LUMC - Leiden University Medical Center Leiden University Medical Center
About the LUMC Contact Sitemap Frequently Asked Questions Nederlandse website
 
 
table of contents:

Patient brochures

 
LUMC Home > Patient and care > Patient and visitors > Patient brochures > Informatie over bestraling van borstkanker
 

Informatie over bestraling van borstkanker

This information is provided by Klinische oncologie


De informatie in deze folder is bestemd voor mensen die binnenkort bestraald worden op de afdeling Radiotherapie (Bestraling) van het Leids Universitair Medisch Centrum in verband met borstkanker of een voorstadium van borstkanker. Er wordt ingegaan op mogelijke vragen.
Ook wordt de gang van zaken op de bestralingsafdeling beschreven.
Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, dan kunt u daarmee altijd terecht bij een van de artsen, laboranten
of bij de nurse practitioners.

Wat is bestraling?

Bestraling is een behandeling door middel van (hoog-energetische röntgen-) straling.
Een ander woord hiervoor is radiotherapie.
Bestraling wordt gebruikt bij de behandeling van aandoeningen waarbij cellen zich ongecontroleerd vermenigvuldigen.
Het gaat hierbij doorgaans om kwaadaardige tumoren (kanker).
De straling remt deze cellen in hun groei en kan ze doden.
De dode cellen worden daarna door het lichaam opgeruimd.

Het doel van de bestraling is om een tumor of eventuele resterende tumorcellen in een gebied te vernietigen.
De gezonde cellen in het gebied dat bestraald wordt raken eveneens beschadigd, maar kunnen zich in de rustperiode tussen de dagelijkse bestralingsbehandelingen herstellen.

De stralen zijn onzichtbaar en niet te voelen.
Een bestralingsbehandeling doet dan ook geen pijn.
Ook wordt u niet radioactief na de behandeling.

Stralingstoestel

Het Bestralingstoestel

Top

De gang van zaken rond de bestraling

De aanmelding

Het kan zijn dat u niet alleen bestraald moet worden, maar dat u ook chemotherapie en/ of hormonale therapie krijgt. Welke vormen van behandeling in uw situatie geadviseerd worden, en de volgorde daarvan, wordt door de specialisten bepaald tijdens de wekelijkse mammografiebespreking. Na deze bespreking wordt u aangemeld voor de bestraling. In de week voor de eerste afspraak krijgt u bericht van de bestralingsafdeling.
Doorgaans wordt er naar gestreefd de bestraling binnen 6 weken na de operatie te starten. Als u eerst chemotherapie krijgt zal de bestraling ongeveer 3 weken na de laatste kuur beginnen.

Het kennismakingsgesprek

Voordat de behandeling kan starten, heeft u een afspraak op de Voorbereiding Bestraling (1e etage, zone K1).
U heeft daar een gesprek met de radiotherapeut-oncoloog.
Dit is een arts die gespecialiseerd is in radiotherapie.
Hij of zij geeft u uitleg over de bestraling, de gang van zaken tijdens de behandeling en de te verwachten bijwerkingen. Tevens wordt lichamelijk onderzoek verricht. Hierbij wordt er o.a. op gelet of de operatiewond goed hersteld is, en of u uw arm en schouder aan de geopereerde zijde voldoende kunt bewegen.

De lokalisatie

Dit is het voorbereiden van de bestralingsvelden door de radiotherapeut en een radiotherapeutisch laborant op de lokalisator. Een lokalisator is een röntgentoestel (of een CT-scan, de zogenaamde CT-lokalisator) waarmee de bestralingsvelden kunnen worden ‘nagebootst’. De velden worden met inkt op de huid aangetekend. Deze procedure duurt gewoonlijk een half - tot één uur en vindt over het algemeen binnen 2-7 dagen na het gesprek met de radiotherapeut plaats. Soms wordt de lokalisatie aansluitend aan het gesprek gepland.
U dient er rekening mee te houden dat de inkt kan afgeven op de (onder)kleding.
Het is echter van belang dat de tekeningen op de huid gedurende de hele bestralingsserie zichtbaar blijven.
Wij adviseren u daarom bij het douchen of wassen op deze plaats(en) geen zeep en/of bodylotion te gebruiken.

Na deze voorbereiding krijgt u de afspraak mee voor de eerste bestraling. Vervolgens worden de bestralingsafspraken elke vrijdag voor de week erna doorgegeven en op uw afsprakenkaart gezet. U kunt de kaart ophalen bij de receptie van de bestralingsafdeling
(K-0).
Heeft u wensen met betrekking tot de afspraaktijden, wilt u deze dan zo spoedig mogelijk doorgeven aan de receptie. De secretaresse probeert daar zoveel mogelijk rekening mee te houden. Dit is echter om technische of praktische redenen niet altijd mogelijk. Daarvoor vragen wij uw begrip.

De bestralingsperiode

Bij ieder bezoek meldt u zich bij de receptie van de bestralingsafdeling op de begane grond (K-0). Hier geeft u uw afsprakenkaart af. Het eerste bezoek duurt gewoonlijk wat langer dan de volgende bezoeken. U krijgt dan van een van de toestellaboranten uitleg over de gang van zaken. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u die op dat moment stellen.
U wordt verzocht het bovenlichaam te ontkleden in de kleedruimte. U kunt een handdoek of vest meenemen die u kunt omslaan als u door de binnengang naar de bestralingsruimte loopt. In de bestralingsruimte neemt u plaats op de bestralingstafel en wordt u door de laboranten in de juiste positie gelegd.
Het is belangrijk dat u in die positie blijft liggen tot het bestralen klaar is.
Normaal gesproken duurt de bestraling enkele minuten per keer.

Tijdens de bestraling bent u enkele minuten alleen in de behandelruimte. De laboranten kunnen u zien en horen door middel van een monitor.
Zoals eerder vermeld, voelt en ziet u niets van de bestraling. Als de bestraling klaar is, kunt u zich weer aankleden. Bij de balie kunt u uw afsprakenkaart weer afhalen.

Tijdens de bestralingsperiode spreekt u enige malen uw behandelend radiotherapeut. Bij vragen of problemen kunnen de laboranten u tussentijds doorverwijzen naar de verpleegkundige of naar uw radiotherapeut.
Vóór, tijdens en na de bestralingsperiode kan de arts het nodig vinden dat er extra onderzoeken plaatsvinden. Dit kan bijvoorbeeld bloedonderzoek zijn.
Na de laatste bestraling krijgt u een afspraak mee voor de radiotherapeut op de polikliniek. Deze afspraak is gewoonlijk enkele weken na de laatste bestraling.

Top

Bijwerkingen

De bestraling kan bijwerkingen veroorzaken. De meeste bijwerkingen verdwijnen enkele weken na de laatste bestraling.
Hieronder volgen een aantal bijwerkingen die zich kunnen voordoen. U moet er echter rekening mee houden dat dit per persoon kan verschillen. Iedereen reageert anders. Een aantal mensen heeft geen last van de bestraling, anderen hebben algemene klachten zoals bijvoorbeeld vermoeidheid.

Vermoeidheid

Voor het herstel van gezond weefsel na een operatie, bestraling of na chemotherapie, heeft het lichaam extra energie nodig. Dat is de reden dat veel patiënten last hebben van vermoeidheid. Maar ook kunnen spanningen rond de ziekte en de behandeling van invloed zijn op hoe u zich voelt.
Verder kan het heen en weer reizen voor de bestraling een extra belasting vormen.
In het geval van vermoeidheid kunt u beter zware inspanning vermijden. Wij raden u aan extra rust te nemen en activiteiten en rust af te wisselen.
De vermoeidheid kan vaak tot enkele weken na de behandeling aanhouden.

Huidproblemen

De huid in het bestralingsgebied kan in meer of mindere mate rood, droog of geïrriteerd raken. De huidreactie is het hevigst in huidplooien (plooi onder de borst en plooi in de oksel) en soms rondom operatielittekens. De huidreactie begint als lichte roodheid, meestal 2 tot 3 weken na het begin van de bestraling en is afhankelijk van de totale bestralingsduur.

Adviezen voor de huidverzorging

  • Wij adviseren u de huid 2x per dag te poederen met ongeparfumeerde talkpoeder. U begint hiermee direct na de eerste bestraling. Indien bij u ook het lymfkliergebied wordt bestraald moet niet alleen de borstzijde, maar ook de rugzijde van de schouder gepoederd worden.
  • Gebruik geen bodylotion of iets dergelijks op de plaatsen waar bestraald wordt.
  • Douchen is toegestaan, maar was het gedeelte waar ‘de strepen staan’ niet met zeep.
  • Dep de huid droog, laat de strepen staan, draag geen stugge, schurende of synthetische kleding op het bestraalde gebied.
  • Plak geen pleisters op de bestraalde huid.
  • Gebruik geen deodorant aan de kant die bestraald wordt en vermijd scheren van de oksel tijdens de bestralingsperiode.
  • Stel de bestraalde huid niet bloot aan de zon of aan U.V. stralen van solarium of zonnebank. Na afloop van de laatste bestraling moet de bestraalde huid nog een jaar zoveel mogelijk tegen de zon worden beschermd. U kunt dus gewoon in de zon zolang u de bestraalde huid afdekt. Hiervoor kunt u ook speciale zonnebrandcrème gebruiken.
  • Wanneer de bestraalde huid jeukt, probeer dan niet te krabben. Een koel kompres (bijvoorbeeld een handdoekje dat u een paar uur in de koelkast heeft gelegd) kan soms helpen.
  • Als de bestralingsserie is afgelopen, kunt u stoppen met poederen en kunt u een crème gaan gebruiken; bijvoorbeeld Calendula crème, verkrijgbaar bij apotheek of drogist. U kunt ook kiezen voor een neutrale crème of bodylotion.
  • Mocht het gebeuren dat de huid open gaat, stop dan met poederen. Gebruik geen gaas om de open plekken af te dekken, maar vraag advies aan de verpleegkundige van de bestralingsafdeling of uw behandelend radiotherapeut. U krijgt dan een speciaal wondverband en/of crème voorgeschreven.
  • Het kan zijn dat uw huid pas in de week na de laatste bestraling opengaat. Neem dan contact op met de verpleegkundige van de bestralingsafdeling of met uw radiotherapeut.
Top

Andere bijwerkingen

De borst die bestraald wordt kan in de loop van de bestralingen wat opgezet raken en zwaarder aanvoelen. Ook kunt u steken voelen in de borst. Deze klachten verdwijnen na afloop van de bestraling geleidelijk.
In de loop van de maanden na afloop van de bestraling kan de borst nog wat gevoelig zijn en stugger aanvoelen. Ook kan de huid langere tijd wat (roodbruin) gekleurd blijven. Dit verschilt van persoon tot persoon.
Als het okselgebied bestraald is kan dit soms schouderklachten veroorzaken of verergeren. Deze zijn over het algemeen goed te behandelen met fysiotherapie.
Als u een volledig okselkliertoilet heeft ondergaan kan bestraling de kans op lymfoedeem iets vergroten.
U krijgt van de nurse practitioners informatie over het voorkomen en herkennen van lymfoedeem.
Mocht er (beginnend) lymfoedeem ontstaan, dan zal uw arts u verwijzen voor behandeling hiervan. Voor informatie hierover kunt u bij uw arts of bij de nurse practitioners terecht.

Haaruitval

Haaruitval kan alleen optreden op de plaats waar u bestraald wordt.
In uw geval kan dat verlies van okselhaar aan de bestraalde zijde betekenen.

Voeding

Omdat uw maag niet in het bestralingsveld ligt zult u doorgaans geen last hebben van misselijkheid.

Psychosociale problemen

Naast lichamelijke problemen kunt u als gevolg van de ziekte en /of de behandeling ook psychische en sociale problemen ervaren. U kunt voor een informatief, adviserend of begeleidend gesprek een afspraak maken met de verpleegkundige van de bestralingsafdeling, met een van de nurse practitioners of de maatschappelijk werkster.

Slikproblemen

Dit kan voorkomen wanneer een gedeelte van de slokdarm in het bestralingsgebied ligt. Dit komt echter zelden voor.
Het slikken en passeren van voedsel kan dan in de loop van de bestralingsperiode wat moeilijker gaan.
Hieronder volgen enkele adviezen bij slikproblemen:
Neem bij de maaltijd een glas water om het voedsel gemakkelijker te laten zakken.
Neem als het erg moeilijk gaat vooral vloeibare voeding in de vorm van soep, pap of vla.
Neem geen heet voedsel of hete dranken.
Vermijd scherp gekruide voeding.
Vermijd ‘scherpe’ voeding zoals bijvoorbeeld harde korsten, vis met graten en grove volkoren producten.

Top

Medewerkers van de afdeling Bestraling

Het team van de bestralingsafdeling bestaat uit:

  • radiotherapeuten en arts-assistenten
  • radiotherapeutisch laboranten
  • fysici
  • radiobioloog
  • technisch personeel
  • verpleegkundigen
  • secretaressen
  • maatschappelijk werker

En verder:

  • diëtist
  • mondhygiënist
Top

Bereikbaarheid

Tijdens kantooruren Bestralingsafdeling

071 – 5263032

Receptie voorbereiding bestraling

071 – 5263525

Receptie begane grond

071 – 5263049
Toestel 4:   071-5264645 / 5264679
Toestel 5:   071-5264763 / 5264641
Toestel 6:   071-5263719
Toestel 7:   071-5262247
Toestel 8:   071-5263455

Verpleegkundigen

071 – 5264837

Top

Mammapolikliniek

Secretaresse mammapolikliniek

071-5265355

Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de mammapolikliniek.
Toestel bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 – 16.30.

Nurse Practitioners

071-5261979

Wanneer u nog andere vragen heeft die niet over de bestraling gaan kunt u contact opnemen met de nurse practitioners.
Maandag t/m vrijdag tijdens kantoortijden.

Top

In het geval van problemen ‘s avonds en in het weekend

Op deze tijdstippen kunt u in het geval van problemen contact opnemen met uw huisarts. Deze kan waar nodig contact opnemen met de dienstdoende radiotherapeut of chirurg.

Top

Vervoer

Informatie over de vergoeding van taxivervoer, openbaar vervoer of eigen vervoer kunt u krijgen bij uw verzekeringsmaatschappij.
Als u met eigen vervoer komt, kunt u parkeren naast de bestralingsafdeling.
U krijgt bij de ingang een uitrijkaart; deze is 30 minuten geldig. Een nieuwe uitrijkaart is te verkrijgen bij de receptie van de bestralingsafdeling.


juli 2008

Top