| donderdag
1 juni 2006
|
| 16.15
uur:
| Mw.
P. Kiès
|
Samenvatting:
Nederlands /
Engels | Titel:
Tachyarrhythmias in structural heart disease.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
M.J. Schalij
Prof.Dr. E.E. van der Wall
|
| Korte
samenvatting
|
Een beschadigd hart moet doorkloppen, om de
gigantische hoeveelheden vers bloed, die men dagelijks nodig heeft, rond te
pompen. Tegelijkertijd probeert het lichaam de bloeddruk op peil te houden,
door vocht vast te houden en aderen te vernauwen. Dit levert op korte
termijn misschien wel voordelen op, maar op de lange termijn neemt de schade
alleen maar toe.
Ruim zes miljoen mensen lopen in Europa met een beschadigd hart rond.
Vijftig procent van deze groep zal de komende vijf jaar niet overleven.
Philippine Kiès (Hartziekten) heeft in haar proefschrift een aantal
behandelingen beschreven die de overleving en de kwaliteit van het leven
voor deze patiënten verbeteren.
|
| dinsdag
6 juni 2006
|
| 14.15
uur
| Mw.
P.S. Monraats
|
Samenvatting:
Nederlands /
Engels | Titel:
Genetic, clinical and experimental aspects of restenosis.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
J.W. Jukema
Prof.Dr. A.H. Zwinderman (AMC)
|
| Korte
samenvatting
| Restenose is het wederom vernauwen van een ader, nadat die met een klein ballonnetje op een katheter is opgerekt om een verstopping op te heffen. De promovenda presenteert in haar proefschrift elf polymorfismen, genetische variaties binnen één gen, die een groter dan wel kleiner risico op restenose kunnen voorspellen. Haar resultaten bieden nieuwe mogelijkheden voor het toedienen van specifieke geneesmiddelen die ontstekingsreacties in het bloedvat temperen. In de toekomst zouden haar resultaten gebruikt kunnen worden voor genetische tests voorafgaand aan een behandeling die een dichtgeslibde ader moet openen.
|
| donderdag
8 juni 2006
|
| 16.15
uur
| B.
Hooft van Huysduynen
|
Samenvatting:
Nederlands /
Engels | Titel:
Electrocardiographic assessment of repolarization heterogeneity
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
M.J. Schalij
Prof.Dr. E.E. van der Wall
|
| Korte
samenvatting
| Tijdens de repolarisatie fase zijn hartspiercellen niet gevoelig voor elektrische stimulatie. Als dit proces ongelijktijdig verloopt ontstaat er een situatie waarin de kans op een hartritmestoornis vergroot is. Bart Hooft van Huysduynen onderzocht of en hoe deze ongelijkheid in repolarisatie te meten is met een elektrocardiogram (ECG). Hiervoor gebruikte hij computersimulaties. Hij wist verschillende maten vast te stellen, voor patiënten met een hartafwijking en voor gezonde proefpersonen. Bovendien ontdekte hij dat een verhoogde bloeddruk door inspanning de repolarisatie ongelijkheid direct na de inspaninning, in de herstelfase, vergroot. Dit effect was opvallend genoeg het grootst bij ervaren sporters.
|
| maandag
12 juni 2006
|
| 14.15
uur
| Mw.
C.J. Kapiteijn
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels | Titel:
Angiogenesis and the inception of pregnancy
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
F.M. Helmershorst
Prof.Dr. V.W.M. van Hinsbergh (VU A’dam)
|
| Korte
samenvatting
|
Als de moederkoek niet goed ontwikkeld, kan een
miskraam of een laag geboortegewicht het gevolg zijn. Volgens de
Barker-hypothese hebben kinderen met een laag geboortegewicht later meer
kans op hart- en vaatziekten. Dit effect werd bevestigd in een Nederlandse
populatie. De promovendus keek ook naar het effect van de behandeling van
verminderde vruchtbaarheid door hormoonstimulatie, eventueel in combinatie
met IVF. Deze behandeling bleek een gerelateerd te zijn aan een lager
geboortegewicht en een kortere zwangerschapsduur. Daarnaast bestudeerde
Kapiteijn de vorming van vaatjes in het laboratorium met behulp van
endotheelcellen uit het menselijk baarmoederslijmvlies. De cellen lieten
snelle vorming van nieuwe vaatjes (angiogenese) zien, die onder indirecte
invloed van de eierstokhormonen stond. Het embryo blijkt zelf een
groeifactor te produceren die vaatvorming in het baarmoederslijmvlies
stimuleert. |
| dinsdag
13 juni 2006
|
| 16.15
uur
| Mw.
C.W.M. Wensveen
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Triaging equivocal cytology of the cervix.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
J.B. Trimbos
|
| Korte
samenvatting
|
Jaarlijks worden duizenden vrouwen gescreend op
baarmoederhalskanker, een vorm van kanker die goed te genezen is, mits hij
op tijd wordt gevonden. Celesta Wensveen (Gynaecologie) heeft echter een
groep vrouwen geïdentificeerd bij wie de betrouwbaarheid van de screen te
wensen over laat. Deze vrouwen hebben een lichte afwijking in de
celstructuur van de baarmoederhals, wat doorgaans geen probleem mag heten,
maar bij 15 tot 30% toch tot kanker leidt.
Ze stelt voor om deze vrouwen intensiever te onderzoeken. Eerst moet gezocht
worden naar het humane papilloma virus, dat onlosmakelijk verbonden is met
baarmoederhalskanker. Mocht dit aanwezig zijn, dan zal een soort
kijkoperatie uitsluitsel moeten geven.
|
| woensdag
14 juni 2006
|
| 16.15
uur
| Mw.
I.W.M.C. van Korlaar
|
Samenvatting:
Nederlands /
Engels
| Titel:
Venous thrombosis – a patient’s view
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
A.A. Kaptein
Prof.Dr. F.R. Rosendaal
|
| Korte
samenvatting
|
Patiënten met veneuze trombose ondervinden vaak
jaren na behandeling nog problemen in hun dagelijks functioneren. Dat
ontdekte Inez Korlaar, die onderzoek deed naar kwaliteit van leven bij
trombose patiënten. Uit haar onderzoek blijkt dat niet alleen lichamelijke
klachten maar ook het beeld dat de patiënt van de ziekte heeft van invloed
zijn op de kwaliteit van leven. Testen op erfelijke stollingsafwijkingen
hebben weinig negatieve gevolgen Men vindt de gezondheidsvoordelen
belangrijker dan de nadelige psychologische gevolgen van het weten dat je
een grotere kans hebt op trombose. Deze resultaten suggereren dat bij de
behandeling van patiënten ook aandacht besteed zou moeten worden aan de
manier waarop mensen over hun ziekte denken. |
| donderdag
15 juni 2006
|
| 16.15
uur
| Mw.
Z.F.H.M. Boonman
|
Samenvatting:
Nederlands /
Engels | the
influence of intraocular tumors on local and systemic immune processes.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
C.J.M. Melief
|
| Korte
samenvatting
|
Het afweersysteem ontziet de ogen, omdat een
heftige afweerreactie tegen een infectie in het oog de gevoelige weefsels
onherstelbaar zou beschadigen. De promovenda beschrijft een nieuw type
afweerreactie tegen oogtumoren, waarbij de tumor netjes opgeruimd wordt,
zonder het delicate oogweefsel te beschadigen. CD4+ T-cellen spelen in deze
afweerreactie een nieuwe rol. Er werd altijd aangenomen dat er geen afvoer
van afvalstoffen via de lymfevaten uit het oog plaatsvond, maar Boonman laat
zien dat een tumor in het oog weldegelijk wordt opgemerkt door de lokale
lymfeklieren in de hals. Het is onzeker in welke mate dit onderzoek bij
muizen ook voor patiënten met uveamelanoom geldt. |
| dinsdag
20 juni 2006
|
| 10.15
uur
| R.
Bernad
|
Samenvatting:
Nederlands /
Engels
| Titel:
molecular dissection of nuclear pathways in the nuclear pore complex in
export pathways.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
J. Neefjes
|
| Korte
samenvatting
|
Het erfelijk materiaal ligt bij hogere
organismen veilig afgeschermd in de celkern. De afscheiding wordt gevormd
door een kernenvelop met daarin poriën waardoor communicatie met de
buitenwereld plaatsvindt. Rafael Bernad onderzocht onder meer de rol van de
kernenvelop bij sommige vormen van kanker. Gebleken is namelijk gebleken dat
de eiwitten die de kernenvelop vormen – de zogenaamde nucleoporinen of nups
– in sommige tumorencellen uit balans zijn. Nup88 en Nup214 komen
bijvoorbeeld meer voor in leukemiecellen dan in gezonde witte bloedcellen.
Rafael Bernad ontrafelde welke interacties deze eiwitten aangaan met andere
moleculen in de cel. Zijn onderzoek draagt mogelijk bij aan het ontwikkelen
van nieuwe therapieën tegen acute lymfoblastische leukemie. |
| woensdag
21 juni 2006
|
| 14.15
uur
| J.H.L.
Bijl
|
|
| Titel:
reversal of drug-affected breathing.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
A. Dahan
|
| Korte
samenvatting
|
Morfine-achtige stoffen, zoals buprenorfine en
fentanyl, hebben als bijwerking dat ze ademdepressie, een verminderde
ademhaling, kunnen veroorzaken. Het blijkt dat buprenorfine en fentanyl
beide de ademhaling dosis-afhankelijk verminderen, maar dat buprenorfine de
ademhaling niet verder vermindert vanaf 2 mg/kg. Het pijnstillende effect
van buprenorfine werd daarentegen wél groter bij een hogere dosis. De
promovendus vermoedt dat een verschil in receptordichtheid in de
verschillende hersengebieden voor ademhaling en pijnstilling hier de oorzaak
van is. Het geneesmiddel naloxon is in staat om door buprenorfine
veroorzaakte ademdepressie om te keren, maar wel onder specifieke condities. |
| woensdag
21 juni 2006
|
| 15.15
uur
| Mw.
M.J. van Steensel
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
hierarchical organization of the circadian timing system.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
H.J. Tanke
|
| Korte
samenvatting
|
Mariska van Steensel vond nieuw bewijs voor het
bestaan biologische klokken buiten de al bekende suprachiasmatische kern
(SCK). Deze perifere klokken blijken niet altijd gelijk te lopen met die in
de suprachiasmatische kern (SCK) en lijken deze zelfs te verhinderen om te
wennen aan veranderingen in het dag-nachtpatroon. Hierdoor zijn zij
waarschijnlijk een belangrijke oorzaak van jet lags. Ook blijkt er een
duidelijk verband tussen de mate van activiteit van de SCK en slapen en
waken. Door ratten een ander slaap-waakritme op te leggen, veranderde ook de
vuurfrequentie van de zenuwcellen in de SCK. De biologische klok beïnvloedt
dus blijkbaar niet alleen gedrag, maar gedrag kan ook de klok beïnvloeden. |
| woensdag
21 juni 2006
|
| 16.15
uur
| A.P.A.
Gadisseur
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels | Titel:
improving the quality of oral anticoagulant therapy
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
F.R. Rosendaal
|
| Korte
samenvatting
|
Patiënten die antistolling slikken, doen dat
meestal er voorkoming van veneuze tromboses. Door de antistolling hebben ze
echter een kans van 1 à 2% per jaar op een ernstige bloeding. Gadisseur
richtte zich op het veiliger, efficiënter en minder belastend maken van
orale anti-stolling door coumarines.
Het langwerkendste coumarine bleek beter in staat de bloedstolling binnen de
gewenste waarden te houden dan het kortwerkendste. Uit het onderzoek bleek
verder dat patiënten hun ziekte even goed kunnen managen als de
trombosedienst, bovendien nam de kwaliteit van leven door zelfmanagement
toe. Inmiddels is daarom een praktisch zelfmanagementsysteem ingevoerd, dat
door de ziektekostenverzekering wordt vergoed. Tot slot nam Gadisseur
twijfel weg over de veiligheid van paracetamol in combinatie met orale
antistolling. |
| maandag
26 juni 2006
|
| 15.15
uur
| A.
Korstanje
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels | Titel:
The serological gastric biopsy in primary care.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
C.B.H.W. Lamers
|
| Korte
samenvatting
|
Maagonderzoek wordt eigenlijk
alleen in ziekenhuizen uitgevoerd. De gesteldheid van de maag in de gehele
bevolking is daardoor moeilijk te bepalen. Huisartsen willen echter graag
weten of mensen hogere risico’s lopen op maagziekten. Dit is niet alleen
belangrijk voor de patiënt zelf, maar ook voor familieleden. Gedeelde
genen en/of de levensstijl van een (eventuele) maagpatiënt zouden namelijk
tot een verhoogd risico op maagziekten kunnen leiden.
Huisarts Andries Korstanje (Huisartsenprakrijk in ’s-Gravenpolder) heeft
methoden onderzocht waarmee de huisarts eenvoudiger maagonderzoek kan
verrichten. Zijn resultaten zijn gunstig. Hij hoopt dat verder onderzoek
deze methoden, die bestaan uit bloedanalyses en een ademtest, tot een
standaard in de huisartsenpraktijk zal verheffen.
|
| Dinsdag
27 juni 2006
|
| 16.15
uur
| E.F.
Schippers
|
|
| Titel:
Cytokine responses to lipopolysaccharide in vivo and ex vivo.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
J.T. van Dissel
|
| Korte
samenvatting
|
De ene mens wordt zieker van een infectie dan de
andere, mogelijk speelt erferlijke aanleg daarbij een rol. Het afweersysteem
reageert onder andere op lipopolysaccharide (LPS), een stof in de celwand
van sommige bacteriën. Cellen produceren verschillende afweer-eiwitten;
zogenoemde cytokines. Bijvoorbeeld TNF-α, dat de afweerreactie opzweept, en
Interleukine(IL)-10, dat juist remt. De balans tussen zulke stoffen is
essentieel. Schippers probeerde de cytokineproductie in reactie op LPS te
relateren aan kleine genetische verschillen tussen personen (SNPs). De
gemeten afweerreactie bleek inderdaad sterk afhankelijk van de hoeveelheid
LPS in het bloed. Tussen SNPs en de productie van de meeste cytokines vond
hij geen verband, maar wel voor IL-10. Daarmee is aangetoond dat bepaalde
SNPs in ieder geval deels verantwoordelijk zijn voor verschillen in de
afweerreactie. |
| Donderdag
29 juni 2006
|
| 14.15
uur
| J.
Vellinga
|
|
| Titel:
Functional and applied studies on the adenovirus minor capsid protein ix.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
R.C. Hoeben
|
| Korte
samenvatting
|
Erfelijke aandoeningen kunnen mogelijk behandeld
worden door in de aangetaste cellen nieuwe genen te plaatsen. Dat inbrengen
van genen in cellen in het lichaam kan via het adenovirus. Om er voor te
zorgen dat het virus de juiste cellen infecteert zul je eiwitten op het
virus moeten plaatsen die kunnen binden aan celspecifieke receptoren.
Promovendus Jort Vellinga onderzocht de mogelijkheden om verschillende
eiwitten te koppelen aan het adenovirus via het pIX oppervlakte eiwit. Dit
kleine eiwit zit helemaal verscholen in de buitenkant van het adenovirus. Om
het bruikbaar te maken moest Vellinga daarom eerst een verlengstukje op het
eiwit zien te plaatsen. Op dat stuk kunnen allerlei verschillende eiwitten
gekoppeld worden. |
| Donderdag
29 juni 2006
|
| 15.15
uur:
| Mw.
L.C. de Jong-Potjer
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Preconception counselling in general practice.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
W.J.J. Assendelft
|
| Korte
samenvatting
|
Ongeveer twintig procent van alle Nederlandse
zwangerschappen heeft een ongewenste afloop. En dat percentage loopt al
jaren niet verder terug. Het eerste bezoek aan de verloskundige vindt
doorgaans plaats in de twaalfde week na de laatste menstruatie. De
promovendi onderzochten hoe vrouwen in de vruchtbare leeftijd bereikt zouden
kunnen worden vóór een eventuele zwangerschap, wat een advies zou kunnen
inhouden en in hoeverre zo’n preconceptieadvies (PCA) het aantal ongewenst
afgelopen zwangerschappen kan beïnvloeden. In een proef met 67
huisartspraktijken bleek dat de kennis over risico’s duidelijk toenam. De
deelnemende huisartsen gingen positiever denken over PCA en de meerderheid
zag het ook als een taak voor de huisarts. Een systematische aanpak voor
alle vrouwen lijkt wenselijk, luidt de conclusie. |
| Donderdag
29 juni 2006
|
| 16.15
uur
| Mw.
J. Elsinga
|
|
| Titel:
Preconception counselling in general practice.
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr.
W.J.J. Assendelft
Prof.Dr. S.P. Verloove-Vanhorick
|
| Korte
samenvatting
|
Ongeveer twintig procent van alle Nederlandse
zwangerschappen heeft een ongewenste afloop. En dat percentage loopt al
jaren niet verder terug. Het eerste bezoek aan de verloskundige vindt
doorgaans plaats in de twaalfde week na de laatste menstruatie. De
promovendi onderzochten hoe vrouwen in de vruchtbare leeftijd bereikt zouden
kunnen worden vóór een eventuele zwangerschap, wat een advies zou kunnen
inhouden en in hoeverre zo’n preconceptieadvies (PCA) het aantal ongewenst
afgelopen zwangerschappen kan beïnvloeden. In een proef met 67
huisartspraktijken bleek dat de kennis over risico’s duidelijk toenam. De
deelnemende huisartsen gingen positiever denken over PCA en de meerderheid
zag het ook als een taak voor de huisarts. Een systematische aanpak voor
alle vrouwen lijkt wenselijk, luidt de conclusie. |