LUMC - Leids Universitair Medisch Centrum Leids Universitair Medisch Centrum
Over het LUMC Contact Sitemap Veelgestelde vragen English website
 
 
 

De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde

Welkom aanstaande Leidse specialist ouderengeneeskunde

Specialist ouderengeneeskunde word je in Leiden

Er zijn drie universitaire opleidingscentra voor verpleeghuisgeneeskunde: Leiden (LUMC), Nijmegen UMCN) en Amsterdam (VuMC).
Het LUMC is uitstekend bereikbaar vanuit alle opleidingsverpleeghuizen in Zuid-Holland en Zeeland, een derde van alle Nederlandse verpleeghuizen. Het LUMC ligt naast NS-station Leiden en vlakbij de A44.
De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in het LUMC heeft bovendien excellente capaciteiten op het gebied van de ouderengeneeskunde. Deze staan hieronder kort vermeld.

Steun voor collega’s nu en in de toekomst

Natuurlijk zijn wij trots op ons vakgebied en ondersteunen graag onze toekomstige en huidige collega’s in hun professionele ontwikkeling. Dat doen wij over de volle breedte van het vakgebied, maar in het bijzonder inzake de regievoering over integrale zorgverlening, over complexe integrale diagnostiek, infectiepreventie/behandeling, geriatrische revalidatie en palliatieve geneeskunde. Wij stimuleren al tijdens de opleiding de onderlinge samenwerking tussen specialisten ouderengeneeskunde en met huisartsen en andere medisch specialisten.  
Wij benadrukken patiëntgericht medisch handelen van een gedegen kwaliteit, ook al kunnen chronisch zieke ouderen in moeilijke omstandigheden verkeren in en nabij verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Wij helpen de aios zich te ontwikkelen tot een gezaghebbende en aardige dokter die dus ook goed voor zichzelf zorgt.   

Een brede opleiding tot specialist ouderengeneeskunde met wetenschappelijk karakter

Wij helpen de specialist ouderengeneeskunde om zich in de praktijk van alledag te (leren) baseren op ‘evidence’ en ‘best practice’. Hoe vind en gebruik je de bronnen hiervoor? Wat is hun waarde in het algemeen maar voor deze patiënt in het bijzonder? Als er geen toepasbare richtlijn bestaat, waarop baseer ik dan het medisch advies aan de patiënt? Wij maken de aios niet alleen medisch-inhoudelijk en gedragswetenschappelijk competent, maar stimuleren bovendien een blijvend kritische, nieuwsgierige, wetenschappelijke houding. Eerst (willen) denken, dan pas doen.

Vrijheid met een bandbreedte

Wij gaan er vanuit dat aios zelf willen en kunnen leren, dat wil zeggen de benodigde tijd en energie investeren om onder leiding voldoende competent te worden. Aios leren zelf het vak met gebruikmaking van verschillende onderwijsvormen en van verschillende professionals op verschillende manieren en momenten. De aios is regisseur van haar/zijn eigen leerproces. Uit jezelf reflecteren en feedback vragen en vooral zelf ervan leren zijn daarbij essentiële elementen. Dit komt voortdurend terug in opdrachten die worden verslagen in je portfolio. Wij stimuleren dat deze lerende werkhouding ook na de opleiding in stand blijft.   
Tijdens de opleiding stellen wij stap voor stap hogere eisen zodat uiteindelijk de wettelijk vastgestelde eindtermen worden bereikt. Je kunt immers niet al vanaf de eerste dag de volledige regie over opleiding en praktijk aan. Wij stimuleren deze toenemende competenties met behulp van een bepaalde opbouw van het programma. Belangrijker echter is onze persoonlijke ondersteuning door middel van een kleine staf met korte lijnen. Binnen die bandbreedte is er veel mogelijk. Zo wordt ingespeeld op actualiteiten en wordt ingegaan op suggesties voor een betere aansluiting bij wat in de eigen praktijk speelt. Tegelijk wordt dan ook geleerd hoe prioriteiten kunnen worden gesteld. Niemand kan immers alles tegelijk.

Lerend werken en werkend leren

De beroepsopleiding vindt hoofdzakelijk plaats in het opleidingsverpleeghuis onder leiding van de opleider. Verscheidenheid is hierbij een sleutelwoord dat je terugvindt door de gehele opleiding heen. Bijvoorbeeld:

Aios verschillen aan de start

Bij de aanvang van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde zijn sommigen net afgestudeerd als basisarts. Anderen hebben al maanden tot zelfs jarenlange ervaring in het verpleeghuis. Soms kiezen medisch specialisten op andere terreinen ervoor om zich na jaren te specialiseren op verpleeghuisgeneeskundig terrein. Ook vinden artsen uit het buitenland in verpleeghuisgeneeskunde een nieuw werkterrein.   
Daarnaast verschillen persoonlijke interesses, voorkeuren en sterke- en zwakkere kanten.  
Om uit de opleiding te halen wat voor jezelf nodig, is het belangrijk om direct bij de aanvang een duidelijk beeld te krijgen van deze individuele startsituatie. Het assessment, dat je aan het begin van de opleiding doorloopt, heeft die functie: jezelf, je mentor en opleider een gedegen spiegel voorhouden om van daaruit de juiste leerroute uit te stippelen.

Opleiders en opleidingsstafleden verschillen

Aios krijgen met verschillende begeleiders te maken.  
In het opleidingsverpleeghuis zijn er naast de opleider, begeleiders van leertrajecten op onderdelen. Van hen leert de aios de dagelijkse praktijk, de fijnere kneepjes van het vak, de praktische trucs, het praktisch handelen in de hectiek van alledag.  
Vanuit het  opleidingsinstituut zijn er stafleden met diverse rollen: mentor, begeleider, (gast)docent, ondersteuner. Stafleden kunnen collega-specialist ouderengeneeskunde zijn, maar ook gedragswetenschapper of medewerker van het secretariaat. Van de staf leert de aios aanvullend, verdiepend en soms juist bewust los van de hectiek van alledag.  
Wij stimuleren aios te ontdekken dat naast de verschillen in zorginstellingen ook opleiders en stafleden verschillen in achtergrond, ervaring, persoonlijke interesses, kwaliteiten en werkstijlen. De een meer aanspreken voor dit en bij de ander leren omgaan met dat is voor een specialist ouderengeneeskunde als teamgenoot immers essentieel. De aios leert verschillen te zien en te benutten om er gezamenlijk plezierig nut van te hebben.

Opleidingsinstellingen verschillen

Het opleidingsverpleeghuis is de plaats bij uitstek om te oefenen om op ieder verzoek van de patiënt of vertegenwoordiger competent een adequaat behandelvoorstel te doen dat past binnen de gegeven randvoorwaarden van dat moment en conform de richtlijnen voor adequate beroepsuitoefening. Zorginstellingen die opleiden tot specialist ouderengeneeskunde verschillen, bijvoorbeeld in regionale samenwerking, in omvang, faciliteiten, doelgroepen, organisatie en taakverdelingen tussen medewerkers.  
Deze verschillen bieden niet alleen dagelijkse afwisseling, maar stimuleren ook het vermogen tot beïnvloeden van de randvoorwaarden en het creëren van kansen voor verbetering en innovatie van verpleeghuisgeneeskunde. Dit laatste krijgt vooral aandacht op enige afstand van de dagelijkse hectiek in het terugkomonderwijs. Aios worden aldaar gestimuleerd om onderling te leren hoe met deze verschillen om te gaan. Werken en leren in de praktijk en in het opleidingsinstituut liggen zo in elkaars verlengde en vullen elkaar aan.

Leerroutes verschillen

Omdat aios en leeromgevingen verschillen, geven we elke aios de ruimte om zelf de koers van het eigen leerproces te bepalen. Zo doet een deel van de aios de opleiding parttime, wat vanzelfsprekend betekent dat de opleiding langer duurt. Binnen de kaders van de eindtermen kan de leerroute en de leeropbrengst dus verschillen. Deze leerroute kan tijdens de opleiding variëren, doordat aios hun leertraject aan het begin niet geheel kunnen overzien en door onverwachte mee- en tegenvallers. Bovendien stellen de randvoorwaarden in het opleidingsverpleeghuis en in het universitaire opleidingsinstituut grenzen aan persoonlijke voorkeuren. In het algemeen gesteld komen de leerwensen, de leerroutes van de aios voor het grootste deel overeen. In ongeveer 15-20% worden eigen accenten gelegd.  
Vaststaat dat de eindtermen gelijk zijn voor iedere aios.

Vernieuwing ook binnen de opleiding

Net als het werkveld van de specialist ouderengeneeskunde blijft ook de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde in beweging. Zo wordt de effectiviteit van onderwijsmethoden en de doeltreffendheid van toetsen voortdurend verbeterd. Inhoudelijk verschuift de aandacht naar bepaalde ontwikkelingen, zoals ketenzorg voor patiënten met complexe problemen ten gevolge van progressieve aandoeningen, waaronder ambulante gerontopsychiatrie. Aios merken doelbewust dat ook de opleiding voortdurend verandert, zoals hun praktijk dit ook doet. Zij leren een grondhouding te ontwikkelen om flexibel te werken en te leren in een veranderende omgeving. Zij leren kort- en langlopende veranderingsprocessen door observatie verbeteren.  Verandering is de enige constante. In Leiden is dat een voortdurende aangename prikkeling.