Klinisch onderzoek

HIV / AIDS

HIV/AIDS is een virale infectie die het afweersysteem ernstig kan aantasten. De behandeling is complex en vraagt specialistische kennis, niet alleen van de verhoogde infectiegevoeligheid van HIV-geïnfecteerden voor een breed spectrum van micro-organismen en parasieten, maar ook van de intensieve en langdurige, vooralsnog levenslange medicamenteuze behandeling, en de toxiciteit en complicaties daarvan.

HIV/AIDS kan zich op velerlei wijzen manifesteren; van een acuut verlopend, griepachtig ziektebeeld met huiduitslag direct volgend op besmetting dat in weken spontaan verdwijnt, tot de chronisch verlopende infecties door opportunistische micro-organismen in de laatste fase van AIDS. HIV kan succesvol behandeld worden en de sterfte door HIV-infectie en opportunistische infecties is belangrijk afgenomen. Echter, HIV-geïnfecteerden kunnen andere ziekten ontwikkelen, waarbij de HIV-infectie en behandeling een complicerende factor is.

De zorg voor HIV-geïnfecteerde individuen is georganiseerd in HIV/AIDS centra, met regionale functie. Het vraagt om een multidisciplinaire aanpak, waarbij vele andere specialisten zoals medisch microbiologen/virologen, longartsen, neurologen en dermatologen, betrokken zijn. De afdeling Infectieziekten LUMC heeft een centrumfunctie voor HIV/AIDS zorg. Niet alleen de diagnostiek en behandeling van opportunistische infecties vraagt om een multidisciplinaire aanpak, ook de intensieve medicamenteuze therapie en lange termijn complicaties daarvan zijn complex. Steeds vaker worden we geconfronteerd met andere aandoeningen bij HIV-geïnfecteerden, zoals kanker, hart-en vaatziekten, ernstige nierfunctiestoornis, en dergelijke.

De afdeling participeert in nationaal en internationaal onderzoek naar medicamenteuze behandeling van HIV-geïnfecteerden. In samenwerking met de afdeling Nierziekten en Niertransplantatie is een protocol uitgewerkt om niertransplantaties bij HIV-geïnfecteerde individuen uit te voeren, en pre- en perioperatief te begeleiden, m.n. wat betreft de vele interacties op medicamenteus gebied. Het ziekenhuis is daarnaast een verwijscentrum voor de begeleiding van zwangere HIV patiënten.

Betrokken stafmedewerkers van afdeling Infectieziekten: Dr Kroon; Dr De Boer.

Selectie van publicaties:

Gras L, Geskus RB, Jurriaans S, Bakker M, van Sighem A, Bezemer D, Fraser C, Prins JM, Berkhout B, de Wolf F; ATHENA National Observational Cohort. Has the rate of CD4 cell count decline before initiation of antiretroviral therapy changed over the course of the Dutch HIV epidemic among MSM? PLoS One. 2013;  8(5): e64437.

Ryom L, Mocroft A, Kirk O, Worm SW, Kamara DA, Reiss P, Ross M, Fux CA, Morlat P, Moranne O, Smith C, Lundgren JD; D:A:D Study Group. Association between antiretroviral exposure and renal impairment among HIV-positive persons with normal baseline renal function: the D:A:D study. J Infect Dis. 2013; 207(9): 1359-69.

Zoutendijk R, Zaaijer HL, de Vries-Sluijs TE, Reijnders JG, Mulder JW, Kroon FP, Richter C, van der Eijk AA, Sonneveld MJ, Hansen BE, de Man RA, van der Ende ME, Janssen HL. Hepatitis B surface antigen declines and clearance during long-term tenofovir therapy in patients coinfected with HBV and HIV.  J Infect Dis. 2012; 206(6): 974-80.

Grijsen ML, Steingrover R, Wit FW, Jurriaans S, Verbon A, Brinkman K, van der Ende ME, Soetekouw R, de Wolf F, Lange JM, Schuitemaker H, Prins JM; Primo-SHM Study Group. No treatment versus 24 or 60 weeks of antiretroviral treatment during primary HIV infection: the randomized Primo-SHM trial. PLoS Med. 2012; 9(3): e1001196.

van Lelyveld SF, Gras L, Kesselring A, Zhang S, De Wolf F, Wensing AM, Hoepelman AI; ATHENA national observational cohort study. Long-term complications in patients with poor immunological recovery despite virological successful HAART in Dutch ATHENA cohort. AIDS. 2012 ; 26(4): 465-74.

HIV-CAUSAL Collaboration, Cain LE, Logan R, Robins JM, Sterne JA, Sabin C, Bansi L, Justice A, Goulet J, van Sighem A, de Wolf F, Bucher HC, von Wyl V, Esteve A, Casabona J, del Amo J, Moreno S, Seng R, Meyer L, Perez-Hoyos S, Muga R, Lodi S, Lanoy E, Costagliola D, Hernan MA. When to initiate combined antiretroviral therapy to reduce mortality and AIDS-defining illness in HIV-infected persons in developed countries: an observational study.  Ann Intern Med. 2011; 154(8): 509-15.

Gras L, van Sighem A, Bezemer D, Smit C, Wit F, de Wolf F; ATHENA national observational cohort study. Lower mortality and earlier start of combination antiretroviral therapy in patients tested repeatedly for HIV than in those with a positive first test. AIDS. 2011; 25(6): 813-8.

Soonawala D, Rimmelzwaan GF, Gelinck LB, Visser LG, Kroon FP. Response to 2009 pandemic influenza A (H1N1) vaccine in HIV-infected patients and the influence of prior seasonal influenza vaccination. PLoS One. 2011; 6(1): e16496.

de Vries-Sluijs TE, Hansen BE, van Doornum GJ, Kauffmann RH, Leyten EM, Mudrikova T, Brinkman K, den Hollander JG, Kroon FP, Janssen HL, van der Ende ME, de Man RA. A randomized controlled study of accelerated versus standard hepatitis B vaccination in HIV-positive patients. J Infect Dis. 2011; 203(7): 984-91.

van Luin M, Wit FW, Smit C, Rigter IM, Franssen EJ, Richter C, Kroon F, de Wolf F, Burger DM. Adherence to HIV therapeutic drug monitoring guidelines in The Netherlands. Ther Drug Monit. 2011; 33(1): 32-9.