| woensdag
1 maart 2006
|
| 14.15
uur |
Mw. L.S.M. Boesten
|
Samenvatting:
| Titel:
Cell cycle and apoptosis genis in atherosclerosis
|
| Promotor(en)
| Prof.
Dr. L.M. Havekes
|
| Korte samenvatting
|
Lianne Boesten bekeek de invloed van genen die betrokken zijn bij celgroei, celdood en ontstekingen op atherosclerose (dichtslibbing van de slagaders). Ze wilde weten welke invloed deze genen hebben op atherosclerotische plaques (chronisch ontstoken plekken in de slagaders) die kenmerkend zijn voor atherosclerose. Naast de genen p53 en Mdm2 bekeek ze het retinoblastoma-gen (Rb). Bij muizen die dit gen in hun macrofagen misten, bleken de plaques veel groter te zijn door een toename van deling van macrofagen. Volgens de promovenda spelen deze immuuncellen een belangrijke rol in plaques. Ze nemen vet op, wat goed is voor de stabiliteit van de plaque, maar kunnen ook ontstekingsmoleculen uitscheiden, wat juist nadelig is voor de plaque.
|
| woensdag
1 maart 2006
|
| 16.15
uur |
Mw. E.I. Hauben
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Phenotypic differences and similarities in fibro-osseous
tumours of bone
|
| Promotor(en)
| Prof.
Dr. P.C.W. Hogendoorn
Prof. Dr. E. van Marck (Univ. Instelling Antwerpen)
|
| Korte samenvatting
|
Bottumoren worden op grond van hun uiterlijk in verschillende typen en subtypen in gedeeld. Esther Hauben bekeek tumorweefsel van patiënten met een primair (geen uitzaaiing) osteosarcoom. Ze merkte dat het indelen van bottumoren op grond van hun uiterlijk van belang is voor een juiste behandeling, aangezien het uiterlijk voorspellende waarde heeft voor de reactie op chemotherapie, het risico op terugkeer van het gezwel op de langere termijn en de kans dat de patiënt een genetisch bepaalde gevoeligheid heeft voor deze tumoren (erfelijk kankersyndroom). Ook ontdekte ze dat een erfelijk kankersyndroom, waarbij ook familieleden kunnen zijn aangedaan, vooral voorkomt bij patiënten met een osteosarcoom van een ander dan het conventionele subtype.
|
| donderdag
2 maart 2006
|
| 16.15
uur |
Mw. E. Sikkel
|
|
Samenvatting:
| Titel:
Diagnostic procedures for assessing the severity of
alloimmune fetal anemia
|
| Promotor(en)
| Prof.
Dr. H.H.H. Kanhai
|
| Korte samenvatting
|
Als een rhesus-negatieve vrouw in verwachting is van een rhesus-positieve baby, kan bij de baby bloedarmoede ontstaan. Een bloedtransfusie is dan soms noodzakelijk. Goede diagnostische methodes zijn noodzakelijk om nauwkeurig te bepalen wanneer een bloedtransfusie nodig is. Esther Sikkel onderzocht de kwaliteit van twee verschillende methodes. De eerste mogelijkheid is om via een punctie vruchtwater af te nemen. De gele kleur van het vruchtwater is een indicatie voor bloedarmoede. Esther Sikkel ontdekte dat deze meting met zeer goede gevoeligheid en redelijke specificiteit ernstige bloedarmoede voorspelt. De tweede diagnostische methode was een echoscopische benadering. Daarbij bleek de grootte van het hart een slechte indicator voor foetale bloedarmoede.
|
| woensdag
8 maart 2006
|
| 14.15
uur |
S.A.F. Tulner
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Non-pharmacological heart failure therapies
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. R.A.E. Dion
Prof.Dr. E.E. van der Wall
|
| Korte samenvatting
|
Het aantal patiënten met chronisch hartfalen neemt snel toe als gevolg van de vergrijzing en doordat er minder patiënten aan hartfalen overlijden. Omdat medicijnen niet altijd werken en harttransplantaties vanwege een donortekort weinig voorkomen, zijn alternatieve behandelingen voor chronisch hartfalen ontwikkeld. De promovendus onderzocht met een catheter het effect van drie van deze alternatieve behandelingen (cardiale resynchronisatie therapie, restrictieve mitralisklep annuloplastiek en aneurismectomie) op de druk in het hart en de hoeveelheid uitgepompt bloed. Hij concludeert dat zijn drukvolume-metingen deels de gunstige effecten van de verschillende ingrepen kunnen verklaren. Ook toont hij het belang aan van drukvolume-metingen en de haalbaarheid ervan tijdens operaties.
|
| woensdag
8 maart 2006
|
| 15.15
uur |
J.J. Goeman
|
|
Samenvatting:
| Titel:
Statistical methods for microarray data
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. J.C. van Houwelingen
Prof.Dr. S.A. van de Geer
|
| Korte samenvatting
|
Sinds de komst van microarrays
kunnen onderzoekers op een snelle manier bepalen welke genen meer of minder
actief zijn binnen een zieke cel in vergelijking met een gezonde cel. De
analyse van al die informatie, meer dan tienduizenden genen per persoon, is
erg ingewikkeld. Volgens de promovendus functioneren de conventionele
rekenmethoden niet meer goed. Daarom ontwikkelde hij de nieuwe GlobalTest-methode,
die gebruik maakt van pathways,
groepen genen die met eenzelfde celfunctie geassocieerd worden. De metingen
worden dan niet meer geanalyseerd op basis van individuele genen, maar op
basis van biologische informatie die over groepen van genen bekend is.
|
| donderdag
9 maart 2006
|
| 14.15
uur |
Mw. R. van den Boom
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Magnetic resonance imaging characteristics of
cadasil
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. M.A. van Buchem
Prof.Dr. M. Ferrari
|
| Korte samenvatting
|
CADASIL is een ziekte die gepaard gaat met vaatafwijkingen en kleine bloedingen in de hersenen. Symptomen worden steeds erger: op de leeftijd waarop CADASIL patiënten overlijden, lijdt ongeveer 90 procent aan dementie.
Rivka van den Boom (Radiologie) heeft de laatste jaren onderzoek verricht naar veranderingen in de hersenen van CADASIL patiënten. Tijdens dit onderzoek merkte zij dat de verschijning hiervan een vast patroon volgt. Verder ontdekte zij een nieuw soort bloeding bij deze patiënten.
Met dit onderzoek is Van den Boom op 9 maart gepromoveerd. MRI scans stonden centraal in haar onderzoek en zij pleit voor veelvuldig gebruik hiervan, omdat hiermee, door naar de juiste kenmerken te kijken, CADASIL goed kan worden herkend.
|
| donderdag
9 maart 2006
|
| 15.15
uur |
T.W.A. Kooij
|
|
Samenvatting:
| Titel:
Rodent malaria parasites
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. A.P. Waters
|
| Korte samenvatting
|
Taco Kooij legde zijn virtuele knaagdiermalariamodel, een samengesteld genoom van drie knaagdierparasieten, naast het genoom van de P. falciparum. Zijn genoommodel kwam voor 80 tot 85 procent overeen met dat van de menselijke variant. Tot de overeenkomstige genen behoorde ook de tubuline-genfamilie. Kooij zag dat het eiwit α-tubuline II, zij het in lage hoeveelheden, in meer stadia voorkwam dan tot die tijd werd gedacht. De verschillen tussen de beide genomen leverde ook de identificatie van enkele soortspecifieke genen op.Verdere bestudering van deze genen kan een boekje opendoen over de specifieke voorkeur van een parasiet voor een gastheer en de mechanismen die de parasiet in staat stellen te ontsnappen aan het afweersysteem.
|
| donderdag
9 maart 2006
|
| 16.15
uur |
A. Spilt
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Changes in total cerebral blood flow and
morphology in aging
|
| Promotor(en)
| Prof.
Dr. M.A. van Buchem
|
| Korte samenvatting
|
|
| woensdag
15 maart 2006
|
| 15.15
uur |
Mw. C.F.A. Eustatia-Rutten
|
|
Samenvatting:
| Titel:
Differentiated thyroid carcinoma
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. J.A. Romijn
|
| Korte samenvatting
|
Gedifferentieerde schildklierkanker wordt meestal behandeld door de schildklier operatief te verwijderen met aansluitend een therapie met radioactief jodium. Patiënten moeten daarna lange tijd het schildklierhormoon thyroxine slikken.
Er is echter veel discussie over de vraag of dit de meest optimale behandelstrategie is. Promovenda Carmen Eustatia-Rutten heeft dat nu in verschillende klinische studies onderzocht. Ze ontdekte dat het effect van de behandeling met radioactief jodium duidelijk verbetert na een jodiumbeperkt dieet. Ze zag verder dat de langdurig behandeling met het schildklierhormoon een nadelig effect had op de kwaliteit van leven en de hartfunctie. Wanneer de schildklierkanker eenmaal is uitgezaaid, is selectieve embolisatie (blokkeren van de bloedtoevoer naar tumoren) een goede methode om symptomen te bestrijden.
|
| donderdag
23 maart 2006
|
| 14.15
uur |
Mw. A.S.M. Zadelaar
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Modulation of genes involved in inflammation
and cell death inatherosclerosis-susceptible mice
|
| Promotor(en)
| Prof.
Dr. Ir. L.M. Havekes
|
| Korte samenvatting
|
Susanne Zadelaar schakelde genen uit bij de zogenaamde APOE3-Leiden-muis (E3L-muis), die wat betreft zijn vetstofwisseling op de mens lijk, om het effect ervan op atherosclerotische plaques te bestuderen. Van de uitgeschakelde genen was bekend dat ze betrokken zijn bij celdood en ontstekingsreacties. Een van de genen die de promovenda bekeek was dat voor TNFα. Bij muizen die het gen voor dit eiwit misten, waren de plaques verder gevorderd dan bij controledieren: ze vertoonden meer afstervend weefsel (necrose) en minder geprogrammeerde celdood (apoptose). Dit is een slecht teken, want als het necrotisch gebied te groot wordt, scheurt de plaque open. De inhoud komt dan in het bloed en vormt een stolsel, wat kan leiden tot een hartinfarct, longembolie of herseninfarct.
|
| donderdag
23 maart 2006
|
| 15.15
uur |
Mw. B.C.W. Groenendijk
|
|
Samenvatting:
| Titel:
Influence of blood flow on shear stress
responsive genes in the development of cardiac malformations
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. R.E. Poelmann
Prof.Dr. J.W. Wladimiroff (Erasmus Medisch Centrum)
|
| Korte samenvatting
|
Veranderingen in de shear stress die de bloedstroom uitoefent op bloedvatwandcellen van een zich ontwikkelend hart kunnen hartafwijkingen veroorzaken. Bianca Groenendijk gebruikte het kippenembryomodel om te kijken wat er in bloedvatwandcellen van een zich ontwikkelend hartje gebeurt als één van de toevoervaten in de dooierzak wordt afgeklemd. Ze maakte 3D-reconstructies van expressiepatronen van drie voor de hartontwikkeling belangrijke,
shear stress-gevoelige genen: KLF2, NOS-3 en ET-1. Dat laatste codeert voor vaatvernauwer en groeifactor Endotheline-1, dat een duidelijke rol bleek te spelen bij de afwijkingen. Effecten van ET-1 en ET-1-receptor-antagonisten op de embryonale hemodynamiek werd o.a. gemeten d.m.v. μPIV
(micro-Particle Image Velocimetry).
|
| donderdag
23 maart 2006
|
| 15.15
uur |
Mw. B.C.W. Groenendijk
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Influence of blood flow on shear stress
responsive genes in the development of cardiac malformations
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. R.E. Poelmann
Prof.Dr. J.W. Wladimiroff (Erasmus Medisch Centrum)
|
| Korte samenvatting
|
|
| donderdag
23 maart 2006
|
| 16.15
uur |
Mw. D.M.V. Pelikan
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
On fetomaternal hemorrhage
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. H.H.H. Kanhai
Prof.Dr. H.J. Tanke
|
| Korte samenvatting
|
|
| dinsdag
28 maart 2006
|
| 14.15
uur |
Mw. S.A. Riemersma
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Expression of human leukocyte antigens in
diffuse large b cell lymphomas
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. G.J. Fleuren
Prof.Dr. Ph.M. Kluin
|
| Korte samenvatting
|
Sietske Riemersma onderzocht in haar proefschrift het verlies van HLA-expressie op de celwand van de woekerende B-cel. Op het celoppervlak de tumorcellen van het grootcellig B-cel lymfoom zag zij minder HLA-moleculen van zowel klasse I als II waardoor deze minder herkenbaar zijn voor het immuunsysteem. Genetische veranderingen blijken ten grondslag te liggen aan deze strategie van de tumorcel. Bij de testis- en hersenlymfomen mist er vaak één allel van de HLA klasse I moleculen en beide allelen van de HLA klasse II moleculen. Bij testistumoren, waar klasse II HLA-moleculen aanzienlijk minder voorkomen, ziet zij daarnaast vaker verlies van één of beide allelen van de genen HLA-DR en DQ.
|
| woensdag
29 maart 2006
|
| 14.15
uur |
Mw. A.G.S.H. van Rossum
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Cortactin
couples dynamic actin networks to cell migration and breast cancer
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. W.H. Moolenaar
Prof.Dr. Ph.M. Kluin
|
| Korte samenvatting
|
Van de ongeveer negenduizend mensen die jaarlijks de diagnose ‘dikke darm kanker’ krijgt, heeft twee tot drie procent een Erfelijk non-polyposis colorectaal cariconoom (HNPCC). De oorzaak hiervan is een afwijking in een gen dat zorgt voor herstel van DNA-schade, een zogenaamd mismatch repair-gen. Naast meer kans op dikke darm- en endeldarmkanker is de kans verhoogd op onder andere urineweg- en maagkanker en voor vrouwen ook op baarmoeder- en eierstokkanker. Yvonne Hendriks ontdekte dat het uitmaakt welk gen gemuteerd is. Vrouwen met een mutatie in het mismatch repair-gen MSH6 bleken minder kans te hebben op dikke darmkanker, maar meer kans op baarmoederkanker dan vrouwen met een mutatie in andere mismatch repair-genen.
|
| donderdag
30 maart 2006
|
| 14.15
uur |
Mw. R.M. Baars
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Paediatric health related quality of life: a
European perspective
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. J.M. Wit
|
| Korte samenvatting
|
Bij chronische ziektes is kwaliteit van leven een belangrijke maatstaf voor de behandeling. Toch wordt hier vooral bij kinderen en adolescenten nog niet veel mee gedaan. Om dat probleem aan te pakken is een Europees project gestart met als doel het ontwikkelen van een gestandaardiseerde methode voor het beoordelen van de kwaliteit van leven van chronisch zieke kinderen. Als onderdeel van dit project sprak Rolanda Baars met Nederlandse astmapatiënten. De meest genoemde onderwerpen en problemen werden bij elkaar gezocht en gesorteerd. Resultaat is een statistisch goede methode om de kwaliteit van leven te beoordelen bij kinderen met astma.
|
| donderdag
30 maart 2006
|
| 16.15
uur |
Mw. Y.M.C. Hendriks
|
Samenvatting:
Nederlands
/ Engels
| Titel:
Classification, diagnosis, prevention and
management of hereditary non polyposis colorectal carcinoma (lynch
syndrome)
|
| Promotor(en)
| Prof.Dr. M.H. Breuning
Prof.Dr. R. Fodde
|
| Korte samenvatting
|
Van de ongeveer negenduizend mensen die jaarlijks de diagnose ‘dikke darm kanker’ krijgt, heeft twee tot drie procent een Erfelijk non-polyposis colorectaal cariconoom (HNPCC). De oorzaak hiervan is een afwijking in een gen dat zorgt voor herstel van DNA-schade, een zogenaamd mismatch repair-gen. Naast meer kans op dikke darm- en endeldarmkanker is de kans verhoogd op onder andere urineweg- en maagkanker en voor vrouwen ook op baarmoeder- en eierstokkanker. Yvonne Hendriks ontdekte dat het uitmaakt welk gen gemuteerd is. Vrouwen met een mutatie in het mismatch repair-gen MSH6 bleken minder kans te hebben op dikke darmkanker, maar meer kans op baarmoederkanker dan vrouwen met een mutatie in andere mismatch repair-genen.
|