Laryngectomie
Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Keel- Neus- Oorheelkunde
Uw KNO arts heeft u verteld dat u een kwaadaardige tumor van het strottenhoofd (de larynx) heeft. In uw geval betekent dit dat u een operatie zult ondergaan. De KNO arts heeft u al ingelicht over de ingreep en dit is een aanvulling daarop.
Een aantal onderwerpen in deze folder zal u bekend voorkomen terwijl andere onderwerpen vragen zullen oproepen. Leest u de folder goed door en schrijf uw vragen op om ze mee te nemen bij de opname zodat uw vragen dan besproken en beantwoord kunnen worden. U kunt deze folder toevoegen aan uw behandelwijzer die u op de poli heeft gekregen en anders op de afdeling zult krijgen.
Het strottenhoofd
Onder de keelholte ligt het strottenhoofd (de larynx), deze vormt de ingang naar de luchtpijp. Het strottenhoofd is opgebouwd uit kraakbeen, spierweefsel en slijmvlies. In het strottenhoofd bevinden zich ook de stembanden.
Het strottenhoofd heeft twee belangrijke functies; het voorkomt dat er voedsel in de luchtpijp komt en het speelt een belangrijke rol bij het produceren van geluid.

Het strottenhoofd (larynx )is opgebouwd uit drie:
- supraglottis (gebied boven de stembanden)
- glottis (stemspleet)
- subglottis (gebied onder de stembanden)
(Bron: afdeling KNO, LUMC)
Top De operatie
In het geval van een tumor van het strottenhoofd kan er besloten worden om te opereren, een laryngectomie. Bij een laryngectomie wordt het strottenhoofd met de stembanden en het strottenklepje verwijderd.
Herstel van de luchtwegen:
Wanneer het strottenhoofd wordt verwijderd is het niet meer mogelijk om nog te ademen via de neus en de mond. Tijdens de operatie wordt er een tracheostoma aangelegd. Het tracheostoma is de nieuwe ademweg en bevind zich via een ronde opening net boven het borstbeen. Zie hiervoor het volgende plaatje. Ook praten is niet meer mogelijk. Hier zult u na de operatie stemrevalidatie voor krijgen.
|
 |
|
 |
|
Anatomie volgens de huidige situatie |
|
Anatomie na de operatie met een tracheostoma |
|
|
|
(Bron: KWF Kankerbestrijding) |
Top De dag van opname
Op de dag van opname wordt u om 10.30 uur op de afdeling verwacht. De opname dag is vaak een lange dag. U wordt uitgebreid opgenomen door de zaalarts en door de verpleegkundige van de afdeling. Ook zal u nog het een en ander verteld worden rondom de opname en de operatie. U moet regelmatig wachten op het volgende gesprek omdat ook de oncologisch chirurg nog bij u langs zal komen. Het is daarom niet de bedoeling dat u in de tussentijd van de afdeling af gaat. Vanwege alle informatie die op u af zal komen is het aan te raden om uw partner of een ander familielid mee te nemen. Naast de gesprekken kan er tijdens de opnamedag eventueel nog aanvullend onderzoek gedaan worden zoals bloedafname. Daarnaast start u de avond van de opname met Fraxiparine. Dit is een prik die u één keer per dag gedurende de gehele opname krijgt om de kans op het ontwikkelen van trombose te verkleinen.
Top Het behandelteam
Gedurende de gehele opname komt u in contact met verschillende disciplines, het behandelteam. Met enkelen heeft u al kennis gemaakt op de poli en anderen ziet u op de dag van opname of pas na de operatie. Het behandelteam bestaat onder andere uit de volgende personen:
-
KNO arts / oncologisch chirurg:
De oncologisch chirurg is degene die u gaat opereren en u zal vervolgen na de operatie. Voor de operatie komt de oncologisch chirurg bij u langs en kunt u eventuele vragen nog stellen.
De zaalarts is een KNO-arts in opleiding. Bij de zaalarts kunt u in eerste instantie terecht met uw vragen ten aanzien van de behandeling. Hij/zij zal zonodig de oncologisch chirurg inschakelen. De zaalarts is daarnaast verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de afdeling en loopt dagelijks in de ochtend visite.
De verpleegkundigen zullen tijdens de opname voor u zorgen. Verder heeft u voor en na de opname contact met de verpleegkundige van het oncologisch spreekuur waar u terecht kan voor vragen en problemen.
Omdat u in een universitair medisch centrum wordt opgenomen zult u ook te maken krijgen met co- assistenten. Dit zijn studenten geneeskunde en zij lopen onder andere door de week mee met de artsenvisite.
Op de polikliniek anesthesiologie heeft u de anesthesist al gesproken. Hij/zij bespreekt met u de narcose en zal aanwezig zijn bij de operatie. Het is mogelijk dat de anesthesist tijdens de opnamedag nog bij u langs komt.
Tijdens de opname en de herstelperiode kunnen zich vele praktische en emotionele problemen voordoen, te denken valt aan vragen over de verzekering of aanvragen van thuiszorg. Ook de gevolgen voor u persoonlijk en voor uw directe omgeving kunnen ingrijpend zijn. Via de verpleegkundige kunt u in contact gebracht worden met de dienst maatschappelijk werk.
De diëtist geeft een voedingsadvies voor na de operatie. Later zal zij u ook, in overleg met de chirurg en de logopedist, begeleiden bij het kiezen van de juiste voeding.
Voor de operatie heeft u al kennis gemaakt met de logopedist. Zodra de maagsonde verwijderd is komt de logopedist bij u langs voor stemrevalidatie. Dit wordt na ontslag poliklinisch vervolgd.
De fysiotherapeut wordt eventueel na de operatie ingeschakeld om u te ondersteunen bij uw ademhaling en om u zo nodig advies te geven bij het ophoesten.
In het ziekenhuis zijn verschillende pastoraal medewerkers aanwezig. Aan de afdeling KNO is een humanistisch raadsman verbonden. Deze komt bij opname kennis met u maken en wanneer u het op prijs stelt zal hij gedurende de opname bij u langskomen. Er kan op verzoek ook een predikant of een pastoor langskomen. U kunt uiteraard ook bezoek van uw eigen predikant of pastoor ontvangen.
Daarnaast komt er meestal voor de operatie een oud - patiënt bij u langs (thuis of in het ziekenhuis) om over de eigen ervaringen van de operatie en de gevolgen met u te praten. Deze lotgenoten zijn aangesloten bij patiëntenvereniging “De tweede stem.”
Top
De operatie
Vanaf 0.00 uur ’s nachts mag u niets meer eten en drinken.
Op de dag van de operatie wordt u vroeg voorbereid voor de operatie. U krijgt operatiekleding aan en uw bed wordt verschoond. Sieraden, gehoorapparaat en een eventuele gebitsprothese mogen niet gedragen worden tijdens de operatie en ook nagellak moet verwijderd worden. Op uw kamer is een kluisje aanwezig voor waardevolle spullen. Advies is om deze zoveel mogelijk thuis te laten. Op de afgesproken tijd gaat u naar de holding, de wachtruimte van de operatiekamers. Hier zal de anesthesist verder voor u zorgen.
Na de operatie gaat u naar de PACU (Post Anesthesia Care Unit.) Dit is een bewaakte uitslaapkamer. De verpleegkundigen zijn speciaal opgeleid om de eerste zorg na de operatie uit te voeren. U kunt hier beperkt bezoek ontvangen (zie hiervoor ook de folder over de PACU.)
Als u voldoende hersteld bent van de ingreep en de narcose wordt u overgeplaatst naar de verpleegafdeling KNO. Dit is in principe de volgende dag.
Op de afdeling KNO gaan we u aanleren om zelf het tracheostoma te verzorgen en bereiden we u voor op het ontslag. Meestal is dit rond de 14de dag na de operatie.
Top Eerste dagen na de operatie
De eerste dagen na de operatie bent u vaak nog erg moe als gevolg van de lange ingreep en de narcose. Regelmatig zullen uw bloeddruk, temperatuur en pols gecontroleerd worden.
Na de operatie mag u niets eten en drinken om het wondgebied de tijd te geven om te kunnen genezen. Na ongeveer 7 dagen krijgt u een proefslok om te kijken of er geen (naad)lekkage optreedt. Als dit niet het geval is mag u starten met eten.
Tot aan de proefslok krijgt u voeding via een maagsonde. Door deze sonde kunnen ook uw medicijnen gegeven worden.
Slijm en speeksel worden weggezogen. De eerste dagen mag u niets doorslikken, dus ook zo min mogelijk speeksel, om het wondgebied zo veel mogelijk rust te geven. De verpleegkundige leert u om het speeksel weg te zuigen.
Na de operatie heeft u een infuus. Hierdoor krijgt u extra vocht toegediend en kan eventueel ook medicatie gegeven worden, bijvoorbeeld medicatie tegen de misselijkheid of antibiotica. Zodra u voldoende voeding krijgt via de sonde en medicatie door het infuus niet meer nodig is, wordt het infuus gestopt.
In het wondgebied worden drains achtergelaten. Deze voeren het wondvocht af om zo de genezing van de wond te bevorderen. Het wondvocht wordt opgevangen in een afgesloten fles. Zodra de productie van de drains onder een bepaalde grens is worden de drains verwijderd.
Tijdens de operatie krijgt u een katheter (slangetje) in de blaas om nauwkeurig in de gaten te houden hoeveel u plast aangezien u veel vocht krijgt gedurende de operatie. Meestal wordt deze katheter in de eerste dagen na de operatie verwijderd.
Na de operatie heeft u een tracheostoma. Het tracheostoma is nu uw nieuwe luchtweg. Soms zit er tijdelijk nog een buisje (canule) in het tracheostoma maar deze wordt zodra het mogelijk is verwijderd. Als de hals voldoende genezen is krijgt u een pleister met een filter voor het stoma.
Na de operatie wordt het tracheostoma om de 4 uur verzorgd door een verpleegkundige. Zij druppelt het tracheostoma met een zoutoplossing waar u van moet hoesten. Dit is om korstjes en slijm uit het tracheostoma los te weken en te kunnen ophoesten. Als het in het begin nog niet lukt om voldoende op te hoesten wordt het slijm met een zuigslang opgezogen.
Rondom het tracheostoma zitten hechtingen om het stoma te vormen. Deze worden rond de 12de dag verwijderd. Uitgebreide uitleg wordt u tijdens de opname gegeven aan de hand van voorbeeld materiaal.
De eerste periode na de operatie is het niet mogelijk om te praten. Een mogelijkheid om te communiceren is door het op te schrijven. De praktijk leert dat veel mensen hier snel aan wennen. De verpleegkundigen van de afdeling kunnen u hierbij helpen en zo nodig ook tips geven als u om welke reden dan ook moeilijk of helemaal niet kunt schrijven. In alle gevallen telt dat u niet moet aarzelen om uw problemen naar voren te brengen.
Na de operatie zitten er hechtingen in het wondgebied. Rondom de negende dag zullen deze worden verwijderd.
De dag na de operatie mag u in principe ook al uit bed. Samen met u wordt dagelijks besproken welke lichamelijke inspanning u mag doen. Dit zal elke dag verder worden uitgebreid. Indien nodig komt ook de fysiotherapeut bij u langs.
Top Gevolgen van de operatie
De gevolgen van de operatie zullen niet alleen voor u veel van uw aanpassingsvermogen vragen maar ook van uw omgeving.
Na de operatie kunt u niet meer ruiken. Geuren en lucht gaan niet meer volgens de normale weg, de neus. Soms verbetert de reuk na verloop van tijd. Het verminderde of niet meer aanwezig zijn van de reuk heeft ook invloed op de smaakbeleving van het eten.
Ook het snuiten van uw neus zoals vroeger gaat niet meer en bij het hoesten moet u nu uw hand voor uw stoma houden in plaats van voor uw mond.
Enige tijd na de operatie gaat u onder begeleiding van de logopediste starten met stemrevalidatie.
Top Stemrevalidatie kan op drie manieren plaatsvinden.
- De eerste methode is middels de injectiemethode, of slokdarmspraak.
- De tweede methode is praten middels een stemprothese (ook wel button of spraakknoopje).
- De derde methode wordt gebruikt als de 1e of 2e methode geen optie is, de electrolarynx (Servox).
Na de operatie zal er met de logopedist gekeken worden welke methode voor u van toepassing is.
Na de operatie wordt u stap voor stap de tracheostomazorg aangeleerd. U krijgt op de afdeling een doos met verzorgingsproducten via de leverancier, zodat u thuis eerst vooruit kunt. Hierbij kunt u denken aan een stomalampje om de stemprothese en het stoma goed zichtbaar te maken tijdens de verzorging en een douchebeschermer die er voor zorgt dat er tijdens het douchen geen water in het stoma loopt. Er zit een bestelformulier in de doos om materialen te kunnen (na) bestellen (zie hiervoor de folder over het tracheostoma).
De Nederlandse Stichting voor Gelaryngectomeerden (NSVG) is een patiëntenvereniging waarvan de leden elkaar onderling zoveel mogelijk proberen te steunen. De afdeling van de NSVG in deze regio (Haagse kring) kan u wegwijs maken en biedt u de mogelijkheid om in contact te komen met lotgenoten. Daarnaast beheert de stichting de ‘Tweede Stem’ webwinkel, waar allerlei hulpmiddelen te verkrijgen zijn zoals speciale sjaaltjes.
Top Ontslag en nazorg
Ongeveer 14 dagen na de operatie mag u weer naar huis.
Na ontslag zult u langdurig onder controle blijven en regelmatig naar het ziekenhuis terug moeten voor een controlebezoek aan de KNO arts / oncologisch chirurg. Verder zullen uw afspraken met de logopedist, maatschappelijk werker en/of de diëtist vervolgd worden op de poli.
Daarnaast krijgt u bij ontslag een afspraak mee met de verpleegkundige van het verpleegkundig oncologisch spreekuur (VOS.) Hier kunt u terecht voor vragen en problemen rondom uw ziekte en de behandeling. Het spreekuur vindt elke donderdag plaats op de poli KNO (zie hiervoor de folder van het VOS in uw behandelwijzer.)
Top Bereikbaarheid
Bezoekadres KNO:
Afdeling KNO, J8Q
Albinusdreef 2, 2300 RC Leiden
Top
Belangrijke telefoonnummers
| Verpleegafdeling KNO |
071 – 526 3176 |
| Polikliniek KNO |
071 – 526 8020 |
| Verpleegkundig Oncologisch spreekuur |
|
| (op donderdag van 08.30 – 16.30 uur) |
071 – 526 2416 |
Bezoektijden KNO:
Middag 14.30 - 16.00 uur
Avond 18.30 - 20.00 uur
Top Adressen
Nederlandse Stichting voor Gelaryngectomeerden (de Tweede Stem)
Vredenburg 24 (4e etage)
3500 AA Utrecht
Tel : 030 – 2321483
www.kankerpatient.nl/NSVG
Openingstijden: ma t/m do 10.00 uur tot 12.00 uur.
Augustus 2009 100/1
Top