, Warreman EB, Bernards AT, Veelken H, von dem Borne PA, Dekkers OM, Visser LG, de Boer MG. Distribution and clinical determinants oftime-to-positivity of blood cultures in patients with neutropenia. Eur J Haematol. 2018 Feb;100(2):206-214.  

Van Berge Henegouwen JM, Groeneveld GH, de Boer MGJ, Visser LG. A more restrictive use of quinolones in patients with community acquired pneumonia is urgently needed. Neth J Med. 2017 Dec;75(10):462-463. 

Ruiter R, Wunderink HF, Veenendaal RA, Visser LG, de Boer MGJ. Helicobacter pylori resistance in the Netherlands: a growing problem? Neth J Med. 2017 Nov;75(9):394-398. 

Rump B, De Boer M, Reis R, Wassenberg M, Van Steenbergen J. Signs of stigma and poor mental health among carriers of MRSA. J Hosp Infect. 2017 Mar;95(3):268-274

van Halem K, Vrolijk L, Pereira AM, de Boer MGJ. Characteristics and Mortalityof Pneumocystis Pneumonia in Patients With Cushing's Syndrome: A Plea for Timely Initiation of Chemoprophylaxis. Open Forum Infect Dis. 2017 Jan 30;4(1):ofx002.doi.