Diagnose

De eerste stap om de diagnose coeliakie te stellen is bloedonderzoek. In het bloed kunnen specifieke coeliakie-antistoffen worden aangetoond die de diagnose waarschijnlijk maken.

Tot voorkort was het altijd noodzakelijk om biopten van de dunne darm te nemen om de diagnose definitief vast te stellen. Hierbij worden stukjes weefsel van de darmwand weggenomen met een dunne, flexibele buis, een endoscoop. Deze wordt via de mond, slokdarm en maag in de dunne darm gebracht. Het stukje weefsel wordt microscopisch onderzocht, als de darmvlokken ontbreken of ernstig beschadigd zijn, is het vermoeden op coeliakie bevestigd. In het LUMC worden alle dunnedarmbiopten bij kinderen onder narcose verricht: het kind slaapt en merkt weinig of niets van de ingreep.

Recent zijn de Europese richtlijnen voor het stellen van de diagnose aangepast. Het nemen van dunnedarmbiopten zou niet meer noodzakelijk zijn in bepaalde gevallen. De verandering betreft kinderen met de erfelijke factoren voor coeliakie, met daarbij ook klachten die kenmerkend zijn voor de ziekte en met herhaling voldoende hoge bloedwaarden van coeliakie-antistoffen. Uw behandelend arts zal met u bespreken of het nemen van dunnedarmbiopten noodzakelijk is voor het stellen van de diagnose coeliakie bij uw kind.

Gastroscopie bij kinderen: patiëntenfolder.