17 mei 2002
Nummer 8
Themanummer: In de wolken.Rokershoest is veeg teken, dat beetje hoesten is niet normaal. Leren stoppen, stoppen kun je leren. Verrukkelijk en genezend. Toxicologisch gezien. Zichtbaar ongezond.
Een bron van inspiratie
Voor u ligt een pakje sigaretten. Maakt u het open? Steekt u er één op? Het pakje waarschuwt zelf: afblijven als u langer wilt leven. Niet openmaken als u liever geen kanker krijgt. Maar u, levensgenieter, dagplukker, doet het toch. Wat u zich daarmee op de hals kunt halen, en op de longen, de huid, het hart en op de rest van uw lichaam, staat in dit speciale nummer van Cicero. En ook hoe het komt dat u het zo moeilijk kunt laten, wat ongeboren kinderen ervan krijgen, hoe de giftige plant Tabacum nicotiana Europa veroverd heeft, wat de nieuwe rookwet voorschrijft. En kosten rokers de maatschappij geld of leveren accijnzen en al die vroege sterfgevallen ons juist miljoenen euro’s op? Roken. Het ligt onder vuur, maar het zal nog wel even duren voor de laatste rook is vervlogen.
Top
Dat beetje hoesten is niet normaal
Het zal niemand verbazen dat de longen van alle organen nog het meest te lijden hebben van de invloed van sigarettenrook. Naast de dreiging van longkanker gaat het vooral om COPD, een onomkeerbare aantasting van de longfunctie die leidt tot ernstige invaliditeit en die uiteindelijk dodelijk kan verlopen. Longarts prof. dr. Klaus Rabe en astmadeskundige prof. dr. Peter Sterk pleiten voor een radicale aanpak van nicotineverslaving.
“Vroeger accepteerden we het als normaal als een roker een beetje hoestte en soms wat slijm opgaf. Inmiddels weten we dat dat geen normaal verschijnsel is, maar het eerste stadium van het ziektebeeld COPD”, zegt prof. dr. Klaus Rabe, hoofd van de afdeling Longziekten van het LUMC. COPD (chronic obstructive pulmonary disease) is een veel voorkomend ziektebeeld. En het aantal patiënten neemt helaas nog altijd toe. Men verwacht dat COPD wereldwijd in 2020 op de vijfde plaats staat van doodsoorzaken en verlies van ziektevrije levensjaren. De totale sterfte in Nederland die samenhangt met roken (naast COPD ook kanker en hart- en vaatziekten) wordt geschat op 25 duizend mensen per jaar.
Veel meer vrouwen
COPD is de nieuwe omschrijving van wat vroeger longemfyseem en chronische bronchitis heette. De ziekte die wordt gekenmerkt door toenemende benauwdheid, hoesten en het opgeven van slijm (voor verdere details: zie kader op pagina 6) en wordt veroorzaakt door een wisselwerking tussen roken, andere omgevingsfactoren en erfelijke factoren. Stoppen met roken is de meest effectieve manier om COPD te voorkómen en verdere achteruitgang van de longen bij een COPD-patiënt tegen te gaan. Rabe: “Er is een rechtstreeks verband tussen de aantallen rokers in een samenleving en het aantal patiënten met COPD en longkanker. Omdat sinds de jaren zestig meer vrouwen roken, zien we nu een sterke toename van het aantal vrouwen met deze ziektebeelden. In Californië, waar men strenge antirookwetgeving heeft ingevoerd, is het aantal rokers duidelijk afgenomen en zie je ook een navenante daling van het aantal mensen met COPD en andere ziekten die verband houden met roken. Wie rookt, loopt in elk geval een sterk verhoogd risico op COPD, longkanker en hart- en vaatziekten. Het verband tussen roken en deze ziekten blijkt uit elke studie overduidelijk; het gaat bepaald niet om een paar procenten achter de komma.”
Rokers zijn ook kiezers
Prof. dr. Peter Sterk, die binnen de afdeling Longziekten onderzoek verricht naar astma en COPD, is net als Rabe een voorstander van rigoureuze maatregelen: “Strengere wetgeving helpt. Het verbieden van roken op de werkplek en in openbare ruimten motiveert mensen om te stoppen met roken. Als tabak en sigaretten moeilijker te krijgen zijn, neemt de kans af dat kinderen met tabak gaan experimenteren en verslaafd raken. Nu is het nog zo dat in Nederland 14,5 procent van de twaalfjarige kinderen rookt en dat 44 procent van de vijftienjarigen aan nicotine verslaafd is. Ik vind het een schandaal dat we nog altijd denken dat we er met redelijke afspraken wel uitkomen. De tabaksindustrie is een niets ontziende bedrijfstak die we met alle mogelijke legale middelen moeten bestrijden, totdat een wettelijk verbod op de productie van rookwaren van kracht is geworden. Maar helaas zijn politici vaak bang om echt strenge maatregelen af te kondigen. Eén op de drie kiezers is zelf roker en de lobby van de tabaksindustrie is machtig.”
Volgens Rabe zijn er zelfs mensen die nóg cynischer tegen de problematiek aankijken: “Voor de maatschappij is roken de beste manier om de ziektekostenverzekeringen, de sociale verzekeringen en de pensioenen in stand te houden. De meeste rokers kunnen het grootste deel van hun leven gewoon werken en betalen jaarlijks vrijwillig vele duizenden guldens extra belasting in de vorm van accijns. Vervolgens worden ze zo rond hun 65ste ziek en overlijden dan na een relatief kort ziekbed. De pensioenpremie die zij betaald hebben, maken ze nooit op, ze hebben geen langdurige verzorging nodig: ideaal. Rokers leven immers veel korter dan niet-rokers. Ik denk echt dat er politici zijn die zo denken. Misschien is het wel niet te betalen als iedereen ineens zou stoppen met roken.”
Nederland exportland
De inspanningen om het roken aan banden te leggen worden bemoeilijkt door de effectieve lobby van de tabaksindustrie, zowel op Europees niveau als ook binnen Nederland. “De Nederlandse samenleving heeft op z’n minst een dubbele moraal waar het gaat om roken. Aan de ene kant erkent men dat roken schadelijk is, maar als het economisch voordeel oplevert, lijkt dat ineens minder belangrijk. Dat zie je al in het klein: in heel Leiden is geen restaurant te vinden waarin werkelijk rookvrij kunt eten”, zegt Rabe.
De economische belangen van de sigarettenindustrie zijn niet alleen sterk in de Verenigde Staten, de thuisbasis van de meeste grote tabaksproducenten. Nederland exporteert vier maal zoveel sigaretten als er binnen onze landsgrenzen worden opgerookt. Zoals een vertegenwoordiger van de antirooklobby het formuleerde in het dagblad Trouw: “Nederland exporteert jaarlijks honderdduizend doden”. De redenering is simpel: als het jaarlijkse aantal tabaksdoden in Nederland op 25 duizend geschat kan worden, leidt de export van vier maal onze jaarconsumptie tot honderdduizend dodelijke slachtoffers elders in de wereld.
Het gaat daarbij niet alleen om oud-Hollandse bedrijven als Niemeyer en Douwe Egberts. Tabaksgigant Philip Morris heeft ook in Nederland een grote fabriek staan die eind jaren negentig nog verder is uitgebreid. In een tijdschrift voor investeerders prijst een topman van het bedrijf de productiviteit van de Nederlandse werknemers, die zelfs in de zomervakantie bereid blijken om door te werken. De naam Philip Morris heeft overigens zijn langste tijd gehad. Vanwege de associatie met verloren rechtszaken in de VS overweegt het concern, dat behalve tabak ook allerlei voedingsmiddelen produceert, zijn naam te veranderen in ‘Altria Group’.
Rabe’s geboorteland Duitsland toont al evenmin een schoolvoorbeeld van een gezonde houding ten opzichte van het roken. Onlangs nog blokkeerden onze oosterburen Europese plannen voor strengere (reclame)regels tegen roken. Ook daar tellen industriële belangen blijkbaar zwaarder dan de volksgezondheid.
Verslavingsziekte
Onlangs tekende minister Borst de samenwerkingsovereenkomst ‘Partnership Stop met Roken’ met een groot aantal maatschappelijke organisaties – waaronder diverse medische beroepsverenigingen – en (farmaceutische) bedrijven. Centraal staat daarbij de benadering dat roken beschouwd moet worden als een verslavingsziekte, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat al jaren doet. Sterk: “Jarenlang is over roken gesproken als een ‘vermijdbaar probleem’. Dat blijkt niet te werken. Roken is een verslaving en moet als zodanig worden aangepakt. Het is de meest voorkomende, meest dodelijke verslaving. Het aantal heroïnedoden valt in het niet bij het aantal tabaksdoden. De tabaksindustrie blijkt in klantenwerving veel succesvoller dan de heroïnedealer. Er zijn zelfs berichten dat er met opzet stoffen zijn toegevoegd aan sigaretten en shag die het verslavende effect versterkten. Ik ben heel blij met deze nieuwe samenwerking, maar ik betwijfel of het genoeg is. Ik denk dat tabaksbedrijven zich nog maar weinig zorgen maken.” De gezamenlijke inspanning van het ‘Partnership Stop met Roken’ is erop gericht, het aantal nicotineverslaafden zo snel mogelijk terug te brengen. Men streeft naar een vermindering met 5 procentpunt (van 33 procent tot 28 procent van de Nederlandse bevolking) in 2004. Men wil dit bereiken door artsen en andere hulpverleners te motiveren, meer aandacht te besteden aan roken. Ook moeten rokers zich bewust worden van het feit dat zij verslaafd zijn en dat zij, al dan niet met hulp, hun verslaving moeten aanpakken.
Rabe: “In de jaren tachtig was de slogan nog: een rookvrij 2000. Maar inmiddels hebben we geleerd dat het niet zo gemakkelijk is om rokers te laten stoppen. Veel rokers die gestopt zijn vallen weer terug in hun oude gewoonte. We moeten ons richten op die verslaving, zowel in het onderzoek als in onze benadering van rokers.”
Kinderen beschermen
Wanneer men roken als een gevaarlijke verslaving beschouwt, is het natuurlijk van nog groter belang om te zorgen dat jonge mensen en kinderen niet beginnen met roken. Gemakkelijk zal dit niet zijn. Net als bij andere verslavende drugs is voorlichting slechts beperkt effectief. Ook een verbod op de verkoop aan jongeren kan weliswaar het aantal jongeren dat gaat roken wat verminderen, maar is geen garantie dat jongeren niet met tabak in aanraking komen. Sterk: “We moeten in elk geval alles proberen. Een verbod werkt misschien zwarte handel in de hand, maar toch maakt het uit hoe gemakkelijk het is om sigaretten te krijgen. Nu rookt bijna de helft van alle jongeren. Dat is heel wat meer dan het aantal jongeren dat andere drugs gebruikt. En van elke tiener die gaat en blijft roken zal 50 procent voortijdig overlijden ten gevolge van tabaksgebruik! Je wordt toch even stil als je dat op je laat inwerken.”
Het feit dat zoveel kinderen op de middelbare schoolleeftijd al beginnen met roken heeft volgens de longdeskundigen desastreuze gevolgen voor de volksgezondheid in de toekomst. Rabe: “De kans op schade aan de longen en de rest van het lichaam hangt rechtstreeks samen met het aantal jaren dat iemand rookt en met de hoeveelheid sigaretten. Jongeren hebben in deze tijd veel geld te besteden en kunnen dus vanaf jonge leeftijd ongelimiteerd roken. Dat betekent dat zij eerder ziek kunnen worden en dat de kans nog groter wordt dat zij in de loop van hun leven een aan roken gerelateerde ziekte krijgen.” Hoewel reclame en de invloed van leeftijdgenoten belangrijke factoren zijn die bepalen of een kind gaat roken, blijft het voorbeeld van ouders en familieleden vaak van doorslaggevend belang als het gaat om de vraag of een kind wel of niet kiest voor nicotine. Sterk: “Ouders die roken hebben een driedubbele verplichting om te stoppen. Ten eerste om hun eigen leven niet te bekorten, ten tweede omdat meeroken schadelijk is voor kinderen en ten derde omdat zij een slecht voorbeeld geven.”
(door Pieter van Megchelen)
| Vrouw (38): “Nog nooit. Mijn vader was een kettingroker en mede daarom heb ik absoluut nooit de behoefte gehad om een sigaret op te steken. Het is ongezond en het stinkt. Stap ik uit de trein met haar dat nog nat is van het wassen, staat daar zo iemand die nog snel een trek neemt voordat hij instapt. Een paar minuten later stinkt mijn haar er nog naar, bah! Vrienden mogen bij ons in huis niet roken, ook omdat ik mijn kinderen er niet aan wil blootstellen. Dat namen ze me in het begin niet in dank af. Sommigen wilden zelfs alleen nog in cafés en restaurants afspreken. Maar de laatste jaren is er duidelijk meer begrip voor. Gaan ze gewoon gezellig met z’n allen buiten staan.” |
| Man (53): “Ik rook van m’n zestiende af. Ik wil er voortdurend mee ophouden maar ik doe eigenlijk nooit pogingen. Wel ben ik minder gaan roken. Op m’n werk doe ik het helemaal niet meer. Ik rook nu zeven à acht shagjes per dag, maar in het weekend meer. Alcohol en nicotine gaan nu eenmaal goed samen. Roken is lekker als je achter de computer zit en een stuk moet schrijven. Het werkt bewustzijnsverhogend, het verbetert je concentratie. Ik weet dat de kans op longaandoeningen groot is en dat ik een jaar of vijf, zes korter leef als ik blijf roken. Af en toe sta ik daarbij stil en dan vind ik dat ik er iets aan moet doen. Maar ja, een mens laat zich toch vooral leiden door kortetermijn impulsen.” |
Top Wereldwijde strijd tegen COPD
Als er niets verandert, komt er wereldwijd een enorme epidemie van COPD. Dat blijkt uit cijfers van een nieuw mondiaal initiatief tegen COPD, dat luistert naar de inspirerende naam GOLD (Global initiative for chronic Obstructive Lung Disease). Het initiatief is voortgekomen uit de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Amerikaanse instituut voor hart, longen en bloed NHLBI. De Leidse hoogleraar Longziekten prof. dr. Klaus Rabe is een van de initiatiefnemers. “De primaire taak van GOLD is zoveel mogelijk belangstelling voor dit onderwerp te wekken bij het publiek en bij beleidsmakers”, zegt hij. “In de Verenigde Staten werkt dat al fantastisch, daar weten ze goed hoe je zo’n publiciteitsmachine op gang brengt. Een tweede belangrijke taak is het ontwikkelen van richtlijnen voor preventie, diagnostiek en behandeling op grond van gedegen wetenschappelijk onderzoek.”
Uit het rapport van GOLD wordt duidelijk hoe deze ziekte verloopt. In het allereerste stadium is de longfunctie nog normaal en heeft de patiënt vooral last van hoesten en slijmproductie. De longen vertonen kenmerken van een ontstekingsreactie, al is nog niet helemaal duidelijk hoe deze ontstaat en wat deze ontsteking in stand houdt.
In de drie stadia die daarop volgen wordt ademhaling steeds moeilijker. De patiënt krijgt het benauwd, eerst tijdens inspanning en later ook in rust. In het laatste stadium ontstaan hartklachten doordat het hart moeite heeft het bloed door de aangetaste longen te pompen. De benauwdheid wordt zo ernstig dat toediening van zuurstof nodig wordt. De kwaliteit van leven is dan ernstig aangetast.
Rabe: “Het ziektebeeld wordt wel vergeleken met astma, omdat het ook gepaard gaat met benauwdheid, hoesten en slijmproductie. Maar het gaat om een totaal ander ziektepatroon dat veel vaker dodelijk verloopt. Ook de behandeling is anders. Volgens internationaal onderzoek heeft langdurige toediening van bijnierschorshormoonpreparaten via een inhalator meestal geen zin.”
Als men bij GOLD de formulering van de oorzaken leest, valt op dat deze zeer algemeen geformuleerd is. ‘Blootstelling aan ingeademde schadelijke deeltjes en gassen’ lijkt wel een heel omslachtige manier om te zeggen dat tabak de boosdoener is. Toch blijkt uit de rest van het rapport dat stoppen met roken als belangrijkste preventieve maatregel wordt gezien. Rabe legt uit: “In sommige derdewereldlanden komt COPD ook veel voor bij vrouwen die geen tabak roken. Het blijkt dat de ziekte ook kan ontstaan als er binnenshuis vuur gestookt wordt en er onvoldoende rookafvoer is. Maar in Westerse landen gaat het inderdaad bijna altijd om tabaksrook.”
(door Pieter van Megchelen)
Top
Tabakswet beschermt en ontmoedigt
De Eerste Kamer heeft op 16 april 2002 de vernieuwde Tabakswet aangenomen. De wet is bedoeld om het roken verder te ontmoedigen en niet-rokers beter te beschermen.
Over een half jaar gaat de wet in. Werknemers krijgen het recht op een rookvrije werkplek – behalve in de horeca, waar dit in de praktijk een rookverbod voor alle gasten zou betekenen. In alle door de overheid gesponsorde instellingen voor kunst en cultuur wordt roken zal roken taboe zijn. Tabaksreclame en -sponsoring worden zo goed als verboden, het aantal verkooppunten van tabak wordt sterk verminderd en aan jongeren beneden de 16 jaar mag rookwaar niet meer worden verkocht. Sigarettenpakjes worden voorzien van nieuwe, grotere waarschuwingen. Los van de wet wordt de voorlichting tegen roken geïntensiveerd: het budget van antirookorganisatie Defacto wordt verdubbeld naar vijftien miljoen euro. Op eigen initiatief heeft de NS bovendien laten weten dat het vanaf 1 januari 2003 afgelopen is met het roken in treinen en op stations. De minister is daar blij mee, want ze had gerekend op stevige onderhandelingen met de spoorwegen.
(door Elmar Veerman)
| Vrouw (68): “Vanaf m’n vijfentwintigste. Hoeveel vind ik moeilijk te achterhalen, ik denk iets van twee pakjes per week. Tegenwoordig is het een pakje shag in de week. Ik rook dus al meer dan veertig jaar. Ik ben er kortademig van geworden, loop ook niet zo hard meer. En je hoort het, hoesten doe ik ook veel. Naar het LUMC ben ik niet als patiënt gekomen, maar om mee te doen aan een onderzoek. Over longen, ik weet het niet precies, maar ze zochten mensen die lang gerookt hebben. Ja, waarom zou ik niet meedoen? Stoppen met roken? Ik zou het wel willen, maar ik weet niet of het gaat hoor, daar moet je toch wel een heel sterke wil voor hebben… Mijn broer is het gelukt. Hij was er een jaar lang beroerd van. Zelf ben ik nooit verder dan anderhalve dag gekomen. Roken geeft toch een soort rust.” |
Top Een hond of vijftig kinderen
Stoppen met roken is gezond en het spaart ook nog eens veel geld uit. Als u tot vandaag een pakje per dag rookte en nu stopt, levert dat bestedingsruimte op waar u een hoop leuke dingen mee kunt doen, voor uzelf of voor een ander. U kunt bijvoorbeeld:
- Onbeperkt internetten via de kabel, met iedere dag een zak chips. Nee, maak daar maar een appel en een banaan van; we gaan de nieuw verworven gezondheidswinst niet meteen weer verspelen
- Uw auto ieder jaar in een nieuwe kleur laten spuiten, of het geld opsparen en na vijftien jaar een nieuwe auto kopen
- Jaarlijks honderd dikke thrillers aanschaffen in de boekhandel op de hoek. Wat moet u anders met die anderhalf uur die u iedere dag overhoudt?
- Een middelgrote hond onderhouden, of drie katten, of een hele kudde cavia’s
- Het geld opzij zetten voor later. In die extra jaren dat u gezond in leven blijft moet u tenslotte ook iets uit te geven hebben
- Ieder jaar 22 leprapatiënten laten opsporen en genezen
- Er vier pleegkinderen op na houden via het Foster Parents Plan en ze bovendien allemaal een extraatje sturen met kerst
- Twee dagen per jaar een interimdirecteur inhuren om uw huishouden te besturen
- Iedere maand vier staaroperaties laten doen in Ethiopië
- Vijftig weeskinderen in Kenia permanent voorzien van schoon drinkwater
- Het geld benutten om uw andere verslaving een kwaliteitsimpuls te geven. Iedere week een goede fles wijn moet haalbaar zijn
(door Elmar Veerman)
Top Het kind rookt mee
Ze zijn lichter en hebben kans op allerlei afwijkingen waar ze de rest van hun leven last van blijven houden. Baby’s van rokende moeders zijn zorgenkindjes, zeggen neonatoog dr. Frans Walther en gynaecoloog dr. Sicco Scherjon. Toch blijft naar schatting 30 procent van de zwangere vrouwen regelmatig een sigaret opsteken.
Op de afdelingen Verloskunde en Neonatologie weten ze er alles van. Roken tijdens de zwangerschap levert baby’s op met een te laag geboortegewicht en geringe lengte, die soms intensieve zorg nodig hebben. “Te licht, daar bedoelen we mee: minder dan 2500 gram voor een kind dat op tijd geboren is”, verduidelijkt neonatoloog dr. Frans Walther. “Je bekijkt voor elk geval wat de oorzaak daarvan is. Er kan iets mis zijn met de moeder, het kind en de placenta. Soms moet je constateren dat het roken van de moeder de enige oorzaak is. Ook een kleinere placenta valt vaak daartoe te herleiden.” Dr. Sicco Scherjon, gynaecoloog bij de afdeling Verloskunde, vult aan: “Je kunt het meestal goed zien aan de placenta. Die is kleiner dan normaal en er zitten infarcten in. Daardoor functioneert de placenta als geheel niet goed.”
Klompvoetjes
Het geboortegewicht van kinderen van rokende moeders is gemiddeld 400 gram lager. Scherjon: “Opmerkelijk is, dat ook meeroken gevolgen heeft. Als de vader rookt of er wordt gerookt in de werkomgeving van de moeder terwijl zij zelf niet rookt, scheelt dat gemiddeld 200 gram, soms zelfs aanzienlijk meer. Verder wordt het kind minder lang.” Scherjon noemt daarbij een aantal aangeboren afwijkingen waarbij roken als risicofactor geldt: klompvoetjes, lip- en gehemeltespleten, nierafwijkingen en ook hartafwijkingen. Hij voegt eraan toe dat de kans op een miskraam ook vergroot is door roken.
Walther: “Er zijn aanwijzingen dat de hersenen zich minder goed ontwikkelen bij zulke kinderen. Op latere leeftijd ontwikkelen ze vaker gedrags- en leerproblemen. Verder zijn ze kwetsbaarder voor luchtweginfecties en ontwikkelen ze vaker astma.” Daarbij speelt misschien ook een rol dat ouders na de geboorte door blijven roken? Walther: “Jazeker. En dat geldt ook voor het iets verhoogde risico van wiegendood. De luchtwegen van baby’s zijn al nauwer dan van volwassenen, dus de extra prikkels van tabaksrook komen bij hen harder aan.”
Rode bloedlichaampjes
Scherjon legt uit hoe de schade ontstaat. “Een kind in de baarmoeder krijgt zuurstof aangevoerd via de placenta. Het hemoglobine in de rode bloedlichaampjes bindt de zuurstof. Als de moeder rookt, komt er koolmonoxide vrij, dat zich sterk hecht aan het hemoglobine. De capaciteit voor het vervoer van zuurstof neemt dan dus af. Er is vastgesteld dat de hartslag van het kind omhoog gaat op het moment dat de moeder rookt. Maar er gebeurt waarschijnlijk nog meer, want er zitten allerlei stoffen in tabak waarvan we de werking niet precies kennen. Cadmium bijvoorbeeld. Dat kan allemaal invloed hebben op het functioneren van de placenta en op de groei en ontwikkeling van de baby.” De gynaecoloog moet de moeder van een kind met groeivertraging vaker controleren, soms wel drie keer per week, om te zien of de conditie van het kind geen gevaar loopt. Soms is opname noodzakelijk.
Redenen genoeg om met roken te stoppen als je zwanger wilt worden of het al bent. Maar dat blijkt in de praktijk niet mee te vallen. Ongeveer 30 procent van de zwangeren rookt, weet Scherjon. “Het is erg moeilijk om overtuigend over te brengen waarom stoppen belangrijk is. Het kind van de rokende buurvrouw was ook gezond. Een lichter kind, wat zou dat? Dat is wel zo gemakkelijk bij de bevalling. Dat een lager geboortegewicht kan wijzen op andere afwijkingen, en soms op een gestoorde ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel, is een veel te ingewikkeld verhaal.”
Hoe moet het dan wel? Er loopt, vertelt Scherjon, een proefproject van Defacto (voorheen Stivoro) in Maastricht. Aanstaande moeders en hun partners worden daar structureel benaderd tijdens het spreekuur. Voorlichtingsmateriaal waaronder een videofilm wijst ze op de gevaren van roken. De ervaringen zijn positief. Na de bevalling nemen deze moeders hun oude gewoonte ook minder snel weer op.
Opvoeder spelen
Zou het niet zo kunnen zijn dat een rokende aanstaande moeder tijdens de zwangerschap ook minder goed eet? En later een zorgelozer moeder wordt? Zou dat niet veel van de hiervoor beschreven verschijnselen kunnen verklaren? Zowel Scherjon als Walther bevestigen dat het lastig is om roken als de bepalende factor aan te wijzen. “Roken is een vlaggetje op een risicogroep. Veel is multifactorieel in de verloskunde”, zegt Scherjon. “Maar de onderzoekers zijn zich dit steeds bewust geweest”, meent Walther. “Ook na correctie voor sociaal-economische klasse blijkt er een sterk verband te zijn tussen roken tijdens de zwangerschap en latere leer- en ontwikkelingsstoornissen.”
Niet iedereen is even geschikt om met rokende zwangeren om te gaan. “Je ontkomt er niet aan om af en toe voor opvoeder te spelen”, zegt Walther. “Ook vaders krijgen soms een veeg uit de pan. Alleen al om hun vrouw te ondersteunen zouden zij het ook wat kalmer aan kunnen doen. Er is ook wel eens een assistent echt kwaad geworden.” Scherjon: “Ik heb zelf nooit gerookt, ik heb er ook helemaal geen affiniteit mee. Daardoor schiet ik soms tekort. Ik redeneer te strak: het is verkeerd en het is vermijdbaar. En als je dat één keer aan iemand uitlegt, moet het genoeg zijn. Maar zo werkt het niet. Ik ben er wel van overtuigd dat je moet streven naar haalbare doelstellingen, zoals: probeer het aantal sigaretten onder de vijf te krijgen. En daarbij kan educatief materiaal goed helpen.”
Nerveuze vaders
Intussen kan de rookruimte op de afdeling Verloskunde niet op ieders steun rekenen. “Een ziekenhuis heeft toch een voorbeeldfunctie”, vindt Scherjon. Mededogen met nerveuze vaders of grootouders heeft hij niet. “Dan gaan ze maar naar buiten. In de Verenigde Staten is dat al heel normaal, daar kan iedereen er goed mee leven. Je kunt er uit eten gaan, zonder met een rookgeur aan al je kleren weer thuis te komen.” Naar die toestand moeten we in Europa ook streven, vindt hij.
Maar we zijn al op weg. Wie bij de hoofdingang van het LUMC een observatiepost betrekt, ziet dat duidelijk. De moeder die bij het verlaten van de parkeergarage een sigaret opsteekt bijvoorbeeld. Ze moet flink doorroken want het is maar een klein eindje naar de ingang. En daar moet de sigaret weer uit. Zo heeft niemand er last van. Of toch wel? Ze blaast de rook rechtstreeks de buggy in: de baby van een paar weken oud zegt toch niets terug.
(door Mieke van Baarsel)
| Vrouw (44): “We hadden altijd een slof in huis en toen ik er een keer op ging letten bleek ik meer dan een pakje per dag te roken. Ik heb toen besloten om te minderen: elke week drie sigaretten per dag eraf. Dat ging heel goed tot ik op acht stuks per dag zat: eentje na het ontbijt, eentje bij de koffie, eentje na het middageten enzovoorts. Soms als het heel laat werd leende ik er alvast een van de volgende dag. Toen ik weer zwanger wilde worden, nam ik me voor om er in een vakantie helemaal mee op te houden. Dat heb ik gedaan en sindsdien heb ik nooit meer gerookt. In twee fasen stoppen is me dus goed bevallen. Toch herinner ik me van de begintijd dat ik erg onrustig was. Zodra ik klaar was met eten, ging ik maar gauw weer wat doen, iets met m’n handen.” |
Top Psychiatrie worstelt met de tabakswet
Psychiatrische patiënten roken meer dan de gemiddelde bevolking. Voor de RijngeestGroep is het mede om die reden niet eenvoudig om aan de tabakswet te voldoen. En de nieuwste versie zal het er niet gemakkelijker op maken.
“Tot voor kort gold bij ons dat je overal mocht roken, behalve op specifieke plaatsen. Dat zijn we nu aan het omdraaien”, zegt Jos Vandenbussche-Pot. Ze is senior adviseur voor het deel van de RijngeestGroep dat kortdurende zorg verleent. ‘Kort’ betekent daarbij behandelingen tot ongeveer twee jaar. Dat kan ambulant, in dagbehandeling of tijdens een opname zijn. Op de klinische afdelingen zijn patiënten vaak meerdere maanden achter elkaar opgenomen, soms zelfs in een gesloten setting. “De tabakswet stelt duidelijke eisen, maar daaraan voldoen is voor ons lastig, soms bijna onmogelijk. Het lukt niet overal.”
Veel hangt af van de locatie. Het nieuwe gebouw RijnVeste, vlakbij het LUMC, is bijvoorbeeld helemaal rookvrij. Voor vergaderruimten en therapielokalen elders geldt hetzelfde. Verder is het echter een lastig verhaal, stelt Vandenbussche. “Aparte rookruimtes inrichten stuit vaak op kostbare bouwkundige problemen en roken helemaal verbieden is ook lang niet altijd een optie. Nu hangen er op veel plaatsen afzuiginstallaties en is een deel van een vertrek ‘rookvrij’. Nog niet overal, want daar hebben we het geld niet voor. En dan heb je nog het handhavingsprobleem, dat geldt bijvoorbeeld voor de centrale hal hier in de Jelgersmakliniek. Je mag er niet roken, maar het gebeurt wel en niet iedereen voelt zich geroepen om daartegen op te treden. Een deel van het personeel rookt natuurlijk zelf.”
“Vooral op de open en gesloten afdelingen wordt stevig gerookt”, zegt teamleider Tineke Schutte. “We bieden weleens cursussen aan om te stoppen, en er zijn folders over, maar daar is nauwelijks belangstelling voor.” Vandenbussche: “Patiënten voelen zich blij als ze kunnen roken, het is een soort zelfmedicatie om rustig te blijven. Als iemand een tijdje in een isoleercel heeft doorgebracht is een sigaret opsteken dan ook het eerste wat hij doet. Nee, voorlopig zie ik niet hoe we de wet stipt kunnen uitvoeren op plekken waar psychiatrische patiënten verblijven en wonen.” Zowel Schutte als Vandenbussche zeggen niet precies te weten wat de nieuwe tabakswet voorschrijft. Rookvrije werkplekken? Schutte: “Alle werkkamers zijn al verplicht rookvrij, maar als je met patiënten werkt is het onvermijdelijk dat je af en toe met rookwolken in aanraking komt.”
(door Elmar Veerman)
Top
Hoeveel jaar het scheelt
Niet-rokers leven gemiddeld langer, dat weet iedereen zo langzamerhand wel. Maar hoeveel langer? Pas de laatste tien jaar is dat echt inzichtelijk geworden. Rokende Britse artsen leverden solide cijfermateriaal en een recente Deense studie komt op ongeveer dezelfde getallen uit.
Het effect van roken op de levensduur is eerder flink onderschat, concludeerden onderzoekers in het British Medical Journal van oktober 1994. Zij volgen een groep van aanvankelijk bijna 35 duizend Britse mannelijke artsen al sinds 1951. Na twintig jaar leken de gevolgen van roken nog mee te vallen, maar na veertig jaar bleek dat niet terecht: rokers leven gemiddeld 7,5 jaar korter. In de studie leefde op zeventigjarige leeftijd nog 80 procent van de niet-rokers, terwijl dat bij de rokers nog maar 59 procent was. En er was een sterke dosis-effect relatie: van de zware rokers haalde slechts de helft de zeventig.
Een groep Denen publiceerde vorig jaar een artikel dat deze conclusies ondersteunt in het tijdschrift Tobacco Control. Zij berekenden welke invloed roken op de levensduur van alle Denen heeft. Een jongeman van twintig die nooit zal roken, mag volgens hen verwachten nog 56,7 jaar te leven, waarvan bijna 49 jaar in goede gezondheid. Voor zijn stevig rokende leeftijdgenoot zal de teller stoppen bij gemiddeld 49,5 jaar, terwijl hij dan al dertien jaar niet meer in goede gezondheid verkeert. Met andere woorden: op het moment dat de niet-roker zichzelf voor het eerst niet meer als ‘gezond’ omschrijft, is de roker bezig zijn laatste adem uit te blazen.
Bij de Deense vrouwen ligt het al niet veel anders. Een twintigjarige vrouw die nooit rookt, wordt gemiddeld 80,9 jaar oud en blijft gezond tot voorbij haar 66ste verjaardag. Gaat ze een pakje per dag roken, dan haalt ze haar 74ste net niet, terwijl ze zich al sinds ze 54 werd niet meer gezond heeft gevoeld.
En hoe zit het in de Leidse 85-plus studie? Zitten er nog veel rokers in de groep ouderen? Onder de vrouwen niet, blijkt uit cijfers die onderzoeker Ton de Craen laat zien. Van de 388 deelnemende dames roken er 36, 75 anderen hebben ooit gerookt, en 277 dus nooit. Bij mannen ligt het anders, daar is nooit gerookt hebben zeldzaam: 28 op 200. De meerderheid heeft wel ooit gerookt – er waren tijden dat een man die niet rookte vreemd werd aangekeken – maar is nu gestopt. Toch nog ruim een kwart van de mannelijke 85-plussers rookt nu. Overigens blijkt uit alle studies dat het nooit te laat is om te stoppen. Stoppen voor het 35ste levensjaar brengt de levensverwachting zelfs terug naar normale waarden. Laat uw rokende pubers het maar niet horen.
(door Elmar Veerman)
Top
Stoppen kun je leren
Een sigaret doet niets goeds met het lichaam, maar de roker denkt dat wel. Help hem van dat idee af en hij is hard op weg zijn verslaving achter zich te laten, meent dr. Arie Dijkstra. Hij onderzoekt welke psychologische tactieken mensen met succes toepassen als ze breken met tabak.
Stoppen met roken. Daar houdt gezondheidswetenschapper dr. Arie Dijkstra zich ongeveer zestig procent van zijn werktijd bij de Leidse Faculteit Sociale Wetenschappen mee bezig. Zelf heeft hij er geen moeite mee gehad: “Ik rookte ooit wel een pakje per dag, maar het roken is bij mij min of meer vanzelf doodgebloed.” Veel andere mensen lukt het echter niet om blijvend onafhankelijk van sigaretten te worden. Waarom niet, en hoe komt het dat de één slaagt en de ander faalt in zijn stoppoging? Dat is een prima thema voor psychologisch onderzoek. Dijkstra: “Roken is een dankbaar onderwerp. Omdat het zoveel wordt gedaan, omdat het zo dodelijk is en dus maatschappelijk relevant – wat ook weer gevolgen heeft voor onderzoekssubsidies – én omdat het zulk eenduidig gedrag is. Het is niet moeilijk vast te stellen of iemand rookt, en hoeveel. Een complicerende factor is het feit dat het niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk verslavend is. Het is dus niet alleen psychologie wat de klok slaat.”
Allen Carr
Het kernaspect van de verslaving is de gedachte dat roken iets goeds voor je doet, zegt de psycholoog. “Iedere roker kan daarover meepraten. ‘Het is gezellig’, ‘ik kan me beter concentreren na een sigaret’, ‘het maakt me rustig als ik geschrokken ben’, enzovoort. Maar in werkelijkheid is het andersom. Niet de sigaret maakt je rustig; het gebrek aan nicotine maakt je ónrustig. Nicotine herstelt tijdelijk de toestand die je zou hebben wanneer je niet verslaafd was aan roken.” Daarover is echter niet iedereen het met hem eens, geeft Dijkstra direct aan.
De wereld van de ‘rookpsychologie’ is in tweeën verdeeld. De ene groep meent net als Dijkstra dat rokers zich zonder sigaret relatief slecht voelen en na even inhaleren op normaal niveau komen. Dit heet het model van negatieve bekrachtiging: roken verbetert op zichzelf niets, het bestrijdt slechts ontwenningsverschijnselen. Boegbeeld van deze groep is Allen Carr, schrijver van het meest verkochte stophandboek. De andere groep gaat uit van een positieve bekrachtiging door nicotine. Zij menen dat iemand zich van roken zich tijdelijk beter gaat voelen dan een niet-roker in dezelfde situatie. Zou de waarheid niet in het midden liggen?
Dijkstra: “Nee, voor de verslaafde roker niet, daarvoor zijn de bewijzen wat mij betreft absoluut overtuigend. Op zichzelf is het natuurlijk heel logisch dat iemand die al twintig jaar een pakje per dag rookt denkt dat roken hem helpt. Sterker nog: hij weet het wel zeker. Hij rookte 150 duizend sigaretten en heeft dus al evenzoveel keren gemerkt dat hij zich inderdaad beter ging voelen. Bij zo iemand kun je niet zomaar aankomen met het verhaal dat hij zich alleen maar slechter voelt door het roken. Je moet beginnen met uitleggen waarom hij denkt dat hij zich er beter door voelt.”
Positief aanpakken
Rokers kijken tegen stoppen op. Ze denken dat een leven zonder tabak gelijkstaat aan een leven zonder ontspanning, zonder gezelligheid. Als je dat echt denkt, is je stoppoging gedoemd te mislukken, stelt Dijkstra. “Je moet dus ook met die houding aan de slag. En het blijkt dat je heel goed aan de hand van vragen over gedrag en houding kunt voorspellen of iemand terug zal vallen. Iemand die zijn leven zinvol vindt, goed op gewicht weet te blijven en zijn woede kan inhouden maakt veel minder kans op een terugval dan iemand die dat allemaal niet kan. Wat ik nu wil, is uitzoeken wat de psychische toestand is die maakt dat iemand leert dat hij zonder roken kan. Niet kijken waarom het met sommigen misgaat, zoals meestal wordt gedaan, maar het positief aanpakken: zoeken naar de psychologische tactieken van de geslaagde stoppers.”
Stoppen is namelijk veel meer dan gewoon ophouden met roken, zegt Dijkstra. “Het is een proces van afleren. Afleren allerlei situaties en gevoelens in verband te brengen met roken, afleren te denken dat een sigaret je helpt. En dat wordt vaak verkeerd aangepakt, ook door begeleidende therapeuten. Die vragen uitgebreid na wat voor iemand de positieve effecten van roken zijn en zeggen dan: ‘Dus dat deed veel voor je. Dan gaan we nu op zoek naar alternatieven.’ Ze geven allerlei ‘tips’ voor bijvoorbeeld conflictbeheersing, ontspanningsoefeningen en onderhandelingstactieken. Maar zo versterk je de roker in zijn idee dat niet roken een gemis betekent. ‘Deed die sigaret dát allemaal voor mij?’, denkt hij, ‘maakt het al die oefeningen overbodig?’” Niks alternatieven, het moet heel anders, vindt Dijkstra, “maar men heeft het lef niet om dat te doen.” Ontspanningsoefeningen zijn dus onzin? “Nou, in de eerste drie dagen à drie weken zou het nuttig kunnen zijn, omdat je dan nog lichamelijke ontwenningsverschijnselen hebt. Maar daarna niet meer, nee.”
Vrijdag een feestje
Als je veel ontwenningsverschijnselen verwacht, krijg je die volgens Dijkstra ook. “Wat een begeleider moet doen, is een positieve instelling bewerkstelligen. Als jij net gestopt bent en je hebt komende vrijdag een feestje waarop anderen roken, dan kun je daar natuurlijk de hele tijd gaan lopen denken dat je zo’n vreselijke zin hebt in een sigaret. Maar je kunt ook tegen jezelf zeggen: ‘Zie je wel, het kan ook leuk zijn zonder te roken’. Je moet zelf actief je gedachten sturen, en daarbij kan begeleiding je helpen.”
Als pas gestopte ex-roker kun je moeilijke situaties maar het beste even mijden, raadt de psycholoog aan. Daarna komt de fase dat je ze juist opzoekt, maar wel heel bewust, met een plan. “Stel bij jezelf vast dat de zin in roken niet alleen opkomt, maar ook vanzelf weer verdwijnt. Sommige mensen die ik heb begeleid denken dat die zin maar blijft toenemen, dat ze gek zullen worden. In de praktijk blijkt dat natuurlijk niet zo te zijn. Maar ja, als je dat wel verwacht bereik je dat stadium nooit en leer je dus ook niet dat stoppen heel goed mogelijk is.”
(door Elmar Veerman)
| Man (43): “Al 25 jaar, twaalf tot vijftien per dag. Er zijn momenten waarop een sigaret heerlijk is. Maar het is natuurlijk ook een verslaving geworden. Wel een heel betaalbare verslaving gelukkig, en je bent natuurlijk niet vergelijkbaar met een heroïnejunk. Als het niet ongezond zou zijn, zou iedereen het doen, denk ik. Maar ja, dat is het wel. Dat weet je toch aardig te verdringen als roker, zelfs als je in een ziekenhuis werkt zoals ik. Natuurlijk slaat de schrik je af en toe om het hart als je je realiseert waar je mee bezig bent. De risico’s zijn bekend, je zit jezelf te bedonderen. Stoppen? De laatste tijd wordt die gedachte wel sterker. Je wordt steeds meer… ongewenst, als roker. De vanzelfsprekendheid is er al lang vanaf.” |
Top Een oncoloog ziet veel rokers
Van longkanker weet iedereen het wel, maar van allerlei andere vormen van kanker is het minder bekend: roken verhoogt het risico. Dat geldt al helemaal voor patiënten die bestraald zijn in het gebied rond de longen. Roken vermindert bovendien de effectiviteit van de bestraling. Maar hoe stop je een verslaafde patiënt?
“Heel af en toe hebben we een longkankerpatiënt die nooit gerookt heeft”, zegt oncoloog prof. dr. Ed Noordijk. “Maar dat is toch vrij zeldzaam, want rokers hebben een ruim twintig maal verhoogde kans op longkanker en er zijn veel rokers.” Iets dergelijks geldt voor tumoren in het hoofd- en halsgebied, vertelt prof. dr. Rob Baatenburg de Jong. Hij is gespecialiseerd in deze tumoren. Zonder tabak had hij waarschijnlijk een ander beroep moeten kiezen: “Negen van de tien tumoren in de slijmvliezen van mond, neus, keel en de slokdarm zijn te wijten aan roken. En een andere slechte gewoonte, overmatig alcoholgebruik, speelt ook heel vaak een rol. Uit de cijfers blijkt dat roken en drinken elkaars risico op kanker in het hoofd- en halsgebied aanzienlijk versterken.” Het kan overigens nog erger, voegt hij toe: in een bepaalde streek in India rookt men ‘achterstevoren’, met het brandende gedeelte in de mond. “Daar komen gezwellen in het gehemelte extreem vaak voor.”
Baarmoedermond
Bij alle weefsels die in direct contact staan met de ingeademde rook neemt de kans op kwaadaardigheden dus drastisch toe. Maar dat is nog niet alles, blijkt uit een leerboek in de oncologie. Ook in organen op heel andere plaatsen in het lichaam is die kans bij stevige rokers vergroot. Voor de pancreas is de kans op kanker ruim twee keer zo groot als bij een niet-roker, voor de nieren is het bij mannen driemaal, bij vrouwen anderhalf. Bij rokende vrouwen verdubbelt de kans op baarmoederhalskanker. “Vermoedelijk brengen afbraakproducten van nicotine schade toe aan de baarmoedermond”, aldus gynaecologe dr. Gemma Kenter. “Dergelijke stoffen zijn wel in de baarmoedermond aangetroffen.”
Het is ook weer niet zo dat bij alle vormen van kanker is aangetoond dat roken een rol speelt. “De kans op andere gynaecologische kanker, baarmoeder- of eierstokkanker, wordt voor zover bekend niet verhoogd door roken,” stelt Kenter. En de meeste patiënten die prof. dr. Hans Nortier op zijn afdeling Klinische Oncologie ziet, hebben vormen van kanker waarbij de rol van roken niet of nauwelijks is hardgemaakt: “Voor een dergelijke relatie bij borstkanker heb ik nooit aanwijzingen gezien. Over darmkanker verschijnen de laatste tijd wel studies die wijzen op een ongeveer tweemaal verhoogd risico. Bij slokdarmkanker is dat nog veel sterker. Over het geheel genomen is de invloed van roken op kanker erg groot, het is verantwoordelijk voor ongeveer dertig procent van alle kankerdoden. En dat is in principe natuurlijk volkomen vermijdbaar.”
Bestraling beter
Rokers die bij de afdeling Klinische Oncologie komen voor behandeling van rokengerelateerde kanker – met chemotherapie, bestraling of een combinatie daarvan – krijgen het dringende advies te stoppen met roken, tenzij er echt geen hoop meer is op genezing, zegt Nortier. Om de kans op herhaling kleiner te maken, maar ook omdat de behandeling dan beter aanslaat. Dat geldt in ieder geval voor bestraling. Nortier laat een grafiekje zien, waarin het succes van radiotherapie bij hoofd- halstumoren voor rokers duidelijk lager ligt. Het effect is ook in laboratoriumproeven met muizen aangetoond. “Onder invloed van de bestraling worden zuurstofradicalen gevormd, die het DNA in de tumorcellen beschadigen, waarna die cellen afsterven”, legt zijn collega Noordijk uit. “Daarvoor heb je zuurstof in die cellen nodig, hoe meer hoe beter. Maar bij rokers verloopt het zuurstoftransport in het lichaam minder goed, doordat een deel van de bindingsplaatsen in de rode bloedcellen bezet wordt door koolmonoxide. De zuurstofconcentratie in de tumorcellen is dan ook lager, en dat is de meest waarschijnlijke verklaring voor de verminderde effectiviteit van de bestraling.” Een nog hogere zuurstofconcentratie dan normaal zou de effectiviteit van de bestraling weleens kunnen verhogen, denken Nortier, Noordijk en Baatenburg de Jong. Een onderzoek daarnaar, waarbij patiënten tijdens de bestraling een speciaal gasmengsel inademen, staat op het punt van beginnen.
Dramatisch voorbeeld
De combinatie van roken en bestraling is niet alleen minder effectief, maar ook extra gevaarlijk. Noordijk: “Bestralen doe je om kanker te vernietigen, maar het verhoogt helaas ook de kans op het ontstaan van nieuwe tumoren. Roken tijdens en na de behandelingsperiode verergert dat. Een dramatisch voorbeeld daarvan zie je bij de ziekte van Hodgkin, een vorm van kanker aan het lymfestelsel. We bestralen dan het gebied tussen de longen, een behandeling die een grote kans op genezing biedt. Mensen die daarna blijven roken, verhogen hun kans op longkanker met een factor tien. En die kans was al niet zo klein, dus je kunt je voorstellen dat zo’n patiënt voor iedere sigaret een heel zware tol betaalt.”
Hoe belangrijk het ook is, patiënten overtuigen dat ze nu echt moeten stoppen is niet altijd gemakkelijk. “Ik ben zelf ex-roker, dus ik weet hoe moeilijk het is”, zegt Noordijk. “Zeker als je in een omgeving leeft waar dat er gewoon bijhoort. Als een patiënt gerookt heeft, ruik ik dat direct. Vanmorgen had ik er nog één. Hij werkt in de bouw en al zijn collega’s roken. Ik blijf op stoppen hameren, keer op keer, maar ik zal een patiënt nooit wegsturen.”
Begeleiding
Baatenburg de Jong verwijst patiënten die niet van het roken af kunnen komen tegenwoordig door naar de antirookpoli van het Rijnlandziekenhuis (zie het kader op deze pagina). “Ze begeleiden de mensen daar uitstekend, waardoor een groot deel van de moeilijkste stoppers slaagt. Maar zo’n verwijzing is toch een drempel, ze moeten er zelf heengaan. Vandaar dat we nu studeren op mogelijkheden om verpleegkundigen op onze eigen afdeling dit soort begeleiding te laten verzorgen. In samenwerking trouwens met psychologen en de dienst Maatschappelijk Werk, die zich nu ook al met de begeleiding van onze patiënten bezighouden.”
(door Elmar Veerman)
| Vrouw (44): “Een pakje per twee dagen, iets minder in het weekend. Het hangt er erg vanaf wat ik doe en met wie. Ik begon een jaar of tien geleden, nee wacht, veertien jaar alweer. In de omgeving waar ik toen ging werken werd heel veel gerookt, dat mocht ook in het hele gebouw. Roken hoorde er gewoon bij en dus ging ik het ook doen. Ja, het is een slap verhaal! Het werd al snel een gewoonte, ook buiten het werk. Ik ben wel een keer gestopt, heb het zes weken volgehouden, maar toen kwam er toch weer een stresssituatie… Op mijn werkkamer heeft niemand er last van, dus rook ik daar, maar als dat niet mocht zou ik er waarschijnlijk niet voor naar buiten gaan. Als ik ooit weer stop zal het radicaal en opeens zijn. Ik denk wel dat ik het kan, maar ik zie er op dit moment geen reden voor.” |
| Antirookpoli
Het Rijnlandziekenhuis (locatie Leiderdorp) heeft sinds een jaar een ‘antirookpoli’, een polikliniek waar mensen terecht kunnen voor begeleiding bij het stoppen met roken. Er komen patiënten die onder behandeling zijn bij de afdelingen Cardiologie, Vaatziekten en Longziekten van het ziekenhuis, maar ook mensen die door de huisarts verwezen worden en LUMC-patiënten die behandeld zijn voor kanker in het hoofd/halsgebied. Iedereen is er trouwens welkom, ook mensen die op eigen initiatief komen, zegt research medewerker Miep van Tol. Ruim de helft van de rokers die zich bij de antirookpoli laat behandelen, slaagt in zijn stoppoging. (door Elmar Veerman) |
Top Een extra minpuntje voor mannen
Stoere cowboys en ruige zeelieden suggereren in reclames voor sigaretten en shag een associatie tussen roken en mannelijkheid. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt echter eerder een verband tussen roken en erectiestoornissen. Tabaksrook heeft een ongunstige invloed op de bekleding van de bloedvaten, die een sleutelrol speelt bij het ontstaan van een erectie.
“Het verband tussen roken en erectiestoornissen zou misschien meer benadrukt moeten worden in de voorlichting aan jongeren. Als ik het zeg tegen jonge mannen die roken, zie ik dat ze schrikken. Het is natuurlijk niet het ergste gevolg van roken, maar het spreekt wel tot de verbeelding”, zegt de Leidse uroloog prof. dr. Guus Lycklama à Nijeholt, specialist op het gebied van erectiele disfunctie (stoornissen in de erectie, vaak kortweg samengevat als ‘impotentie’).
Dat langdurig gebruik van tabak het risico op erectieproblemen vergroot, blijkt volgens Lycklama uit de meeste epidemiologische studies naar erectiestoornissen. Ook de drie Nederlandse studies naar het vóórkomen van erectiele disfunctie laten dit verband zien. “Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste risicofactor voor erectiestoornissen, dat blijkt uit alle studies. Roken beschadigt de bloedvaten en is een van de belangrijkste risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Als je er met de gebruikelijke statistische technieken naar kijkt, lijkt het aandeel van roken aan de totale problematiek van erectiestoornissen relatief klein. Maar dat is een vertekend beeld, omdat hart- en vaatziekten, die ook vaak met roken te maken hebben, zo’n zwaarwegende invloed op de getallen hebben.”
In een onderzoek dat in de regio Utrecht werd uitgevoerd, bleek dat erectieproblemen veel voorkomen. Maar liefst 16,8 procent van alle mannen ouder dan achttien jaar leed volgens de criteria van de wereldgezondheidsorganisatie aan een erectiestoornis. Lycklama: “In die studie heeft men aan mannen met een erectiestoornis gevraagd wat volgens hen de belangrijkste oorzaak is. Ongeveer een op de vijf noemde roken als mogelijke oorzaak.” Helaas is niet bekend hoeveel (beginnende) mannelijke rokers zich al bewust zijn van een ongunstig effect van tabaksrook op hun potentie.
Lycklama legt uit dat de visie van de wetenschap op erectiestoornissen in de afgelopen jaren is veranderd. “Vroeger keken we vooral naar de slagaderen die de bloedtoevoer naar de penis verzorgen. Als daar vernauwingen in ontstaan door aderverkalking, kan dat inderdaad tot erectieproblemen leiden. Tegenwoordig is de aandacht meer gericht op het functioneren van de zogeheten endotheelcellen die de bloedvaten bekleden. We weten dat de endotheelcellen in de zwellichamen van de penis een essentiële rol spelen bij de erectie. Het is ook bekend dat roken een ongunstige invloed heeft op de functie van de endotheelcellen overal in het lichaam. Het is dus zonder meer begrijpelijk dat roken bijdraagt aan erectiestoornissen.” Met deze kennis in het achterhoofd kijken we toch anders aan tegen de rokende macho in de reclame. Misschien is het een tip voor de volgende Postbus 51 campagne? (door Pieter van Megchelen)
| Vrouw (27): “Zelden, alleen soms in de kroeg na een paar biertjes. Ik koop weleens een pakje samen met een vriendin. Maar ik mis het helemaal niet als ik uit ben met vrienden die niet roken. En het is ook heel smerig natuurlijk. Vooral het in de rook zitten vind ik vies, dat is veel viezer dan zelf roken. Als het in cafés verboden zou worden zou ik dat niet erg vinden, misschien wel prettig eigenlijk. Mijn vriend rookt helemaal niet, en er wordt niet gezoend als ik gerookt heb. Ik snap dat wel, want je stinkt behoorlijk uit je bek na een sigaret.” |
Top Het Vraagstuk
Moeten rokers onderaan de wachtlijst?
Veel patiënten van de longarts en de thoraxchirurg zijn stevige rokers. De meeste houden er geschrokken mee op als ze door een hartinfarct, arteriële trombose of een ernstige longaandoening getroffen zijn. Maar er zijn ook onverbeterlijke doorrokers. Hoe gaan artsen daarmee om? Moet zo’n patiënt onderaan de wachtlijst voor dotterbehandelingen, bypasses en longoperaties? En transplantaties?
Prof.dr. Robert Dion, thoraxchirurg in het LUMC:
“Het is moeilijk. We hebben de privacy te respecteren. Als je het cynisch bekijkt zou je een stevige roker op de lange wachtlijst moeten zetten. Maar als mens en ook als arts vind ik dat niet acceptabel. Collega’s die wel onderscheid maken begrijp ik trouwens wel, ik veroordeel ze niet. Maar ik zou het zelf niet doen. We opereren ook patiënten die te dik zijn door te veel eten. Het wordt anders als mensen die al een operatie hebben gehad, gewoon doorgaan met roken. Die moeten onderaan de wachtlijst. In Engeland is dat zowat de officiële attitude. Bij transplantatie ligt het helemaal duidelijk: wie weigert te stoppen met roken komt daar niet voor in aanmerking. Donororganen zijn schaars.”
Prof.dr. Heleen Dupuis, ethica:
“Je moet je afvragen of verslaafd zijn niet een ziekte is. En een zieke heeft recht op behandeling. Er zijn mensen die niet de wilskracht opbrengen om te stoppen. Het hangt ook samen met ontwikkelingsniveau: gewoon niet begrijpen wat je jezelf aandoet. Het is moeilijk uit te maken in hoeverre een verslaafde zelf verantwoordelijk is voor z’n gedrag. Ja, misschien zou je zo iemand een afkickprogramma moeten bieden.
Er zit nog een andere kant aan. Een ingrijpende behandeling bij een patiënt van wie je weet dat hij niet zal stoppen met roken, is niet doeltreffend. Dus een bypass of een hartlongtransplantatie zou in zo’n geval zinloos medisch handelen zijn. En daarbij ook nog erg kostbaar. Alleen behandelen als het zin heeft, dat beschouw ik als een werkbaar uitgangspunt.”
Dr. Wim Wientjens, voorzitter van de Cliëntenraad Academische Ziekenhuizen (CRAZ):
“Een arts kan en mag volgens mij geen enkel onderscheid maken tussen mensen met verschillende leefstijlen. Ook niet als een patiënt na een bypass bijvoorbeeld weer begint met roken. Je weet nooit waarom hij dat weer is gaan doen en of hij wel voldoende begeleiding heeft gehad bij het stoppen. Dat vind ik belangrijk: goede voorlichting geven, uitleggen dat roken fataal kan zijn. Verzekeraars zouden daar de voorwaarden voor kunnen scheppen, bijvoorbeeld met behulp van educatie-bijeenkomsten. En als iemand ondanks al die inspanningen weigert zijn gedrag te veranderen, mag de verzekeraar ook een hogere premie vragen. Dat kan een stok achter de deur zijn.”
Ton Wurtz, voorzitter Stichting Rokersbelangen:
“Rokers onderaan de wachtlijst? Dan moet iedereen onderaan: mensen die te veel drinken, te zwaar zijn, onveilig vrijen. Nee, in eerste instantie moet iedereen gelijk behandeld worden. Dat geldt ook voor de toewijzing van organen. Maar als je in het kader van een behandeling te horen krijgt dat je moet stoppen en waarom, en je gaat toch door, dan moet je de consequenties aanvaarden. Ja, dan kan ik me voorstellen dat een ander voorgaat. Maar zulke maatstaven moeten dan ook voor andere mensen met riskante gewoonten gelden.”
Willem van den Oetelaar, voorzitter CAN (Clean Air Now):
“Persoonlijk vind ik het niet rechtvaardig om rokers onderaan te zetten. Het is aan de arts om te beoordelen wie aan de beurt is. Daarbij kan de kans op genezing als argument gehanteerd worden. Het heeft geen zin om iemand met longemfyseem te behandelen als hij stug blijft doorroken. De CAN is wel voor hogere verzekeringspremies voor rokers.”
Dr. L. Willems, longarts in het LUMC:
“Een gevoelig punt. Patiënten hebben hun aandoening bijna altijd aan roken te wijten en het verloop ervan wordt door roken nadelig beïnvloed. Van een longemfyseempatiënt die een operatie krijgt om de longfunctie te verbeteren mag je wel eisen dat hij ophoudt met roken, anders is zo’n operatie helemaal voor niets geweest. Het geldt ook voor longrevalidatie: een behandeling waardoor een patiënt met beperkte longfunctie toch optimaal kan functioneren. Dat houdt in: sport, ontspanningsoefeningen, educatie, een dieetadvies. In Katwijk is een longrevalidatiecentrum, dat ik heb helpen opzetten, en daar moeten rokers eerst een stopprogramma volgen, voor ze aan de revalidatie mogen meedoen.
Zuurstof voorschrijven aan rokers is in veel landen verboden. Je zou het slangetje in je neus in brand kunnen steken als je een sigaret opsteekt. Hier is het niet bij wet verboden. Ik schrijf het aan een roker alleen zonder gewetensbezwaren voor als het gaat om iemand die helemaal aan het eind van zijn leven is.
Wat transplantatie betreft: longtransplantatiecentra over de hele wereld, ook de twee Nederlandse, nemen geen patiënten aan die weigeren te stoppen. Mijns inziens is dat legitiem. Het is een heel zware en kostbare ingreep. Als je daarna weer doorgaat met roken is dat doodzonde. Als je je meldt voor transplantatie, moet je beloven dat je in de wachttijd gaat stoppen. Maar we zetten er natuurlijk geen politieman naast.
Het nieuwste dilemma waar we voor staan is: geef je voedingssupplementen aan mensen met emfyseem die ondergewicht hebben? Ik vind dat je dan ook iets aan het roken moet doen, want dat vermindert de eetlust weer. Maar daarover zijn de meningen verdeeld. (door Mieke van Baarsel)
Top
Hongeronderdrukkend en slijmafdrijvend
Een Engelse kolonist in Virginia, Thomas Heriot, schreef een boek over zijn nieuwe land, waarin hij uitvoerig stilstond bij de geneugten van de tabak die hij daar ontdekt had. Roken was behalve verrukkelijk ook geneeskrachtig. Je raakte overtollig slijm kwijt en alle poriën en doorgangen in het lichaam gingen open. Heriot was ook de eerste Europeaan die kanker kreeg als gevolg van roken.
Het roken van tabak is van oorsprong een Amerikaanse, dat wil zeggen Indiaanse, gewoonte. Columbus kreeg bij z’n eerste bezoek in 1492 een baaltje droge bladeren overhandigd en leden van zijn bemanning zagen Indianen roken. We weten dat rond 1540 tabak zijn intrede had gedaan aan het Portugese hof. In 1570 werd de plant al op kleine schaal verbouwd in België, Spanje, Italië, Zwitserland en Engeland. Een eeuw na Columbus hadden alle landen ter wereld waar Europeanen kwamen, kennisgemaakt met het nieuwe genotmiddel.
Lichaamsvochten
Niet elk ‘medicijn’ dat de Europeanen op hun ontdekkingstochten tegenkwamen, werd enthousiast overgenomen. Waarom had tabak zo’n succes? Daar hebben historici en antropologen al heel wat theorieën over geformuleerd. Een ervan luidt, dat de plant als geneesmiddel werd geïntroduceerd en gemakkelijk een plaats vond in het toenmalig geneeskundig denken. De overheersende geneeskundige theorie was die van Galenus: het menselijk lichaam bevatte vier soorten vocht – bloed, slijm, zwarte gal en gele gal – die alle een verschillende combinatie van warm en koud en nat en droog vormden. Ziekte was een uiting van verstoord evenwicht tussen die lichaamsvochten. Het is mogelijk dat de Indianen aan tabak een evenwichtsherstellende werking toekenden, die de Europeanen plausibel voorkwam omdat ze vertrouwd waren met het systeem van Galenus.
Er is nog een andere verklaring. In de Europese volksgeneeskunst waren bewustzijnsverruimende ervaringen welbekend. Arme mensen kregen die vaak ongewild: in tijden van hongersnood of door het eten van met moederkoren besmet graan. Wijze vrouwen, ‘heksen’, kenden verschillende hallucinogene stoffen, zoals alruin en doornappel. Tabak vond kennelijk een plaatsje temidden van deze inheemse planten. Misschien herkenden de zeelieden de licht hallucinerende ervaring van de eerste trekjes, omdat ze iets dergelijks thuis al eens hadden ervaren. Ongetwijfeld ontdekten ze ook al gauw dat tabak honger kan onderdrukken.
Ambassadeur Nicot
Spoedig nadat de eerste tabaksbladeren de oceaan waren overgestoken, werden ze door plantkundigen aan onderzoek onderworpen. Nicolas Monardes, arts in Sevilla, kweekte zelf tabak in zijn tuin en wijdde een hoofdstuk aan het nieuwe medicijn in zijn overzicht van planten van de Nieuwe Wereld. Tabak kon op drie manieren heilzaam zijn, schreef Monardes. Verwarmde groene bladeren werkten pijnstillend en helend op wonden, gekauwde bladeren onderdrukten honger en dorst en het roken van gedroogde bladeren werkte rustgevend en ontspannend. De roker raakte bovendien overtollig slijm kwijt. Beginnend oedeem kon ermee bestreden worden. Tabak was een panacee, een universeel geneesmiddel, vond ook Jean Nicot. Als Frans ambassadeur in Lissabon stuurde hij rond 1560 zaden en planten naar het Franse hof, met zijn hartelijke aanbeveling. Door toedoen van een landgenoot die vond dat de plant dan maar naar Nicot genoemd moest worden, leeft zijn naam voort in de voornaamste werkzame stof, nicotine.
Nergens sloeg het roken zo aan als in Engeland en Holland. Logisch, vond de Engelse arts James Hart. Tabak was weliswaar niet geschikt voor kinderen omdat die ‘warme hersenen’ hadden, maar oudere mannen met hun ‘koude en vochtige hersenen’ hadden er baat bij. Vooral als ze “in vochtige moerassige en waterige streken woonden, zoals Holland en Lincolnshire”. Roken bleef echter niet beperkt tot de groep oudere mannen. Op vele Hollandse schilderijen uit de 17de eeuw zijn pijprokende vrouwen te zien. Ook in Frankrijk was een vrouw met een pijp niet ongewoon, als je op de beeldende kunst mag afgaan. Maar in het land van herkomst van de tabak was het gebruik het meest algemeen. Een reiziger in de Engelse koloniën in Amerika viel het op dat iedereen rookte, bij het werk en in rusttijd. Ook jongens en meisjes vanaf een jaar of zeven.
Pijp aan de neus
Of Europeanen de pijp of de sigaar prefereerden, hing af van de manier waarop ze met tabak in contact waren gekomen. Lang voor Fidel Castro was in Midden- en Zuid-Amerika de sigaar al de gebruikelijke rookwijze. Tot het eind van de 18de eeuw rookten in Europa alleen de Spanjaarden sigaren. Elders rookte men tabak uitsluitend door een pijp. Niet altijd door de mond overigens. De pijp kon ook aan de neus worden gehouden. Thomas Heriot, een van de eerste Britse kolonisten in Virginia, groot liefhebber en verslaafde, stierf aan kanker in de neus. De Indianen kenden naast roken nog andere consumptievormen: kauwen, snuiven en drinken. En rectale toediening: volgens de Azteken had een klysma met tabak een rustgevende werking op de buik. Ook in Europa werden tot in de 19de eeuw klysma’s met tabaksrook of een tabaksaftreksel toegediend om darmen te bedaren, maar ook om verdrinkingsslachtoffers en epileptici weer bij te brengen.
In het 17de-eeuwse Europa haalden kauwen (pruimen) en snuiven het in populariteit niet bij roken. Omdat de Europeanen het tabaksgebruik over de rest van de wereld verspreidden, werd roken ook in Azië de aangewezen consumptievorm. Al heel spoedig na de introductie van de tabak in dat werelddeel wordt voor het eerst melding gemaakt van de waterpijp. De uitvinder moet vermoedelijk in
Perzië gezocht worden. De waterpijp, een contraptie die niet makkelijk te vervoeren is, kreeg een plaats in de koffiehuiscultuur in het Midden-Oosten. Of de waterpijp er eerder was dan de tabak, bijvoorbeeld om marihuana mee te roken, is niet duidelijk. Vermoedelijk was het andersom en volgde de uitvinding spoedig op de introductie van de tabak. Marihuana was al eerder bekend maar werd doorgaans in eet- of drinkbare vorm geconsumeerd.
Sinaasappelsnuifje
Roken was een allesbehalve verfijnde activiteit. Vooral in onze streken hoorde de kwispedoor, het spuwbakje, bij de uitrusting van de roker. Zo nu en dan, tussen een paar trekjes door, moest de roker zijn overtollig slijm kwijt. In de loop van de achttiende eeuw werd dit steeds meer als een vieze en verwerpelijke gewoonte gezien. Aan de andere kant was snuiven een keurige, zelfs sjieke bezigheid. Temeer daar de snuiftabak gearomatiseerd werd met van alles en nog wat, precies zoals dat later met thee gebeurde. Zo kon je op Parijse bals voortdurend het discrete niezen horen, dat het gevolg was van een jasmijn- of sinaasappelsnuifje uit een mooi bewerkt edelmetalen doosje. Snuiven was een beschaafdere consumptievorm van tabak dan roken en het vermoeden bestaat dat het in Europa in de 18de eeuw en een groot deel van de 19de ook de meest gebruikelijke vorm was.
Dat tabak een geneeskrachtige werking heette te hebben, nam niet weg dat de plant ook tegenstanders had. De steeds toenemende consumptie, die meer met genot dan met genezing te maken had, baarde velen zorgen. Roken verdrong in de loop van de 19de en 20ste eeuw zowel snuiven (in Europa) als kauwen (in Amerika). Dat had alles te maken met de komst van de sigaret. Die verdrong pijp en sigaar, niet plotseling maar geleidelijk, tot het sigarettenverbruik in het midden van de vorige eeuw op z’n hoogtepunt was gekomen.
Rond 1960 rookte in de westerse wereld 60 procent van de totale bevolking. Dat wil zeggen: het overgrote deel van de volwassen mannen en een minderheid van de vrouwen. Sindsdien zijn vrouwen steeds meer gaan roken, maar is het gebruik over de totale bevolking van de westerse landen afgenomen. In 1990 rookte in Nederland nog 42,8 procent van de mannen en 31,5 procent van de vrouwen, in 2000 waren die cijfers respectievelijk 36,2 en 29,3. In derdewereldlanden gaat het verbruik echter nog steeds omhoog. Nu rookt over de hele wereld 28 procent van de vrouwen en 50 procent van de mannen.
Inhaleren
De oudste sigaret was een rolletje fijngehakte tabak, gerold in een bananen-, berken- of maïsblad. In de 17de eeuw namen de Spanjaarden die gewoonte over van Zuid- en Midden-Amerikaanse Indianen en vervingen het blad door fijn papier. Twee eeuwen later was de sigaret over de hele wereld verspreid, in vele variëteiten. Een Amerikaanse sigaret smaakte anders dan een Franse of een Turkse. Midden 19de eeuw kon de consument al kiezen uit vele merken. Van groot belang voor de acceptatie van de sigaret was een nieuwe methode om tabak te drogen: snel en in verwarmde schuren in plaats van langzaam, aan de lucht, zoals gebruikelijk voor pijp en sigaren. Snelgedroogde, ‘flue-cured’ tabak geeft een ander soort rook dan ‘air-cured’ tabak. De nicotine komt meer geleidelijk vrij en inhaleren is makkelijker. Welke gevolgen dat voor de consument en uiteindelijk voor het imago van de sigaret heeft gehad, is bekend.
Bloedzuigers en vlooien
Hoewel al in 1828 nicotine als werkzame en zeer giftige stof uit tabak werd geïsoleerd, speelde die kennis geen rol in het 19de-eeuwse debat over de ongezonde kanten van roken. Tegenstanders wezen enerzijds op de aandoeningen die je ervan kon krijgen, variërend van onvruchtbaarheid tot diarree, en anderzijds op de verslaving aan roken als ziekte op zichzelf. The Lancet en het British Medical Journal stonden vol artikelen over de gevaren van tabak. Men kon echter nog niet de vinger op de zere plek leggen. Een vage, moreel getinte, ongerustheid waar bewijzen bij gezocht werden: meer was het niet. Zo schreef een zekere dokter Pidduck dat in een Londens ziekenhuis bloedzuigers dood neervielen als ze op rokers gezet werden. Ook het feit dat rokers geen last hadden van vlooien, was een slecht teken. In 1908 kwam er in Engeland een wet die de verkoop van tabak aan jeugdigen verbood maar verder had de ongerustheid vooralsnog weinig gevolgen voor de praktijk. Het probleem van de antirookbeweging was dat veel artsen zelf graag rookten. Bovendien hadden uit volksgezondheidsoogpunt andere dingen meer prioriteit. De bestrijding van tuberculose en andere infectieziekten bijvoorbeeld.
Onontkoombare conclusie
Dat roken longkanker veroorzaakt drong relatief laat door tot de medische wetenschap. Longkanker kon altijd pas na de dood vastgesteld worden en het verband met roken was alleen daardoor al niet zo duidelijk als bij keel- en mondkanker. Pas in 1950, toen longkanker 15 procent van de kankersterfte in de Verenigde Staten veroorzaakte, veranderde dat. Epidemiologisch onderzoek toonde aan dat roken een belangrijke factor was bij het ontstaan van longkanker. In dezelfde periode werd het verband gelegd met longemfyseem en hart- en vaatzieken. De conclusie dat roken slecht is voor de volksgezondheid, werd in de jaren zestig onontkoombaar. Politieke organisaties en regeringen moesten een standpunt innemen en tot op de dag van vandaag worstelen ze daarmee. Want burgers mogen dan zichzelf te gronde richten door hun rookgedrag, ze spekken de staatskas wel met accijnzen. In veel landen heeft de staat ook het belang van tabaksboeren en sigarettenfabrikanten in het oog te houden. Die verdedigen zich met hand en tand en eisen voor de burger zelfbeschikkingsrecht op. De strijd is nog niet gestreden.
(Bronnen: Jordan Goodman, Tobacco in history: the cultures of dependence, London/New York 1993; Robert Lacey, Sir Walter Ralegh, London 1975; Roken: de harde feiten 2000, folder Defacto)
(door Mieke van Baarsel)
| Licht met filter
De filtersigaret was het antwoord van de industrie op de publiciteit over het verband tussen roken en bepaalde ziekten. Rond 1954 kwam het, als gevolg van die publiciteit, tot een omslag in de almaar stijgende lijn van de tabaksconsumptie. Helemaal nieuw was het filter niet, maar nu kon het grootschalig in de markt gezet worden als ‘gezond’. Een prettig bijverschijnsel voor de fabrikant, was dat er per sigaret minder tabak in ging. Ook op een andere manier profiteerde de industrie van de ongerustheid van de consument. De grootste kostenpost bij de productie was de tabaksplant zelf. Die kosten konden gedrukt worden als fabrikanten niet alleen de blaadjes maar de hele tabaksplant gebruikten, ook minder nicotinerijke delen als de steel en het stof dat bij het drogen ontstond. De angst dat de consument op een ander, werkzamer merk zou overgaan, had de fabrikanten daar altijd van weerhouden. Nu konden ze lichte sigaretten als gezond aanprijzen én goedkoper werken. Bovendien rookten de echte verslaafden er alleen maar meer van. |
| Man (37): “Ik ben begonnen met een pijp, op m’n zeventiende. Daarna kwamen de sigaren en op m’n twintigste de shag. Later werden dat twee pakjes sigaretten per dag. De eerste keer dat ik probeerde te stoppen verving ik de tabak door pure wiet. Dat leek me een slimme strategie. Maar ja, je wordt er aartslui van. De hele dag op de bank gitaarspelen, dat gaat ook vervelen. De tweede keer ben ik zomaar gestopt. Je voelt je de eerste dagen licht in je hoofd, of je teveel gedronken hebt. Maar dat was niet het ergste. Ik werd verschrikkelijk chagrijnig, ongedurig en ook onzeker. Ik had het gevoel dat mijn persoonlijkheid veranderd was. Je ziet jezelf als een man die rookt en dat houdt dan ineens op. Het was niet alleen een imagokwestie, het ging dieper. Ik ben toen weer begonnen. Tenslotte is het me de derde keer toch gelukt. Ik heb wel veel gecompenseerd met alcohol. En ik was weer erg labiel, ik had zelfs huilbuien. De beloning? Meer lucht, betere conditie. En ik sta veel frisser op, ik heb niet meer uren nodig om een beetje op gang te komen.” |
Top De goedkoopste burger is een dode burger
Rokers kosten de maatschappij veel geld aan extra gezondheidszorg en ziekteverzuim. Anderzijds betogen de rokers dat ze juist geld opleveren door de torenhoge accijnzen. Wat weegt nu zwaarder, financieel gezien?
De kosten winnen het, als je rekent met deze factoren tenminste. Maar één op de twee rokers zal vroegtijdig overlijden, en dat geeft de doorslag: roken levert de maatschappij netto een besparing op. De Netherlands School of Public Health in Utrecht heeft het in 1998 uitgezocht. Extra ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid kosten de staat 900 miljoen euro per jaar. Rokengerelateerde ziektes zorgen voor 1 miljard euro per jaar aan kosten in de gezondheidszorg.
We verdienen echter ook geld aan rokers. De opbrengst van accijns is 1,2 miljard euro per jaar. Nog zwaarder weegt het effect van niet-uitbetaalde pensioenen door vroegtijdig sterven: een jaarlijkse besparing van 1,6 miljard euro. Een snel rekensommetje laat dan zien dat roken 900 miljoen euro per jaar oplevert. En daarbij is nog geen rekening gehouden met de besparing die de vroege dood van rokers in de zorg oplevert.
Stel dat alle rokers van Nederland vandaag voorgoed stoppen met hun schadelijke gewoonte. In eerste instantie zullen de gezondheidskosten dalen. Op de lange termijn levert een rookvrije samenleving echter helemaal geen winst op, berekende dr. Luc Bonneux, epidemioloog aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. “Het is bewezen dat rokers een verdubbeld risico op sterfte hebben op middelbare leeftijd,” zegt hij. “En ze gaan dood aan aandoeningen die relatief weinig kosten. Longkanker is bijvoorbeeld een goedkope ziekte, vanuit de gezondheidszorg bezien.”
“Het idee dat preventie kosten bespaart is een mythe. Mensen zullen langer leven, en de zorgkosten stijgen bijna exponentieel met leeftijd. In Nederland zijn hart- en vaatziekten en kanker verantwoordelijk voor 70 procent van alle sterfgevallen, maar verantwoordelijk voor slechts 17 procent van de totale ziektekosten. Wij hebben uitgerekend dat er meer kosten in de gezondheidszorg kunnen worden bespaard door niet-dodelijke ziektes zoals dementie te voorkomen. Deze ziektes veroorzaken minder dan 2 procent van alle sterfgevallen, maar kosten 35 procent van het geld dat in de zorg omgaat.”
De goedkoopste burger is een dode burger, daar komt het dus op neer. Rokers sterven jong en relatief goedkoop, en dat weegt volgens Bonneux op tegen de kosten van hun kwakkelende gezondheid, als je het puur financieel bekijkt althans. Het Ministerie van VWS hanteert echter de vuistregel dat roken ongeveer net zoveel oplevert als het kost. De Utrechtse epidemioloog heeft daar wel begrip voor: “Er zijn vreselijk veel cijfers in omloop over dit probleem, en ze verschillen allemaal. De uitkomst is afhankelijk van wie het berekent en met welk doel. De kosten en baten van roken, het is een soort doos van Pandora.”
Maar kosten zijn natuurlijk niet het enige dat telt. De overheid zou van Bonneux veel harder mogen optreden tegen rokers. “De gezondheidsschade van roken is gigantisch. En niet alleen van direct roken, maar ook van indirect roken.” Het Europese beleid vindt hij al jarenlang hypocriet. “De tabaksproductie blijft nog steeds aangemoedigd worden door subsidies van de Europese Unie. Het is belachelijk dat men de oogsten van arme cocaboeren in Colombia platspuit, terwijl de Europese teelt van het veel schadelijkere tabak wordt gesubsidieerd met 1 miljard euro per jaar. Er gaat vele malen meer geld naar subsidies voor tabaksboeren dan naar preventie van tabaksgebruik.”
(door Frank Nuijens)
Top
Roken als verzekeringsrisico
Wie op reis riskante sporten wil beoefenen, betaalt meer voor zijn reisverzekering. Roken schaadt de gezondheid. Is het dan ook redelijk om meer premie te vragen bij een ziektekostenverzekering? De meningen zijn verdeeld.
“Mensen die er maar op los leven kosten de gezondheidszorg enorm veel,” zegt Wim Wientjens, voorzitter van de Cliëntenraad Academische Ziekenhuizen. “Die kosten kunnen beperkt blijven als mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun levensstijl, geholpen door betere voorlichting. Als mensen toch blijven roken terwijl ze weten dat het niet goed voor ze is, zou een premiedifferentiatie gerechtvaardigd kunnen zijn.” Wientjens denkt eerder aan een premieverhoging voor rokers dan een korting voor niet-rokers. “Er is zoveel onderbehandeling dat een verlaging van premies absurd zou zijn. Het personeel in de gezondheidszorg heeft trouwens het hoogste percentage rokers van alle beroepsgroepen,” zegt Wientjens. “Daarvan kan best een gedeelte het roken laten. Deze mensen zijn zich niet altijd bewust van hun voorbeeldfunctie. Ik heb als patiënt tweeënhalf jaar in ziekenhuizen gelegen, en het is onvoorstelbaar hoeveel er in ziekenhuizen gerookt wordt.”
Zorgverzekeraar Achmea vindt dat roken de verantwoordelijkheid van mensen zelf is. Rokende klanten krijgen een cursus ‘stoppen met roken’ aangeboden. Die wordt niet vergoed, maar de verzekerden krijgen wel korting. Een aantal zorgverzekeraars, zoals Legal & General, geeft niet-rokers een premiekorting. “En dat is geen raar idee,” vindt Trudy Prins, directeur van Defacto Rookvrij. “Tenslotte zijn verzekeraars winstgevende bedrijven, en dit is een manier om kosten te besparen. Maar ik zou liever zien dat ze middelen vergoeden die helpen bij stoppen met roken.”
Niet iedereen is gediend van een premiedifferentiatie voor rokers. “Dat zou een trieste zaak zijn,” vindt Ton Wurtz, woordvoerder van de Stichting Rokers Belangen. “Dan moet je ook naar andere risicogroepen kijken, zoals mensen die drinken of overgewicht hebben. Stel: ik rook, ik vrij onveilig en ik ski, moet ik dan drie keer een strafpremie betalen? Premiekorting voor niet-rokers is ook onzin, dat is positieve discriminatie. Iedereen betaalt nu hetzelfde voor een consult bij de huisarts, ongeacht of ze jong of oud zijn. En zo moet het ook.”
Epidemioloog Luc Bonneux, die onderzoek deed naar de het effect van roken op levensduur en maatschappelijke kosten: “Mensen met overgewicht zouden wel eens meer kunnen kosten aan gezondheidszorg dan rokers. Deels omdat ze langer blijven leven en deels omdat ze chronische aandoeningen krijgen als artrose van de knieën en heupen, en longaandoeningen. Ze leveren minder belastingen op, dus relatief kosten ze de maatschappij meer dan rokers. Maar wat moeten we dan doen: mensen op de weegschaal zetten en zeggen dat ze bij overgewicht een hogere premie moeten betalen? Waar stopt het dan?” (door Frank Nuijens)
Top
Door het oog van de toxicoloog
Chemisch gezien is roken een knap ingewikkelde bezigheid. Wat alle stoffen die vrijkomen bij een trek van een sigaret precies doen is niet te bepalen, zegt prof. dr. Freek de Wolff. Maar dat nicotine verslavend is en teer kanker verwekt, staat echter buiten kijf. Je kunt het echter ook overdrijven, vindt de toxicoloog.
“Meeroken is smerig en goor, en het is zeker niet prettig voor kleine kinderen en voor patiënten die last hebben van hun ademhalingsstelsel.” Maar dat meeroken een verhoogde kans op longkanker veroorzaakt is onzin, zegt prof. dr. Freek de Wolff, toxicoloog in het LUMC. Volgens hem werd dit in het begin van de jaren negentig verkondigd door de Amerikaanse anti-rookbeweging. “Die baseerde haar stelling op een aantal wetenschappelijke artikelen die dusdanig waren geselecteerd dat ze ogenschijnlijk een waterdicht geheel vormden. Maar in feite miste dat rapport een degelijke wetenschappelijke onderbouwing.” De tabaksindustrie kwam op haar beurt weer met tegenargumenten die voor het grote publiek een verwarrend beeld opriepen. “De leek denkt nu dat als je het al ruikt, je ook meer kans hebt op kanker. Maar op basis van de dosis die wordt ingeademd zijn die risico’s te verwaarlozen”, stelt De Wolff.
Sabbelen
Aan het roken van sigaretten komen wel tienduizend verschillende verbindingen te pas, zowel vluchtige stoffen – bijvoorbeeld het grootste gedeelte van de nicotine – als vaste deeltjes. De laatste noemen we teer. Welke uitwerking al die stoffen op het lichaam hebben, is lastig te zeggen. Volgens de Wolff is de uitwerking van twee gecombineerde stoffen op het lichaam al moeilijk te bepalen, laat staan van tienduizend.
Rookverslaving wordt in verband gebracht met nicotine. De kankerverwekkende stoffen zitten hoofdzakelijk in het teer. De boosdoeners zijn vooral de nitrosoverbindingen en de benzspyrenen, bepaalde koolwaterstofverbindingen. Maar door onvolledige verbranding komt ook koolmonoxide vrij en dit beïnvloedt het zuurstoftransport in het bloed op een negatieve manier. Dat het roken van veel sigaretten de kans op longkanker doet toenemen, is zonneklaar; hoe hoger de dosis, des te hoger het risico. De Wolff: “Algemeen wordt aanvaard dat de hoogte van de dosis van binnenkomende stoffen het kankerverwekkend effect bepaalt”. Daarom acht hij het risico van het roken van één sigaret per dag te verwaarlozen.
Rookverslaving wordt niet alleen veroorzaakt door het effect van nicotine, maar veelal in combinatie met bijkomstigheden zoals smaak, het lekker vinden om ergens op te sabbelen en iets in de hand te hebben. Overigens wordt de nicotine ook opgenomen door het mondslijmvlies. “Ach”, relativeert De Wolff, “het is één van de vele verslavingen, hoeveel mensen zijn niet psychisch afhankelijk van chocola of drop.” Dat de tabaksindustrie stoffen zou toevoegen om de verslaving te bevorderen verwijst deze hoogleraar naar het land der fabelen: “Dat verschijnsel heeft gewoon te maken met de kwaliteitsbewaking van het product en het op peil houden van het nicotinegehalte.”
Liever sigaar dan pijp
Nicotine heeft volgens De Wolf ook een positief effect op de gebruiker: de alertheid neemt toe, de roker voelt zich prettiger en ook het concentratievermogen stijgt tijdelijk. Desondanks wordt de stof niet gebruikt in geneesmiddelen. Uit een studie is ook gebleken dat nicotine niet voor iedereen verslavend werkt. Ongeveer 15 procent van de sigarettenrokers, de zogenoemde “chippers”, kunnen stoppen met roken zonder problemen. Ze roken vaak minder sigaretten per dag dan de echte verslaafden.
De manier van roken heeft zeker ook effect op de gevolgen ervan. “Een sigarenroker bijvoorbeeld, is doorgaans geen kettingroker en inhaleert niet; het is een genieter”, zegt De Wolff. Daarentegen vindt hij de sigarettenroker doorgaans een zenuwpees. Over pijproken is volgens hem maar weinig bekend. “Wel wordt aangenomen dat de kans op tongtumoren toeneemt door voortdurende weefselprikkeling.” Zelf is de toxicoloog geen pijproker – de drab die bij het pijproken ontstaat, vindt hij ronduit vies en smaakverpestend – maar een goede sigaar op z’n tijd zou hij niet willen missen. Desondanks zal hij niemand het advies geven te gaan roken. (door Dirk Ketting)
Top
Cool en relaxed?
Roken is stoer, roken is cool en bovenal is roken ontspannen, relaxed. De sigaret is je beste vriend als je alleen bent op een feestje. Als er niemand is om mee te praten of om diep in de ogen te kijken, kun je altijd nog spelen met je sigaret. Of bestudeerd een shagje rollen. Rokers zijn overigens gezellige mensen. Hebben gevoel voor humor, zijn los in de omgang en nooit chagrijnig. Zelfs niet-rokers zitten soms liever in de koffiekamer voor rokers dan in het cleane gezondheidshoekje dat voor hen ingeruimd is.
Met roken geef je signalen af. Wat voor mens ik ben? Kijk maar hoe ik rook en wat ik rook. Een shagroker is iemand anders dan de zakenman met de dikke sigaar tussen de tanden en beiden lijken in de verste verte niet op de pijproker. Een vrouw die Belinda menthol rookt is een heel ander type dan een Camel-zonder-filter-rookster. Om maar niet te spreken van het sigarettenpijpje waarin je in de jaren dertig je Egyptische sigaret stak. Of het rode filter aan de damessigaret, in zwang na de Tweede Wereldoorlog, waarop rode lippenstift niet afstak. Roken is een manier om je te onderscheiden, net als kleren, schoenen, haardracht, make-up. En net als de meubels in je huis en de krant die je leest.
Roken is, kortom, imago. Geen wonder dat reclamemakers er altijd zo goed mee uit de voeten kunnen. Hoe verdorven de tabaksindustrie ook mag zijn, reclame voor sigaretten en shag is meestal mooi en aantrekkelijk. Met voor elk wat wils: voel je je niet thuis in de wereld van Peter Stuyvesant, dan kun je je nog identificeren met de rallyrijders van Camel. Of met de sleepbootjongens van Drum. Allemaal heel overzichtelijk. Maar reclame voor sigaretten is niet alleen te vinden op borden langs snelwegen, in bushokjes en in glossy tijdschriften. Ook tv-series en films bevatten reclame. Op een veel subtielere manier: de held of heldin rookt, neemt zo nu en dan een sigaret uit een pakje waarvan het merk zichtbaar is. Je let er niet op, maar je wordt er wel door beïnvloed. Dat laatste behoeft geen onderzoek meer, dat heeft de tabaksindustrie zelf al voor haar rekening genomen. De producent van de James Bondfilm Never Say Never Again kreeg tienduizend dollar voor de toezegging dat de acteurs alleen Camel of Winston zouden roken. Sylvester Stallone sloot voor een half miljoen een contract voor vijf films tegelijk. Hollywoodacteurs kregen jarenlang maandelijks gratis sigaretten thuisgestuurd. Want wie privé rookte zou ook meer geneigd zijn dat in een film te doen.
Dat zulke handeltjes bestonden betwijfelde niemand, maar er is nu ook schriftelijk bewijs voor. Als gevolg van een schikking met de Amerikaanse staat stelden Philip Morris, American Tobacco, R.J. Reynolds en Brown and Williamson documenten beschikbaar aan onderzoekers van het Britse medische tijdschrift Tobacco Control. De tabaksindustrie beloofde in 1989 te zullen ophouden met afspraken met producenten, product placement genoemd. Het tabaksgebruik in films nam echter niet af in de jaren negentig. Waar lag dat aan? Werden films soms realistischer? En hoe zit het met Goede Tijden Slechte Tijden? Let er eens op, vanavond. (door Mieke van Baarsel)
Top
Rookbeleid is helder
Een paar jaar geleden kreeg het LUMC regelmatig klachten van anti-rookorganisatie CAN (Clean Air Now) en het leek er zelfs even op dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg boetes zou gaan uitdelen. Roken in openbare gebouwen mocht al sinds 1990 niet, maar er werd in het LUMC te weinig tegen opgetreden.
Bijvoorbeeld bij de zitplaatsen onder de roltrap: die plaats was ooit een rookzone en veel bezoekers zagen dat nog steeds zo. Het invoeren van een helder beleid heeft goed geholpen, zegt directeur Facilitair Bedrijf ir. Monique Verdier. Met de bijbehorende handhaving uiteraard, en dat is de verantwoordelijkheid van alle medewerkers, vooral leidinggevenden en beveiligingsmedewerkers. Verdier: “In het algemeen gaat het nu heel goed, afgezien van een paar beruchte toiletgroepen die nog altijd vaak blauw staan. Aparte strafmaatregelen voor rokers hebben we niet nodig, want de normale reglementen bieden al genoeg houvast.”
Klachten rond roken komen terecht bij Hanneke van de Bult, die zich sinds een jaar ‘coördinator rookbeleid’ mag noemen. Niet haar enige taak, overigens. “Vragen en klachten over roken gaan naar mij. Ik ben er niet veel tijd aan kwijt, maar toch is het soms niet zo simpel als ik had verwacht. Roken komt erg dicht bij iemands persoonlijkheid, dus sommige mensen reageren nogal fel als je ze daarop aanspreekt. En wat moet je met een patiënt die nog maar een paar dagen te leven heeft en die stiekem onder de dekens rookt?”
Roken is in ieder openbaar gebouw verboden, maar in Nederland hoeft dat niet te betekenen dat het ook inderdaad niet gebeurt. Het mag zelfs, of om precies te zijn: het wordt in sommige gevallen gedoogd. Een medewerker die alleen op een kamer zit mag daar nu nog roken, mits niemand anders er last van heeft. Zodra de nieuwe tabakswet in werking treedt, vermoedelijk op
1 januari 2003, is dat echter afgelopen. Dan zal er alleen nog in de speciale gedoogruimten gerookt mogen worden. Verdier: “Die zijn voorzien van allerlei verplichte attributen als een klem op de deur, brandvrije prullenbakken en een krachtig afzuigsysteem. Overigens zijn ze vooral voor medewerkers en patiënten die echt niet zonder kunnen, en niet voor bezoekers. Je zult in het gebouw daarom nergens bordjes zien die de weg naar de gedoogruimten wijzen.”
Een onvermijdelijk gevolg van het rookverbod is te zien voor de hoofdingang van het ziekenhuis: daar staan bijna altijd wel een paar bezoekers hun nicotinespiegel op te vijzelen, weer of geen weer. Geen mooi visitekaartje voor het LUMC, ja, dat vindt Verdier ook wel. “Maar er is niets aan te doen.” Voor de gebouwen van divisie 5 – het Anatomiegebouw, het Sylviuslaboratorium – ligt het wettelijk allemaal iets anders, omdat dat geen openbare gebouwen zijn, maar de gewone LUMC-regels gelden ook daar. Gedoogruimtes zijn er echter niet. Roken doet men maar buiten, de enkeling met een eigen kamer voorlopig nog uitgezonderd. (door Elmar Veerman)
Top
Ook de huid ondervindt gevolgen van roken
Eerst rimpels, dan huidkanker
Dat rokers meer rimpels krijgen en er dus oud uitzien voor hun leeftijd – twintig jaar ouder, lees je wel eens – dachten we al langer. Maar klopt het ook? Ja, zegt dr. Jan Nico Bouwes Bavinck, dermatoloog. Samen met Kees Kennedy heeft hij onderzoek gedaan naar veroudering van de huid door roken. In juli publiceren ze daarover in de Journal of Investigative Dermatology. “De huid wordt minder elastisch door beschadiging en ontleding van collageen en elastine in de lederhuid: dat verschijnsel noemen we elastose. Zonlicht heeft een vergelijkbaar effect op de huid. Denk maar aan een elastiekje dat je in de zon laat liggen: het verhardt en verkruimelt. We weten niet precies hoe het komt, welke processen ervoor verantwoordelijk zijn. Ook het feit dat het effect van roken bij mannen sterker is dan bij vrouwen, is nog niet verklaard. Misschien worden vrouwen hormonaal beschermd. Of misschien helpen de crèmes die ze gebruiken tegen rimpels.”
Facelift
Met de rimpels is het leed nog niet geleden. Van roken krijg je, evenals van zon, ook zichtbaar verwijde bloedvaatjes: teleangiëctasieën. Bouwes Bavinck: “Dat is een onverwachte bevinding omdat nicotine meestal juist zorgt voor het samentrekken van bloedvaatjes. Misschien dat als reactie op de verminderde zuurstoftoevoer naar de huid er extra bloedvaatjes ontstaan. Een andere verklaring is de dunner wordende opperhuid, waardoor de onderliggende bloedvaatjes beter zichtbaar worden.” Een bezoekje aan een website van een cosmetische kliniek leert dat het niet verstandig is om flink door te blijven roken als je een facelift wilt. De vernauwing van bloedvaatjes door roken heeft slechte doorbloeding tot gevolg. Daardoor gaat het genezingsproces langzamer.
En dan is er nog het ‘smokers face’, de vale bleekgrijze gelaatskleur, waarover al in de jaren zeventig gepubliceerd werd. Bovendien is van een aantal huidaandoeningen bekend dat ze verergeren door roken. Bouwes Bavinck: “Psoriasis bijvoorbeeld, acne in liezen en oksels en pustulosis, puistvorming, in de handpalmen en voetzolen. Dat is allemaal bekend uit epidemiologisch onderzoek, over de oorzaken weten we nog weinig. Bij psoriasis en pustulosis kan het roken bestaande ontstekingsreacties stimuleren.”
Levensgenieters
Ook minder onschuldige aandoeningen worden door roken bevorderd. De Leidse onderzoeksgroep vond vorig jaar een duidelijk verband tussen roken en het ontstaan van een bepaald type huidkanker: plaveiselcelcarcinoom. “Roken blijkt een bijna even belangrijke factor te zijn als zonlicht”, aldus Bouwes Bavinck. “Ook als je meerekent dat rokers gemiddeld meer tijd in de zon doorbrengen dan niet-rokers. Ik weet overigens niet waarom dat zo is, misschien zijn zowel rokers als zonaanbidders levensgenieters.” De onderzoekers vonden een duidelijk verband met de hoeveelheid sigaretten. Hoe meer en hoe langer je rookt, hoe meer kans je hebt op plaveiselcelcarcinoom. Of een sigaar en een pijp hetzelfde effect hebben, is niet duidelijk: de aantallen in het onderzoek waren te klein om een statistisch significante relatie te kunnen aantonen.
Weinig aanlokkelijk allemaal. Bouwes Bavinck denkt dat vooral de veroudering van de huid een argument kan zijn om met roken te stoppen. “Huidkanker, dat krijg je misschien over dertig jaar, daar zit je niet mee. Maar die rimpels komen al heel gauw.” Wat de mannen betreft moet er dan wel iets veranderen aan het westerse schoonheidsideaal. Was die gelooide huid van de Marlboroman niet juist echt mannelijk? (door Mieke van Baarsel)
Top
Stop smoking
Stoppen met roken is voor veel mensen een bijna onmogelijke opgave: 900 duizend Nederlanders doen jaarlijks een serieuze poging en slechts honderdduizend daarvan slagen. Zonder ondersteuning lukt het bijna niemand, blijkt uit onderzoek. We gaan maar eens op zoek naar hulp, op internet. Er blijkt heel veel te koop op stopgebied.
Eerst in het Engels. We voeren de woordcombinatie ‘stop’ en ‘smoking’ aan een zoekmachine en de oogst is overweldigend: bijna een miljoen hits. Of deze websites allemaal bedoeld zijn om je te helpen stoppen is niet zeker, maar de eerste honderd in elk geval wel. Lang niet allemaal zijn ze vrij van eigenbelang.
Het ‘Stop Smoking Center’ dat helemaal bovenaan staat, wil een soort homepage voor de stopper zijn en bestookt zijn abonnees bovendien met bemoedigende mailtjes. De site stelt stoppen voor als een langdurig proces met allerlei fasen. Niet zo gek, want de pagina’s worden betaald door een producent van nicotinepleisters, en die heeft niets aan mensen die voorgoed gestopt zijn. Wel aan rokers die eeuwig middenin een stoppoging zitten. Toch maar even ergens anders kijken, als het even kan naar een site die niet op .com eindigt.
Paraliminale suggestie
Op www.trytostop.org vinden we een ‘quit wizard’, een soort online stopcursus. Het lijkt wel wat op de pleistersite van net, maar nu is de staat Massachusetts de financier. Dat klinkt wel betrouwbaar. Heel anders dan de site van David Jones, auteur van het boek met de dreigende titel ‘Yes! You can stop smoking, even if you don’t want to’.
Je kunt boekjes bij hem bestellen. Folders is eigenlijk een beter woord voor het werkje dat hij aanbiedt: twintig pagina’s, voor vijf dollar. In grote aantallen krijg je korting, want Jones mikt vooral op bedrijven die hun onwillige personeel van de sigaret af willen krijgen. Wat zou u denken als u zo’n cadeautje van uw werkgever op de mat aantrof?
De site www.autogenics.org biedt ook iets aan, iets wat je kunt downloaden. Wat het is wordt pas duidelijk als je $19,95 betaalt. Nu komen we niet meer te weten dan dat het ‘brainwave harmonics’, neurolinguistisch programmeren en paraliminale suggestie combineert en met een verbijsterende snelheid werkt. Vast wel. Een adres dat eindigt op .org is dus geen garantie voor bruikbaarheid. Opvallend is trouwens de afwezigheid van de antirookpil Zyban in de top van de lijst. Sites over de pil genoeg, maar die vind je alleen na gericht zoeken. Heeft de fabrikant gas teruggenomen na berichten over fatale bijwerkingen?
Lustremmend
We zoeken het nu wat dichter bij huis, in het Nederlandse taalgebied. Zoeken naar de combinatie van ‘stoppen’ en ‘roken’ geeft een lijst van 17.400 websites. De bovenste prijst zich aan als ‘de eerste Nederlandstalige Internet Site over hoe je kunt stoppen met roken’. Vroeger misschien een aanbeveling, nu eerder een garantie voor oude koek. Onoverzichtelijk bovendien, dus weg maar weer.
Nummer twee komt uit België: “BioConcept is een preparaat van puur biologische producten samengesteld uit geselecteerde planten. Deze hebben een reinigende, lustremmende werking die de drang naar een sigaret doet afnemen.” En met individuele begeleiding werkt het allemaal nog beter, zegt de webmaster, tevens behandelaar. Wat dat allemaal kost ontdek je pas als je je adresgegevens prijsgeeft. Nu even niet.
De volgende site, www.stoppenmetroken.nu, is een initiatief van een bekende nicotinekauwgomfabrikant. Simpel en lekker interactief: je kunt laten berekenen wat je bespaart als je zoveel sigaretten per dag niet rookt (naar de prijs vragen ze niet) en er is een ‘schone longen meter’. Als je daar invult hoe lang je al hoeveel rookt, berekent hij hoeveel levensdagen dat je heeft gekost ten opzichte van niet-rokende leeftijdsgenoten. Verrassend: “U rookt al 1200 jaar lang 40 sigaretten per dag. Uw collega niet-rokers zullen gemiddeld 60820 dagen langer leven.” Even stug doorrekenen onthult het geheim van dit orakel: een sigaret kost precies vijf minuten van je leven. Dat zou best waar kunnen zijn, maar het klinkt niet als een resultaat van gedegen onderzoek. Op naar de volgende webstek.
Lasertherapie
Het blijft commercie wat de klok slaat: www.antirook.nl blijkt een site die lasertherapie tegen roken aanprijst. Lasertherapie tegen roken? Pardon? Ja, met een ‘softlaser’ worden verschillende drukpunten op uw lichaam te gestimuleerd. “Deze punten staan door middel van meridianen in uw lichaam in verbinding met o.a. de aanmaakcentra van endorfinen. De lasertherapie reguleert het endorfinegehalte (brengt het evenwicht terug) en neemt daarmee de behoefte aan nicotine weg.” Klinkt heel wetenschappelijk, en dat voor maar € 125,-.
Meer stimulatie van meridianen vinden we bij de Nederlandse Vereniging voor Acupunctuur (www. Acupunctuur.nl/roken.htm). “Een behandeling met acupunctuur kan de longenergie en zelfs de wilskracht versterken. De vitaliteit keert meestal snel terug en u voelt zich energieker dan ooit. Zo wordt volhouden steeds gemakkelijker! Gemiddeld zijn drie behandelingen binnen een periode van vier weken afdoende om met roken te stoppen.” En het mooiste is: veel verzekeraars vergoeden deze behandeling helemaal of voor een deel.
Mevrouw Cicero
Ten slotte een site uit onverdachte hoek: van Defacto, voorheen Stivoro, de stichting volksgezondheid en roken. Met onder andere nieuws over de nieuwe tabakswet en een vragenlijst die is ontwikkeld samen met de Universiteit Maastricht. Vul hem in en je krijgt, per post, een persoonlijk advies op maat toegestuurd. We bedenken mevrouw Cicero, een jonge vrouw die verslaafd is aan 25 sigaretten per dag. Ze schaamt zich, voelt zich er niet lekker bij en is wel van zins te stoppen, maar niet binnen vijf jaar. Het resultaat komt al binnen een week gratis in de bus en maakt een solide indruk. Zeven pagina’s vlot leesbare teksten die voortdurend verwijzen naar de gegeven antwoorden. Hier en daar wordt het nog persoonlijker, doordat we op tandartsassistentachtige wijze direct worden aangesproken. “U zegt: stoppen verkleint mijn kans op longkanker en hart- en vaatziekten. Daarin heeft u gelijk, mevrouw Cicero”. Vooruit, we stoppen. (Elmar Veerman)
Top
Belangrijker dan bloeddruk
“Papa, die meneer wordt ziek, hè?” fluisteren de zoontjes van cardioloog dr. Wouter Jukema als ze in het restaurant iemand zien roken. Dat hebben ze alvast goed begrepen. Wie rookt, krijgt op den duur bijna altijd hartproblemen. Hun vader onderzoekt hoe dat komt.
“Roken kan hart- en vaatziekten veroorzaken,” luidt de bekende waarschuwing op elk pakje sigaretten. En dat is niet voor niets. “Het is extreem slecht,” stelt dr. Wouter Jukema onomwonden. Hij is hoofd van de subafdeling Hartkatheterisatie / Interventiecardiologie van het LUMC. “Cholesterol, een hoge bloeddruk en diabetes zijn ook bekende risicofactoren voor het dichtslibben van slagaders, maar ik denk dat roken de belangrijkste is van allemaal. We weten alleen niet precies wat de afzonderlijke bijdrage van roken is. De effecten van alle risicofactoren stapelen zich op.”
Zeker is in ieder geval dat het proces van atherosclerose bij rokers ongeveer hetzelfde verloopt als bij niet-rokers met deze aandoening, maar dan veel sneller. En waar sommige mensen met veel slecht of weinig goed cholesterol, een hoge bloeddruk of suikerziekte een redelijk gezond bloedvatstelsel houden, ontspringen de meeste rokers de dans uiteindelijk niet. Jukema: “De gezonde negentigjarige oom die zijn hele leven als een ketter heeft gerookt, is echt een uitzondering. Het gros van de mensen kan niet tegen roken. En meeroken is in dit opzicht helaas ook al slecht, heeft wetenschappelijk onderzoek uitgewezen.”
Oorzaken en gevolgen
De groep van Jukema doet mee aan onderzoek naar atherosclerose (vasculair medicine), dat een zwaartepunt is in het LUMC. “We kijken en meten wat er in de bloedvaten gebeurt en we onderzoeken de effectiviteit van medicijnen – onder andere statines – en ingrepen: dotteren en bypassoperaties. Daarnaast zoeken we naar erfelijke variaties die enerzijds het risico bepalen dat iemand atherosclerose ontwikkelt of anderzijds de werking van medicijnen of het effect van dotteren beïnvloeden. In de cardiologie is dit een betrekkelijk nieuw onderzoeksthema. Tot ongeveer 1995 waren we alleen bezig de gevolgen van atherosclerose te behandelen, zoals hartinfarct en hartfalen. Nu houden we ons ook bezig met het oorzakelijke proces zelf.” Zijn groep werkt daarbij samen met Leidse onderzoekers binnen en buiten het LUMC en met collega’s in binnen- en buitenland.
Onvoorspelbaar tempo
Atherosclerose is een aandoening van de binnenbekleding van de bloedvaten, het endotheel. Gezond endotheel maakt tientallen stoffen die ervoor zorgen dat de bloedvatwand in goede conditie blijft. Als die functie gedwarsboomd wordt, kunnen slagaders zich niet meer goed verwijden. De wand wordt dikker en het vat nauwer, en er ontstaan stugge plaques die de bloedstroom kunnen belemmeren. Wanneer dat in de kransslagaders gebeurt, de vaten die de hartspier van bloed voorzien, dan zijn er al snel klachten, zoals pijn op de borst. De plaques kunnen scheuren en een vertakking van de kransslagader blokkeren: een hartinfarct. Jukema: “Roken en meeroken zijn funest, omdat daardoor grote hoeveelheden gifstoffen in het bloed terechtkomen die het functioneren van het endotheel aantasten, plaques doen groeien en de kans op scheuren vergroten.”
De aandoening is meestal progressief. Een eenmaal vernauwd bloedvat kan praktisch alleen maar nog nauwer worden (slechts bij een enkeling blijkt dit proces spontaan enigszins omkeerbaar) en de kans op een hartinfarct neemt toe. De snelheid waarmee die vernauwing bij een individuele patiënt voortschrijdt is niet te voorspellen, blijkt onder andere uit het Leidse onderzoek. De vaatwand kan in een vast tempo verdikken, maar het proces kan ook enige tijd snel gaan en dan lange tijd stilstaan of juist langzaam beginnen en plotseling versnellen. Statines vertragen het proces bij veel patiënten en dringen het soms terug. Doordat ze het cholesterolgehalte beïnvloeden, maar waarschijnlijk ook op een andere manier. Want ook patiënten met normale cholesterolgehaltes, waaronder rokers, hebben er baat bij. Dotteren heft een plaatselijke vernauwing op, maar soms ontstaat er daarna opnieuw een verdikking van de slagaderwand. “Als je het onderliggende atherosclerotische proces niet bestrijdt, is dotteren dweilen met de kraan open.”
Gen voor rookrisico
In dit hele traject van klachten en behandelingen is niet iedereen gelijk, want de erfelijke aanleg spreekt een woordje mee. Jukema: “Er zijn waarschijnlijk tientallen genen die er invloed op hebben, op verschillende, soms ingewikkelde manieren. We hebben er in Leiden een aantal gevonden en bestudeerd.” Een ervan beïnvloedt het risico dat rokers lopen. Het gaat om het gen dat codeert voor het eiwit stikstofoxidesynthase. Dat eiwit is betrokken bij de aanmaak van stifstofoxide (NO) in de endotheelcellen en die stof zorgt ervoor dat de bloedvatwand zich kan verwijden doordat de spiercellen van de wand zich ontspannen. De onderzoekers vonden een variatie in dit gen dat bij niet-rokers geen gevolgen heeft. Maar bij mensen die deze variatie hebben en roken, lijkt het vaatverwijdende effect verloren te gaan en wordt de vaatwand minder soepel: een bijdrage aan atherosclerose. “Mensen met die erfelijke variatie zijn waarschijnlijk nog gevoeliger voor roken dan anderen, en zouden extra gewaarschuwd en vroeg behandeld moeten worden. Maar daarvoor is het nu nog te vroeg, er moet eerst meer onderzoek gedaan worden om meer zekerheid te krijgen.”
Naast onderzoeker is Jukema ook een arts die patiënten behandelt. De rokers onder hen (en dat zijn de meeste) zouden hun ziekte zelf beter kunnen tegengaan dan hij dat kan met dotteren en medicatie, stelt hij. En wel door te stoppen met roken. “Dat helpt vrijwel meteen. Ik doe natuurlijk mijn best, maar het effect van mijn behandeling haalt op de lange termijn vaak minder uit dan stoppen met roken zou doen, ook al zal ook daardoor een eenmaal gevormde verdikking in de vaatwand niet verdwijnen. Maar hoe vriendelijk en aanhoudend ik dat advies ook geef, sommige patiënten willen het gewoon niet horen.” (door Willy van Strien)
Top
Genezen lukt zelden
Jaarlijks overlijden in Nederland bijna zevenduizend mannen en meer dan tweeduizend vrouwen aan longkanker. Dit betekent dat op ieder uur van elke dag gemiddeld een Nederlander aan longkanker sterft. Bekijkt men het Europees niveau dan gaat het zelfs om één sterfgeval per minuut. Als de diagnose longkanker gesteld wordt, is de kans op genezing nagenoeg nihil.
“Wij zouden ons vooral moeten richten op onze academische taken. Maar we worden regelmatig ingehaald door de realiteit: we zijn meer bezig te zorgen voor mensen die doodgaan aan longkanker. Het aantal patiënten neemt helaas niet af en het lijkt wel alsof zij steeds jonger worden.” Dat is de trieste conclusie van prof. dr. Klaus Rabe, hoofd van de afdeling Longziekten van het LUMC. Longkanker is en blijft de belangrijkste vorm van kanker bij mannen en neemt ook bij de vrouwen een steeds hogere plaats in op de ranglijst van dodelijke aandoeningen. Aangezien de ‘emancipatie van het roken’ nog niet zo lang aan de gang is, verwachten deskundigen vooral bij vrouwen nog een sterke toename van het aantal patiënten met longkanker en andere aan het roken gerelateerde ziekten.
Meestal uitgezaaid
Net als bij veel andere vormen van kanker is vroegtijdige ontdekking essentieel voor een effectieve behandeling. Wanneer de tumor op tijd wordt herkend, kan chirurgische verwijdering plaatsvinden en is in principe genezing mogelijk. In de praktijk geldt dit slechts voor een klein deel van de patiënten met longkanker.
De symptomen van longkanker zijn in het begin moeilijk te onderscheiden van de gebruikelijke rokershoest. Pas als de patiënt ook nog eens gewicht gaat verliezen of bloederig slijm ophoest, wordt duidelijk dat er meer aan de hand is. In het ziekenhuis maakt men dan een röntgenfoto en vaak ook een CT-scan, eventueel aangevuld met een punctie om celmateriaal te verzamelen.
In de meeste gevallen blijkt uit deze diagnostiek dat de tumor al is uitgezaaid naar de ruimte tussen de longen, het mediastinum. De behandeling bestaat dan vaak uit een combinatie van chemotherapie en bestraling. In de afgelopen jaren zijn met name naar deze behandelingsvormen in verschillende combinaties veel grote studies verricht. Hoewel er wel wat vooruitgang geboekt is, valt het nettoresultaat tegen. Kort geleden werd in een hoofdredactioneel commentaar van het vooraanstaande medische vaktijdschrift The New England Journal of Medicine geconcludeerd dat alle inspanningen van de afgelopen twintig jaar slechts geleid hebben tot het toevoegen van maanden aan het leven van de gemiddelde patiënt met longkanker. Volgens Rabe is er dan ook maar één manier om het aantal patiënten dat overlijdt aan longkanker terug te dringen: alles doen om te zorgen dat rokers stoppen met roken.
Twintigvoudige kans
Dat blootstelling aan tabaksrook longkanker kan veroorzaken, is inmiddels ten minste een halve eeuw bekend. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft de tabaksindustrie nog wanhopige pogingen gedaan om dit verband ontkennen. Geleidelijk aan werd echter uit bevolkingsonderzoek (epidemiologische studies) duidelijk dat roken leidt tot een sterk verhoogde kans op longkanker. Wie gedurende twintig jaar een pakje per dag rookt, heeft al een twintig maal grotere kans op longkanker. Bij langduriger of intensiever roken neemt de kans op kanker alleen maar toe.
Laboratoriumonderzoek laat zien dat regelmatige blootstelling aan het mengsel van giftige stoffen in sigarettenrook het DNA in de celkern kan aantasten. In de loop van de tijd ontstaan zo steeds meer veranderingen (mutaties) in genen die te maken hebben met celdeling en andere eigenschappen van de cel. In een aantal stappen verandert een gezonde cel zo in een kankercel. Wanneer deze niet herkend en uitgeschakeld wordt door het afweersysteem (dat overigens op zijn beurt verzwakt wordt door tabaksrook), kan een enkele kankercel uitgroeien tot een tumor die uiteindelijk het gehele lichaam verwoest.
De eerlijkheid gebiedt overigens te zeggen dat ook niet-rokers in zeldzame gevallen longkanker kunnen krijgen. Er zijn zelfs vormen van longkanker, zoals het zogeheten kleincellig longcarcinoom, waarbij geen duidelijk verband bestaat met tabaksrook. De relatie tussen roken en de kans op longkanker is echter zo groot, dat dit nooit een argument kan zijn om door te gaan met roken. (door Pieter van Megchelen)
Top
Bescherming tegen Parkinson
Roken schaadt de gezondheid. De wetenschap krijgt een steeds beter antwoord op de vraag waaruit die schade bestaat. Het lijstje van ziektes dat met roken in verband staat wordt dan ook nog steeds langer. Heel af en toe is dat verband negatief: roken lijkt ook een kleine beschermende werking te hebben.
Van roken kun je longkanker krijgen, dat mag bekend worden verondersteld. En COPD, chronische obstructieve longaandoeningen. Verder stijgt de kans op kanker in de slijmvliezen van mond, neus, keel en slokdarm, de lippen, het gehemelte en de tong. Daarnaast is er een verhoogd risico op allerlei andere vormen van kanker: de maag, dikke darm, baarmoederhals, nieren en de alvleesklier lopen in ieder geval extra gevaar en waarschijnlijk geldt dat voor nog meer organen. Hart- en vaatziekten scoren ook heel hoog in de lijst van rokersziekten. Recent onderzoek toont daarnaast aan dat zware rokers flink meer kans lopen op reumatoïde artritis (oplopend tot 13,5 maal verhoogd bij heel lang heel veel roken). Tabaksconsumptie tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op een spontane abortus, kan groei en ontwikkeling van het kind verstoren en verlaagt het geboortegewicht. Ook groeit door roken het risico op wiegendood, op astma en andere luchtwegaandoeningen na de geboorte en neemt de kans op leer- en gedragsproblemen bij het kind toe. En dan zijn er natuurlijk nog de rokershoest, de zwakkere afweer en de slechte lichamelijke conditie waar veel nicotineverslaafden mee te kampen hebben.
Er zijn echter ook ziekten waartegen roken een beschermend effect lijkt te hebben, zij het mondjesmaat. De ziekte van Parkinson is er zoéén, en ook wat betreft kanker in de baarmoeder (endometrium) lijken rokers licht in het voordeel. Over de ziekte van Alzheimer komen de laatste tijd tegenstrijdige berichten de wereld in. Onnodig te zeggen dat deze mogelijke bescherming bij lange na niet opweegt tegen de waslijst van ziekten waarvoor rokers zichzelf nomineren. (door Elmar Veerman)
Top
Het literaire roken
Als je rookt kun je kiezen uit twee verschillende levenshoudingen. De eerste: ik rook maar ik kan er ook mee stoppen, vandaag nog, morgen, over een jaar, eens. De andere: ik rook en daar ga ik lekker mee door, ook al vertelt de hele wereld me dat het niet goed voor me is. Beide richtingen zijn onder schrijvers vertegenwoordigd. En dus beschreven.
In zijn boek Bekentenissen van Zeno beschrijft de Italo Svevo hoe de roker steeds met zijn laatste sigaret bezig is. De hoofdpersoon van het boek, die zijn verslaving als een neurose beschouwt, krijgt op zijn twintigste een stevige keelontsteking en de dokter dringt erop aan dat hij niet rookt. "Ik dacht: ‘Omdat het slecht voor me is zal ik nooit meer roken, maar eerst wil ik het nog één keer voor het laatst doen.’ Ik stak een sigaret op en voelde me op slag bevrijd van mijn onrust (…) De ziekte bezorgde me mijn tweede neurose: de voortdurende poging om me van de eerste te bevrijden. Op het laatst was elke dag van mijn bestaan gevuld met sigaretten en met voornemens om niet meer te roken en, om maar meteen alles te bekennen, af en toe is het nu nog zo. De rondedans van laatste sigaretten, die op mijn twintigse jaar is begonnen, is nog steeds aan de gang (…) Eens, toen ik in mijn studententijd van kamer verwisselde, moest ik mijn oude kamer op eigen kosten opnieuw laten behangen, omdat ik de muren had volgeklad met data. Waarschijnlijk vertrok ik juist uit die omgeving omdat ze tot een kerkhof van mijn goede voornemens was geworden (…) Ik vind dat een sigaret een intensere smaak heeft als het de laatste is. (…) De laatste sigaret ontleent zijn aroma aan ht geoel van zelfoverwinning en de hoop op een naaste toekomst vol kracht en gezondheid." Het is vaker opgemerkt: stoppen met roken is een manier van leven op zichzelf.
Doorgaan tot je erbij neervalt is ook een mogelijkheid. W.F. Hermans bracht in een van zijn laatste verhalen, ‘De laatste roker’, een hommage aan de Gauloises waar hij altijd zo van had genoten. Een oude man verlangt naar een sigaret in een rookvrije samenleving. Roken is in de hele wereld illegaal, nergens rookt men meer in het openbaar, behalve op Cuba. Natuurlijk wordt er intussen flink gehandeld in de verboden tabak. Gauloises zijn goud waard. De oude man krijgt er één cadeau en steekt hem uitdagend op als hij op de bus staat te wachten. Hij wordt onmiddellijk gesnapt en moet mee naar het politiebureau. De agenten nemen hem de sigaret af en roken hem zelf op. Later doen ze een huiszoeking en martelen ze de oude man tot de dood erop volgt, omdat hij ze niet méér kan bezorgen.
Een paar maanden nadat hij dit verhaal had geschreven, hield Hermans zelf op met roken. "Mijn bronchitis werd een beetje te erg", zei hij in een interview. (door Mieke van Baarsel)
| Man (29): “Ik heb mezelf nooit een echte roker gevonden. Daar moet je ook aanleg voor hebben, denk ik. Het zit bij mij niet zo in de familie. Maar een sigaret af en toe: ja, lekker, heerlijk soms. Het begon natuurlijk op de klassieke manier op school, want bij de populaire mensen willen horen betekende daar dat je iedere pauze naar het rookhol ging. En roken op feestjes, bij het uitgaan. Zo is het heel lang gebleven: waar bier is, horen sigaretten. Vijf op een avond was heel gewoon. Af en toe had ik er genoeg van, merkte ik dat ik meer rookte dan ik lekker vond. Dan stopte ik voor een maandje. Sinds een week of zes ben ik weer gestopt, maar deze keer denk ik dat het voorgoed is. Nu maar hopen dat mijn vrienden ook stoppen, dat zou het wel een stuk gemakkelijker maken.” |
Top De Overgave
‘Telkens weer de grens van het haalbare zoeken’
Wat koopt u allemaal in?
‘We werken hier in drie zelfsturende teams voor de inkoopsegmenten medisch, facilitair en laboratoria/ICT. Sinds kort is er ook een aparte account manager voor Divisie 5. Ik ben account manager van het medische team, en dan gaat het natuurlijk om duizenden goederen. Van pleisters tot echoapparatuur. Van luiers tot OK-tafels. We kopen zo veel mogelijk rechtstreeks in bij de leverancier of fabrikant, mits die ook voor de gewenste logistieke dienstverlening kan zorgen. Just in time delivery, dat is erg belangrijk voor een ziekenhuis. Zo niet, dan moeten we naar een andere formule zoeken. Maar hoe dan ook proberen we de tussenhandel daarbij zo veel mogelijk uit te schakelen.’
Hoe ziet een willekeurige werkdag er uit?
‘Periodieke prijsafspraken en contracten worden voortdurend doorgelicht en eventueel herzien of opengebroken. Dat betekent dus: nieuwe afspraken maken en aanbestedingen voorbereiden en uitvoeren. Dat is de rode draad die elke dag weer terugkomt. Daarnaast adviseer en ondersteun ik de interne klanten bij hun investeringen in goederen en materialen. Zij hebben de portemonnee, wij zorgen ervoor dat hun budgetten zowel commercieel als logistiek op een verantwoorde manier worden besteed. In de praktijk komt dat vaak neer op een zo goed mogelijke prijs/kwaliteit verhouding bij aankoop en nazorg. Het is veel meer dan alleen maar prijsvechten.’
Uw vroegere ICT-ervaring, komt díe nog een beetje uit de verf?
‘Jawel hoor. Ik was destijds in de ICT-wereld voornamelijk voorraadsturend bezig op het gebied van PC’s en netwerkproducten. Die kennis van branche en producten kan ik nog steeds heel goed kwijt in sommige medische ICT-projecten, zoals bijvoorbeeld het Patient Data Management System dat straks op brede schaal bij het LUMC zal worden geïmplementeerd. Dat zijn natuurlijk voornamelijk softwarematige trajecten. Maar voor iemand anders uit een niet-medisch segment is daar toch moeilijker op in te springen. Bovendien: je kent die wereld, je weet wat er te koop is. Ik geef de interne klanten op dat gebied met name commerciële en juridische ondersteuning. De account manager is immers vóór alles strategisch bezig, door marktverkenning, door te praten met leveranciers, enzovoort. In tegenstelling tot de assortimentcoördinator in zijn team, die heeft de productenkennis.’
Wat is het leuke aan dit werk?
‘Je probeert elke dag weer samen met de interne klant de grens van het haalbare bij de fabrikant of leverancier te zoeken. Waar mogelijk wil je dat proces verder uitbouwen. Het doel is immers op een verantwoorde manier steeds betere condities voor het LUMC als organisatie te bewerkstelligen. Dat is leuk, plus dat je op diverse terreinen actief bent. KNO, het OK-centrum, gynaecologie en wat al niet méér. Ik bedoel maar: het is dus niet een saai verhaal.’
Wie is Michel van Rijn privé?
‘Een opgewekt persoon, die op een positieve manier tegen werk en privéleven aankijkt. Ik ben ook een actief persoon. Ik doe aan fitness, aan mountainbiking en aan snowboarden. Vooral dat laatste is in de afgelopen jaren een echte passie geworden. Het is enerzijds de combinatie van draaien en evenwicht, en anderzijds de kick van een berg bedwingen met twee benen die vastzitten op een board. Maar heb je het eenmaal goed onder de knie, dan is het gemakkelijker dan skiën. Fitness en mountainbiking doe ik puur voor mijn conditie en uithoudingsvermogen. Lekker alles van me af gooien, het verstand op nul. Door regelmatig aan sport te doen creëer je een betere balans tussen lichaam en geest. Je kijkt weer lekker fris tegen de volgende dag aan. Je bent daardoor ook actiever in je werk. Maar lekker uit eten gaan met een goed glas wijn erbij is ook aan mij besteed, inclusief de nodige grappen en grollen uithalen. Uitgaan doe ik het liefst in Amsterdam en in Rotterdam, met mijn vriendin of met een klein groepje vrienden. Den Haag heeft veel cultuur, maar op het gebied van uitgaan lijkt elk nieuw initiatief daar op voorhand te gronde te gaan. Het wil daar op de een of andere manier maar niet lukken. Maar ik woon op 50 meter afstand van het Scheveningse strand, en dat is ’s zomers natuurlijk wél weer erg leuk. Lekker ’s avonds een hapje op het strand eten en genieten van de zonsondergang. Niks mis mee.’
Wie krijgt het estafettestokje?
’Robert van der Laan, energiecoördinator bij het Facilitair Bedrijf. Hij is nog maar kort bij het LUMC in dienst, maar hij is erg betrokken bij de voorbereidingen voor het nieuwe O&O-gebouw voor onderzoek en onderwijs dat achter de parkeergarage zal verrijzen. Ik ben erg benieuwd naar zijn ongetwijfeld moderne denkbeelden over verantwoord energiegebruik. Wat doet nou precies een energiecoördinator? Heel veel mensen weten niet eens dat die functie bestaat. Een goede reden dus om wat meer over hem te weten te komen.’ (door Willem Schrama)
Top
Curium opent crisisvoorziening
Het Academisch Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie Curium heeft op 19 april een nieuwe gesloten afdeling in gebruik genomen voor crisisopname van jongeren. Tot 1995 bestond zo’n afdeling in de Jelgersmakliniek, maar de combinatie van jeugdige met volwassen patiënten gaf moeilijkheden. Sindsdien bestonden er plannen voor een afdeling bij Curium. Ter gelegenheid van de opening werd een minisymposium gehouden over de plaats van kinder- en jeugdpsychiatrie in de ketenzorg. In september volgt nog de opening van een afdeling voor kortdurende – maximaal drie maanden – intensieve zorg. Beide afdelingen zullen als het ‘korte circuit’ een schakel vormen tussen de ambulante zorg en langdurende klinische vervolgbehandeling.
De onlangs geopende gesloten afdeling telt zeven bedden voor jongeren van 12 tot 18 jaar die een ernstige psychiatrische problematiek hebben of die ten gevolge van psychiatrische problemen thuis of in een instelling in een crisissituatie verkeren. De behandeling zal meestal gericht zijn op voortzetting in een open afdeling of op hulpverlening aan het gezin van de patiënt, zodat de behandeling ambulant voortgezet kan worden. De jongere krijgt een gestructureerd dagprogramma met een oplopend schema van activiteiten, onderwijs en vrijheden. Op deze afdeling werken twaalf groepsleiders, een ouderbegeleider, een activiteitenbegeleider en een assistent in opleiding. (door Mieke van Baarsel)
Top
Broedstoof voor biotechbedrijven geopend
Minister Jorritsma was niet alleen demissionair, maar ook nog ziek op maandag 22 april. Ze kon dus niet komen om het BioPartner Center Leiden te openen. Wie wel kwamen: vooral veel mannen in pakken.
Wethouder Melanie Schultz van Haegen sprak de menigte toe. Ze was er trots op dat Leiden het eerste BioPartner-centrum opende. BioPartner is een organisatie die met geld van het ministerie van Economische Zaken het Actieplan Life Sciences uitwerkt, onder meer door de oprichting van centra voor startende biotechnologiebedrijfjes. Ze kunnen er ruimte huren en gebruikmaken van allerlei voorzieningen, zodat ze zich zelf op hun kernactiviteiten kunnen richten. Het Leidse BioPartner-centrum is gevestigd in de laagbouw bij het Sylviuslaboratorium. Een bestaand gebouw, vandaar dat dit het eerste werd van de zes centra die er in Nederland zullen komen.
Na wethouder Schultz kwam prof. dr. Dinko Valerio met een lofzang op het biotechvriendelijke klimaat in Leiden. Prof. dr. Gerard van Beynum, de voorzitter van het BioPartner Network, kwam als laatste aan het woord. En toen kon iedereen eindelijk gaan doen waar hij voor gekomen was. Netwerken dus, zaken doen, contacten leggen met andere mannen in pakken. Het zag er vruchtbaar uit, minister of geen minister. (door Elmar Veerman)
Top
Pionier in vliegenzenuwen
Dr. Jasprien Noordermeer heeft de champagne alvast opengetrokken. Al kan de definitieve toekenning nog wel een half jaar op zich laten wachten, het staat vrijwel vast dat ze een pioniersubsidie van onderzoeksfinancier NWO krijgt. Een hoop geld, te besteden aan onderzoek naar de zenuwen van fruitvlieg Drosophila melanogaster.
De fruitvlieg is het ideale model voor zenuwonderzoek: hij heeft honderdduizenden in plaats van miljarden zenuwcellen, je kunt er genetische veranderingen in aanbrengen en de duur van een generatie is niet meer dan elf dagen. Bovendien zijn er veel technieken speciaal voor deze vlieg ontwikkeld, omdat Drosophila al lang op grote schaal gebruikt wordt voor onderzoek. “In het Laboratorium voor Neurale Ontwikkelingsbiologie bestuderen we wat de invloed van bepaalde genen is op de ontwikkeling van het zenuwstelsel van de fruitvlieg”, zegt Jasprien Noordermeer. “Dat werd in Nederland nog niet gedaan. Onze groep heeft als eerste een vergunning om transgene vliegen te maken. Een vlieg is geen mens, maar toch is ruim 70 procent van de genen die bij mensen erfelijke afwijkingen veroorzaken, ook te vinden in Drosophila, zij het vaak in een iets andere vorm.”
Het onderzoek van Noordermeer richt zich vooral op twee genetische aandoeningen: het fragiele X-syndroom en Duchenne’s spierdystrofie. “De genen waarin iets mis is bij deze ziekten, vind je in een iets andere vorm ook bij Drosophila. Wij onderzoeken de biologische functie van de bijbehorende eiwitten, en de manier waarop ze interacties aangaan met andere eiwitten. Dat levert aanwijzingen voor onderzoek bij de mens en het vergroot ons inzicht in de ontwikkeling van het zenuwstelsel.”
Jasprien Noordermeer is sinds anderhalf jaar onderzoeker bij de afdeling Moleculaire Celbiologie van het LUMC. Aanvankelijk deed ze na haar studie Biologie aan de Universiteit van Utrecht promotieonderzoek aan het Nederlands Kankerinstituut in Amsterdam. In dat kader ging ze naar Cambridge. In de tussentijd vertrok haar promotor echter naar Stanford (Californië), ‘het walhalla voor fruitvliegonderzoekers’. Hij vroeg haar hetzelfde te doen. Ze ging, bleef er vierenhalf jaar en werkte daarna nog vijf jaar in Berkeley als postdoc. In Amerika ontmoette ze haar echtgenoot Lee Fradkin, die nu in hetzelfde Leidse laboratorium werkt: “We runnen het lab samen.”
Hoe zit het nu precies met die Pioniersubsidie? “Het bestuur van ZonMW, de organisatie die de tweede geldstroom voor medisch onderzoek beheert, heeft mij voorgedragen. Nu komt er een fase waarin we zullen afspreken waar we precies geld voor krijgen, en hoeveel. Pas daarna nemen ze de officiële beslissing.” (door Elmar Veerman)
Top
Een ridder te paard
De regen van koninklijke onderscheidingen is alweer voorbij. Ook in het LUMC zijn enkele druppels gevallen. Analist Ineke de Groot en dermatoloog dr. Ben Naafs zijn tegenwoordig ridder.
Ineke de Groot, analist op het Centraal Klinisch Hematologisch Laboratorium, is ridder in de orde van Oranje-Nassau geworden. Ze kreeg de onderscheiding voor haar prestaties in de paardendressuur voor gehandicapten. Haar trainster had haar voorgedragen. De Groot, die vanaf haar geboorte haar linkeronderarm mist, rijdt al 35 jaar en bedrijft sinds 1991 topsport. In dat jaar werd ze wereldkampioen. Ook in 1994 en 1999 behaalde ze goud op de wereldkampioenschappen. Bovendien nam ze tweemaal deel aan de Paralympics. In Sydney won ze op een bepaald onderdeel zilver. De Groot: “Het combineren van werk met topsport is steeds goed gelukt door de medewerking van de afdeling. Ik kan mijn vakantiedagen snipperen en veel avonddiensten draaien. Een gedeelte van de dagen die ik moest opnemen voor de Paralympics in Sydney heb ik weer teruggekregen.
Ook dr. Ben Naafs, dermatoloog, heeft een koninklijke onderscheiding gekregen. Hij verricht al jaren veel onbezoldigd werk in Brazilië en Tanzania. Naafs: “Toen de kinderen het huis uit waren, verviel voor mij de noodzaak van een volledige betaalde baan. Ik werk nu het eerste kwartaal van het jaar in het Regional Dermatology Training Centre in Moshi, Tanzania. Daar ben ik betrokken bij de opleiding van Dermatology Officers, een 2 jarige Mastercourse voor Engels spekend Afrika met bijzondere aandacht voor lepra en aids. Tevens leiden we er Afrikaanse artsen op tot dermatoloog. Het derde kwartaal werk ik aan het Instituto Lauro de Souza Lima, een onderdeel van de Universiteit van Sao Paulo. Dat is een dermatologisch onderzoeks- en opleidingsinstituut, met bijzondere aandacht voor lepra en diepe schimmelinfecties. Als ik in Nederland ben, werk ik gewoonlijk iedere vrijdagmiddag op de poli dermatologie van het LUMC.” De IJsselmeerziekenhuizen, waar Naafs ook een deeltijdaanstelling heeft, hebben hem voorgedragen. (door Mieke van Baarsel)
Top
Parasieten zetten rem op allergie
Een voortdurende infectie met parasitaire wormen zorgt ervoor dat het afweersysteem allergische reacties onderdrukt. De antistoffen die een allergie kunnen veroorzaken zijn er vaak wel, maar krijgen niet de kans grote problemen te veroorzaken. Hoe komt dat?
De Leidse parasitologe dr. Maria Yazdanbakhsh en enkele collega’s beschrijven het vermoedelijke mechanisme hierachter in een overzichtsartikel dat enkele weken geleden in Science is verschenen. Het kan belangrijke gevolgen hebben voor het voorkómen van allergieën. Bij een allergie zet het afweersysteem massaal de aanval in tegen deeltjes die op zichzelf weinig kwaad kunnen. Heeft het systeem eenmaal geleerd antistoffen tegen die deeltjes te maken, bijvoorbeeld tegen huisstofmijt of pollen, dan leidt dat telkens opnieuw tot klachten.
Allergie, bijvoorbeeld tegen huisstofmijt en pollen (hooikoorts), komt in de Westerse wereld steeds meer voor, terwijl dat in minder ontwikkelde landen niet het geval is. Ook is er een groot verschil tussen stad en platteland: stadsbewoners lijden veel vaker aan allergische ziekten als astma. Dat heeft iets met hygiëne te maken, vermoeden wetenschappers al lang. Wie met meer ziekteverwekkers in aanraking komt, heeft minder kans op allergie. Via welk mechanisme dat gaat, bleef echter een raadsel.
De populairste theorie gaat ervan uit dat het immuunsysteem blijvend uit balans raakt als een kind met te weinig virussen en bacteriën in aanraking komt. Het maakt daardoor te veel afweercellen van een type dat allergische reacties aanjaagt (TH2), en te weinig van een allergieonderdrukkend type (TH1). Dat klopt wel, maar het is niet het hele verhaal. TH1-cellen zijn betrokken bij auto-immuunziekten als reuma, die volgens deze theorie minder zouden moeten gaan voorkomen. Dat is niet het geval: die ziekten komen in ontwikkelde landen juist steeds meer voor. Misschien nog belangrijker is de observatie dat infecties met parasitaire wormen zorgen voor de aanmaak van heel veel TH2-cellen, maar allergieën bij de besmette kinderen juist minder voorkomen dan bij onbesmette leeftijdsgenoten. En dat terwijl ze in gelijke mate antistoffen maken tegen bijvoorbeeld huisstofmijt.
Een langdurige infectie met wormen of malaria leidt in het lichaam tot een verhoogde aanmaak van ontstekingsremmende stoffen, blijkt uit recente onderzoeken. Deze stoffen temperen de agressie van het afweersysteem, niet alleen tegen de wormen, maar ook tegen de deeltjes die een allergische reactie kunnen uitlokken. De parasieten hebben een (nog onbekende) manier gevonden om de aanmaak van deze ontstekingsremmende stoffen te stimuleren. Als bijeffect krijgen de wormdragers daardoor minder snel allergieën. Mogelijk beheersen ook sommige virussen en bacteriën de kunst om de productie van ontstekingsremmers te manipuleren.
Bij een kind dat dankzij hygiëne, inentingen en antibiotica zelden ziek is, heeft het immuunsysteem niet goed geleerd zijn eigen reacties te temperen. Het systeem van ontstekingsremming is dan juist zwak ontwikkeld. Volgens Yazdanbakhsh en haar medeauteurs is het dit gebrek aan algemene afweeronderdrukking die de kans op allergie vergroot, en niet een verstoord evenwicht tussen twee typen afweercellen, zoals dus lang is gedacht. Ophelderen via welk mechanisme de parasieten het afweersysteem beïnvloeden lijkt een goede stap op weg naar een therapie tegen allergie.
Wereldwijd zijn ruim een miljard mensen langdurig besmet met parasitaire wormen, veruit de meeste in achterstandsgebieden. Honderddertig miljoen mensen lijden aan astma, en die zijn juist vooral in hoger ontwikkelde landen te vinden. Overigens komen allergieën minder voor bij regelmatige bezoekers van kinderdagverblijven, bekende hotspots van ziekteverwekkers. De crèche heeft dus ook zijn goede kanten. (door Elmar Veerman)
Top
DWARS
Kalmerend
Het lijkt een absurd idee: een baby die sigaretten aanprijst. Toch kon dat rond 1950 in Amerika. De reclame laat een baby zien die schuldbewust omhoogblikt. “Voordat je tegen me gaat foeteren, mama, moet je misschien maar een Marlboro opsteken”, zegt hij. Onder het plaatje is de opgewekte moeder met peuk in haar hand afgebeeld, met de tekst: “Yes, you need never feel over-smoked ... that’s the Miracle of Marlboro!” Vrij vertaald: je hoeft nooit over de rooie te raken, dat is het wonder van .... Wonderlijk, inderdaad.
Bijna dood
De film heet Dead Again. Een privé-detective probeert de identiteit van een vrouw met geheugenverlies te achterhalen. Hij zoekt een gepensioneerde politieman op, die er misschien meer van weet. Die woont in een verpleeghuis en bij zijn binnenkomst krijgt de detective te horen dat hij de oude man in geen geval een sigaret mag aanbieden. Dan blijkt dat een sigaret het enige middel is om hem aan de praat te krijgen. Er komt er dus toch één op tafel. En dan volgt een scène die je nooit meer vergeet: de man zet de sigaret aan een gaatje in zijn hals en rookt of zijn leven ervan af hangt. Geen reclame deze keer. Daarvoor is de verbijsterde walging van de detective te overtuigend. Sterker nog: een voorlichtingsfilm over een vrouw die rookt door haar tracheostoma (een opening in de luchtpijp à la prins Bernhard) werd onlangs in Amerika op veel scholen vertoond als afschrikwekkend voorbeeld.Veel heeft onze rokende medemens prijs moeten geven. Maar bij de herinrichting van het voorplein mogen we hem niet meer in de kou laten staan. Een abri’tje is wel het minste.
Roken kan meisjes veroorzaken
Stevig rokende ouders produceren meer meisjes dan jongens, schreven Japanse en Deense onderzoekers onlangs in The Lancet. Waarschijnlijk komt dat doordat de zwakkere manlijke zaadcellen meer last van stoffen uit rook hebben dan vrouwelijke. Ook zou innesteling in een doorrookte baarmoeder voor een mannelijk embryo moeizamer gaan. Macho’s die per se een zoon willen, doen er daarom goed aan rookvrij te blijven. Misschien iets voor Chinese voorlichters?
Frisse vrouwen
Vroeger waren dokters rokende mannen. Straks zijn het frisse vrouwen, laat een enquête onder eerstejaars geneeskundestudenten zien. In de enquête, die bij het eerste hoorcollege statistiek ingevuld is, gaven niet meer dan twaalf van de 180 aanwezigen aan te roken. Mannen waren ver in de minderheid: een kwart.
Dwarsstelling
Het staat nu onomstotelijk vast dat roken een van de belangrijkste oorzaken is van statistieken – Fletcher Krebel in Reader’s Digest, december 1961
Top
Downloads