Algemeen
> nieuws >
promoties
Promoties
Geneeskunde
| donderdag
28 april 2005
|
| 16.15
uur |
Mw. L. de Boer
|
Samenvatting:
Nederlands / Engels
| Titel:
Characteristics of Sotos syndrome
|
| Promotor(en)
| Prof.
Dr. J.M. Wit
|
Korte samenvatting:
Het Sotos-syndroom is een aangeboren aandoening met als belangrijkste kenmerk een versnelde lengtegroei op jonge leeftijd. Promovenda Lonneke de Boer heeft de mogelijke oorzaken van het syndroom bestudeerd en klinische en psychologische kenmerken beschreven.
Een fout in het NSD1-gen veroorzaakt onvermijdelijk het Sotos-syndroom. Na onderzoek aan 59 patiënten stelde De Boer een lijst op van uiterlijke kenmerken, die artsen kan helpen bij de beslissing of screening op de erfelijke afwijking nodig is.
Een afwijking in het IGF-systeem komt bij alle Sotospatiënten voor. Een IGF-profiel kan uitsluitsel geven over de aanwezigheid van de genafwijking. Er kon nog geen relatie tussen het NSD1-gen en het IGF-systeem worden aangetoond.
Samenvatting:
Sotos syndroom, ook wel cerbraal gigantisme
genoemd, werd voor het eerst beschreven in 1964 door Professor Sotos.
Hij beschreef 5 kinderen met snelle lengtegroei, een grote
hoofdomtrek, vertraagde motorische ontwikkeling, mentale retardatie
en de volgende gezichtskenmerken: breed voorhoofd, puntige kin,
anti-mongoloide oogstand. Sindsdien zijn er veel van dergelijke
patienten beschreven. In 2002 werd door een Japanse onderzoeksgroep
(Kurotaki et al) een genafwijking ontdekt die bij een meerderheid
van de patienten met Sotos syndroom aanwezig is. De genafwijkingen,
bestaande uit een heterozygote deletie of mutatie, werden gevonden
in het NSD1 gen op chromosoom 5.
In hoofdstuk 1, de inleiding van het
proefschrift, worden in het kort enkele aspecten van groei
besproken. Vervolgens wordt een beschrijving gegeven van
verschillende vormen van overgroei. Daarna volgt een overzicht van
de literatuur over Sotos syndroom, de belangrijkste diagnostische
kenmerken en de geassocieerde afwijkingen. Wat er tot nu toe bekend
is over het NSD1 gen en de beschreven genafwijkingen worden
samengevat.
Het doel van het onderzoek beschreven in dit
proefschrift was het achterhalen van de oorzaak en het beschrijven
van klinische en psychologische kenmerken in relatie tot het
genotype.
Omdat er bij Sotos syndroom prenataal al
sprake is van overgroei, en omdat IGF-I en IGF-II belangrijke
intrauteriene groeifactoren zijn, zou verhoogde gevoeligheid voor
IGF een verklaring kunnen zijn voor de overgroei bij Sotos syndroom.
Met name werd dit veronderstelt omdat er een patient is beschreven
met veel uiterlijke overeenkomsten met Sotos syndroom, waarbij 3
kopieen van het IGF-I receptor gen werden gevonden. Tevens zijn er
patienten beschreven met een tegenovergesteld ziektebeeld (kleine
lengte, microcephalie) met slechts 1 kopie van het IGF-I receptor
gen.
De volgende onderzoeksvragen werden
geformuleerd:
• Zijn met cytogenetisch onderzoek
translocaties te ontdekken, die tot een kandidaat gen leiden?
• Zijn er endocriene veranderingen in de
IGFs of de IGFBPs (de regulerende eiwitten voor IGFs)?
• Wat is de respons op IGFs van gekweekte
huidfibroblasten?
• Wat zijn de klinische kenmerken, de groei
en eindlengte, en zijn deze gerelateerd aan het genotype?
• Wat zijn de psychologische kenmerken, en
zijn deze gerelateerd aan het genotype?
Hoofdstuk 2 beschrijft de genotype-phenotype
correlatie in een groep van 59 patienten met de klinische verdenking
op Sotos syndroom. Een klinisch scoring systeem, beschreven in
hoofdstuk 3, waarbij patienten in 3 groepen van sterke tot minder
sterke verdenking op Sotos syndroom worden ingedeeld, werd
geëvalueerd aan de hand van de bevindingen bij deletie en
mutatiescreening van het NSD1 gen. In de groepen typisch (n=16),
dubieus (n=33) en atypisch Sotos syndroom (n=10) werden
respectievelijk in 81%, 36% en 0% NSD1 genafwijkingen gevonden. De
best voorspellende parameters voor het vinden van een NSD1
genafwijking werden berekend en een nieuwe score werd hieruit
afgeleid. De best voorspellende parameters in deze groep waren de
gezichtskenmerken (breed voorhoofd, anti-mongoloide oogstand,
puntige kin) en overgroei. In de groep met NSD1 mutaties of deleties
kwamen vaker voedingsproblemen in het eerste jaar voor en er was een
hogere incidentie aangeboren hartafwijkingen. Het percentage van
patienten met mentale retardatie en vooruitlopende skeletleeftijd
verschilde niet tussen de patienten waar de genafwijking werd
aangetoond en de patienten waarbij dit niet werd aangetoond.
Hoofdstuk 3 beschrijft de bevindingen van
plasma IGF en IGFBP waarden bij patienten met klinische kenmerken
van Sotos syndroom. Tevens werden IGFBP-3 proteolyse en ALS
bestudeerd. De vraagstelling was of er afwijkingen konden worden
gevonden die een verklaring zouden kunnen geven voor de overgroei
bij Sotos syndroom. In een groep van 32 patienten met een klinische
verdenking op Sotos syndroom werden plasma spiegels van IGF-I,
IGF-II, IGFBPs en ALS bepaald en vergeleken met controle waarden
voor leeftijd en geslacht. Tevens werd de IGFBP-3 proteolyse
activiteit onderzocht. Tijdens het uitvoeren van deze studie was de
publicatie van Kurotaki et al over het NSD1 gen nog niet verschenen.
Patienten werden ingedeeld in 3 groepen (typisch, dubieus en
atypisch Sotos syndroom) aan de hand van een klinische score,
aangezien er op dat moment nog geen deletie of mutatiescreening was
gedaan. In de groep patienten met typisch Sotos syndroom werden in
plaats van hoge juist lagere IGF-II spiegels gevonden. De IGFBP-3,
het belangrijkste bindingseiwit voor IGF, en IGFBP-4 spiegels waren
eveneens verlaagd. De IGFBP-3 proteolyse activiteit was hoger dan
bij controles. Geconcludeerd werd dat er afwijkingen werden gezien
in de serum IGF-IGFBP waarden. Op basis van de nu bekende functies
van de IGFBPs, zouden de afwijkingen echter beter passen bij
patienten met kleine lengte. Hierbij rijst de vraag of de
concentraties van deze eiwitten in het plasma een goede afspiegeling
zijn van die op weefsel niveau.
Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens de
karakteristieken van het IGF-IGFBP systeem in relatie tot NSD1
mutaties en deleties. Kenmerken van het IGF-IGFBP-systeem op plasma
en op weefsel niveau, waarbij gebruik werd gemaakt van
huidfibroblasten, werden onderzocht. De bevindingen in 2 groepen van
patienten met een klinische verdenking op Sotos syndroom (totaal
n=29), die onderscheiden werden op basis van het vinden van wel
(n=11) of geen NSD1 genafwijking (n=18), werden vergeleken. Tevens
werden de twee groepen vergeleken met controles. Naast de plasma IGF
en IGFBP waarden werd in huidfibroblasten de mitogene respons op
IGFs gemeten en werd in het kweekmedium de IGFBP-3 excretie door
fibroblasten gemeten. Tevens werd de IGFBP-3 mRNA expressie gemeten.
Bij de patienten met een NSD1 genafwijking
werden significant verlaagde spiegels van IGF-I, IGF-II en IGFBP-4
gevonden en significant verhoogde spiegels voor IGFBP-2 en IGFBP-6
in vergelijking met de referentie populatie en met de groep
patienten zonder NSD1 genafwijking. De klinisch voor Sotos syndroom
verdachte patienten met en zonder NSD1 genafwijkingkunnen lieten
allebei significant verlaagde spiegels van IGFBP-3 zien ten opzichte
van de referentiepopulatie. Bij de studie met huidfibroblasten werd
een verminderde mitogene respons op IGF-I en II gezien bij de
fibroblasten van patienten met een mutatie of deletie van het NSD1
gen, zowel in vergelijking met de gezonde controles als met de
patienten zonder NSD1 genafwijking. In de fibroblasten van de
patienten met een NSD1 genafwijking werd een hogere mRNA expressie
van IGFBP-3 gevonden.
Geconcludeerd kon worden dat zowel op
endocrien als paracrien niveau veranderingen in het
IGF-IGFBP-systeem werden gezien bij patienten met een NSD1
genafwijking. Er waren echter geen aanwijzingen voor een verhoogde
respons op IGFs. Integendeel, er werden verlaagde spiegels in het
serum en een verlaagde respons in fibroblasten gevonden. De
mogelijke oorzaken hiervoor worden bediscussieerd. De relatie tussen
het NSD1 gen en het IGF-systeem is nog niet opgehelderd. Mogelijke
verklaringen voor de onverwachte bevindingen worden ook
bediscussieerd.
In hoofdstuk 5 worden auxologische gegevens
vergeleken tussen patienten met een NSD1 genafwijking (n=13) en
patienten zonder (n=19). Hierbij zijn de patienten met de NSD1
genafwijking te onderscheiden op basis van een grotere handlengte en
een grotere spanwijdte na correctie voor lengte. Om de mate van
voorspelbaarheid voor het hebben van een NSD1 genafwijking te
toetsen bij metingen van handlengte, spanwijdte, schedelomtrek en
lengte werden ROC curves geconstrueerd en optimale afkappunten
berekend.
In hoofdstuk 6 wordt in de twee groepen met
(n=12) en zonder NSD1 genafwijking (n=17) het psychosociaal en
cognitief functioneren onderzocht, in vergelijking met met
referentie groepen. Dit wordt onderzocht aan de hand van
vragenlijsten over gedragsproblemen, ADHD symptomen, temperament,
zelfredzaamheid, gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven en een
IQ test. Het gemiddelde IQ voor de hele groep was 76, waarbij de
twee groepen niet verschilden. Voor de hele groep werden veel
gedragsproblemen gevonden, zelfredzaamheid liep gemiddeld 1,6-2,6
jaren achter op verschilldende gebieden en ouders gaven een lagere
kwaliteit van leven aan op gebieden als communicatie, en motorisch
functioneren. In vergelijking met een controle groep van mentaal
geretardeerde kinderen was het motorisch functioneren beter. Bij het
vergelijken van de twee groepen waren de problemen bij de patienten
met de genafwijking minder uitgesproken dan bij de andere groep. Dit
werd bijvoorbeeld gevonden in de vorm van minder patienten in de
klinische range voor ADHD en gedragsproblemen.
In hoofdstuk 7 worden de onderzoeksvragen aan
de hand van de verschillende hoofdstukken besproken en
bediscussieerd. Geconcludeerd kan worden dat de patienten uit deze
studie met een klinische verdenking op Sotos syndroom met een NSD1
genafwijking onderscheiden kunnen worden van patienten zonder NSD1
genafwijking op basis van de typische gezichtskenmerken, grotere
lengte, een grotere armspan en een grotere handlengte. Tevens waren
er meer voedingsproblemen en hartafwijkingen. Vervolgens kunnen ze
ook onderscheiden worden op basis van endocriene en paracriene
kenmerken van het IGF-IGFBP-systeem. Op psychosociaal gebied laten
ze minder ernstige problemen zien ten aanzien van het gedrag.
Summary:
Sotos syndrome or cerebral gigantism was first
described in 1964 by Professor Sotos. He described five children
with overgrowth, mental retardation, delayed motor milestones and
the following facial characteristics: frontal bossing, pointed chin
and downslant palpebral fissures. Many case reports with similar
patients have been published since then. In 2002 it was discovered
that heterozygous mutations or deletions in the NSD1 gene were the
major cause of Sotos syndrome. The NSD1 gene is located on
chromosome 5.
Chapter 1 is the general introduction in which
an overview is given of different aspects of growth and overgrowth
followed by a review of the literature about clinical
characteristics and the etiology of Sotos syndrome. The aims and
outline of this thesis are described. It was hypothesized that
elevated sensitivity to IGF plays a role in Sotos syndrome, since
IGFs are important intra-uterine growth factors and intra-uterine
overgrowth is one of the characteristics of Sotos syndrome. The aim
was to study patients with clinical characteristics of Sotos
syndrome, search for the aetiology, and describe the clinical and
psychological characteristics in relation to the genotype. The
following questions were formulated:
• Can chromosomal translocations be detected
with cytogenetic studies, which could lead us to a candidate gene?
• Are there endocrine changes in the
IGF-IGFBP system?
• What is the responsiveness to IGFs at the
paracrine level, using skin fibroblasts?
• What are the clinical characteristics,
including data on height/final height, and are these correlated with
the genotype?
• What are the psychological characteristics
and are they correlated with the genotype?
In chapter 2 genotype-phenotype correlation
was described in 59 patients. For these patients deletion and/or
mutation screening of the NSD1 gene was performed. In the subgroup
of patients with typical Sotos syndrome 81% were carriers of a
deletion or mutation in the NSD1 gene. In the dubious and atypical
groups these percentages were 38% and 0%, respectively. The best
predictive parameters for a NSD1 alteration were frontal bossing,
down-slanted palpebral fissures, pointed chin and overgrowth. Higher
incidences of feeding problems and cardiac anomalies were found.
Delayed development and advanced bone age did not differ between the
patients with or without a NSD1 gene alteration.
Chapter 3 describes plasma IGF and IGFBP
values in patients with clinical characteristics of Sotos syndrome.
ALS and IGFBP-3 proteolysis were also measured. The aim was to
investigate whether altered levels in the IGF-IGFBP system are
related to Sotos syndrome. Thirty-two patients were categorised into
three groups (typical, dubious and atypical Sotos syndrome) with a
clinical scoring system. The patients in the typical Sotos syndrome
group showed significantly lower levels of IGF-II, instead of higher
as might be expected. IGFBP-3 and IGFBP-4 levels were lower than
control values for age and sex. IGFBP-3 proteolysis was higher than
in controls. The possible explanation of these differences and
whether these plasma values reflect tissue activity is discussed.
Chapter 4 describes IGF-IGFBP system
characteristics at endocrine and paracrine level related to
mutations in the NSD1 gene. Twenty-nine patients with clinical
characteristics of Sotos syndrome were divided into a group of
patients with heterozygous deletions or mutations in the NSD1 gene
(n=11) and patients without (n=18). Plasma IGF and IGFBP values were
measured and in skin fibroblasts the mitogenic response to IGFs was
determined, as well as IGFBP-3 secretion and expression. The
patients with NSD1 gene alterations showed significantly lower
values of IGF-I, IGF-II and IGFBP-4 and significantly higher values
of IGFBP-2 and IGFBP-6 compared with the reference population and
the patients without NSD1 gene alterations. Both patient groups
showed low IGFBP-3 levels. The mitogenic response to IGFs was
diminished in skin fibroblasts of patients with a NSD1 gene
alteration compared to controls and patients without NSD1 gene
mutations. IGFBP-3 mRNA expression was elevated. It was concluded
that endocrine and paracrine alterations in the IGF-IGFBP system
were found in patients with NSD1 gene aberrations. How these
findings, a diminished instead of higher sensitivity towards IGFs,
could be related to overgrowth are discussed. The relation between
the NSD1 gene and the IGF system is not yet clear, and possible
explanations for the unexpected findings are discussed.
In chapter 5 auxology parameters are compared
between patients clinically suspected of Sotos syndrome with NSD1
gene alterations (n=13) and patients without (n=19). The statistical
performance of these parameters to predict NSD1 gene mutation was
assessed. Arm span for height and hand length were significantly
higher in the patients with NSD1 gene mutations or deletions.
In chapter 6 psychosocial, cognitive and motor
functioning in patients clinically suspected of Sotos syndrome were
studied and compared between patient with (n=12) and without a NSD1
gene alteration (n=17). Intelligence, behaviour problems, ADHD
symptoms, temperament, adaptive behaviour, health-related quality of
life and motor functioning were assessed. Mean IQ in the whole group
was 76, and there was no difference between the two subgroups. High
rates of behaviour problems were found and patients lagged 1.6-2.6
years behind in adaptive behaviour. Health related quality of life
reported by parents was decreased on various scales, e.g. motor
functioning and communication. Compared to a control group of
mentally handicapped children motor functioning was better. The
patients with NSD1 gene mutations showed an easier temperament and
less severe behaviour problems compared with the patients without
NSD1 gene alteration. Less patients with NSD1 gene alterations
scored in the clinical range for ADHD and behaviour problems.
Chapter 7 contains the conclusions and general
discussion of the thesis. Patients clinically suspected of Sotos
syndrome with NSD1 gene alterations show more typical facial
characteristics, more extreme overgrowth, a higher arm span for
height, a more increased hand length and a higher incidence of
feeding problems and cardiac anomalies compared to patients without
NSD1 alterations. In vitro they show different endocrine and
paracrine characteristics of the IGF-IGFBP-system. Psychosocially
they tend to have less severe behaviour problems.
|