|
Tamara van der Ham geeft als management assistent leiding aan het team van secretaresses op het stafcentrum Nierziekten. Samen zorgen ze ervoor dat ‘de bazen’ goed kunnen functioneren: van het kopje koffie in de ochtend tot het plannen van vergaderingen en het organiseren van congressen. Wat heb je daarvoor nodig? Een positieve, dienstverlenende instelling en verantwoordelijkheidsgevoel.
Droomde je als kind al van deze baan?
Nee, ik wilde altijd bij een bank werken. Met cijfertjes. En dat heb ik ook gedaan, anderhalf jaar lang, toen ik zeventien was. Maar dat commerciële was niets voor mij. Ik heb ook andere banen gehad, maar was nooit echt tevreden. Tot ik in het AZL terecht kwam. Toen ik hier begon, was net de computer in opmars. We hadden er twee en die stonden op een apart tafeltje. Dan kreeg je een stapel correspondentie die je moest uittypen. En we hielpen de aio’s met hun proefschriften. Het werk is heel erg veranderd nu iedereen een computer op zijn bureau heeft.
Wat maakt jou een goede management assistent?
Ik heb een heel dienstverlenend beroep. Die instelling moet je ook echt hebben, vind ik. In 1994 ben ik hoofd geworden. Vier meiden op een afdeling, dat was niet altijd makkelijk. Maar nu hebben wij een heel leuk team, alle neuzen staan dezelfde kant op. Het voelt echt als mijn toko en ik probeer het iedereen naar de zin te maken: de meiden, door coulant te zijn en niet moeilijk te doen als iemand even een kind van school moet halen, maar ook degenen voor wie we werken. En als koffie zetten of ’s middags even een broodje halen daarbij hoort, dan is dat zo. Zo zit ik in elkaar. We krijgen hier ook regelmatig patiënten aan de lijn die eigenlijk bij de poli moeten zijn. Ik vind het heel belangrijk niemand van het kastje naar de muur te sturen. Die mensen helpen we dus zelf verder.
Waar ben je trots op?
Het leuke van mijn vak is dat het zo divers is. Het totaalpakket, dat maakt het aantrekkelijk. Maar sommige zaken geven extra voldoening. Bijvoorbeeld als het lukt die lastige afspraak te plannen. Zie maar eens vier hoogleraren bij elkaar te krijgen! Je netwerk, ook met de andere secretaresses in het huis, is heel belangrijk. Of als je baas zegt: ‘Dat heb je goed geregeld!’ Dat is heerlijk.
Hoe is het om te werken in een ziekenhuis?
Toen ik hier net kwam, dacht ik: al die witte jassen, help! Maar dan leer je dat artsen ook maar gewoon mensen zijn. Je raakt automatisch betrokken. Deze afdeling, en dan vooral de niertransplantaties, vind ik heel interessant. Regelmatig krijgen we mensen aan de telefoon die hun nier willen afstaan aan een familielid. Dat is ingrijpend. Daar moet je netjes mee omgaan. Het vreemdste dat ik ooit heb meegemaakt? Dat er een man langs kwam die zijn nier te koop aanbood. Hij had op televisie gezien dat dat in China ook gebeurde. Het leek hem een goede manier om uit de schulden te komen.
Welk misverstand over je vak moet de wereld uit?
Ja, ha! Dat secretaresses typemutsen zijn of dat we alleen maar koffie zetten. Dat is dus niet zo. Of dat we allemaal van Schoevers komen! Ik zal nooit vergeten dat ik een brief moest uittypen van professor Van Es. Ik werkte hier toen nét. ‘Moet in kapitalen,’ had hij erbij gezet. Ik had daar nog nooit van gehoord. ‘Wéét je dat niet?’ riep hij. ‘Heb je dat niet op Schoevers geleerd?’ Nee dus. Ik had niet eens een typediploma.
Tamara van der Ham - Management assistent |