Tumorlysis syndroom (TLS)

Behandeling TLS

In het geval van LTLS en CTLS hangt de behandeling die gekozen wordt af van de ernst van de afwijkingen. Behandeling is gericht op het voorkomen van schade aan de patiënt.

Behandeling van hyperuricaemia:

  • Allopurinol starten, indien nog niet gedaan. Bij al bestaande nierinsufficiëntie bestaat de voorkeur voor Rasburicase.
  • Rasburicase 3 mg i.v. herhalen (zie preventie van TLS).
De behandeling van de hyperkaliëmie, hypocalciëmie en hyperfosfatemie moet plaatsvinden volgens daarvoor vigerende richtlijnen (zie onder). Het verrichten van een ECG is obligaat, gezien ritme bewaking geïndiceerd kan zijn.

Bij het ontwikkelen van anurie kan dialyse aangewezen zijn.
  • Overleg laagdrempelig met dienstdoende nefroloog over de behandeling van een ernstige hypocalciemie (calcium < 1.8 mmol/l), ernstige hyperfosfataemie (fosfaat > 2.0 mmol/l, ernstige hyperkaliemie (kalium > 5.5 mmol/l) of bij nierinsufficiëntie. Deze grenzen zijn niet absoluut. Bij nierinsufficientie hyperfosfataemie al behandelen bij waarden > 1.5 mmol/l.
  • Hyperfosfatemie: fosfaatbinders: sevelamer (renvela®) 800 mg 3 dd 2 tabletten, vlak vóór of aan begin van de maaltijden innemen.
  • Hypocalciemie: i.v. 1 a 2 ampullen calciumgluconaat of calcium levulaat in 500 cc glucose 5% in 4 uur. Eventueel gevolgd door continu infuus met 10-20 mmol/24 uur. Eventueel oraal: CalciChew 2 – 3 dd 1000 mg per os. Indien er ook een hyperfosfataemie bestaat bij voorkeur deze eerst omlaag brengen vanwege kan op neerslaan van calciumfofaat.
  • Hyperkaliemie: Insulineglucosecombinatie: 10 – 20 EH insuline in 50 ml 50% glucose (of 125 ml 20% glucose) intraveneus in 30 min (verwachte daling: 1 mmol/l in 1 uur, effect: 10 – 20 min, duur: 4 – 6 uur, bij nierinsufficiëntie ≤ 10 EH insuline).
    Ionenwisselaars: natriumpolystyreensulfonaat (Resonium A) per os 15 – 30 g of 30 g rectaal als klysma, effect pas na 2 – 4 uur, zo nodig elke 4 – 6 uur herhalen.