|
Een lopende band vervoert een houdertje met een paar buisjes bloed naar de eerste machine. Twee handjes tillen het buisje op, keren het vijf keer en nemen een monster voor de proef. Als de rij zoemende machines zijn werk heeft gedaan, rolt er een uitslag uit de computer. Die uitslag vertelt: pluis of niet-pluis. In het laatste geval komt de mens, in dit geval Richard Noordervliet, met zijn microscoop in actie.
Wat doet een analist?
Een analist in het CKHL onderzoekt bloed. Vroeger was dat nog wel eens kliederig werk: buisjes opendraaien, van het ene in het andere pipetteren. Sinds vijf of zes jaar hoeft dat niet meer. Alle tests die de machines kunnen uitvoeren, gaan helemaal automatisch. Is de uitslag afwijkend, dan kunnen we verder onderzoek doen, meestal onder de microscoop. Hebben de rode bloedlichaampjes een normale vorm? Klopt de analyse van de bloedplaatjes? Heel belangrijk zijn de verschillende typen witte bloedcellen, die onder meer het lichaam beschermen tegen ziekten. Door goed te kijken, kun je aanwijzingen vinden voor bijvoorbeeld een ontsteking: de kleine paarse lichaampjes van Döhle. Of leukemie: veel te veel onvolgroeide witte bloedcellen.
Wat maakt het vak mooi?
De combinatie van de moderne techniek en het mooiste instrument dat je hebt, je eigen ogen. Ik houd van techniek en omdat ik ‘analist specifieke taken’ ben, doe ik meer dan het reguliere analysewerk. Ik ben onder andere verantwoordelijk voor de dagelijkse kwaliteitscontrole van de machines. Verder vervang ik zonodig de hoofdanalist, ben ik stagecoördinator en voer ik de tweede lijnsautorisatie uit. Ik controleer het hele proces: zijn de juiste acties uitgevoerd? Is deze uitslag wel mogelijk bij die patiënt?
Denk je wel eens aan de mensen van wie het bloed is?
Behalve een kleine groep patiënten die naar de polikliniek van Hematologie komt, zien wij alleen buisjes met bloed. Doe maar net of het van je eigen kind is, zeg ik altijd. Je moet het materiaal met respect behandelen. In een academisch ziekenhuis tref je soms heel bijzondere beelden. Natuurlijk worden wij dan enthousiast en komt iedereen even rond de microscoop staan. Maar er zit altijd een patiënt achter dat buisje, voor wie wat wij zien grote gevolgen kan hebben.
Vertel eens een typische analistenmop?
Een hele oude is dat een monster niet genoeg witte bloedlichaampjes bevat voor de differentiatie. Dan bel je de verpleging en die zegt dan: ‘hoe kan dat nou, ik heb toch twee buizen ingestuurd’..… Je ligt niet dubbel, zie ik. Voor ons is het een klassieker. Alsof je dat bloed gewoon bij elkaar kunt gooien!
Is het werk voorspelbaar?
Geen cel is hetzelfde, dat zegt eigenlijk al genoeg. Bovendien heeft ons lab vierentwintig uur per dag dienst. Als mensen ’s avonds ziek worden en op de EHBO terecht komen, kom je nog wel eens voor verrassingen te staan. Dan zie je afwijkingen door de lens die hier eigenlijk niet thuishoren. Malaria bijvoorbeeld, of de ziekte van Pfeiffer. Mensen denken soms: je zet een buis in de machine en drukt op een knop. Zo is het dus niet. En dan zijn er natuurlijk de spoedgevallen. Soms wordt er al om de uitslag gebeld voor het bloed hier binnen is. Ik heb wel eens een ongeduldige arts aan de lijn, ja.
Blijf je dit doen tot je pensioen?
Ha! Ik hoef nog maar 26 jaar! Ja, ik denk wel dat ik blijf. Het is een bloedmooi vak.
Richard Noordervliet - Analist |