Dotterbehandeling van de bloedvaten
Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Radiologie
Binnenkort wordt bij u een “dotterbehandeling” van de bloedvaten uitgevoerd, een zogenaamde P.T.A. (Percutane Transluminale Angioplastiek). In deze folder leggen wij uit hoe het onderzoek verloopt. Hierbij wordt de algemene gang van zaken van een dergelijk onderzoek beschreven. Wij verzoeken u de hele folder door te nemen.
Indien u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, dan kunt u daarmee terecht bij de afdeling Radiologie B.
Wat is PTA en wat is het doel ervan?
U heeft last van een vernauwing van een bloedvat in het kleine bekken of in de onderste ledematen waardoor zuurstoftekort van de onderste ledematen ontstaat. Een PTA is een behandeling waarbij vernauwingen in de bloedvaten worden opgerekt (gedilateerd) met een opblaasbaar ballonnetje dat in het bloedvat wordt ingebracht.
Wanneer dit niet het gewenste effect heeft wordt er een buisje (stent) in het vernauwde deel van het bloedvat ingebracht om de vernauwing op te heffen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een radioloog die gespecialiseerd is in het verrichten van radiologische onderzoeken en behandelingen (Zie bijlage: Interventieradioloog)
Top Verwachte behandelresultaat
De aanvragend arts bespreekt met u het te verwachtten resultaat. Dit is onder andere afhankelijk van de plek van de vernauwing en de algemene conditie van de bloedvaten.
Top Melden
Voor dit onderzoek meldt u zich bij de verpleegafdeling op het tijdstip dat op uw afspraakkaart staat.
Houd u rekening met de tijd die nodig is voor het eventueel parkeren in de parkeergarage of het lopen vanaf het station naar de afdeling,(circa 15 min) Er wordt vervoer geregeld door de verwijzende afdeling. Bij de receptie Radiologie worden uw gegevens gecontroleerd en zonodig gewijzigd.
Hierna wordt u verwezen naar de betreffende wachtruimte. U mag verwachten dat u binnen een kwartier na uw afspraaktijd wordt geholpen, anders wordt u gewaarschuwd.
Een radiodiagnostisch laborant haalt u voor het onderzoek uit de wachtkamer. U kunt de laborant of radioloog voorafgaande, tijdens en na het onderzoek vragen stellen.
Top Duur van het gehele onderzoek en behandeling
De gemiddelde duur van het onderzoek en behandeling is 60 min. De duur varieert van 30 tot 90 minuten.
Top Voorbereiding
Dieet
Voor de behandeling moet u nuchter zijn. Als het onderzoek ‘s ochtends plaatsvindt, dan mag u vanaf 24.00 uur de avond voor het onderzoek niets meer eten. Vindt het onderzoek ‘s middags plaats, dan mag u ‘s ochtends een licht ontbijt eten (twee beschuiten en een kopje thee of koffie) Daarna mag u niets meer eten. Tot drie uur voor het tijdstip van het onderzoek kunt u een kopje thee of koffie drinken.
Medicijnen
Uw medicijnen kunt u op de gebruikelijke wijze innemen. Mocht u echter bloedverdunnende middelen gebruiken, dan maakt uw behandelend arts hierover met u een afspraak. In sommige gevallen worden de bloedverdunnende middelen een aantal dagen gestopt of er wordt voor een andere dosering gekozen.
Kleding
Het is voor u en onze medewerkers prettig, wanneer u kleding aan heeft waarin u zich makkelijk kunt bewegen en die u gemakkelijk aan en uit kunt trekken.
Handicap
Indien u een handicap heeft, en u verwacht dat het onderzoek hierdoor meer tijd en aandacht van ons zal vragen, verzoeken wij u dit tevoren aan ons te melden of dit door de aanvrager te laten doen, bij voorkeur bij het maken van de afspraak. Wij zullen dan proberen hiermee zoveel mogelijk rekening te houden, door bijvoorbeeld extra tijd voor het onderzoek in te plannen.
Bij slechte nierfunctie
Indien u bekend bent met een aandoening van de nieren, wordt u verzocht dit via de verwijzend arts aan ons kenbaar te maken. In het geval van een slechte nierfunctie wordt u in overleg met de behandelend arts eerder opgenomen. U krijgt dan een infuus met vocht. Hierdoor wordt het contrastmiddel sneller uitgescheiden, zodat de nieren zo goed mogelijk beschermd worden tegen de schadelijke uitwerking van het contrastmiddel.
Top Beschrijving van het onderzoek/behandeling
Voordat u naar de afdeling Radiologie wordt gebracht, krijgt u op de verpleegafdeling een infuus ingebracht. Wanneer u op de afdeling Radiologie arriveert, wordt u naar de angiokamer gebracht en wordt u verzocht plaats te nemen op de onderzoekstafel. Bewakingsapparatuur wordt aangesloten om tijdens de procedure uw vitale lichaamsfuncties in de gaten te houden.
De radioloog dient een plaatselijke verdoving toe op de plaats waar geprikt gaat worden. Vervolgens desinfecteert de laborant (e) eerst uw lies door middel van alcohol. Daarna wordt u toegedekt met een steriel laken, dit om infectie te voorkomen. Hierna prikt de radioloog met en dunne naald de slagader aan om een dun slangetje, ook wel sheath genoemd, in het bloedvat te kunnen inbrengen.
Een sheath is een slangetje met een ventieltje voorzien van een klepje. Door de sheath kunnen diverse materialen het bloedvat worden ingebracht ( bijvoorbeeld een katheter of een ballonnetje) en kan er zonder bloedverlies worden gewerkt.
Meestal wordt voor aanprikken in de lies gekozen. Soms is dat niet goed mogelijk en wordt een slagader in de arm als toegangsweg gebruikt. Door de sheath wordt de katheter op de juiste plaats gebracht. Vervolgens wordt door de katheter de contrastvloeistof ingespoten. Deze vloeistof kan een warm gevoel geven. Dit trekt echter snel weer weg.
Tijdens het inspuiten van het contrastmiddel worden foto’s gemaakt om de precieze plaats van de vernauwingen te kunnen vinden. Voor het slagen van het onderzoek is het belangrijk dat u heel stil blijft liggen. Soms wordt u ook gevraagd om voor korte tijd uw adem in te houden. Meestal worden er meerdere foto’s gemaakt om ervoor te zorgen dat alle vaten goed afgebeeld worden en de vernauwingen worden gevonden. Aan de hand van deze opnamen wordt nagegaan of de katheter zich in de juiste positie bevindt om het beoogde bloedvat op een veilige manier te dilateren (te verwijden)
Dilatatie
De dilatatie gebeurt door over de voerdraad een katheter met “opblaasbaar” ballonnetje te brengen tot op de plaats van de vernauwing. Door het “opblazen” van het ballonnetje in het vernauwde bloedvat tracht de radioloog de vernauwing op de heffen.
Als een verwijding van het bloedvat door middel van een ballondilatatie niet het beoogde effect heeft kan men ook kiezen voor plaatsing van een permanente vaat-stent (een buisje) Via de katheter wordt een samengedrukt vaat-stent tot op de plaats van de bloedvatvernauwing gebracht. Wanneer de opgerolde stent zich midden in het vernauwde bloedvat bevindt wordt hij van de katheter losgemaakt zodat de stent zich automatisch uitzet en als een “veer” en het bloedvat openduwt.
Na de ballondilatatie of plaatsing van een vaatstent wordt er een controle-foto van het gedilateerde bloedvat gemaakt om zo de toestand voor en na dilatatie te kunnen vergelijken.
Na het beëindigen van de procedure worden de sheath en de katheter verwijderd en wordt het bloedvat afgedrukt en verbonden ter hoogte van de lies of de arm. Of het bloedvat wordt gesloten door een angio-seal, dit is een speciale hechting.
Top Risico’s, contra-indicaties
Afweging
Uw behandelend arts heeft de geringe kans op bijwerkingen afgewogen tegen het te verwachten nut van de behandeling. Het team dat de behandeling uitvoert, is gespecialiseerd in het voorkómen en behandelen van bijwerkingen van dergelijke onderzoeken en behandelingen.
Complicatie
- In de lies, waar de katheter wordt in gebracht, kan in enkele gevallen een bloeduitstorting of een ontsteking ontstaan. Soms veroorzaakt het bewegen van de katheters een neiging tot flauwvallen (koud zweet, lage bloeddruk, tragere hartslag) Dit onwel zijn is gewoonlijk van korte duur.
Onderstaande complicaties zijn uiterst zeldzaam
- Nabloedingen ter hoogte van de punctieplaats; wandbeschadiging van het bloedvat
- Het aanprikken van een zenuw met zenuwirritatie of zenuwletsel als gevolg.
- Er kunnen bloedstolsels en delen van de zieke vaatwand los raken, met als gevolg dat er een afsluiting van een bloedvat kan ontstaan. Hiervoor is een min of meer dringende ingreep nodig. In het ergste en uiterst zeldzame geval kan deze complicatie aanleiding geven tot een gedeeltelijke amputatie van een lichaamsdeel.
- Bij het onderzoek van nieren en darmen kan de afsluiting van het aanvoerend bloedvat aanleiding geven tot een nier- of darminfarct.
- Als een vaat-stent wordt gebruikt, kan deze loskomen zodat hij een gevaar wordt voor vaatbeschadiging in andere gebieden dan het beoogde vaatgebied.
- Bij de behandeling van hoofd en halsvaten, kan de afsluiting van een bloedvat of het loskomen van een stolsel, aanleiding geven tot het ontstaan van een afsluiting van een bloedvat dat naar de hersenen loopt met als gevolg een herseninfarct gepaard gaande met al dan niet ernstige verlammingsverschijnselen en/of bewusteloosheid.
Contrastmiddel (Jodiumhoudend)
Bij onderzoek wordt een jodiumhoudend contrastmiddel toegediend om de bloedvaten, organen en/of afwijkingen te kunnen beoordelen. In verreweg de meeste gevallen verloopt dit zonder problemen. U kunt het bij de inspuiting kortdurend warm krijgen, een beetje een misselijk gevoel krijgen of het inspuiten kan enigszins gevoelig zijn.
In een klein aantal gevallen (minder dan 1 %), komt een deel van de vloeistof buiten het bloedvat terecht. Dit heeft meestal geen ernstige gevolgen.
Bij een klein aantal patiënten (minder dan 1 %) treedt een allergische reactie op het contrastmiddel op, die meestal bestaat uit niezen of ontstaan van galbulten. Meestal behoeft dit geen verdere behandeling.
Indien u bij een eerder onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel een (ernstige) allergische reactie heeft gekregen, verzoeken wij u dringend dit tevoren aan ons en aan uw behandelend arts te melden, zodat eventuele voorzorgsmaatregelen kunnen worden genomen of gekozen kan worden voor een alternatief onderzoek.
Deze informatie is van groot belang voor uw verdere behandeling.
Röntgenstraling
Het onderzoek wordt uitgevoerd met zo min mogelijk röntgenstraling, alleen wat nodig is voor kwalitatief goede opnamen. Uw behandelend arts en de radioloog wegen het nadeel van de röntgenstraling af tegen het voordeel van de informatie die de behandeling kan opleveren.
Zwangerschap
Vanwege het feit dat er tijdens het onderzoek röntgenstralen gebruikt worden, die schadelijk kunnen zijn voor het ongeboren kind, is het belangrijk om te weten of u in verwachting bent. Mocht u inderdaad in verwachting zijn of hierover twijfelen, neem dan contact op met uw behandelend arts. Deze overlegt met u of het onderzoek door moet gaan.
Borstvoeding
Indien u borstvoeding geeft dan mag u tot 24 uur na toediening van het jodiumhoudend contrastmiddel geen borstvoeding geven.
Top Eventuele alternatieven voor de behandeling:
Een operatieve behandeling van een bloedvat vernauwing is een alternatief voor deze procedure.
Top Na het onderzoek
- Na afloop van het onderzoek krijgt u van een medewerker te horen of het onderzoek klaar is en wanneer u de uitslag ongeveer kunt verwachten. U kunt de afdeling daarna verlaten
- Voor opgenomen patiënten wordt vervoer geregeld door onze medewerkers, evenals eventueel ambulancevervoer voor niet –opgenomen patiënten. Een eventuele taxiverklaring kunt u bij de receptionisten verkrijgen.
- Na het onderzoek mag u weer gewoon eten en drinken. Het is zelfs belangrijk dat u veel drinkt (minstens 2 liter vocht) om zo snel mogelijk de contrastvloeistof weer uit te plassen.
Top Terug op de verpleegafdeling
Indien de punctieplaats is verbonden met drukverband
Het drukverband wordt door de verpleging ieder half uur gecontroleerd, gedurende 2 uur aansluitend aan het onderzoek. Na deze tijd wordt u ieder uur gecontroleerd. Na 4 tot 6 uur wordt het drukverband verwijderd en wordt de punctieplaats geïnspecteerd door de zaalarts. U moet het 24 uur rustig aandoen om de lies zo weinig mogelijk te belasten. Dat wil zeggen zo min mogelijk traplopen, bukken en niet tillen.
Indien de punctieplaats / het bloedvat is gesloten met een angioseal
De punctieplaats wordt door de verpleging elk uur gecontroleerd. U hoeft niet plat te liggen maar de hoofdsteun mag 30-40 graden omhoog gezet worden. U mag op de zij liggen, maar moet het gepunkteerde been gestrekt houden. Na 4 uur mag u in overleg met de zaalarts mobiliseren.
U mag wel douchen, maar de eerste 3-4 dagen mag u niet in bad. U moet de pleister elke dag verschonen totdat de huid genezen is. De eerste 48 uur na de behandeling mag u niet persen, zwaar tillen en auto rijden. U krijgt een patiëntenkaart mee die u gedurende 90 dagen bij u moet houden.
Indien het onderzoek bij u niet in dagopname plaatsvindt dan moet u tot de volgende ochtend bedrust houden.
Top Uitslag
De radioloog die het onderzoek verricht en / of beoordeeld heeft, brengt na de behandeling zo snel mogelijk een schriftelijk verslag (vaak tevens mondeling)uit aan uw behandelend arts.
De behandelend arts neemt na de behandeling of onderzoek de verdere zorg van de radioloog over en zal de uitslag van het onderzoek met u bespreken.
Top Afzeggen onderzoek
Mocht u om wat voor reden dan ook de afspraak op onze afdeling niet kunnen nakomen, dan verzoeken wij u dit zo snel mogelijk te melden aan onze afdeling Radiologie. Wij kunnen dan zo mogelijk een andere patiënt oproepen, zodat de onderzoekstijd niet verloren gaat. Indien u het onderzoek op de afdeling Radiologie afzegt, dan verzoeken we u eveneens contact op te nemen met de arts die het onderzoek heeft aangevraagd.
Top Toegangstijden / wachttijden
Binnen de afdeling wordt de toegangstijd (=wachttijd tussen het aanvragen van het onderzoek en de daadwerkelijke uitvoering) voortdurend in de gaten gehouden. Toch kan het voorkomen dat deze wachttijd soms langer is dan u en wij zouden wensen. Wij vragen hiervoor uw begrip.
Zie voor wachttijden en toegangstijden Internetsite LUMC adres: www.lumc.nl.
Top Klachten
Het kan voorkomen dat u niet tevreden bent over de uitvoering van het onderzoek, de bejegening door medewerkers of anderszins. In dat geval wordt u geadviseerd om zo mogelijk uw bezwaren direct kenbaar te maken aan de betrokken medewerker(s). Indien dit geen bevredigende oplossing geeft, kunt u contact opnemen met het sectiehoofd van de afdeling Radiologie. U kunt tevens uw klacht mondeling of schriftelijk indienen bij de Klachtencommissie van het LUMC. Bij de balie van het Patiëntenservicebureau kan men u meer informatie geven over de procedure (locatie Leidse Plein, 2e Etage). Zie de klachtenprocedure.
Top Contact
| Mocht u nog vragen hebben of suggesties dan kunt u contact opnemen met onze afdeling Radiologie |
| De afdeling is gedurende werkdagen bereikbaar van |
8.00 - 17.00 uur |
| Locatie |
2e etage, C2-S |
| Telefoonnummer |
071-5262410 |
| E-mail: afspraken en inlichtingen Radiologie: |
TL-admi@lumc.nl |
Uitgave
LUMC, Afdeling Radiologie, Afdelingshoofd
Mei 2012, uitsluitend digitaal
Top