31 mei 2008, publieksversie jaarverslag 2007
Nummer 7
NetwerkenHet LUMC in de samenleving.
Zie ook Jaarverslag 2007, volledige versie.
Deze publieksversie is verschenen tezamen met Cicero nummer 7.
De moeilijkste gevallen
Kenmerkend voor een universitair medisch centrum als het lumc is de zorg voor patiënten met zeldzame aandoeningen, die vaak meerdere problemen hebben en door specialisten uit het hele land ingestuurd worden. Voor die patiënten ontwikkelt het lumc betere diagnostiek, behandeling en zorg. Een voorbeeld van deze ‘topreferente zorg’ zijn de zeer uitgebreide operaties die nodig zijn bij hartfalen, variërend van het repareren van een hartklep en het verkleinen van het hart tot het aanleggen van een bypass en het tijdelijk ondersteunen van de bloedcirculatie met een kunsthart.
Naast topreferente zorg biedt het lumc ook topklinische zorg. Dat zijn verrichtingen die alleen mogen worden uitgevoerd in klinieken die daarvoor toestemming hebben van de minister van Volksgezondheid. Voor het lumc zijn dat onder meer beenmerg- en orgaantransplantatie, hartchirurgie, neurochirurgie en traumazorg.
Voorrang
Omdat het lumc in eerste instantie een medisch-wetenschappelijk centrum voor topzorg is, krijgen patiënten die dergelijke zorg nodig hebben, meestal voorrang. De wachttijden voor de behandeling van eenvoudige en veelvoorkomende aandoeningen zijn daardoor vaak langer dan in algemene ziekenhuizen in de regio. Uiteraard krijgen patiënten die acuut medische zorg nodig hebben, die zorg direct.
Wat betreft de patiëntenzorg was de productie in 2007 vijf procent hoger dan in het voorgaande jaar. Met name het aantal dagopnames is toegenomen. Positief is de daling van de gemiddelde verpleegduur per opname. De sterke daling van de afgelopen jaren (van 8,6 dagen in 2000 naar 7,5 in 2005) leek vorig jaar tot stilstand gekomen. Maar in 2007 was de verpleegduur opnieuw lager: gemiddeld 7,1 dagen.
Het aantal nier- en levertransplantaties nam het afgelopen jaar toe.
Doorbraken
Vernieuwing van de zorg is een van
de belangrijkste opdrachten die het lumc zich stelt. Door onderzoek en behandeling te combineren probeert het lumc de patiëntenzorg voortdurend te verbeteren. Zo werd ook in 2007 een aantal medische doorbraken bereikt die niet alleen binnen het lumc maar ook elders tot een verbetering van de gezondheidszorg leiden.
Opzienbarend was de eerste transplantatie in Nederland van de eilandjes van Langerhans, in samenwerking tussen verschillende afdelingen en onder supervisie van internist-endocrinoloog Eelco de Koning. De eilandjes van Langerhans maken deel uit van de alvleesklier en produceren het hormoon insuline dat de hoeveelheid suiker in het bloed verlaagt. Bij patiënten met type 1 diabetes vernietigt het eigen immuunsysteem deze eilandjes. Door de verhoogde suikerwaarden kunnen, ondanks insulinetherapie, ernstige complicaties ontstaan aan nieren, ogen en zenuwen. Eilandjestransplantatie in het lumc is nu een nieuwe behandelmogelijkheid voor een deel van de patiënten met type 1 diabetes.
Celtherapie
Het lumc heeft vanouds veel ervaring met transplantaties. Hierop voortbouwend werkten onderzoekers in 2007 aan een breed programma voor het toepassen van celtherapie om beschadigde organen langer te laten functioneren en mogelijk zelfs opnieuw te kweken. Deze toepassingen zijn gericht op orgaanschade bij diabetes en vaatziekten en vallen onder het bredere lumc-programma voor celtherapie en regeneratieve geneeskunde. Daartoe heeft het lumc een unieke productiefaciliteit opgezet voor cel-therapeutische producten.
Patiënt op weg
Innovaties kunnen betrekking hebben op de zorg zelf, maar ook op de organisatie ervan. Het is in het belang van de patiënt dat het hele onderzoek- en zorgproces zo praktisch en efficiënt mogelijk verloopt. De route van een patiënt met een bepaalde aandoening langs verschillende zorgverleners noemen we een zorgpad. Zulke zorgpaden, die vanzelfsprekend vaak over de grenzen van afdelingen gaan, leiden tot verbetering in de patiëntenzorg. Daar hoort ook een goede afstemming bij met huisartsen en andere externe zorgaanbieders.
De poli voor neuromusculaire ziekten is een goed voorbeeld van een afdelingsoverstijgend zorgpad. Patiënten met spierziekte krijgen te maken met een groot aantal specialisten: de revalidatiearts voor het aanmeten van spalken of een rolstoel, de kindercardioloog om de hartspieren te controleren, de orthopeed vanwege vergroeiingen en de kinderarts voor de behandeling met prednison. In veel gevallen zijn ook nog de kinderneuroloog of de longarts betrokken.
Dankzij de poli voor neuromusculaire ziekten, die in 2007 van start ging, kunnen patiënten in één dag verschillende specialisten bezoeken voor een jaarlijkse complete check-up. Dat scheelt enorm in het aantal bezoeken dat zij moeten brengen aan het ziekenhuis. De betere afstemming tussen specialisten is gemakkelijker voor de patiënten en hun begeleiders en komt ook de kwaliteit van de zorg ten goede, want de specialisten werken in
vaste teams en doen daardoor veel
gezamenlijke ervaring op.
Regio
Het beter stroomlijnen van de acute zorg is in 2007 voortgezet. Naast chirurgen werken nu ook kindergeneeskundigen en neurologen samen in de regio. Een centraal inbelpunt bij de meldkamers van de Centrale Post
Ambulancediensten verdeelt de
aanmeldingen over de verschillende ziekenhuizen. Daardoor wordt de
beschikbare capaciteit in de regio zo doelmatig mogelijk gebruikt.
Sinds januari 2007 is het Centrum Eerste Hulp versterkt met een Spoedpost Huisartsen. Naar schatting een derde van het aantal mensen dat zich meldt voor spoedeisende hulp kan daarheen verwezen worden. Op die manier maken zij niet onnodig
gebruik van de (duurdere) specialis-
tische hulp.
Naar aanleiding van het tevredenheidonderzoek onder patiënten is in 2007 een training georganiseerd voor alle baliemedewerkers van de poliklinieken. Er werd geoefend in vaardig-
heden als klantgerichtheid en het
omgaan met problemen tijdens contact met patiënten. Daarbij gaat het om actief luisteren, grenzen stellen,
verbaal en non-verbaal communiceren en feedback geven en ontvangen.
|
Het is in het belang van de patiënt dat het hele proces zo praktisch en efficiënt mogelijk verloopt |
Top Kenniscentrum
Met onderzoek en onderzoekers internationaal op niveau blijven
Het lumc neemt al langer een vooraanstaande positie in op het gebied van (bio)medisch onderzoek. Ook in 2007 was dat het geval. Onderzoekers namen deel aan onderzoeksnetwerken in binnen- en buitenland en verwierven met de resultaten van verschillende onderzoeken internationaal aanzien.
Nauwkeurige afbeeldingen
Op niveau blijven betekent vernieuwen en verder ontwikkelen. Dat geldt met name voor de ontwikkeling van toepassingen van moderne techno-
logie. Samenwerking tussen verschillende vakgebieden is daarbij essentieel. Een goed voorbeeld hiervan is de ingebruikname van de 7Tesla mri body scanner. Die kan zeer nauwkeurige afbeeldingen maken van weefsels en organen en nieuwe informatie aandragen over het functioneren van de hersenen en hersenziekten als de ziekte van Alzheimer en migraine.
Op 6 september 2007 nam het lumc als eerste in Nederland dit ultrahoogveld mri-systeem in gebruik. De Minister van Economische Zaken, mw. Van der Hoeven, verrichtte daarvoor de officiële handeling. Wereldwijd zijn er slechts enkele van deze 7Tesla-systemen operationeel voor onderzoek bij mensen. Het lumc werkt in het 7Tesla mri-onderzoek samen met umc Utrecht, het F.C. Donders Instituut en het umc St. Radboud.
Miljoen voor veroudering
Met zijn onderzoeken wil het lumc
reageren op vragen uit de samenleving over volksgezondheid en gezondheidszorg. Het onderzoek ‘gezond ouder worden’ van professor Rudi Westendorp, afdelingshoofd Ouderengeneeskunde en professor Eline Slagboom, hoogleraar Moleculaire Epidemiologie, kreeg (inter)nationaal veel weerklank. “Dat bleek in 2007 onder meer uit de subsidie van 1 miljoen euro die het Netherlands Genomics Initiative (ngi) verstrekte voor het door Westendorp geleide Netherlands Consortium for Healthy Ageing (ncha).
Daarnaast nam het lumc samen met het Erasmus Medisch Centrum het initiatief voor de oprichting van het Topinstituut gezond ouder worden (ti-go), waar intussen ook alle andere umc’s en een groot aantal bedrijven en andere organisaties bij zijn aangesloten. Dankzij dit netwerk, met korte lijnen tussen wetenschap, industrie en gezondheidszorg kunnen nieuwe inzichten en technologieën sneller een toepassing krijgen.
Migraine en diabetes
In 2007 verwierf het lumc voor onderzoek een bedrag van 57 miljoen euro subsidie van de Nederlandse overheid, via Europese onderzoeksprogramma’s en private organisaties (collectebusfondsen en bedrijfsleven). Drie subsidies kwamen van de National Institutes of Health in de Verenigde Staten, onder meer voor onderzoek naar migrainebestrijding. Dat geeft aan dat het lumc ook op dit terrein meedoet met de wereldtop.
Het lumc was in 2007 wederom succesvol in het verwerven van de zogenoemde Veni-, Vidi- en Vici’s. Dat zijn persoonsgebonden subsidies uit de Vernieuwingsimpuls van de
Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (nwo) Immunoloog dr. Bart Roep van de afdeling Immunohematologie en Bloedtransfusie, ontving in 2007 de ‘vici’ voor zijn diabetesonderzoek, waarmee hij de overstap wil maken van symptoombestrijding bij type 1 diabetes naar de uiteindelijke genezing door middel van celtherapie. Type 1 diabetes ontstaat door een ‘vergissing’ van het afweersysteem. Daardoor vernietigt het afweersysteem de insulineproducerende cellen. De celtherapie waar het onderzoek zich op richt, houdt in dat bepaalde cellen van het afweersysteem uit het lichaam van de patiënt worden gehaald. Vervolgens worden deze cellen in het laboratorium gekweekt in aanwezigheid van bepaalde stoffen: vitamine d3 of dexamethason. De verwachting is dat de cellen, na terugplaatsing in het lichaam van de patiënt, de verstoorde balans van het afweersysteem kunnen herstellen.
Vier Duchenne-patiënten
Het lumc en biotechbedrijf Prosensa maakten in december 2007 in het New England Journal of Medicine de positieve resultaten bekend van de eerste behandeling met een nieuw geneesmiddel tegen Duchenne spierdystrofie (dmd). Aan deze wereldprimeur ging jarenlang onderzoek vooraf. Bij Duchenne-patiënten is de productie van het vezeleiwit dystrofine geblokkeerd. Spieren breken daardoor af, uiteindelijk ook de ademhalingsspieren en de hartspier. Vier jongens, in de leeftijd tussen tien en dertien jaar, kregen een eenmalige injectie met pro051 in een klein gebied van een spier in het onderbeen. Na vier weken lieten de meeste spiervezels nieuwe aanmaak van dystrofine zien. Dit resultaat betekent een grote stap voorwaarts in de aanpak van deze ernstige ziekte waarvoor tot nog toe geen afdoende behandeling beschikbaar is.
|
Aan de wereldprimeur met de behandeling van Duchenne ging jarenlang onderzoek vooraf |
Top In soorten en maten
LUMC biedt opleidingen op vele niveaus
De ingebruikneming van het nieuwe Gebouw 3 (het onderwijsgebouw), in januari 2007, gaf een enorme impuls aan de onderwijsorganisatie. Het nieuwe directoraat, dat in 2007 officieel van start ging, brengt de ondersteuning van de verschillende opleidingen ook organisatorisch onder één dak: de basisopleidingen Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen, de medische specialistenopleidingen, de bij- en nascholing en de paramedische opleidingen. De administratieve en logistieke processen zullen daardoor efficiënter en flexibeler verlopen. De samenvoeging biedt kansen voor vernieuwing en kwaliteitsverbetering.
Museum in de prijzen
Het Anatomisch Museum van het lumc verhuisde mee naar het nieuwe onderwijsgebouw. Dit museum is in de eerste plaats bedoeld voor onderzoek en – met name – onderwijs. Tweemaal per jaar mag het publiek naar binnen. Het unieke ontwerp werd in 2007 genomineerd voor de Lensvelt Architectuur Interieurprijs. In het museum staan moderne vitrines met preparaten opgesteld. Bij elke vitrine staan touchscreens met uitleg van de preparaten, gekoppeld aan informatie uit het onderwijs. De studenten die het museum bezoeken kunnen ook gebruik maken van een aantal door docenten ingesproken audiotours.
Nieuws van het onderwijsfront
In september 2007 is het lumc gestart met de Bachelor-Masterstructuur voor de Geneeskundeopleiding. Voor de Masteropleiding Biomedische Wetenschappen zijn nieuwe eindtermen geformuleerd in de vorm van competenties.
In 2007 besloot het lumc om, met ingang van studiejaar 2008-2009, naast de reguliere toelatingsprocedure ook studenten te gaan selecteren op talent. Voorwaarde om daarvoor in aanmerking te komen is – naast het vwo-diploma met het juiste profiel en vakkenpakket – een diploma van het Pre-University College van de Universiteit Leiden.
Suriname
Het deelnemen aan nationale en internationale netwerken zorgt voor uitbreiding van opleidingsmogelijkheden in het buitenland. Het lumc vergrootte in 2007 de mogelijkheden voor het opdoen van internationale ervaring. Co-assistenten kunnen in Suriname, naast de co-schappen Gynaecologie en Verloskunde, nu ook hun klinische stage volgen voor kno, Oogheelkunde en Dermatologie. In 2008 volgt deze mogelijkheid voor Kindergeneeskunde.
Acht toonaangevende Europese universitaire opleidingsinstituten – behorend bij het Eurolife-netwerk – onderzochten welke Masteronderdelen van de opleiding Biomedische Wetenschappen interessant zijn voor elkaars studenten. Zij zullen deze onderdelen nadrukkelijker dan voorheen aanbieden en zorgen dat er zo min mogelijk organisatorische en financiële drempels zijn.
Competenties ...
Uitbreiding en vernieuwing kenmerkten in 2007 ook de opleidingen tot medische specialist en de specialistische opleidingen. Er kwamen nieuwe cursussen voor disciplineoverstijgende competenties. De specialistische op-leidingen werden competentiegericht en de variatie in onderwijsvormen werd groter.
De start van het Opleidingsfonds – ingesteld door het ministerie van vws voor de financiering van specialistenopleidingen – ging landelijk gepaard met veel kinderziektes. Binnen de Leidse Onderwijs- en Opleidingregio (oor) konden dankzij veel inspanning goede onderlinge afspraken worden gemaakt.
... voor alle specialisten
In de nieuwe omschrijving van de opleiding tot medisch specialist staat, naast de medisch-inhoudelijke competenties, ook een aantal niet-specialismegebonden onderwerpen. Het lumc heeft speciaal daarvoor een onderwijspakket ontwikkeld voor de assistenten in opleiding tot medisch specialist. De zes cursussen voor disciplineoverstijgende competenties zijn opgezet in samenspraak met de oor-partners en gaan over communicatie, professionele attitude, klinische onderwijskunde, evidence based medicine, medische ethiek en management van de gezondheidszorg.
Het project In Vivo (Vaart in Vervolgopleidingen) voorziet in het realiseren van nieuwe opleidingsplannen voor de specialismen Verloskunde, Gynaecologie en Kindergeneeskunde. Ook dat gebeurt samen met de partners in de oor.
Gespecialiseerd paramedisch
Ziekenhuizen in en buiten de regio maakten gebruik van het veelzijdige aanbod van de afdeling Specialistische Opleidingen (SpOp), waaronder de driejarige opleidingen voor operatie-assistent, anesthesiemedewerker en – als enige in Nederland – voor klinisch perfusionist (de bediener van de hart-longmachines bij openhartoperaties).
Het contractonderwijs, ook een onderdeel van de afdeling Specialistische Opleidingen, sluit aan op de actuele ontwikkelingen binnen de zorg. Om de samenwerking in de zorgketen te ondersteunen zijn drie nieuwe cursussen ontwikkeld: voor zorgassistenten, voor voedings- en huisartsassistenten en voor medewerkers van sterilisatiediensten.
Ongesponsord bijscholen
Dankzij de Boerhaave Commissie (bhc) komt de kennis die binnen het lumc aanwezig is beschikbaar voor bij- en nascholing. Het bureau van de bhc verzorgt ongesponsord post-
academisch onderwijs, congressen, symposia en publieksdagen voor de gezondheidszorg en biomedische wetenschappen. In 2007 namen 13.087 mensen deel aan deze activiteiten. Van de mensen die de bij- en nascholing verzorgden, is bijna de helft werkzaam in het lumc.
|
De distant learning-omgeving (via internet) is in 2007 verder ontwikkeld. Het ledental van het Boerhaavenet, het internetplatform van de bhc, stijgt al jaren en dat was ook in 2007 het geval. |
|
Van de mensen die de Boerhaavecursussen geven is bijna de helft werkzaam in het LUMC |
Top Midden in de samenleving
Het LUMC neemt zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid
Patiënten, studenten en medewerkers zijn degenen die het meest direct belang hebben bij een goed functionerend lumc. Maar ook de contacten met maatschappelijke
organisaties en instellingen zorgen ervoor dat het lumc zijn taken uitvoert op een manier waar de samenleving het meest baat bij heeft. De Universiteit Leiden, de gemeente
Leiden, zorgverzekeraars, onderwijs-instellingen, huisartsen en andere verwijzers uit de regio vormen met elkaar het netwerk waarbinnen het lumc zijn werk doet en waaraan het verantwoording aflegt.
Het lumc wil laten zien wat het waard is en vindt het belangrijk dat patiënten de kwaliteit van de zorg kunnen ver-gelijken met die van andere zorgaanbieders. Dat kan alleen als de prestaties overal op een zelfde, wetenschappelijke manier worden gemeten. Het lumc is – samen met andere umc’s en met beroepsverenigingen van specialisten – al enige tijd bezig met het formuleren van dergelijke prestatie-indicatoren.
Nut meten
Ook bij de keuze van onderzoeken wil het lumc rekening houden met de gezondheidsvragen uit de samenleving. Het maatschappelijk nut van onderzoeken wordt tot nu toe meestal gemeten aan het aantal publicaties in wetenschappelijke tijdschriften. Dat zegt echter te weinig over de uiteindelijke toepassing van de verworven kennis. Daarom is het lumc in 2007 in samenwerking met het bedrijf Technopolis en subsidiegever ZonMw begonnen met de ontwikkeling van een nieuwe methode om de maatschappelijke
impact te meten. Dit thema krijgt ook in andere landen veel aandacht, maar Nederland en in het bijzonder het lumc loopt daarbij voorop.
Medewerkers van het lumc gaan bewust om met het milieu en besteedden ook in 2007 veel aandacht aan verantwoord energiegebruik en beperking van afvalstromen. Verschillende sub-afdelingen van het Facilitair Bedrijf en de afdeling Veiligheid, Gezondheid en Milieu van het directoraat hrm werkten daarbij samen.
Sinds 2006 doet het lumc mee in het project ‘De verg(h)ulde Pil’ van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Een van de doelen is het verminderen van de lozing van geneesmiddelen in het afvalwater.
Dieren
Het lumc neemt zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid ook serieus
bij het gebruik van dieren. In het
medisch-wetenschappelijk onderzoek is het gebruik van proefdieren soms onvermijdelijk. Maar binnen het lumc gebeurt dat pas nadat de Dierexperimentencommissie heeft beoordeeld of het noodzakelijk is, of er alternatieven zijn en of verfijning van de experimenten mogelijk is. In 2007 bracht de commissie 184 keer advies uit. De
aandacht voor het dierenwelzijn uit zich ook in de verbetering van de huisvesting van de dieren. In november brachten leden van de Tweede
Kamer een werkbezoek aan het
proefdiercentrum.
|
Medewerkers van het LUMC gaan bewust om met het milieu |
Top Volwassen en integer
Medewerkers maken het bedrijf
Om het hoge ambitieniveau van het lumc te verwezenlijken is het nodig dat iedereen in de organisatie zich voor honderd procent wil en kan inzetten. Voorwaarden zijn goede arbeidsomstandigheden en een organisatiestructuur waarin ieders verantwoordelijkheden duidelijk zijn.
Onvermoede talenten
De viering van het tweede lustrum zorgde voor een feestelijk begin van het jaar 2007. In een musical – speciaal voor deze gelegenheid geschreven door lumc’er professor Fred Falkenburg – liet een vijftigtal medewerkers onvermoede talenten zien. Met cabareteske scènes, energieke meezingers, maar ook gevoelige liedjes brachten zij het reilen en zeilen van het lumc herkenbaar over het voetlicht. Alle voorstellingen zaten vol en het publiek deed in enthousiasme niet onder voor de spelers.
6.586 mensen
Eind 2007 werkten er 6.586 mensen bij het lumc (omgerekend: 5.454 fte’s). Iets meer dan een kwart van hen is boven de vijftig jaar en 21 procent is jonger dan dertig jaar.
De nieuwe positie van de umc’s en de toenemende krapte op de arbeidsmarkt vereisen een voortdurende aanpassing van het personeelsbeleid. In 2007 was het nog goed mogelijk voldoende verpleegkundigen te werven. Onder de meer gespecialiseerde functiegroepen, zoals analisten en operatieassistenten, is echter al vergrijzing aan de gang en dreigt een tekort aan medewerkers.
Een belangrijk uitgangspunt van het personeelsbeleid van het lumc is dat medewerkers zelf verantwoordelijk zijn voor hun persoonlijke ontwikkeling, inzetbaarheid en gezondheid. Managers en leidinggevenden steunen en stimuleren hen daarbij. Naast deze ‘volwassen arbeidsrelatie’ vormt de integriteitcode van het lumc de basis voor de manier waarop medewerkers van het lumc met elkaar omgaan. Daarbij zijn betrouwbaarheid, openheid en betrokkenheid de sleutelwoorden. In 2007 besteedden de bedrijfsopleidingen aandacht aan deze uitgangspunten.
Levensfase
Om een aantrekkelijke werkgever te blijven moet het lumc meer rekening gaan houden met de levensfase waarin medewerkers zich bevinden. Dat was een van de conclusies uit de lumc-najaarsconferentie in 2007. Met uitgebreider en meer gevarieerde (secundaire) arbeidsvoorwaarden kunnen leidinggevenden de medewerkers ‘op maat’ belonen.
Het huidige functiewaarderingssysteem FuwaVaz beschrijft de functies van ongeveer 95 procent van de medewerkers. In de afgelopen periode werd een carrièrelijn uitgezet voor wetenschappers. Er kwam een nieuwe functiereeks voor onderzoeks- en onderwijsmedewerkers en er is een docentkwalificatiesysteem ontwikkeld. In 2007 ging ook een onderzoek van start naar de positie en de loopbaanwensen en -mogelijkheden van de researchanalisten en diagnostisch analisten binnen het lumc.
Enquête
In de laatste maanden van 2006 werd een schriftelijke enquête gehouden naar de tevredenheid van medewerkers. In 2007 zijn de uitkomsten daarvan teruggegeven aan leidinggevenden met de opdracht om, waar nodig, verbeterplannen te maken. Het lumc-brede onderzoek geeft inzicht in een groot aantal aspecten van de werkomstandigheden en arbeidsrelaties. Maar het bleek niet eenvoudig daar op alle terreinen conclusies aan te verbinden.
Uit het tevredenheidonderzoek werd wel duidelijk dat de ‘sociale steun van leidinggevenden’ minder hoog scoort dan wenselijk. Ook in de lumc-najaarsconferentie 2007 stond het thema ‘leiderschap’ op de agenda. Zowel het onderzoek als de conferentie maakten duidelijk dat deskundigheidsbevordering voor leidinggevenden nodig is. Het directoraat hrm startte met dat doel een leergang voor het middenkader. Ook werd een eerste opzet gemaakt voor workshops voor hogere leidinggevenden zoals afdelingshoofden en hoogleraren.
Veel minder ziekteverzuim
Het streven naar meer eigen verantwoordelijkheid van de medewerkers kwam ook tot uiting in een experiment met een andere ziekmeldingsprocedure. Daarbij komt de automatische oproep door de bedrijfsarts te vervallen.
Sinds de introductie van het ‘anders omgaan met verzuim’ (in 2004) is een sterke afname te zien van ziekteverzuim. Ook het aantal langdurig (langer dan een jaar) zieken is de laatste jaren spectaculair gedaald. In 2008 komt de doelstelling van minder dan tien langdurig zieken per duizend medewerkers binnen bereik.
Meldingsbereidheid
In 2007 werden 59 meldingen gedaan van agressie. Het betrof in alle gevallen fysieke of verbale agressie jegens medewerkers. Het merendeel van deze incidenten (35) vond plaats in of bij het Centrum Eerste Hulp.
Het grootste deel van geregistreerde ongevallen en incidenten waar medewerkers bij waren betrokken, betrof prikaccidenten. In 2007 meldden medewerkers 204 keer dat ze zich bij ongeluk geprikt hadden met een naald die voor een patiënt was gebruikt. De forse stijging ten opzichte van voorgaande jaren berust waarschijnlijk niet op een toename van het aantal accidenten, maar op een grotere meldingsbereidheid van medewerkers.
|
Met meer gevarieerde arbeidsvoorwaarden kunnen leidinggevenden medewerkers ‘op maat’ belonen |
Top Digitaal ondersteund
Ook in het LUMC is ICT een cruciale factor
In 2007 gaf het lumc circa 18 miljoen euro uit aan ict (3,3 procent van de totale exploitatie). Het directoraat ict streeft naar het omlaag brengen van de kosten van bestaande ict-voorzieningen, om zo ruimte te creëren voor nieuwe ontwikkelingen. De aandacht zal zich ook in 2008 en 2009 vooral richten op systemen voor de patiëntenzorg.
Sneller en nauwkeuriger
In het lumc zijn al verschillende (afdelingsspecifieke) elektronische patiëntendossiers (epd’s) in gebruik. In 2007 ging een project van start om te zorgen dat binnen twee jaar alle afdelingen over een basis-epd beschikken. Het basis-epd is specialisme-overschrijdend, waardoor een patiënt die meerdere specialisten bezoekt, niet steeds dezelfde vragen hoeft te beantwoorden. Artsen en verpleegkundigen kunnen patiëntgegevens inzien en diagnose- en medicatiegegevens toevoegen. Het epd brengt het lumc een stapje dichter bij ‘papierloos’ werken. De afdelingen Cardiologie en Verloskunde zijn daarmee het verst gevorderd. De invoering van het epd heeft daar geleid tot een aanzienlijke verbetering van de zorgverlening. Het rapporteren aan huisarts en medebehandelaars over diagnose en medicijngebruik gaat sneller en nauwkeuriger. Doordat het EPD automatisch specifieke patiënteninformatie toont – zoals overgevoeligheden – worden vergissingen voorkomen.
De volledige digitalisering van diagnostisch beeldmateriaal is in 2007 afgerond met de ingebruikname van het Picture Archiving and Communication System (PACS).
Zorginformatica in de toekomst
Het lumc werkt samen het UMC Utrecht aan een strategie voor de vervanging van het inmiddels ruim dertig jaar oude Zorginformatiesysteem (ZIS). Uitgangspunt daarbij is de visie op zorgprocessen in de toekomst en de rol die ict daarbij speelt.
Het lumc werkt aan het integreren van de verschillende ict-systemen in de nationale en regionale ict-infrastructuur. De invoering van een landelijke infastructuur ten behoeve van de zorg loopt minder voortvarend dan eerder gedacht. Intussen is er wel behoefte aan ict-ondersteuning van de regionale zorgketen.
Voor het berichtenverkeer met zorginstellingen en zelfstandige zorgverleners maakt het lumc gebruik van Sleutelnet, het elektronische netwerk van verzekeraar, ziekenhuizen, huisartsen, laboratoria en fysiotherapeuten. Sleutelnet zal nog verder uitgebouwd worden.
Kwetsbaar
Toenemende afhankelijkheid van elektronische systemen maakt de organisatie kwetsbaarder voor storingen. Het lumc beschikt over een goede storingsdienst en belangrijke systemen zijn dubbel uitgevoerd. Veiligheid en privacybescherming vragen, naast technische maatregelen, voortdurende alertheid van iedereen die met computers werkt en een hoge mate van integriteit van alle betrokken medewerkers.
|
Het Elektronisch Patiënten Dossier toont automatisch specifieke patiënten-informatie zoals overgevoeligheden |
Top Bescheiden Positief
Waar het geld vandaan komt en hoe het verdeeld wordt
Het lumc heeft geen winstoogmerk en streeft naar een bescheiden positief resultaat. Na het positief resultaat van 6,6 miljoen euro in 2006 werd in 2007 een negatief exploitatieresultaat geboekt: -2,3 miljoen euro op een totale omzet van 546 miljoen euro. Dit lijkt strijdig met de doelstelling. Het verlies vindt echter zijn verklaring in gewijzigde voorschriften voor de financiële verslaglegging. Daardoor moesten immateriële vaste activa in één keer worden afgeschreven.
Kosten en investeringen
De belangrijkste kostencomponent in 2007 waren de personeelslasten. Die stegen met 4 procent en bedroegen 323 miljoen euro. De overige bedrijfslasten zijn meer gestegen, namelijk 8 procent. Dit komt onder meer door hogere patiëntgebonden kosten (duurdere geneesmiddelen, hulpmiddelen en implantaten) en hogere energiekosten door het nieuwe Gebouw 3.
Van het totaal aan investeringen – 51,2 miljoen euro – was 24,1 miljoen euro voor apparatuur. Daarvan ging het grotendeels om vervanging van bestaande apparatuur. Grote nieuwe investeringen waren de ms-nmr voor eiwitanalyses, de 7Tesla mri en het Picture Archiving and Communication System (pacs) voor de digitalisering van patiëntenbeelden.
Vergelijking met andere UMC’s
Het lumc heeft in vergelijking met andere universitair medische centra lage inkomsten uit de patiëntenzorg, de Rijksbijdrage en de universitaire subsidie (het collectieve segment, ook wel de eerste geldstroom genoemd). Het niet-collectieve segment oftewel het geheel van overige geldstromen (het zogenoemde wervend vermogen) is daarentegen naar verhouding groot (11 procent van de totale baten) en is in 2007 flink gestegen, met name door de projectsubsidie voor de 7Tesla mri. Het Eigen Vermogen is licht gedaald maar nog steeds voldoende: 11 procent van het balanstotaal.
DBC’s en doelmatigheid
De invoering van het nieuwe bekostigingsstelsel voor de gezondheidszorg hield de beleidsmakers van het lumc in 2007 vaak bezig. De beoogde bekostiging via de zogenoemde diagnose-behandelcombinaties (dbc’s) per 1 januari 2008 werd uitgesteld. De dbc-systematiek is nog verre van perfect en een vereenvoudigd stelsel is waarschijnlijk niet klaar voor 2009. Invoering ervan schept grote onzekerheid over de toekomstige bekostiging van de umc’s. De Raad van Bestuur van het lumc heeft in 2007 een ombuigingsprogramma gepresenteerd voor doelmatiger werken binnen afdelingen, het ontwerpen van zorgpaden over afdelingen heen en het laten meewegen van economische overwegingen bij de uitbreiding van de medische productie. Dit programma moet een margeverbetering van 25 miljoen euro opleveren in 2010.
Financiële cijfers van het lumc over 2007 zijn te vinden op www.lumc.nl.
|
Het wervend vermogen van het LUMC is relatief groot |
| De acht umc’s in Nederland zijn verenigd in de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (nfu), die als overlegorgaan en belangenvereniging fungeert. |
| Parelsnoer is een nationaal project waarin elk Universitair Medisch Centrum gestandaardiseerde gegevens van patiënten integreert in een Nationale biobank. |
| Het Bioscience Park in Leiden is het belangrijkste Life Science netwerk in Nederland. Het huisvest zo’n vijftig biotechbedrijven en een groot aantal instellingen voor onderzoek en opleiding. Ook zijn er faciliteiten voor beginnende bedrijven. |
| Twintig Europese universiteiten werken samen in de League of European Research Universities (leru). Het doel is fundamenteel onderzoek van hoge kwaliteit. Vier medische clusters uit de leru werken nog intensiever samen: Oxford University, het Zweedse Karolinska, de Universiteit Leuven en het lumc. |
Top Netwerken
Het lumc kan zijn taken niet alleen uitvoeren. Daarom zoekt het overal de samenwerking en sluit het zich op alle terreinen aan bij netwerken of vormt het die netwerken zelf. Regionale netwerken van partners in de zorgketen, maar ook internationaal opererende, wetenschappelijke netwerken. Digitale netwerken voor het koppelen van biodata en netwerken van mensen die elkaar regelmatig ontmoeten.
Het lumc zoekt de buitenwereld op en laat de buitenwereld binnen, ter wille van een betere gezondheidszorg. Netwerken dient om efficiëntie en doelmatigheid te vergroten en om elkaar te inspireren en ideeën uit te wisselen.
De oor (Opleidings- en Onderwijs Regio) is het regionale samenwerkingsverband van ziekenhuizen en onderwijsinstellingen rond een umc. De oor vormt de leeromgeving van toekomstige zorgverleners.
Top
Downloads