Leids Universitair Medisch Centrum
inhoudsopgave:

PatiŽntenfolders

 
Home > PatiŽntenzorg > PatiŽnten > PatiŽntenfolders > Laparoscopie en eileideroperaties
 

Laparoscopie en eileideroperaties

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Gynaecologie


Dit boekje geeft in hoofdstuk I informatie over de laparoscopie.
Dit is een onderzoek waarmee gezocht wordt of er bepaalde afwijkingen zijn, die onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid kunnen veroorzaken bij een vrouw. Deze afwijkingen kunnen zijn: vergroeiingen aan eileiders of eierstokken en/of afgesloten eileiders.
Bovendien wordt in hoofdstuk II ook iets verteld over de operaties, die gedaan kunnen worden om deze vergroeiingen weg te halen of afgesloten eileiders weer open te maken.
Voor vrouwen die een sterilisatie ongedaan willen laten maken wordt aan het eind van dit boekje in hoofdstuk III nog wat extra informatie toegevoegd.
De gegevens over de laparoscopie en de operatie beschreven in hoofdstuk I en II, zijn ook voor hen bedoeld.

Het blijkt dat veel mensen die ťťn van deze ingrepen zullen ondergaan met dezelfde vragen zitten over wat er allemaal bij komt kijken. Bovendien blijkt het voor veel mensen prettig te zijn om na een gesprek hierover met de behandelend arts, thuis de informatie nog eens rustig te kunnen doorlezen.

Laparoscopie

Wat is het doel van de laparoscopie? 
Laparoscopie is een onderzoek, waarbij een sneetje onder de navel wordt gegeven waar een kijkbuis doorheen kan. Met deze kijkbuis wordt in de buik gekeken naar de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken om te zien of er misschien vergroeiingen zijn of afgesloten eileiders. Dit kan het uitblijven van een zwangerschap verklaren.

Hoe kunnen vergroeiingen of afgesloten eileiders een zwangerschap voorkomen?
Iedere maand komt er een eicel vrij uit ťťn van beide eierstokken. Dit heet eisprong (ovulatie). Deze nog onbevruchte eicel wordt opgevangen door de eileider (tuba), een buisvormig orgaan, dat aan de kant van de eierstok eindigt met een opening en aan de andere kant uitkomt in de baarmoeder. In deze eileider vindt de bevruchting plaats en daarna wordt de bevruchte eicel in ongeveer 4 dagen naar de baarmoeder vervoerd. In de baarmoederwand vindt dan de innesteling van de bevruchte eicel plaats. Wanneer de eileider is afgesloten of door vergroeiing rond eierstok of eileider in zijn opvangfunctie wordt gehinderd, kan de eicel de baarmoeder niet bereiken, zodat de kans op zwangerschap verminderd of zelfs uitgesloten is. Dit is afhankelijk van de ernst van de afwijking.

Hoe komt men aan vergroeiingen of afgesloten eileiders?
Iedere ontsteking aan de eileiders kan dergelijke afwijkingen tot gevolg hebben. Ook is het mogelijk dat een blindedarmontsteking die langdurig of gecompliceerd (met buikvliesontsteking) verlopen is, de er vlakbij liggende eileiders heeft beschadigd. Verder kunnen alle operaties die iemand in dat gebied ondergaat beschadigingen veroorzaken. Sommige vrouwen bij wie afwijkingen worden gevonden, zijn zich er niet van bewust dat ze ooit een ontsteking aan de eileiders hebben doorgemaakt. Dit is mogelijk omdat deze ontsteking vaak een vaag en onduidelijk beloop heeft. Buikpijn hebben veel vrouwen wel eens en het gaat vaak vanzelf na enige tijd weer over.

Wanneer wordt een laparoscopie gedaan?
Een laparoscopie wordt gedaan nadat de menstruatie is afgelopen en nog voordat er een ovulatie is opgetreden, dus ongeveer 1 week nadat de menstruatie is begonnen. Zo voorkomt men dat een toevallig net ontstane zwangerschap door het onderzoek zou worden verstoord. Bovendien is van belang dat u niet menstrueert in verband met de zogenaamde “blauwproef”, waarover verderop meer. Om deze reden is het nodig dat u, wanneer u op de wachtlijst staat voor laparoscopie, iedere maand direct uw menstruatie doorbelt aan de secretaresse (telefoon 071 – 5263336), zodat wij u op het juiste moment in de cyclus kunnen opnemen voor de ingreep. Het is goed van tevoren te weten, dat de dokter die u op de afdeling ziet, vaak een andere is dan degene die u op de polikliniek bezocht.

Voorbereiding
U bent door uw arts van de polikliniek op de wachtlijst voor laparoscopie geplaatst. Afhankelijk van de drukte op de afdeling en de operatiekamers is deze wachtlijst Ī 3 maanden. Op de dag dat u voor de wachtlijst bent aangemeld, heeft u een gesprek met een verpleegkundige van de polikliniek, die u de gang van zaken rond de opname uitlegt. Op dezelfde dag spreekt u ook met de anesthesist over de komende narcose. Het is belangrijk om alle serieuze ziekten die u in het verleden heeft doorgemaakt of nu nog heeft en alle medicijnen die u op dit moment gebruikt, door te geven aan uw arts. Verder krijgt u een klysma mee naar huis dat u zelf de avond vůůr de ingreep thuis moet nemen zodat uw darmen grotendeels leeg zijn. Op de dag van de opname wordt op de operatiekamer – indien nodig – schaamhaar (voor een deel) weggeschoren.
Voor de voorbereiding verwijzen wij naar de folder Dagbehandeling, die u krijgt uitgereikt tijdens het gesprek met de verpleegkundige/arts op de polikliniek. 

Uitvoering van de laparoscopie
De laparoscopie wordt altijd onder narcose uitgevoerd. In de operatiekamer krijgt u van de anaesthesist een injectie in ťťn van de aderen van uw arm, waardoor u heel snel in slaap valt. Hierna voelt en merkt u niets meer van de ingreep.
In de operatiekamer wordt via de vagina met behulp van een tangetje een spuit bevestigd op uw baarmoederhals. Via dit instrument spuiten wij een blauwe vloeistof in de baarmoeder om te zien of de eileiders goed open zijn, want als dit het geval is, vloeit de blauwe vloeistof via de eileiders in de buikholte. Deze test noemen wij de “blauwproef”. Dit kunnen we dan met de laparoscoop waarnemen.
Sommigen van u hebben misschien al een baarmoederfoto ondergaan, die om dezelfde reden wordt uitgevoerd, maar door middel van de laparoscopie krijgen we nog extra informatie over de eventuele aanwezigheid van vergroeiingen.
Vervolgens wordt de buik een beetje opgeblazen met koolzuurgas door middel van een naald, die vlak onder of vlak naast de navel in de buikholte wordt gebracht. Hierdoor komt er meer ruimte in de buik en is het makkelijker om de eierstokken en de eileiders te inspecteren.
De tafel waarop u ligt, wordt nu zo gezet dat u met uw hoofd een beetje schuin naar beneden staat. Hierdoor schuiven de darmen, die normaal door de buik heen liggen, wat naar boven in de buik en ontstaat er een beter zicht op de baarmoeder, eierstokken en eileiders. Via een sneetje van ongeveer 1 cm lengte vlak onder de navel wordt vervolgens een holle buis (de laparoscoop) ingebracht.
Door deze buis kan de arts de baarmoeder, de eileiders en eierstokken zien. Ook wordt er nog een klein sneetje van ongeveer 1 cm onder in de buik gemaakt. Hierdoor wordt een staafje naar binnen geschoven. Met dit staafje worden de eierstokken en de eileiders opgetild om te zien of er aan de achterkant vergroeiingen zitten.
Het grondig bekijken van de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken om eventuele afwijkingen te ontdekken en het uitvoeren van de “blauwproef” duurt ongeveer 20 – 30 minuten. De blauwe kleurstof (ongeveer 10 ŗ 20 ml) wordt in de dagen na de operatie vanzelf weer via de bloedvaten in het lichaam opgenomen en uitgescheiden met de urine, die daardoor wat blauw-groenig is verkleurd.
Nadat de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken zijn bekeken, worden de laparoscoop en het staafje weer uit de buik genomen. Het koolzuurgas loopt uit de buik via het sneetje onder de navel. Hierna worden de sneetjes onder de navel en in de onderbuik dichtgehecht. Dan wordt u weer wakker gemaakt.

Bij het ontwaken uit de narcose
Na het onderzoek voelt u zich erg suf. Via een infuus krijgt u vocht toegediend. Het is ongemakkelijk want u kunt zich daardoor niet goed bewegen. Maar enkele uren na de operatie wordt het infuus weer verwijderd. In het begin kunt u zich ook wat misselijk voelen, u kunt een droge mond hebben en uw buik kan pijnlijk zijn. Dat wordt allemaal in de loop van de dag minder. Ook is het mogelijk dat u pijn in de schouder heeft. Deze pijn kan wel enkele dagen duren. De oorzaak hiervan is dat er wat lucht in de buik kan achterblijven die zich ophoopt onder het middenrif en van daaruit een uitstralende pijn naar de schouder geeft. Binnen enkele dagen wordt dit restant ook weer in het lichaam opgenomen. Door het tangetje dat op de baarmoedermond heeft gezeten, is het mogelijk dat u een beetje bloed uit de vagina verliest. Dit kan een paar dagen duren en houdt vanzelf weer op. Aan het eind van de dag gaat u naar huis.
Voordat u naar huis gaat, heeft u een gesprek met ťťn van de artsen die bij de laparoscopie aanwezig was. Er wordt besproken wat er is gezien en wat daarvan de gevolgen voor u kunnen zijn. Als u dat prettig vindt kan uw partner bij dat gesprek aanwezig zijn, zodat ook hij (of zij) de arts vragen kan stellen.
U krijgt een afspraak mee voor nacontrole op de polikliniek.

Wanneer weer aan het werk?
In de dagen na de laparoscopie is het mogelijk dat u nog pijn in de buik of schouder houdt. Verder bent u in het begin wat sneller moe dan anders. Daarom adviseren wij ook altijd het wat rustig aan te doen en pas na een week weer aan het werk te gaan. 

De hechtingen
Over de hechtingen zit een pleister die u zelf af en toe kunt verschonen. U mag douchen en de hechtingen kunt u na 1 week door de huisarts laten verwijderen.

Wat kan er door de laparoscopie aan het licht komen?

Er zijn helemaal geen afwijkingen aan de eileiders. Het komt soms voor dat alle onderzoeken die er gedaan zijn tot en met de laparoscopie geheel normaal zijn en dat u toch nog steeds niet zwanger bent. Dit lijkt op het eerste gezicht wat onbevredigend. Dit komt voor bij ongeveer 15% van alle echtparen die onze polikliniek bezoeken. U moet zich realiseren dat wij zelf ook nog niet alle oorzaken van onvruchtbaarheid kunnen verklaren of onderzoeken. Bovendien is deze uitslag altijd nog gunstiger voor u dan wanneer er wel afwijkingen zouden zijn gevonden. De kans op zwangerschap is hoe dan ook in het eerste jaar na de laparoscopie toch wel iets verhoogd.

  1. Er zijn heel geringe vergroeiingen gevonden die niet of nauwelijks van invloed zijn op al dan niet zwanger worden. We adviseren gewoon af te wachten of er alsnog een zwangerschap ontstaat.
  2. Er zijn afwijkingen gevonden die eventueel met een operatie kunnen worden verholpen, maar het staat niet geheel vast dat deze afwijkingen bij u onvruchtbaarheid veroorzaken. In dat geval wachten we graag eerst nog een half jaar tot een jaar af en als u na die periode nog altijd niet zwanger bent, gaan we alsnog over tot een operatie.
  3. Er worden afwijkingen gevonden die tijdens de laparoscopie kunnen worden behandeld. Meestal zijn dit vergroeiingen die laparoscopisch kunnen worden doorgeknipt.
  4. Er wordt een bepaalde afwijking gevonden die soms met een medicijnbehandeling kan verbeteren. Deze afwijking heet endometriose en is goedaardig, maar kan wel ongunstig werken op de onvruchtbaarheid. Uw behandelend arts legt u precies uit wat dit inhoudt. U kunt dan gedurende enige maanden bepaalde medicijnen krijgen. Sommige vormen van endometriose kunnen beter worden behandeld door middel van een operatie. Soms is het mogelijk de endometriose al tijdens de laparoscopie weg te ‘’branden’’.
  5. Er worden duidelijke afwijkingen gevonden: afgesloten eileiders die door middel van een operatie weer geopend kunnen worden. (figuur 2 achterin brochure)
  6. Er worden afwijkingen gevonden die te uitgebreid zijn om door middel van een operatie te verhelpen. Vaak bestaat dan toch nog de mogelijkheid om via in-vitrofertilisatie (“reageerbuisbaby”) te proberen een zwangerschap te krijgen. De arts die het ontslaggesprek voert, zal deze mogelijkheden met u doornemen. 

Het is de ervaring dat sommige mensen, wanneer ze op dit punt van het vruchtbaarheidsonderzoek zijn aangekomen (en vaak ook al eerder), veel spanningen ervaren rond het uitblijven van een zwangerschap. Er bestaat altijd de mogelijkheid om begeleiding te krijgen van ons psychosociaal team via uw behandelend arts. Ook is er een patiŽntenvereniging “Freya”, zie de website: www.freya.nl, contact of via telefoonnummer 024-6451088.

Waarom moet de laparoscopie soms herhaald worden wanneer u in een ander ziekenhuis dit onderzoek al heeft gehad?
Wanneer er bij u afwijkingen zijn die geopereerd moeten worden, zal degene die u in het LUMC eventueel opereert altijd zťlf opnieuw willen en moeten beoordelen of de gevonden afwijkingen geschikt zijn voor operatie. Er kan verschil van inzicht bestaan tussen ons en de gynaecoloog die u hiervoor verwezen heeft. Daarom wordt dit operatieve onderzoek dus altijd in onze kliniek herhaald. Meestal is het wel mogelijk om in dat geval de laparoscopie en de eileideroperatie in dezelfde narcose uit te voeren.

Top

Operatie

Inleiding
Wanneer u tot de groep vrouwen behoort bij wie afwijkingen aan de eileiders werden gevonden die met een operatie kunnen worden weggenomen, kunt u vaak niet direct beslissen of u ook inderdaad die operatie wilt ondergaan. Dat is heel begrijpelijk. En het is belangrijk dat u thuis nog eens rustig de tijd neemt om dit probleem te overdenken en samen door te praten en eventuele vragen op de polikliniek met uw arts te bespreken.
Wij adviseren u dat u van tevoren uw vragen opschrijft zodat u niets kunt vergeten. Een belangrijke vraag die u in uw beslissing zult betrekken is:

Hoe groot is de kans op succes na zo’n operatie?
Dit is enigszins afhankelijk van de soort operatie die u zult ondergaan en van de ernst van de afwijking die bij u werd gevonden. Gemiddeld wordt 1 op de 3 vrouwen die bij ons worden geopereerd uiteindelijk zwanger. Het percentage varieert van 20 tot 60%, afhankelijk van de afwijking.
Bovendien bestaat er een verhoogde kans op een zogenaamde “buitenbaarmoederlijke zwangerschap”, een zwangerschap die zich niet in de baarmoeder maar in de eileider innestelt (ťťn op de drie ŗ acht zwangerschappen, afhankelijk van het operatietype). Een dergelijke zwangerschap kan niet langer dan een aantal weken voortbestaan en eindigt meestal met een operatie waarbij de eileider waarin de vrucht zich had ingeplant, moet worden weggenomen.

Operatie of in vitrofertilisatie (IVF)
IVF is een andere vorm van behandeling voor afgesloten eileiders. De laparoscopie zal uitwijzen of de bij u gevonden afwijkingen met meer succes kan worden geopereerd of met IVF kan worden behandeld. Soms is de te verwachten succeskans ongeveer gelijk. In overleg met uw arts zult u dan een goede afweging moeten maken voor welke behandeling u kiest. De voor- en nadelen van de twee vormen van behandeling moeten daarbij worden besproken. Soms heeft een paar zelf een heel duidelijke voorkeur voor ťťn van beide benaderingen. Deze wordt uiteraard meegewogen in een beslissing. Ook is het soms mogelijk om eerst de ene behandeling te ondergaan en bij mislukken hiervan alsnog de andere.

Waarom wordt niet iedereen na de operatie zwanger?
In een aantal gevallen zullen er, ondanks alle maatregelen die genomen worden om dat te voorkomen, opnieuw vergroeiingen of afsluitingen van de eileiders ontstaan na de operatie. Een voor honderd procent afdoende middel om dit te voorkomen bestaat er helaas nog niet. Maar ook bij vrouwen bij wie de operatie in technisch opzicht geslaagd is, dus bij wie er geen vergroeiingen meer zijn en de eileiders open zijn gebleven, zal niet in alle gevallen een zwangerschap optreden.
De ontsteking die in het verleden de afwijking aan de eileiders veroorzaakt heeft, kan ook de wand en de binnenbekleding van de eileider zelf hebben beschadigd, waardoor deze niet meer volledig in staat is zijn functie van transport van de eicel naar behoren uit te oefenen. Aan deze beschadiging valt operatief niets te verbeteren. Dit is ook de reden voor de verhoogde kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. De eicel die rijp is voor innesteling, bevindt zich niet op het juiste moment in de baarmoeder door de tekort schietende transportfunctie van de eileider, maar blijft ergens onderweg in de eileider steken en nestelt zich daar dan in. Het is goed om van tevoren de mogelijkheid van het uitblijven van een zwangerschap en het risico van buitenbaarmoederlijke zwangerschap te overwegen en u af te vragen of u dit en de inspanningen en teleurstellingen die het meestal toch wel met zich meebrengt, er allemaal wel voor over heeft.

Wanneer kan men op de wachtlijst voor operatie?
Als u heeft besloten om u te laten opereren, wordt eerst op de polikliniek nagegaan of de overige factoren die de vruchtbaarheid beÔnvloeden in orde zijn, tenzij dit in het verleden al werd gedaan. Er moet dus onderzocht zijn of u normale ovulaties heeft en of het sperma van de partner goed is. Als alle factoren goed zijn, kunt u op de wachtlijst voor een operatie worden geplaatst. U heeft dan op de polikliniek een gesprek met de verpleegkundige over de gang van zaken rond de opname en met de anesthesist over de narcose.

Hoe lang is de wachtlijst?
De wachttijd is gemiddeld 3 maanden. Net als bij de laparoscopie moet u iedere maand uw menstruatie doorbellen aan de secretaresse, telefoonnummer 071 – 5263336, zodat wij de operatie kunnen plannen kort na de menstruatie. U ontvangt dan enkele dagen voor de opname een schriftelijke oproep.

Wat merkt u van de operatie?
De dag vůůr de operatie krijgt u een klysma om te zorgen dat de darmen leeg zijn. Het haar op de onderbuik wordt – indien nodig - op de operatiekamer weggeschoren. Alle vrouwen die deze operatie ondergaan, krijgen vanaf de 10e dag na de operatie bijnierschorshormonen (CorticosteroÔden) waarmee wij hopen te voorkomen dat er na de operatie opnieuw vergroeiingen ontstaan.
De eerste paar dagen worden deze medicijnen in de vorm van een drankje, later als tabletten gegeven. Als u overgevoelig bent voor bepaalde geneesmiddelen moet u dat van tevoren melden.
De ochtend van de operatie krijgt u geen ontbijt. Na aankomst op de operatiekamer wordt er een infuus ingebracht in uw onderarm of hand en via dit infuus worden medicamenten ingespoten die u doen inslapen. De operatie duurt meestal vrij lang: variŽrend van 1,5 tot 3 uur.

Na de operatie
Als u wakker wordt, voelt u zich nog suf, heeft u een droge soms wat pijnlijke keel, wat pijn in de buik en een infuus in de arm. U heeft een slangetje in de blaas (katheter) dat de urine afvoert uit de blaas. Aangezien u in het begin nog niet zo makkelijk kunt bewegen omdat u zich wat suf voelt en de buik nog gevoelig is, is dit makkelijker dan in bed op de po te moeten plassen. Ook kunt u zich misselijk voelen. Tegen de pijn in de buik krijgt u pijnstillende injecties of pijnmedicatie via een pomp, waar u dan weer slaperig van wordt. Het beste kunt u hier ook maar aan toegeven en proberen te slapen. U mag de eerste dag af en toe een slokje water drinken omdat de darmen eerst weer goed op gang moeten komen. De zaalarts controleert dit door met een stethoscoop naar de buik te luisteren. Ook mag u af en toe de lippen wat vochtig maken met natte gaasjes. Zolang u niet/weinig mag drinken, krijgt u vocht toegediend via het infuus. Uw litteken is meestal een zogenaamde bikinisnee (die van links naar rechts vlak boven de grens met het schaamhaar loopt). Wanneer u al een ander litteken in de buik heeft, wordt die toegang opnieuw gebruikt. De dag na de operatie voelt u zich vaak alweer veel beter en mag u meestal ook langzaam uitbreiden met drinken. Zodra u zelf weer voldoende vocht tot u mag nemen, gaan het infuus en de blaaskatheter eruit. Over het algemeen knappen de vrouwen die deze operatie ondergaan snel weer op omdat het in principe "gezonde zieken” betreft en het wondoppervlak in de buik naar verhouding klein is. De dag na de operatie mag u alweer enkele minuten naast het bed zitten en in de dagen daarna kan het opstaan meestal vrij vlot worden uitgebreid.

Laparoscopie op de 8e dag
In sommige gevallen kan het van belang zijn om op de 8e dag na de operatie al een laparoscopie te doen. Eventueel nieuw ontstane vergroeiingen kunnen dan nog in een vroeg stadium via de laparoscoop worden weggenomen. Deze operatie vindt plaats onder narcose. Uw opnameduur wordt er in principe niet door verlengd. U gaat op de dag van de laparoscopie naar huis. Sommige patiŽnten zijn al zo goed opgeknapt dat ze het weekend voor de laparoscopie al thuis zijn en in dagopname terugkomen.

Hechtingen
Op de 8e dag na de operatie wordt de huidhechting (een lange draad) voorzichtig uit het litteken getrokken. 

Naar huis
Op de 8e dag na de operatie wordt u meestal ontslagen, tenzij er iets bijzonders is, bijvoorbeeld koorts of een andere complicatie. Voordat u naar huis gaat, heeft u nog een gesprek met degene die u heeft geopereerd. Als u nog vragen heeft, stel ze dan gerust (schrijf ze desnoods van tevoren op). Indien u het prettig vindt dat uw partner ook bij dit gesprek aanwezig is, kan er een vaste tijd afgesproken worden. Een afspraak voor nacontrole voor ongeveer 4 - 6 weken na ontslag krijgt u mee naar huis.

Wat mag en wat mag niet na de operatie?
Als u uit het ziekenhuis komt, voelt u zich alweer reuze opgeknapt, maar thuis gekomen valt in het begin vaak nog tegen wat u aankan. U zult snel moe zijn en veel behoefte aan slaap hebben. Er zijn geen strenge regels voor wat mag en wat verboden is, maar over het algemeen is het goed in het begin alleen wat lichte arbeid te doen en dit langzaam uit te breiden naar behoefte en vermogen. Wanneer u daarbij ook nog een baan heeft, adviseren wij om met werken te wachten tot na de eerste controle. Veel vrouwen valt het op dat ze eerste weken na de operatie een opgezette buik hebben. Vooral tegen de avond wordt dit erger. Dit is een normaal verschijnsel en heeft te maken met het nog niet goed functioneren van de buikspieren na de operatie. Het verdwijnt in de loop van een aantal maanden en met behulp van buikspieroefeningen (vanaf ongeveer 4 – 6 weken na de operatie). Ook zult u merken dat de huid boven het litteken (wanneer er sprake is van een zogenaamde bikinisnee) nog geruime tijd gevoelloos kan zijn. Het gevoel in de huid komt van boven naar beneden langzaam weer terug, maar dit kan wel enkele weken in beslag nemen. Bij 5% van de vrouwen is het gevoel in de huid na 1 jaar niet helemaal teruggekomen.

Vrijen en zwanger worden
Zwanger worden mag in principe weer vanaf de tweede cyclus na de operatie. Medisch gezien is er weinig tegen. De meeste patiŽnten willen echter zelf liever eerst nog wat langer herstellen. Het komt overigens niet vaak voor dat het al zo snel na de operatie lukt. Wanneer er een speciale medische reden is om een zwangerschap nog even uit te stellen, zal dit tijdens het ontslaggesprek met u worden besproken door de arts.

Wat vrijen en/of gemeenschap hebben betreft, zijn er geen beperkingen. Iets anders is of u echter alweer snel behoefte zult hebben aan gemeenschap. De ervaring leert dat veel vrouwen zich kort na deze operatie nog wat te angstig of te gespannen voelen om ervan te kunnen genieten en ook het gedwongen idee van “nu moet een zwangerschap lukken” draagt niet bij tot een ontspannen sfeer. In dit verband is het belangrijk dat u zich het volgende realiseert. Het is niet zo dat de zwangerschapskans direct na de operatie het grootst is. Negen van de tien zwangerschappen ontstaan in de eerste 1,5 jaar na de operatie. Zelfs daarna worden er soms ook nog wel vrouwen zwanger.

Wanneer u over tijd bent
Omdat de kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap na deze operatie zo hoog is, is het belangrijk bij een eventuele zwangerschap een echo-onderzoek (geluidsfoto) te maken, wanneer u twee weken over tijd bent. Met dit onderzoek is vast te stellen of de vrucht zich in of buiten de baarmoeder ontwikkelt. Als we er zeker van zijn dat de zwangerschap zich normaal ontwikkelt, verwijzen wij u naar de gynaecoloog of verloskundige van uw keuze voor de verdere controle.

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap 
De verschijnselen kunnen in het begin nogal onduidelijk zijn, maar wanneer u over tijd bent (al dan niet met positieve zwangerschapstest) en onregelmatig bloedverlies heeft en pijn in de buik, die kan uitstralen naar de schouder is dat altijd een reden om zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de gynaecoloog. Door de groei van de foetus kan de eileider op een gegeven moment openbarsten. Er kan dan een bloeding in de buik ontstaan die door operatief ingrijpen snel tot staan moet worden gebracht. Wanneer er twijfel bestaat over de aanwezigheid van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en het echo-onderzoek geen uitsluitsel geeft, zullen wij u dan ook ter observatie opnemen en eventueel een laparoscopie verrichten om de eileiders goed te kunnen inspecteren.

Als u niet in verwachting raakt
Een half jaar na de operatie kan een foto van de baarmoeder en eileiders worden gemaakt om te zien of de eileiders open zijn gebleven. Wanneer de foto onduidelijk is of wanneer er na 1 jaar nog geen zwangerschap is opgetreden, bestaat de mogelijkheid om een laparoscopie te herhalen om het operatieresultaat definitief te kunnen beoordelen. Wanneer er 1 – 2 jaar na de operatie nog geen zwangerschap is opgetreden, bestaat ook de mogelijkheid om te proberen zwanger te worden via in vitrofertilisatie. Wanneer u hiervoor graag in aanmerking wilt komen, is het verstandig hierover een gesprek aan te vragen bij uw behandelend arts op de polikliniek.

Psychosociaal team
Tenslotte willen wij nog wijzen op de mogelijkheid u in contact te brengen met ons psychosociaal team, bestaande uit psychologen en maatschappelijk werkers.
Het is heel voorstelbaar dat u ten gevolge van kinderloosheidproblematiek verdriet en spanningen ervaart en hier graag over zou willen praten. Soms kan het zelfs zijn dat deze spanningen een nadelige invloed hebben op uw huwelijk en/of sexuele relatie.
Wanneer u behoefte heeft aan gesprekken of begeleiding bij deze problemen, dan kunt u dit met uw behandelend arts bespreken die dan voor verdere verwijzing kan zorgdragen. Ook advies en informatie over adoptie is iets waarbij iemand van het psychosociaal team u verder kan helpen.

Top

Hersteloperatie na sterilisatie

Kan een sterilisatie altijd ongedaan gemaakt worden? 
Of een sterilisatie ongedaan gemaakt kan worden hangt af van de mate waarin de eileider door de sterilisatie is beschadigd en van de hoeveelheid normaal eileiderweefsel die na sterilisatie is overgebleven.
Het blijkt dat sterilisaties die uitgevoerd zijn met een ringetje of een clip over het algemeen veel minder weefsel van de eileider beschadigen dan sterilisatie door middel van dichtbranden. De mogelijkheden om na ringetje of clip de sterilisatie weer ongedaan te maken, zijn dan ook gunstiger dan na dichtbranden. 
Wanneer de eileider is dichtgebrand, doen we altijd van tevoren een kijkoperatie om te beoordelen of er voldoende eileiderweefsel over is voor een hersteloperatie (voor gegevens over de laparoscopie zie hoofdstuk I).
Ook wanneer het mogelijk lijkt om bij u de sterilisatie ongedaan te maken, is de kans op succes daarmee niet verzekerd. De kans op een zwangerschap na deze operatie is 50% als bij de sterilisatie de eileiders dichtgebrand zijn en ongeveer 80% na een sterilisatie met ringetjes of clips (voor de gegevens over de operatie zie hoofdstuk II).
Enkele verschillen tussen een hersteloperatie na sterilisatie en een “gewone eileideroperatie” zijn dat er na de hersteloperatie geen bijnierschorshormoon wordt gegeven om vergroeiingen te voorkomen omdat dit na deze soort operaties haast niet voorkomt. Om dezelfde reden wordt er na deze operatie ook geen laparoscopie op de 8e dag meer uitgevoerd.
Ook bij deze operatie geldt dat u erna een wat verhoogde kans heeft op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en dat daarom vroege echocontrole bij over-tijd-zijn belangrijk is.

Kosten
Vanaf 2005 vergoeden de meeste verzekeringen deze ingreep niet meer. Het is daarom belangrijk dit van te voren bij uw verzekering te informeren. Als u de kosten zelf moet betalen kan de medische administratie u hier verder over inlichten. Telefoon 071-5262785.

Laparoscopische hersteloperatie
In sommige gunstige gevallen is het mogelijk de operatie via een laparoscoop uit te voeren. Dit betekent kleinere sneetjes, een korter verblijf in het ziekenhuis en een sneller herstel. Uw arts zal dit met U bespreken

Top

Tot slot

Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben, dan kunt u daarmee terecht bij uw behandelend arts.

Zie ook de folder "Laparoscopie - Verpleegkundige adviezen".


januari 2006
Top



SNEL NAAR


 Spoedeisende zorg buiten kantooruren

Ga naar het LUMC Patientportaal

Kaartje sturen naar een patiënt van het LUMC