Onderzoek met anti-CGRP-medicijnen

In de uitzending van Dokters van Morgen van 5 november 2019 (AVROTROS, NPO1) praten neuroloog-bioloog dr. Gisela Terwindt en hoofdpijnverpleegkundige Jennifer Trouerbach van onze onderzoeksgroep over het afkicken van pijnstillers bij medicatieovergebruikshoofdpijn en chronische migraine. Ook wordt er gesproken over onderzoek naar nieuwe medicijnen om migraine te voorkomen (anti-CGRP-medicijnen).
Om de uitzending terug te kijken, kunt u naar de website van Dokters van Morgen gaan.

Voor informatie over het afkicken van pijnstillers bij medicatieovergebruikshoofdpijn, gaat u naar de website van onze hoofdpijnpolikliniek.
Ook kunt onze antwoorden op een aantal veelgestelde vragen hierover op deze pagina lezen.

De laatste tijd zijn nieuwe medicijnen ontwikkeld om migraine te voorkomen: de anti-CGRP-middelen. Het LUMC doet onderzoek hiernaar. We hebben hieronder de belangrijkste informatie op een rijtje gezet.

Nieuwe medicijnen om migraine te voorkomen: de anti-CGRP-middelen

Op dit moment zijn er drie nieuwe medicijnen om migraine te voorkomen die zich richten tegen het eiwit CGRP. Dit eiwit is onder andere betrokken bij het ontstaan van een migraineaanval. Deze anti-CGRP-middelen zijn in 2018 goedgekeurd door het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA). Hierbij is gekeken of artsen deze medicijnen veilig kunnen voorschrijven aan patiënten in de Europese Unie.

De 3 anti-CGRP-middelen zijn:

  • fremanezumab (merknaam: Ajovy®)
  • galcanezumab (merknaam: Emgality®)
  • erenumab (merknaam: Aimovig®) 

Fremanezumab (Ajovy®) en galcanezumab (Emgality®) richten zich tegen het eiwit CGRP zelf. 
Erenumab (Aimovig®) blokkeert de receptor van CGRP. Deze receptor is een ander eiwit dat boodschappen in (zenuw)cellen doorgeeft die bij een migraineaanval een belangrijke rol spelen. Dit gebeurt pas als CGRP een verbinding maakt met deze receptor, maar erenumab voorkomt dit.

Deze anti-CGRP-middelen kunnen nog niet door elke arts voor worden geschreven. Hierover leest u in het volgende meer.

Onderzoek naar anti-CGRP-medicijnen in het LUMC

In het LUMC wordt onderzoek gedaan naar nieuwe behandelingen tegen migraine en clusterhoofdpijn. Het LUMC heeft de afgelopen jaren meegedaan aan vele onderzoeken die door verschillende geneesmiddelenbedrijven (farmaceutische industrie) zijn gestart. Deze onderzoeken richten zich op medicijnen tegen CGRP. In onze LUMINA-nieuwsbrief van maart 2019 vindt u meer informatie over anti-CGRP-medicijnen. Op dit moment lopen er speciale compassionate user-programma’s in het LUMC. Onze hoofdpijnonderzoeksgroep zorgt er ook voor dat wij nieuwe onderzoeken doen met dit soort programma’s.

Helaas zijn er nu nog geen anti-CGRP-medicijnen voor de behandeling van clusterhoofdpijn goedgekeurd. Hier is ook geen compassionate user-programma voor deze patiënten op dit moment. Hieronder leest u meer over de anti-CGRP middelen: waarom zijn ze nieuw, hoe goed (effectief) werken ze, en welke patiënten kunnen van deze middelen gebruikmaken.

Veelgestelde vragen


1.  Wat is er zo nieuw aan de anti-CGRP-middelen? Zijn ze speciaal voor migraine ontwikkeld?


Sinds de ontwikkeling van de triptanen (dat zijn een type aanvalsmedicijnen tegen migraine en clusterhoofdpijn) zijn er lange tijd geen nieuwe medicijnen meer gekomen die speciaal tegen migraine werken. Anti-CGRP-middelen zijn bedoeld om migraine te voorkomen (preventief medicijn). Dat wil zeggen dat met deze middelen het aantal, de ernst en de duur van migraineaanvallen minder kunnen worden. Hierdoor kunnen ook aanvalsmedicijnen (zoals triptanen) beter werken.

De preventieve medicijnen die wij tot nu toe kunnen voorschrijven, zijn voor een andere aandoening ontwikkeld. Toch weten we dat ze ook een goede invloed hebben op het aantal migrainedagen per maand. Dat deze medicijnen niet speciaal voor migraine zijn gemaakt, hoeft niet slecht te zijn, zolang ze goed werken en geen of weinig bijwerkingen geven.

De nieuwe anti-CGRP-middelen werken tegen het eiwit CGRP dat betrokken is bij het ontstaan van een migraineaanval. Maar het is belangrijk om te weten dat naast CGRP ook andere eiwitten bij een migraineaanval een rol spelen. Daarnaast komt CGRP overal in het lichaam voor: het is dus niet alleen betrokken bij migraine. Het speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het herstel na een hersenberoerte, de stoelgang en het regelen van de bloeddruk. Hoewel de nieuwe middelen dus zijn onderzocht in migraine, werkt CGRP op veel andere plekken in het lichaam dan alleen tijdens een migraineaanval. Daar hebben de nieuwe middelen dus mogelijk ook invloed op.

2.  Voor wie is behandeling met anti-CGRP-medicijnen op dit moment mogelijk?


Op dit moment worden de nieuwe middelen nog niet vergoed. Het Zorginstituut Nederland (ZIN) bepaalt dit, maar moet hierover nog een beslissing maken. Zie hiervoor de website van het ZIN.

De reden dat er nog geen beslissing is genomen, heeft te maken met de kosten en hoe goed de middelen werken (de effectiviteit). Daarom heeft het LUMC speciale compassionate user-programma’s van deze middelen voor een erg kleine groep patiënten. Dit is dus niet voor iedereen mogelijk. De beoordeling of een patiënt geschikt is om hieraan mee te doen, loopt via de hoofdpijnpolikliniek in het LUMC. 

Wilt u meer weten over onze Hoofdpijnkliniek in het LUMC? Zie hiervoor onze website: www.lumc.nl/migraine en www.lumc.nl/clusterhoofdpijn.

3.  Werken deze anti-CGRP-middelen goed? Zijn ze effectief?


Ja, wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat het anti-CGRP-middel goed werkt (effectief is), vergeleken met een placebo (middel zonder werkzame stoffen). Dit geldt voor migraine met aura en zonder aura.

De onderzoekers kijken hierbij vaak naar hoeveel patiënten bij behandeling minimaal 50% minder migrainedagen per maand hebben. We noemen ze de “50%-responders”. De studies hieronder laten de kans voor iedere maand zien dat een migrainepatiënt een “50%-responder” is bij behandeling met een anti-CGRP-middel.

Voor episodische migraine zijn dit de volgende gegevens:

Erenumab: 43-50% versus 27% placebo (Goadsby et al. N Eng J Med 2017)
Fremanezumab: 44-48% versus 27% placebo (Dodick et al. JAMA 2018)
(2-4 middelen gefaald): 34% versus 9% placebo (Ferrari et al. Lancet 2019)
Galcanezumab: 61-62% versus 39% placebo (Stauffer JAMA Neurology 2018)

Voor chronische migraine ligt dit wat ingewikkelder. Hier speelt soms medicatieovergebruik doorheen (zie vraag 5. Welke patiënten met migraine kunnen in de toekomst worden behandeld met anti-CGRP-middelen?).

4.  Werken de anti-CGRP-middelen voor langere tijd? Hoe "consistent" is deze "respons"?


De vraag die behandelende dokters en hun patiënten vaak hebben, is of een migrainepatiënt steeds elke maand die 50%-vermindering heeft. Dat heet “consistentie van respons”. Eén van de studies heeft dit onderzocht bij een groep van chronische migrainepatiënten die moeilijk te behandelen is. Hieruit blijkt dat, als je naar drie maanden achter elkaar kijkt, minder dan 20% van de patiënten (1 op de 5) elke maand een 50%-respons laat zien.

5.  Welke patiënten met migraine kunnen in de toekomst behandeld worden met anti-CGRP-middelen?


Op dit moment is nog niet duidelijk wat de rol van de anti-CGRP-middelen precies zal zijn bij de behandeling met het doel migraineaanvallen te voorkomen (preventie). Het is waarschijnlijk dat de ernst van de migraine (het aantal migrainedagen per maand) een rol zal spelen. En ook of er al bestaande preventieve middelen geprobeerd zijn.

Voor mensen met chronische migraine (meer dan de helft van de maand hoofdpijn en minimaal 8 dagen migraine) is de kans heel groot dat ze niet te veel pijnstillers mogen gebruiken. Voorbeelden hiervan zijn paracetamol, ibuprofen en/of triptanen. Dit is omdat deze patiënten dan ook last hebben van medicatieovergebruikshoofdpijn. Bij chronische migraine met medicatieovergebruik zal het advies dus nog steeds zijn om eerst te stoppen met te veel pijnstillers/triptanen slikken. Voor meer informatie hierover, gaat u naar www.lumc.nl/migraine.

6.  Zijn er bijwerkingen van anti-CGRP-middelen? 


In de verschillende studies worden enkele bijwerkingen genoemd die vaak voorkomen. Deze bijwerkingen zijn gelukkig meestal niet ernstig. Je kunt hierbij denken aan roodheid van de huid op de plaats van injectie of verstopping van de darmen.

Over de gevolgen op de lange termijn, of de kans op zeldzame gebeurtenissen (zoals herseninfarct/hartinfarct), is nog niets bekend. In het LUMC krijgen patiënten daarom van te voren een uitgebreide screening en informatie over (mogelijke) bijwerkingen.

7.  Wat zijn de gevolgen van anti-CGRP-middelen op de lange termijn?


Het is belangrijk om duidelijk te maken dat de gevolgen op de lange termijn nog niet goed onderzocht zijn. Dit komt doordat studies met patiënten pas sinds kort worden gedaan. De lange termijngevolgen worden pas op zijn vroegst na vele jaren (meestal 10 jaar) bekend.

8.  Als het middel gestart wordt en het werkt: hoe lang ga je er dan mee door?


Het is nog niet bekend hoe lang je met het middel door moet/mag gaan als het middel goed werkt en je weinig last hebt van de bijwerkingen. In het algemeen probeert een arts in overleg met een patiënt na een tijdje (bijvoorbeeld na half jaar of 1 jaar) te kijken of het middel ook weer gestopt kan worden.