Leids Universitair Medisch Centrum
inhoudsopgave:

PatiŽntenfolders

 
 

Brughoektumor

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Keel- neus- oorheelkunde;


In deze folder vindt u informatie over de brughoektumor.
De belangrijkste kenmerken van een brughoektumor (het zogenaamde vestibularis schwannoom of acusticus-neurinoom) zijn:
  • het is een goedaardige zenuwschedetumor;
  • genezing kan worden verkregen door operatieve verwijdering.

Wat is een brughoektumor?

Een brughoektumor is een goedaardige weefselgroei (gezwel) welke uitgaat van de zenuwschede van de achtste hersenzenuw (gehoor- en evenwichtszenuw). Een brughoektumor heet ook wel vestibularis schwannoom of acusticus neurinoom.
De achtste hersenzenuw is opgebouwd uit twee zenuwgedeelten, waarvan de ene de hoorprikkels en de andere de evenwichtsinformatie naar de hersenen stuurt.. De zenuwen lopen door het rotsbeen via de inwendige gehoorgang, naar de hersenstam (zie tekening). De tumor ontstaat meestal in de inwendige gehoorgang en groeit langzaam verder door de inwendige gehoorgang richting de hersenstam en de kleine hersenen. De hoek tussen de hersenstam en de kleine hersenen wordt wel de ‘brughoek’ genoemd.
oor

De oorzaak van deze tumorgroei is niet bekend. De tumor groeit langzaam binnen een kapsel met een gemiddelde snelheid van 1 ŗ 2 mm per jaar (spreiding van 0.5 tot 15 mm per jaar). Sommige brughoektumoren groeien nauwelijks.
Naar schatting wordt in Nederland per jaar bij ongeveer 160 patiŽnten (10 per 1 miljoen inwoners) voor het eerst de diagnose brughoektumor gesteld.

Top

Klachten van een brughoektumor

De meeste mensen met een brughoektumor klagen over ťťnzijdige gehoorvermindering (slechthorendheid) en hebben last van het evenwicht (gevoel van onzekerheid of draaisensatie). Vaak zijn er klachten van oorsuizen. Door verdere groei van de tumor ontstaat er druk op de omliggende zenuwen en bloedvaten en later ook op het hersenweefsel (hersenstam en kleine hersenen). Dit geeft uiteindelijk uitval van de gehoor- en evenwichtszenuw en kan ook een doof gevoel in het gelaat geven.

Er is geen verband tussen de ernst van de klachten en de omvang en/of groeisnelheid van een brughoektumor. Zo is het mogelijk dat een kleine brughoektumor veel klachten geeft en een grote brughoektumor niet of nauwelijks.
Soms wordt de brughoektumor bij toeval ontdekt.

Een brughoektumor wordt meestal vastgesteld door een KNO-arts. Een gehoortest en een ‘elektrische gehoortest’ (BERA) kunnen wijzen in de richting van het bestaan van een brughoektumor. Bij voorkeur wordt een MRI-scan gemaakt om de diagnose te bevestigen.
Soms wordt door een neuroloog een brughoektumor vastgesteld. U wordt dan meestal doorverwezen naar een KNO-arts of een brughoektumorbehandelteam.

Top

Behandeling van een brughoektumor

Doorgaans worden patiŽnten met een brughoektumor in een behandelteam (KNO-arts, neurochirurg, radioloog en radiotherapeut) besproken. Bij de keuze voor een bepaalde behandeling worden verschillende aspecten bekeken.

Het is belangrijk te realiseren dat er maar ťťn reden is om tot behandeling over te gaan: het in de toekomst voorkomen van een levensbedreigende situatie ten gevolge van uitbreiding van de tumor met druk op de hersenstam.
Door de behandeling kunnen de bestaande klachten soms wel en soms niet verdwijnen. Dit maakt de keuze om over te gaan tot een behandeling moeilijk, maar toch is het in sommige gevallen noodzakelijk. Voor elke patiŽnt wordt getracht een afgewogen keus te maken, waarbij de patiŽnt zelf een belangrijke stem heeft.

In principe zijn er drie vormen van behandeling: wachten, opereren of bestralen:

I Wachten en vervolgen

(‘wait and scan beleid’)
De groeisnelheid van de brughoektumor is over het algemeen gering. Gemiddelde groei: 1 ŗ 2 mm per jaar. In sommige gevallen is er gedurende jaren nauwelijks groei waarneembaar. Dit wordt in principe ťťnmaal per jaar met een vervolg-MRI-onderzoek gecontroleerd.
Een afwachtend beleid is een mogelijkheid bij een relatief kleine tumor en/of bij relatief geringe klachten. Daarnaast kunnen er andere redenen (andere ziekten en/of leeftijd patiŽnt) zijn om af te zien van operatie of bestraling.
Als een tumor klein is en er nog gťťn groei is vastgesteld, is het vaak verstandig om te wachten met behandeling omdat het groeipatroon van de tumor nog niet bekend is.
Het verdient aanbeveling om bij een grote of snel groeiende tumor direct of sneller te behandelen, om problemen op (afzienbare) termijn te voorkomen. Verder is het zo dat als de tumor nog groter wordt er meer kans is op schade, zowel bij operatie als ook bij bestraling.

II Opereren

(de tumor wordt door operatie verwijderd)
Wanneer na uitvoerige analyse en voorlichting en in overleg met patiŽnt voor een operatie wordt gekozen, heeft de KNO-arts drie operatiebenaderingswegen tot zijn/haar beschikking. De meest optimale toegangsweg naar de tumor hangt ook af van de precieze plaats en de omvang van de tumor. Daarnaast speelt de voorkeur van het operatieteam een rol en in geval van een gehoorsparende operatie is de ernst van de gehoorvermindering bepalend.

De drie operatieve benaderingswegen zijn:

  • trans-labyrintair (‘door het oor’)
  • middle fossa (‘boven het oor’)
  • retro-sigmoÔdaal (‘achter het oor’)

Aan de hand van een tekening wordt het behandelingsvoorstel verduidelijkt en met patiŽnt en familie besproken. Ook de risico’s en de gevolgen komen hierbij uitgebreid aan de orde.
Tijdens de operatie zijn er meestal twee operateurs (twee KNO-artsen en/of neurochirurg) aanwezig. Door het gebruik van microchirurgisch instrumentarium, een operatiemicroscoop en moderne apparatuur die de functie van de aangezicht- en gehoorzenuw bewaken, wordt beschadiging aan omliggende zenuwen en hersenweefsel zo veel mogelijk vermeden (c.q. de aangezicht- en facialis monitor).
Het verwijderde weefsel wordt door de patholoog anatoom (weefseldeskundige) onderzocht.
In principe wordt gestreefd naar complete (totale) tumorverwijdering waarbij in de regel een kleine tumor aanzienlijk gemakkelijker te verwijderen is dan een grote.

Uw behandelend KNO-arts zal ondermeer de volgende zaken met u bespreken:

  • details over de operatie
  • operatieduur
  • opnameduur
  • eventuele noodzaak voor intensive care (bewakingsafdeling)
  • lichte en ernstige complicaties en de kans hierop
  • restverschijnselen en herstelperiode

Het operatiegebied wordt meestal gesloten met buikvet. Om hersenvliesontsteking (meningitis) te voorkomen worden er behalve antibiotica ook andere voorzorgsmaatregelen genomen om dit snel te herkennen en direct te behandelen.
Na ontslag uit het ziekenhuis komt u voor controle terug op de polikliniek. Eťn jaar na operatie wordt een controle MRI-scan gemaakt.

Restverschijnselen na operatie

Het verwijderen van een brughoektumor is een grote operatie, waarvan het herstel doorgaans ongeveer vier weken in beslag neemt. Door de omvang van de operatie treedt soms vermoeidheid op. De meeste patiŽnten herstellen echter voorspoedig en kunnen nadien sociaal en professioneel functioneren als voor de operatie.
De belangrijkste negatieve gevolgen van een operatie kunnen zijn:

1. Gehoorvermindering / uitval

In de meeste gevallen is het helaas noodzakelijk om de gehoorzenuw op te offeren om de tumor geheel te kunnen verwijderen. Dit resulteert in een volledig doof oor. Vaak is het gehoor voor de ingreep al slecht en/of onbruikbaar. Soms kan de (kleine) tumor worden verwijderd met behoud van het gehoor. Het gehoor zal door de ingreep nooit verbeteren. Gehooruitval geeft vooral in het begin problemen zoals lokaliseren van gesprekken en luisteren naar gesprekken in een lawaaig omgeving (‘richtinghoren’). De meeste mensen leren hier echter snel mee omgaan of waren hier al aan gewend.

2. Verlamming van de aangezichtszenuw

De aangezichtszenuw loopt midden in het operatiegebied en kan door manipulatie, die locale zwelling geeft, tijdelijk minder goed werken. De aangezichtsspieren kunnen niet meer worden aangespannen zodat een scheef gezicht ontstaat en er soms veel klachten zijn van het oog of de mond.
Zenuwherstel gaat bij tijdelijke uitval langzaam en het kan zeker enkele maanden tot een halfjaar of langer duren voordat de zenuw weer geheel hersteld is. Bij het verwijderen van een (grote) tumor kan de aangezichtszenuw onherstelbaar beschadigd raken met alle gevolgen van dien. Indien herstel niet kan worden verwacht of uitblijft, zijn er andere, waaronder operatieve, herstelmogelijkheden.

3. Oorsuizen

Oorsuizen kan in sommige gevallen verdwijnen maar kan ook onveranderd aanwezig blijven, ontstaan of verergeren. De oorzaak hiervan is niet duidelijk.

4. Evenwichtsklachten

Soms zijn er voor de operatie al evenwichtsklachten; deze kunnen ook door de ingreep ontstaan of tijdelijk verergeren. In bijna alle gevallen neemt bij de uitval van een evenwichtsorgaan, het andere evenwichtsorgaan de evenwichtsfunctie in de loop van enkele weken over. Dit proces kan door houdings- en bewegingsoefeningen en door een actieve manier van leven aanzienlijk worden versneld. Het komt niet vaak voor dat duizeligheid blijft bestaan.

5. Hoofdpijnklachten

Hoofdpijnklachten zijn meestal tijdelijk van aard maar staan niet op de voorgrond.

III Bestraling

(de tumorgroei wordt door gerichte bestraling gestopt)
Bestralen van een brughoektumor is een relatief nieuwe vorm van behandeling. Een andere benaming voor bestraling van een brughoektumor zijn stereotactische radiotherapie of radiochirurgie (gamma-knife). Door deze bestraling ontstaat groeistilstand. Dit wordt tumorcontrole genoemd. Deze behandeling komt in aanmerking bij kleine en middelgrote tumoren of wanneer om welke reden dan ook wordt afgezien van een operatie.
PatiŽnten die bestraald zijn, worden in principe levenslang gecontroleerd met een (jaarlijks) MRI-onderzoek. Langdurig vervolgonderzoek moet uitwijzen of stereotactische radiotherapie ook op de langere termijn een betrouwbare behandeling is voor brughoektumoren.

Restverschijnselen na stereotactische bestraling

De bestralingsbehandeling zelf geeft in het algemeen geen acute verschijnselen. In een enkel geval kan wat misselijkheid optreden, welke eenvoudig is te behandelen.
De belangrijkste complicatie van deze behandeling is toename van het gehoorverlies (er is 40 – 50% kans dat het gehoor minder wordt). Er is een kleine kans dat de aangezichtszenuw wordt beschadigd, hetgeen kan leiden tot een hangende of gevoelloze gezichtshelft. Overige complicaties worden weinig gezien. Net zoals bij het maken van een rŲntgenfoto maakt ook de bestralingsbehandeling gebruik van rŲntgen- of gammabestraling. Men moet aannemen dat er op de langere termijn een risico (weliswaar klein) is op het krijgen van een kwaadaardige aandoening. Indien er toch tumorgroei is na bestraling, dan is vervolgens een operatie lastiger en meer risicovol (op zenuwbeschadiging) vanwege de verlittekening na bestraling.

Top

Meer informatie over de brughoektumor

Het internet kan de individuele patiŽnt meestal niet volledig informeren omdat daar veel en soms tegenstrijdige informatie kan worden gevonden. De commissie brughoektumor van de NVVS verzorgt voorlichting, belangenbehartiging en lotgenotencontact voor brughoektumorpatiŽnten.
Wij raden u daarom aan om uw vragen met uw behandelend arts te bespreken zodat - op uw persoonlijke situatie - gerichte adviezen en antwoorden gegeven kunnen worden.

Hieronder vindt u een aantal voorbeeld vragen:

  • Wat is de chirurgische/radiotherapeutische ervaring van mijn behandelend arts of team?
  • Wat zijn de resultaten van chirurgie/radiotherapie met betrekking tot aangezicht- en gehoorfunctie in relatie tot de grootte van mijn tumor?
  • Zijn er meerdere specialisten/operateurs bij mijn operatie betrokken?
  • Wat is het percentage complicaties (infectie, lekkage, bloeding)?
  • Hoe lang duurt de operatie/radiotherapiebehandeling, indien deze zonder problemen verloopt?
  • Hoe is de vervolgbehandeling na operatie/radiotherapie?

Slotwoord

Het is niet mogelijk om in deze folder alle details voor elke situatie te beschrijven. Het kan zijn dat u nog vragen heeft of dat u meer informatie wil. Aarzel niet om contact op te nemen met uw KNO-arts om nadere uitleg en/of een second opinion te vragen. Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.

Top

Contact

Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)
Afdeling KNO
Postbus 9600
2300 RC Leiden tel: 071-5269111

Bezoekadres

Albinusdreef 2,  2333 ZA Leiden

BrughoekpatiŽntensecretariaat

Mw. Coby Borst , contactpersoon

Tel.: 071- 5261712 of 071-5269111 en vragen naar sein 8936

E-mail: j.m.borst@lumc.nl 


november 2011 Top



SNEL NAAR


 Spoedeisende zorg buiten kantooruren

Ga naar het LUMC Patientportaal

Kaartje sturen naar een patiënt van het LUMC