|
Overal en altijd spanning op de wandcontactdozen houden: dat is de voornaamste opdracht van Johan van Rooden, projectleider elektrotechniek. “Het is best druk op dit moment. Een deel van het gebouw is nu twintig jaar oud. Dan ben je toe aan renovaties.”
Heb je altijd in het LUMC gewerkt?
Nee, ik heb vijfentwintig jaar bij KPN gewerkt. Toen het vier jaar geleden wat minder ging, trof de ontslaggolf ook mij. Mijn eerste sollicitatie was bij het LUMC: een schot in de roos. De veelzijdigheid van het werk maakt dat ik elke dag met plezier aan de slag ga. Bij de KPN deed ik alleen de energievoorziening. Hier heb ik ook te maken met koeling, liften, parkeerautomaten en de buizenpostinstallatie. Het geeft een kick dat je zoveel soorten werk met zo’n kleine groep mensen realiseert.
Wat houdt je werk in?
De afdeling Infra bestaat uit zo’n twintig man. Samen zorgen we dat de infrastructuur – stroom, water, lucht – van het LUMC werkt. Mijn ploeg doet de elektriciteit, maar we hebben veel met elkaar te maken. Wij leveren stroom aan elk stekkertje, maar dat stekkertje kan vastzitten aan een koelinstallatie. Het LUMC heeft drie elektriciteitsnetten: één voor de koelinstallaties, één voor de witte wandcontactdozen – het algemene net – en één voor de groene wandcontactdozen. Als de spanning in de regio wegvalt, starten automatisch vier noodaggregaten die de groene wandcontactdozen van stroom voorzien.
Wat te doen als er een lamp stuk is?
Dan bel je de continudienst. Die schakelt voor een lamp binnen kantooruren de Eerste Lijn Service in. Overige storingen nemen ze zelf op. Pas als zij er niet uitkomen of de storing veel tijd in beslag neemt, komen wij in actie. Wij begeleiden externe bedrijven die reparaties uitvoeren en coördineren het onderhoud. Verder doet Infra de grotere projecten. Twee jaar geleden zijn we bijvoorbeeld begonnen met de invoering van een nieuw zuster-oproepsysteem, waarmee patiënten de verpleging kunnen waarschuwen. Nu zitten we midden in een renovatie van de liften.
Is er wel eens stroomstoring?
Ik houd het bij. Ongeveer één keer per maand hebben we een dipje. Er wordt veel gebouwd in de regio en waar gehakt wordt, vallen spaanders. Laatst vernielde een graafmachine in Rotterdam een spanningskabel. Dat merken we hier: het licht flikkert even. Bij een grote spanningsdip vallen apparaten uit of raken tl-buizen defect. Daarom hebben alle belangrijke machines een ‘no-break systeem’. De lampen in de ok bijvoorbeeld, die beschikken altijd over een beetje reservestroom: een batterij die constant gevoed wordt. Mocht de elektriciteit wegvallen, dan putten de lampen daaruit, tot de spanning terugkomt of het noodaggregaat start. Een grote stroomstoring heb ik nooit meegemaakt. Maar we zijn er wel op voorbereid. Als het kan, testen we de noodaggregaten elke maand. Dat gebeurt om kwart voor acht ’s ochtends en dan wordt het hele gebouw donker. Voor we beginnen bellen we een aantal afdelingen. Als er kritieke patiënten op de ic liggen, kan het soms niet doorgaan. Jammer, want een storing kan altijd gebeuren en ik heb die test hoog in het vaandel staan.
Is het werk voorspelbaar of moet je vaak improviseren?
Je weet nooit van te voren wat er gebeurt. In principe kunnen ze me dag en nacht bellen. Tenminste, in de weken dat ik telefoondienst heb. Dan sta je ineens midden in de nacht in een technisch centrum vol stoom omdat de pakking van de stoomketel – een verbindingsstuk tussen twee pijpen – eruit is gevlogen. Nee, dat heeft weinig met elektra van doen, maar als je dienst hebt, moet jij zorgen dat het wordt opgelost.
Johan van Rooden - projectleider elektrotechniek |