Paroxysmale Nocturne Hemoglobinurie (PNH)

Paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie (PNH) is een zeldzame verworven beenmergaandoening. De ziekte wordt gekenmerkt door DAT (directe antiglobulinetest)-negatieve hemolyse, een sterk verhoogde kans op arteriële en veneuze tromboses en cytopenieën. 

Het klinisch beeld is variabel. De hemolyse is chronisch aanwezig maar kan in korte tijd sterk toenemen, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een infectie. Patiënten zijn vaak jong (mediane leeftijd 30-35 jaar) wanneer de diagnose PNH wordt gesteld. PNH gaat gepaard met een aanzienlijke ziektelast, met name veroorzaakt door hemolyse-gerelateerde klachten (zoals ernstige vermoeidheid en buikpijn) en de gevolgen van trombose. Trombose was, in ieder geval voor de introductie van complementremmers, de belangrijkste oorzaak van overlijden. 

PNH ontstaat door een mutatie in het PIG-A gen in de hematopoietische stamcel. Ten gevolge van deze mutatie is de vorming van het glycosylphosphatidylinositol (GPI)-anker verstoord in alle bloedcellen afkomstig van deze stamcel. Hierdoor komen GPI-verankerde eiwitten verminderd of helemaal niet tot expressie op de celmembraan. De afwezigheid van twee van deze eiwitten (CD55 en CD59) leidt tot complement-gemedieerde hemolyse.  De pathophysiologie van PNH-gerelateerde trombose is complexer. 

Door de lage incidentie van PNH (naar schatting 1-2:1.000.000 nieuwe patiënten per jaar) en de variabiliteit van de ziekte roept de begeleiding van patiënten met PNH vaak veel vragen op. Door de introductie van de complementremmers is de behandeling van PNH de afgelopen jaren wezenlijk veranderd. Daarom werd in 2018 een landelijke NVvH richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van PNH geschreven door de werkgroep PNH. 

Een overzicht artikel verscheen in het Nederlands Tijdschrift voor Hematologie.  

Voor informatie over de patiëntenvereniging zie https://www.aaenpnh.nl/.

____________________